Bekijk het origineel

Spreken tegen een dode

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Spreken tegen een dode

7 minuten leestijd

Er is een vraag van een paar kinderen die ongerust zijn over hun moeder. Vader is twee jaar geleden heengegaan en dar heeft veel verdriet gebracht bij moeder en de kinderen. Dar is vanzelfsprekend. Als we onze dierbaren door de dood verliezen sterven we zelf ook een beetje of een beetje veel. Dat zijn slagen die we moeten verwerken, maar aan het verlies van hem of haar zullen we nooit wennen. Hoewel moeder, over wie ik nu een vraag kreeg, wezenlijk dezelfde is als toen vader nog leefde, zijn er toch enkele dingen die de kinderen enigszins verontrusten. Hoewel ze aan psychische hulpverlening denken, meenden ze ook dat het misschien nuttig zou zijn er ook iets over te schrijven in ons blad. Nu, hierbij dan! Ik denk dat dit geval bij meerderen herkenbaar is. Een artikel over dit onderwerp kan dus geen kwaad. Wat is het geval? Wel, moeder bezoekt vrij vaak vaders graf. Nu willen de kinderen daar niets van zeggen, maar moeder heeft verteld dat ze daar aangekomen hele “gesprekken” met haar man voert. Dan praat ze over de dagelijkse dingen en vooral over de kinderen. De zorg van ede kinderen is dat dit niet normaal is. Hun gedachte dat het eens over zou gaan is tot nog toe niet uitgekomen. Een gesprek met haar hierover heeft moeder behoorlijk van streek gemaakt. Alles maar laten gaan, of toch hulp zoeken? ik denk dat ik er slechts enige algemene opmerkingen over kan maken. In de eerste plaats omdat ik geen psychiater of psycholoog ben en ten tweede omdat ik de persoon in kwestie niet ken. Het was ook de wens van de kinderen om er enige algemene opmerkingen aan te wijden. Het spreken tot een dode op zichzelf is natuurlijk nutteloos. De persoonlijke toespraken die de overledene op zijn of haar begrafenis krijgt zijn de dwaasheid ten top. Dood is dood, denken vele mensen, maar als ze dat dan denken, spreek de overledene dan ook niet aan. Als we de ander lof willen toezwaaien, doe dat dan tijdens zijn leven. Het kan een manier van verwerken zijn, maar het is naar mijn idee eerder een symptoom van armoede en leegheid. Men weet eenvoudigweg niets te zeggen. Ik zeg het zo vaak op een begraafplaats: hier staan we op een plaats waar de wereld met de mond vol tanden staat. Wat is het een voorrecht als we op het graf Gods Woord mogen verkondigen; een woord tot de levenden! En tussen haakjes: wat geen zin heeft tegenover een dode, heeft wel zin tegenover een geestelijk dode. Ezechiel stond te preken tegenover een dal vol met dorre doodsbeenderen en door de Geest Gods heeft het die doden tot het leven geroepen! Dat uw moeder uw overleden vader aanspreekt op diens graf, kan ook een vorm van verwerken zijn. Als je 40, 50, 60 jaar samen bent geweest, raak je toch wel veel kwijt als je je maatje verliest. De huwelijksband is heel uniek en wordt, als het goed is, door de jaren heen hechter en hechter. Je deelt dingen samen, die je niet nietje kinderen deelt, ook al zijn ze je nog zo lief. Komt daar een einde aan, dan is dat een uitermate pijnlijke slag, al weet ik zelf (gelukkig) niet bij ervaring war dat is. En juist daarom, omdat ik zelf niet in de schoenen van deze weduwe sta, wil ik heel voorzichtig zijn in mijn oordeel hierover. Uw moeder weet heel goed dat ze geen kontakt meer met haar overleden man heeft. Maar dat is nu juist zo moeilijk te accepteren. Het is voorbij, het is allemaal voorbij. En een mens wil vast houden. Maar de onverbiddelijke dood verhindert dat. De verwerking van een verlies gaat een proces in. Een verwerkingsproces. In een dergelijk proces blijft niets hetzelfde, er komen verschillende fasen waar je doorheen moet. Daarom denk ik dat het huidige gedrag van deze vrouw tijdelijk is. Een andere zaak is of we met onze noden en vragen en zorgen de weg naarde Heere kennen! De Heere Jezus weet uit ondervinding wat rouw en verdriet is en wil daarom een medelijdende en een medelevende Hogepriester zijn in onze smart. Bij Hem kunnen we dag en nacht terecht. Hij kent onze zwakheden en noden. En wat groter is: Hij zal op onze vragen antwoorden! Hij is de Levende! Hij is niet als een dode die niets meer hoort. Of we persoonlijk deze weg naar de Heere toe mogen kennen, is een vraag die tot ons allen komt. Gods Woord houdt ons voor: Ken Hem in al uw wegen en Hij zal uw paden recht maken, Spreuken 3. Ik weet ook van mensen die nooit naar het graf van een overleden familielid gaan. Sommigen zeggen: je vindt er toch niets. Nu, dat is natuurli jk niet waar. Je vindt er graven, graven met stenen er op. Stenen met soms aangrijpende en veelbetekenende teksten erop. De overledenen ontmoet je er niet, dat is waar. Maar om nu te zeggen datje er niets vindt? Ik heb er de Heere wel eens bij verrassing mogen ontmoeten. Een stille tocht over het grote graf in Driebergen, waar zoveel kinderen en knechten van God begraven liggen, deecl me de ernst van leven en dood onder ogen zien. Op het graf vind je de tijdelijkheid en de vergankelijkheid, een duidelijke boodschap van de Heere. En daarmee een duidelijke oproep van de Heere: zoek Mij en leef! Ik overdacht de heerlijke belofte uit het oude boek van Jesaja, hoofdstuk 26 vers 19: “Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij die in het stof woont, want uw dauw zal zijn als een dauw der moeskruiden en het land zal de overledenen uitwerpen”. Waakt op en juicht, gij die in het stof woont! Jesaja spreekt hier eveneens tot de doden. Het zijn wel de doden die in de Heere stierven. Ook de andere doden zullen opstaan, maar “tot versmaadheden en eeuwige afgrijzing”., zoals Daniël 12 zegt. Ik verzeker u dat ik een goed uurtje had daar op het graf in Driebergen. Ik ontmoette er de levende Heere. En dat voor zulk een, die de eeuwige dood verdiend heeft! En ik denk, ter afsluiting, aan het gedicht van oom Gerrit Post uit Urk, die overigens ook Boven mag zijn: “ik liep eens op het kerkhof, daar zag ik bloemen staan. Het waren tere bloemen, ze waren haast vergaan. Ze wuifden zachtjes in de wind. Ik las: hier rust ons lieve kind. Een witte steen lag op het graf; wij vliegen heen, als luchtig kaf. Vergankelijkheid, dat zag ik daar, want oud en jong lag naast elkaar. Die bloemen op het kerkhof, zij zeggen: mensenkind: wij vliegen allen henen, gejaagd als door de wind. Weemoedig ging ik heen, want ach, wat is het leven? Al wordt men nog zo oud, het is een zucht, maar even. Toch is de dood gedood, dat is gebeurd met Pasen. Dat is de werkelijkheid, geen loos gerucht, geen frase. O God, leer mij te sterven, te sterven hier beneên. Dan weet ik waar ik heenga, Uw licht mijn graf bescheen”.


Hebt u mogelijk hoewel nog jong zijnde, het zo verzondigd, dat u zou wanhopen aan genade, doe het nooit; God vergeeft gaarne, ook de zonden der jonkheid; als er maar oprecht berouw is, is de genade nog veel overvloediger; dan de zo'nde groot is. Hoe jeugdiger de bekering aan vangt, hoe meer genot u er zelfvan kunt hebben; hoe degelijker ook de vrucht, ais gerijpt en vol, voor het leven zal zijn.

G. Wisse, De bekering des mensen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Spreken tegen een dode

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken