Bekijk het origineel

Jojachin-1

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jojachin-1

2 Koningen 24:8,0; 2 Kronieken 36:9,10; Jeremia 22:20-30.

8 minuten leestijd

Na de dood van koning Josia is de troon in Jeruzalem wel steeds bezet geweest door iemand uit het huis van David, maar geen van die koningen heeft ook maar iets van de godsvrucht van Josia vertoond. Van die vier zoons die Josia had zijn er drie koning geweest, Joahaz, Jojakim en Zedekia. Van alle drie moet de bijbelschrijver vertellen dat zij deden wat kwaad was in de ogen des Heeren (2 Kon. 23:32; 23:37; 24:19). Tussendoor was er dan ook nog een zoon van Jojakim, die ook een kort poosje regeerde, Jojachin, maar ook van hem geldt hetzelfde; ook hij deed wat kwaad was in Gods ogen (2 Kon. 24:9). Somber klinkt dat refrein. Het kan natuurlijk ook niet anders of de dag van de afrekening zal komen. De Heere heeft het Tienstammenrijk doen ophouden te bestaan. Hij kan het Tweestammenrijk daarom ook niet laten voortbestaan. Maar hoe gaat het met de belofte die de Heere aan David deed? De belofte ten aanzien van de toekomst van Davids huis en vooral de belofte met betrekking tot de komende Verlosser. Op wie van Josia’s zonen gaat die belofte over? Wie van hen wordt door de Heere ingeschakeld in het voorgeslacht van Zijn Zoon? Dat is voor de vromen in Juda ook de vraag geweest, maar op het antwoord op die vraag hebben ze lang moeten wachten. Lange tijd leek het er op alsof God die belofte vergeten was en dat er van de komst van de Beloofde niets terecht zou komen. Toch ging de Heere in stilte Zijn gang. Achteraf kunnen wij ontdekken wat Hij in die periode van stilte deed. We mogen er iets van zien als we nu gaan letten op de zoon van Jojakim, die zijn vader na diens dood opvolgt.

Jojachin wordt koning
Zijn naam is Jojachin. Hij is slechts achttien jaar oud als hij tot de troon geroepen wordt. In die achttien jaar heeft hij weinig goeds gezien. Zijn vader heeft hem niet een bepaald goed voorbeeld gegeven. Wat hij van zijn moeder geleerd heeft weten we niet. Alleen haar naam kennen we. Zij heette Nehusta en was de dochter van Elnathan. Van die Elnathan hebben we ook al eerder gehoord. Hij was een van de vorsten in Jeruzalem, een trouwe dienaar van koning Jojakim, die indertijd de naar Egypte gevluchte profeet Uria heeft teruggehaald zodat hij in Jeruzalem gedood kon worden (Jer. 26:22,23). Dat zegt eigenlijk al wel genoeg van deze Elnathan. Als Jojachin het van zulke voorbeelden moest hebben dan kan er weinig van hem verwacht worden. Trouwens, wat betekent het rijk van Juda nog als Jojachin zijn vader opvolgt? Van de vroegere luister is bijna niets meer over. De koning van Babel heeft het eigenlijk voor het zeggen. De koning van Juda is in feite niet meer dan een vazal van deze Nebukadnezar. Heeft Jojakim niet begrepen dat in de feitelijke overheersing door Babel een oordeel des Heeren over Juda voltrokken wordt? Dat heeft hij toch via de boodschappen van Jeremia duidelijk kunnen horen? Luistert hij daar dan niet naar en keert hij niet terug tot de weg die zijn grootvader Josia ging? Nee, ondanks alles wat hij gehoord en gezien heeft gaat Jojachin in de voetsporen van zijn vader. Ook hij doet wat kwaad is in de ogen des Heeren. Ook hij maakt geen ernst met de dienst des Heeren. Ongevoelig is hij voor het Woord des Heeren. Zijn vader verbrandde dat Woord in de meest letterlijke zin, maar in figuurlijke zin doet Jojachin in de grond van de zaak niet anders. Ook hij heeft voor Gods Woord geen enkel respect. Kan hij dat ongestraft blijven doen? Nee, dat kan hij niet. Dat laat de Heere niet geschieden. Hij gaat Nebukadnezar gebruiken om aan het bewind van Jojachin een einde te maken. Nebukadnezar meent reden te hebben om op te trekken tegen Jeruzalem. Hij is om de een of andere reden ontevreden over de politieke koers van Jojachin. Het lijkt erop dat die reden deze is, dat Jojachin in jeugdige overmoed gemeend heeft dat hij onder het juk van Babel uit zou kunnen komen als hij de steun van Egypte zou kunnen krijgen. Maar dat kan Nebukadnezar niet op zich laten zitten. Vandaar dat hij met zijn troepen optrekt naar Jeruzalem en de stad belegert. Zo zien de dingen eruit als we alleen maar letten op de feiten. Er is echter meer, zeker voor hem of haar die gelooft, dat de Heere alle dingen bestuurt en regeert. Achter de politieke verwikkelingen ook van die tijd zit de hand Gods. De Heere stuurt Nebukadnezar naar Jeruzalem, want ook Hij heeft reden om Jojachin een les te leren. Hij zal de zonden van deze jonge koning bezoeken. Hij is nog maar achttien jaar oud en hij zit nog maar drie maanden op de troon, maar als hij niet te jong is om te zondigen dan is hij ook niet te jong om de straf op zijn zonden te dragen.

Jeremia’s boodschap
Al vrij spoedig nadat Jojachin koning is geworden, is er bij Nebukadbezar argwaan ontstaan en al heel snel heeft hij toen een legerafdeling naar Jeruzalem gezonden om de stad te belegeren. Later is deze koning ook zelf gekomen maar in de tijd voorafgaande daaraan klinkt in Jeruzalem de stem van Jeremia, want ook over Jojachin heeft hij wat te zeggen. Net zoals de Heere deed ten aanzien Joahaz en Jojakim heeft Hij Jeremia ook ten aanzien van Jojachin een boodschap gegeven. Ook dit keer is het een zwaargeladen boodschap. Die boodschap staat opgetekend in het boek van de profeet, in hoofdstuk 22, beginnend bij vers 20. Niet op alles wat er staat zullen we letten. Enkele gedachten lichten we eruit. Het grootste verwijt van de Heere is dat Jojachin nog nooit naar de Heere geluisterd heeft. Hoevaak de Heere hem ook aansprak steeds weer was zijn houding afwijzend. Hij weigerde te horen. Daarom zal hij in grote nood terechtkomen. Dan zal hij zuchten en steunen. (‘Begenadigd zijn’ in vers 23 kan beter gelezen worden als ‘zuchten’). Jeremia gebruikt dan het beeld van een zegelring aan iemands rechterhand. Een kostbaar voorwerp waar de eigenaar niet graag vrijwillig afstand van doet. Maar al zou Jojachin zo’n kostbaar voorwerp aan Gods hand zijn dan zal de Heere Zelf die ring van Zijn vinger afrukken en wegdoen. Voor Jojachin is er alleen nog oordeel. De Heere zal hem in de handen van zijn vijanden geven; in de macht van hem voor wie hij beducht is, Nebukadnezar. Die zal Jojachin samen met zijn moeder Nehusta in een vreemd land brengen en daar zal hij nooit meer vandaan komen. Al verlangt hij nog zozeer naar Kanaän, hij zal dat land nooit meer zien. Jeremia verkondigt deze boodschap niet maar aan koning Jojachin afzonderlijk. Nee, iedereen moet deze prediking horen. Vandaar dat dit Godswoord klinkt in de straten van Jeruzalem. Dan laat die boodschap niet na reactie te wekken. De mensen zijn er ontdaan van. Ze hebben medelijden met de jonge onervaren koning. Moet die nu al zulke zware straffen dragen? Is dit niet te erg? De mensen vinden het woord van Jeremia te zwaar. Vandaar dat ze naar hem toegaan met de vraag of Jojachin, die ook wel Chonja genoemd wordt, een verachtelijk afgodisch beeld is of een bedorven vat waar niemand meer iets mee kan doen? Deugt hij nergens toe? Is hij net als iets wat een mens bij de vuilnis zet? Is het zo erg met hem, dat hij met zijn nageslacht moet worden weggeworpen in een vreemd land? Jeremia is op zijn beurt ontzet door deze reactie van het volk. Hoe kunnen ze zo spreken? Begrijpen ze het dan nog niet? Is alle arbeid die aan hen besteed is dan echt tevergeefs geweest? Dan wordt het hoog tijd dat ze echt eens gaan horen. Vandaar dat de profeet nu met grote nadruk uitroept: ‘O land, land, land, hoor des Heeren Woord!’ Zal er voor Jeruzalem en Juda nog raad zijn dan moeten ze eindelijk eens gaan horen. En acht geven op wat de Heere laat verkondigen. Dan geeft de profeet antwoord op hun vraag. De vraag was of het nu echt zo erg is met Jojachin dat deze zware straffen hem moeten treffen. Het antwoord is: Ja, zo erg is het! Jojachin is zo’n bedorven vat. Hij is zo’n nutteloos beeld. Hij heeft deze oordelen verdiend. Hoor maar wat God verder zegt. Jojachin moet opgeschreven worden als iemand die geen kinderen heeft. Bedoeld is, dat hij niemand zal hebben die op zijn troon zal zitten. Niemand uit zijn nageslacht zal hem opvolgen op de troon van David. Het is afgelopen met Davids huis. De troon valt om. Het huis wordt een puinhoop, een vervallen hut. De boom wordt omgehakt en wat er overblijft is een afgehouwen tronk. Meer niet. Verwachting is er voor Davids huis niet meer. Het zal dus nog erger worden dan men vreesde. Niet alleen Jojachin gaat in ballingschap, maar ook het huis van David houdt op te bestaan. Jojachin zelf zal niet voorspoedig zijn. Zijn leven stelt eigenlijk niet veel meer voor. Het volk mag medelijden met hem hebben, maar dat brengt de Heere er niet toe om Zijn mening te veranderen. Het oordeel is vast besloten. Maar dat andere, is dat nog niet veel erger? Dat het huis van David ondergaat en dat er van dat heerlijke huis niet meer overblijft dan een vervallen hut?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Jojachin-1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken