Bekijk het origineel

De genadetijd (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De genadetijd (1)

6 minuten leestijd

U kent het dagboek “Een ding is nodig” van John Bunyan misschien wel. Bij het lezen van de dagstukjes van eind november rezen bij een echtpaar uit onze lezerskring enkele vragen, die ter opheldering en beantwoording thans voor ons liggen. Dank voor uw vraag! Ik hoop dat het antwoord enig licht mag geven op zaken die niet zo eenvoudig zijn. De vraag gaat over de volgende passage: “De dag der genade eindigt voor sommige mensen voordat God hen uit deze wereld wegneemt. Dat zien we bijvoorbeeld in het leven van Kain, Ismael en Ezau”. Van Kain wordt dan gezegd dat de hemel vanaf het moment dat hij zijn broeder Abel doodde gesloten was. Van Ismael wordt gezegd dat zijn wegzending uit de tenten van Abraham tevens inhield dat hij door de Heere verworpen was. En tenslotte van Ezau dat de dag der genade voorbij was, nadat hij aan Jakob zijn eerstgeboorterecht verkocht had. De vraag is dan helder en klaar: is dit wel zo? Duurt de genadetijd niet tot de laatste snik? Het is een heel mooi onderwerp om over na te denken. Al geeft de bijbel ons aangaande deze mannen niet veel hoop, toch moeten wij het oordeel altijd en alleen aan de Heere overlaten, Die immers alléén de grote Kenner der harten is. Dit gezegd hebbende moeten we ons echter ernstig afvragen of wij in deze drie onderhavige gevallen wel kunnen zeggen dat de genadetijd al voor hun sterven voorbij was, zelfs met duidelijke tijdstippen aangegeven, toen en toen was het voor hen voorbij. Wat weten wij daarvan? Als we bij deze drie, Kain, Ismael en Ezau blijven, denken wij natuurlijk allereerst aan hun levenswijze. Die is niet goed te noemen. Maar let eens op de toepassing die Gods Woord maakt, als het gaat om deze en dergelijke mensen. Altijd waarschuwend. Bijvoorbeeld met betrekking tot Ezau: “Dat niet iemand zij een hoereerder of een onheilige, gelijk Ezau”, Hebr. 12:16. En als het in Hebr. 11 gaat over het geloof van Abel en het ongeloof van Kain: “Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen”, vers 6. En gaat het over de handel en wandel van het volk Israel in de woestijn: “Deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben”, 1 Kor. 10:6. Met andere woorden: al zouden wij van iemand zeker weten dat hij verloren is, de bijbel zegt: “Zie toe, dat gij Dien Die spreekt, niet verwerpt”, Hebr. 12:25. Maar nu dan de concrete vraag: kunnen wij op grond van de bijbelse gegevens over deze mannen zeggen dat de genadetijd ruimschoots voor hun sterven voorbij was en dat zij tijdens hun leven door de Heere verworpen zijn? Laten we beginnen bij Kain. God liet hem zien en gevoelen dat zijn offer Hem niet behaagde. In plaats van daardoor in de schuld terecht te komen, werd hij heel erg boos. Het was hem aan te zien. Het feit dat God zijn broer Abel wel aanzag, deed hem niet smeken om diezelfde genade, maar veroorzaakte bitterheid en jaloezie. Alles voortkomend, niet uit haat jegens zijn broer, maar uit haat jegens God. En uit haat jegens de Heere haatte hij ook Diens kind, Abel. God waarschuwde hem daarop voor de zonde. Want de zonde is een hellend vlak en jaloezie en haat is in de wortel der zaak al doodslag! Maar Kain, doe het goede, bekeer u, zoek Mij en leef, want anders komt het tot de daad van de doodslag zelf! Een waarschuwing is altijd genade! Kain verhardde zich echter en toen kwam het inderdaad tot die gruwelijke moordpartij. Nog liet God hem niet los maar riep hem ter verantwoording: Wat hebt gij gedaan? Die vraag moest hem in duizend stukken breken. Maar het tegendeel gebeurde. God had zijn daad ontdekt en confronteerde hem ermee, maar hij reageerde afwijzend en onverschillig. Wie in de schuld komt zal Gods barmhartigheid ervaren, maar wie zich tegen God verhardt zal de gevolgen moeten dragen! Daarom klinken dan die vreselijke woorden: gij zijt vervloekt! Een vloek, die blijken zal uit tegenspoeden en misoogsten en onrust. Is met die vreselijke woorden nu de genadetijd voor Kain voorbij? De vloek, die de aarde als het ware uitspreekt over deze dwaze man, is nog niet de eeuwige vloek in de buitenste duisternis. Zij is er wel een voorspel van, een garantie, tenzij er bekering komt! Tenzij er bekering komt. Want God verleent Zijn genade altijd en alleen in de weg der bekering, de inkeer tot jezelf en de wederkeer tot God met smeking en geween. En de wederkeer tot God gaat altijd gepaard met een inleving van de vloekwaardigheid, een belijdenis van die doemwaardigheid, maar ook een smeken om verlossing van de toekomende toorn. Let nu op: zeg nu niet dat Kain niet meer tot bekering kon komen. Bij God zijn alle dingen immers mogelijk? En de bekering van elk mens, wie dan ook, is altijd een wonderlijke Godsdaad van genade, en genade alleen. Niemand maakt zich Gods genade waardig en elk mens derft de heerlijkheid Gods. Zeg nu zelf, u die God vreest, het kon voor u, durft u nu tegen Kain te zeggen als u hem op zijn doolweg tegen zou komen, dat het voor hem niet meer kan? God zei dat ook niet tegen Kain. Maar Hij waarschuwde hem wel! Als de zonde over u heerst, Kain, ga je voor eeuwig verloren! En zo is Kain, zo vrezen wij, omgekomen. Maar omdat hij de dag der genade heeft veracht en God niet in zijn ellende en schuld heeft aangeroepen! Kain mocht na Gods bestraffing zelfs nog in Gods algemene goedheid delen. En ook dat is genade. Want als Kain in onzekerheid over zijn eigen leven verkeert en vreest door de een of ander te worden doodgeslagen, wil God hem door middel van een bepaald teken, wat dat dan ook geweest moge zijn, beschermen en bewaren voor zulk een dood. Dit is niets anders dan een verlenging van de genadetijd. En daar moest dat teken Kain voortdurend aan herinneren! Een teken van Gods bemoeienis met zijn leven. Zal dat teken uiteindelijk nog wat goeds hebben uitgewerkt in zijn leven? De bijbel zwijgt erover in alle talen. Wij dus ook maar. Maar als we van hem lezen dat hij weg ging van het aangezicht des HEEREN, dan vrezen we wel, zelfs met een grote vreze. Door Gods goedheid werd Kains levenstijd nog verlengd, maar je kunt je er ook welbewust voor afsluiten en jezelf buiten sluiten. Waarschuwt Gods Woord ons enerzijds ons niet te verharden, hetzelfde Woord zegt ook dat God je kan overgeven in de begeerlijkheden van het hart, Rom. 1:24. En daar kun je wel eens bang voor zijn!

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De genadetijd (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken