Bekijk het origineel

De adventsverwachting van Jakob

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De adventsverwachting van Jakob

Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!" Genesis 49:18

5 minuten leestijd

De man die vroeger zoveel ongeduld aan de dag heeft gelegd spreekt hier van wachten. Jakob had zelf de eerstgeboortezegen willen verwerven. Kromme wegen werden daarbij niet geschuwd. Maar blijkens de woorden van onze tekst mocht hij met zichzelf en al zijn eigen inspanningen en wegen aan het einde komen. Hij had niets meer van zichzelf te verwachten. Hij zegt dan ook met: “Ik wacht op wat ik verdiend heb. ik wacht op wat ik mij waardig heb gemaakt”, maar hij zegt:
“Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!”

Door ontdekkende genade was hem de zonde en de schuld ordentelijk voor ogen gesteld. Jakob had geen penning om te betalen voor de zonde en schuld. Van daaruit kreeg hij die schuld-betalende, schuld-uitdelgende, schuld-overnemende Borg zo nodig. Vanuit de inleving van de eigen nameloze armoede kreeg hij nodig de rijkdom van Christus. Wat ging zijn hart daar naar uit. Mag u daar in meerdere of mindere mate iets van verstaan? Zijn dit geen onbekende zaken voor u? De woorden van Jakob getuigen van heilsverlangen. In zijn woorden klinkt de oproep om de geboorte van de Zaligmaker, het gebed om Zijn geboorte, het uitzien naar en het spanningsvol verwachten van Zijn geboorte. Jakob verstaat het door genade: alleen in Christus is reiniging van zonde en ongerechtigheid. Alleen door Zijn Borgwerk is er zaligheid, ook voor mij.
“Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!” Jakob begeert daar te zijn waar hij van zonde verlost is, waar hij nooit meer last zal hebben van de overblijvende ongerechtigheid. Is dat ook uw begeerte al geworden? Of wilt u alleen van de gevolgen van de zonde ontslagen zijn? Zij die de Heere mogen vrezen hebben zo’n last van de zonde, de overblijvende ongerechtigheid. Het smart hen zo diep dat ze niet zijn die ze zouden moeten zijn. Hoe meer dit wordt ingeleefd, hoe meer de woorden van Jakob werkelijkheid worden in het hart:
“Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!”

Jakob ziet uit naar de plaats van de eeuwige rust. Hij heeft door genade zijn naam Jakob leren spellen: zondaar, bedrieger. Ook heeft hij de naam HEERE leren kennen. Hebt u ook uw oude naam al leren spellen? Hebt u door genade uzelf als een zondaar, als een zondares leren kennen en u daarom verootmoedigd voor het Aangezicht Gods, en u verfoeid in stof en as? Hebt u ook de naam HEERE leren kennen? Die naam ziet op Gods onveranderlijke trouw. Hij houdt Zijn volk vast. Hij zoekt het telkens weer op. Hij maakt geen einde met Zijn volk. Hij heeft ook tot Jakob niet gezegd: Nu is het genoeg, nu wend Ik Mij van u af, nu zal Ik u verlaten, nu zal Ik u verwerpen. Jakob mag daar van spreken als hij het zegt: Ik ben geringer dan al deze weldadigheid en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt. Zullen deze woorden op zijn sterfbed niet in de herinnering zijn gekomen? Als Jakob op zijn sterfbed terugziet, dan ziet hij zonde en ontrouw in zijn leven, maar dan schittert daar des te heerlijker Gods onwankelbare trouw.

God is eeuwig Dezelfde. Ook vandaag houdt Hij Zijn volk vast. Het is dat volk een wonder dat God niet zegt: Nu is het genoeg, nu wend Ik Mij van u af, nu zal Ik u verlaten, nu verwerp Ik u, nu wil Ik niet meer met u van doen hebben. Christus heeft het verworven dat er geen voleinding met hen wordt gemaakt. Hij werd van God verlaten opdat zij nimmermeer van Hem verlaten zouden worden. Hij moest en wilde de drie-urige duisternis doormaken opdat zij eenmaal eeuwig in het licht zouden wandelen.

Christus heeft betaald met de prijs van Zijn dierbaar Bloed voor al hun zonden en afmakingen. Welk een onvergelijkelijk grote liefde komt daarin naar voren. Hij heeft Zijn leven gegeven voor Zijn vijanden, die nooit naar God zouden vragen, opdat zij eeuwig zouden leven. Jakob heeft de rampzaligheid verdiend, maar de zaligheid verkregen, uit genade, om niet, naar het eeuwig welbehagen Gods. We lezen van zijn sterven in Genesis 49:33 : “Als Jakob voleind had aan zijn zonen bevel te geven, zo legde hij zijn voeten samen op het bed en hij gaf de geest, en hij werd verzameld tot zijn volken”. Zijn sterven was een doorgang tot het eeuwige leven.

Het sterven van Gods kinderen kan onderscheiden zijn. De een mag gemakkelijker afreizen dan de ander. Er zijn er ook die met de nachtschuit afreizen. Doorgaans is de zwaarste branding vlak voor de haven. Maar allen die in meerdere of mindere mate hebben leren verstaan '‘Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!” zullen niet beschaamd uitkomen. De Zaligmaker heeft voor hen de zaligheid verworven en Hij zal hen erin doen delen. Zalig bij, die in dit leven
Jakobs God ter hulpe heeft;
Hij, die door de nood gedreven,
zich tot Hem om troost begeeft;
Die zijn hoop in ’t hachelijkst lot
vestigt op den HEERE, zijn God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De adventsverwachting van Jakob

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken