Bekijk het origineel

Bekering en uitzicht. Jakobus 4:7-10

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bekering en uitzicht. Jakobus 4:7-10

10 minuten leestijd

Her ‘ja ik van ganser harre' zijn bekende woorden. Ze worden gehoord in een bevesrigingsdienst. Door die woorden worde door de bevestigde uitgesproken dar men zich in her dienstwerk zal houden aan en zal doen wat in her formulier is vastgelegd. Dat formulier nu is nier tijdgebonden, want wat erin staar is geformuleerd uit het Woord van de Heere en zo is het tot een kerkelijk formulier geworden. Een formulier meteen gereformeerd karakter. Zo kan het getypeerd worden. Wordt in het formulier gewezen op de prediking en het pastoraat dan is de bekering rot God geen onbelangrijke zaak. Echter als her over bekering tor God gaat, dan staat die werkelijkheid niet zo hoog aangeschreven. De noodzaak daarvan schijnt een achterhaalde zaak te zijn, want door zich op verbondsvisie en belofte te beroepen komt het op geloof in de belofte aan. Tevens dient in de gemeente het accent te vallen op groei, bloei en zo de geloofsactiviteit, het clirisgenomen en hun hart voor Hem open gesteld. Zulk aannemen is eerder een nemen. Echter... dit gaarne aan nemen is het werk des Geestes. De Heilige Geest gaat eerst het geloof schenken om het dan ook te doen aannemen dan is er cie blijdschap van de verwondering en aanbidding. Als het bij de eerstelingen zo is, dan is her ook voor vandaag de weg die ons wordt voorgehouden. Voor u en voor mij. De weg van verslagenheid door de Heilige Geest leidt tot liet gaarne aannemen. Wat neemt Gods volk zo gaarne aan? Heel de boodschap van bekering en vergeving, van Wet en Evangelie. A. v.d. Weerd ten- zijn in de samenleving. Dit mag op zichzelf niet onjuist genoemd worden, als het maar op de juiste plaats gesteld wordt. Niets komt tot stand zonder wedergeboorte en bekering. Her werk van de Heere in de mens. Her Woord wijst op het vernieuwende werk van de Heilige Geest en zelfs vele malen wordt gewezen op de bekering. In de eerste plaats tot God, voor een wereldling, maar ook voor een gemeentelid. Dit gegeven is niet beperkt gebleven tot het Oude Testament. Welk een woord sprak Johannes de Doper en de boodschap van de Heere Jezus was gevuld met bekering en geloof. Ook kunnen we lezen welk een opdracht de Heere Jezus voor hun uitzending aan Zijn discipelen gaf: om in Zijn Naam te prediken bekering en vergeving der zonden (Lukas 24:47). In zijn afscheidsuur zei Paulus tot de ouderlingen en opzieners van de gemeente van Efeze (Hand. 20): Beiden Joden en Grieken heb ik betuigd de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus. Hij deed dit naar zijn zeggen in het openbaar en van huis tot huis. Opvallend is dat in het bevestigingsformu 1 ier daarop gewezen wordt, zodat er vandaag niet aan voorbijgegaan mag worden. In de belijdenisgeschriften ontbreekt het woord ‘bekering’ niet. Welk een rijk woord staat er in de Dordtse Leerregels: God de Heere roept door de dienst mensen tot bekering en tot geloof in Christus. De catechismus heeft het over de waarachtige bekering des mensen en waarin die bestaat. Het moet ons duidelijk zijn uit het gegeven in het Woord en de belijdenisgeschriften dat bekering van levensbelang is. En dat voor iedereen. Als het gaat over bekering geeft het Woord aan dat het niet om een eenmalige zaak gaat. Er kan gesproken worden over een eerste, tweede en een dagelijkse bekering. Een eerste bekeringsdaad aan het begin van het geestelijke leven. Een tweede na een trieste ervaring. Denk aan Jakob te Sichem. De beleving van de dagelijkse bekering vindt plaats op de geloofsweg door het leven. Daarom is het woord bekering abstract en zijn er zelfs werkwoorden die spreken van bekering. De door Jakobus gebruikte woorden wijzen daarop. Wanneer Jakobus hierover schrijft doet hij dat met overtuiging. God is een God Die steeds meer genade geeft. Wat Hij eist, waar Hij als Heere recht op heeft, schenkt Hij. Vandaar de hartelijke en indringende oproep van Jakobus. “Zo onderwerpt u dan Gode.” Waarin dat gezien wordt staat terecht in de kanttekening. Onderwerpen dat is met gewillige gehoorzaamheid aan Gods geboden al uw gedachten, begeerten en genegenheden, woorden en werken schikkende naar de regel van Zijn wil in Zijn Woord. Die verootmoediging voor de Heere en zo een leven in gehoorzaamheid aan Zijn wil zal niet vruchteloos zijn. In plaats van gerichtheid op de duivel, de grote verzoeker, de verleider, zal er zijn de afkerigheid van de satan. Dan kan er geen compromisleven geleid worden. Een leven van en - en, een leven van God en de wereld. De weerstand tegen de satan kan geboden worden door het gebruik van het zwaard des Geestes. In navolging van Jezus en door Zijn kracht kan met overtuiging gezegd worden: ga weg, satan, want er staat geschreven. Voor het Woord van de Heere zal hij wijken. Zelfs op de vlucht slaan, zegt Jakobus. Gelijk het gebeurd is na de verzoeking in de woestijn.

Onderwijs Op het verdere pastorale onderwijs dient acht gegeven te worden. Gelijk de Heere Jezus na het afwijzen van de duivel niet alleen gelaten werd, zo komt Jakobus met zijn heilswoord. Van Jezus lezen we: en ziet de engelen zijn gekomen en dienden Hem (Matth. 4:1 1). Jakobus schrijft: “Naakt tot God en blij zal tot u naken” (vs. 8). De weg naar de Heere is open en de weg van de Heere is open en Hij komt. Nu mag uit het woord van Jakobus niet de conclusie getrokken worden dar het naderen van God afhankelijk is van onze daad. Er is geen sprake van voorwaarde. Maar als men komt, blijft de Heere niet op Zijn plaats. Lucas 15 is daar duidelijk een beeld van. We weten wat de Vader doet als de zoon terugkomt. De vader weet wat er leeft in het hart van de zoon en wat hij zoekt. Verzoening, herstelling. Zo zi jn zondebesef en bed roefd heid I evens ken m erken. Kenmerken waarbij schuldbelijdenis, het uitzien naar vergeving en herstelling betrokken zijn. Met herstelling wordt bedoeld dat het vlak is tussen de Heere en de zondaar. Het kennen wat geschreven staat: Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelg om Mijnentwil en Ik gedenk Uwer zonden niet (Jesaja 43:25). Terecht staat er in de Dordtse Leerregels dat het aanschijn van de verzoende God voor cle godvruchrigen zoeter is dan het leven (DL V' 13). Naar de beleving, de erkenning daarvan, werkt Jakobus pastoraal heen. Maar dan zal het ook moeten komen tot een reinigen van de handen en een zuiveren van de harren (vs. 8). Het reinigen van de handen , het wassen van de handen werd gedaan voor het binnengaan in het heiligdom, voor het verrichten van het dienstwerk (Exodus 30:19-21). Zo dient de levenswandel radicaal anders te worden. Maar ook de harten moeten gezuiverd worden. Hand en hart behoren samen te gaan, gelijk ze bij elkaar horen. Het moet komen tot een algehele breuk. De directe aanspraak ‘gij zondaars, gij dubbelhartigen’ kan wat oproepen. Toch is die aanspraak niet onterecht gedaan. Jakobus staat in dienst van zijn Zender en hij had Zijn wil te doen. Wat Jakobus deed was ook niet tegen het Woord. Reeds in het Oude Testament komen we aanspraken tegen. Het persoonlijke kan soms nodig zijn. Ook nu. Wordt er af en toe zo indringend, zo persoonlijk gesproken? Of wordt er vanwege de lieve vrede gezwegen? Soms is er meer mensenvrees dan vreze Gods. Waar liefde is tot de Heere en tor de medemens, het gemeentelid, zal er in bewogenheid tot geadresseerden gesproken worden. Met het uitzien dat de woorden treffen en dat er geen verzet zal komen. De aangesprokenen moeten komen tot daden. Reinigen en zuiveren. Niet vluchtig, maar goed. Is er de wil? Is er het kennen? Dat zijn vragen die rijzen. De wil wil de Heere werken en het bewijzen is mogelijk. Welk een gegeven middel is water. Wat wij niet kunnen doet water en daarbij zeep. Zo is er het genademiddel. Het bloed van Jezus Christus. Welk een kracht bezit het. Het reinigt van alle zonden. Het werkt geheel zuiverend. Welk een evangelie zelfs voor zondaren. Voor overtreders. Voor dubbelhartigen, die een dubbelleven leiden. Maar dat betekent niet dat het aanhoren en het in praktijk brengen in orde is. Wat Jakobus in vers 9 schrijft mag niet naast zich neer gelegd worden. ‘Gedraagt u als ellendigen, en treurt en weent, uw lachen worde veranderd in treuren, en uw blijdschap in bedroefdheid.’ Zeker het is rijk en groot dat er het evangelie is. Maar wie is men en hoe staat men tegenover de Heere? Men zondigde tegenover de Heere en dat vraagt besef van ellende, treuren. Jakobus wil zeggen: wat innerlijk geraakt heeft blijft niet verborgen. Het wordt gezien in de levens. Zondebesef leidt tot zondebekering. Berouw blijkt in daden. In de Psalmen worden we er ook op gewezen. Dan kan gezegd worden: die zijn oud-testamentisch. Maar worden de boetepsalmen in het Nieuwe testament afgeschreven? De kerk dient ook te leven bij haar belijden. Wanneer het gaat over het Avondmaal des Heeren (zondag 30) wordt gezegd dat het avondmaal ingesteld is voor hen die zichzelf vanwege hun zonden mishagen. In het klassieke avondmaalsformulier wordt gewezen op het bij zichzelf bedenken van eigen zonden en vervloeking tot zelfmishagen en verootmoediging voor God. Zeker, er staat meer, maar over wat er staat mag niet heen gelezen worden of in de praktijk niet van afgestapt worden. Er is wat onderwijs nodig om te bewaren voor valkuilen of zelfmisleiding. Het stuk van de ellende is niet een station. De innerlijke beleving van her schuldig zijn tegenover de Heere blijft niet beperkt tot een bepaalde periode. De kennis en het gevolg ervan blijven tot het einde van het leven. Dit leidt tot diepere verootmoediging en belijdenis voor de Heere en de toevlucht tot het bloed en de gerechtigheid van Christus en het schuilen daarachter. Vandaar dat het kennen en het beleven van de ellende een plaats dient te hebben in prediking en pastoraat. De intentie van Jakobus’ woorden mag niet ontbreken. Dat mag vandaag wel benadrukt worden in woord en geschrift. Want afstand nemen van een vroegere prediking is geen zeldzaamheid, maar komt al meer voor. Waar de band aan het verleden doorklinkt in prediking en gekend in gemeentezang en gezien in kleding, daarvan kan opgemerkt worden: dar hoeft zo niet meer in onze tijd. Het behoort tot de ‘oude cultuur.’ Onder die stulp hoort het thuis. Wanneer dit zo zou zijn, laat men daarmee duidelijk zien en horen dat het nu theologisch, praktisch- geestelijk zo goed gaat. Het effect moet merkbaar zijn. Laten we maar blijven bij het gegeven door Jakobus. Dat is een veilige koers. Met een rijke aanvulling; Vernedert u voor de Heere en Hij zal u verhogen (vs. 10). Op die woorden is het beeld van de tollenaar van toepassing (Lukas 18). Verootmoediging leidt tot verhoging. De Heere leidt tot de hoogste stand. Hij geeft het kindschap. Het kinderleven. Het onderwijs door Jakobus is niet doelloos. Het spreekt van bekering met uitzicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Bekering en uitzicht. Jakobus 4:7-10

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken