Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Theodorus van der Groe. De bekering (11)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Theodorus van der Groe. De bekering (11)

7 minuten leestijd

Zondaren die lang en vruchteloos tot bekering zijn opgeroepen, worden door de Heere aan het oordeel van de verharding en de verlating overgegeven. De Heere laat hen dan voortgaan in hun blindheid en verstoktheid. Psalm 81 getuigt ervan. We lezen in de verzen 12 en 13 ‘Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord, en Israël heeft Mijner niet gewild. Dies heb Ik het overgegeven in het goeddunken huns harten, dat zij wandelden in hun raadslagen.’ We lezen in Matth. 13:13-15 over dit oordeel van verharding en geestelijke blindheid.

Oordeel van verharding
Dit oordeel van verharding was door de profeet Jesaja al voorzegd: Jesaja 6: 9 en 10. Jesaja profeteerde dat in de dagen van de Messias dit oordeel van geestelijke verstoktheid, verharding, doofheid en blindheid over het Joodse volk in Gods rechtvaardige toorn gebracht zou worden. Moed- en vrijwillig zou het Joodse volk zich dit oordeel op de hals halen. We lezen in Matth. 13:15 ‘Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.’ Er is sprake van hart, oren en ogen. Het hart is de geest of de ziel van de mens die bestaat uit verstand en wil. Het hart kan door genade de dingen des Geestes op de juiste wijze verstaan. De oren hebben betrekking op de aandacht van de ziel om goddelijke en geestelijke zaken te horen, te kennen en te begrijpen. De ogen hebben betrekking op het beschouwen en overwegen van geestelijke en goddelijke zaken. De Heere geeft wat nodig is om te horen, te beschouwen en te verstaan. Oren, ogen en hart zijn verdorven door de zonde. Daarom is het werk van de Heilige Geest nodig om op de juiste wijze te kunnen horen, beschouwen en verstaan. Het hart van het Joodse volk was dik geworden. Letterlijk staat er dat het hart vet geworden was. Vet belemmert het goed functioneren van het hart. Dit geldt lichamelijk en geestelijk. Van der Groe schrijft: “Zie, zo betekent het dik of vet worden van het hart niets anders als een zware, ja algehele verdoving, afstomping en verduistering van het verstand, en een verharding, verstoktheid en onbuigzaamheid van de wil; en dus een zeer droevige en jammerlijke verderving van de ganse ziel of het gemoed van de mens.” Het vet betekent geestelijke onkunde en duisternis. Er wordt niets begrepen van God en geestelijke dingen. Het kan terecht gezegd worden dat het hart van nature al dik of vet is, maar bij het Joodse volk is deze situatie al erger geworden door geen acht te geven op het spreken van God, door boosheid en zondigheid. Een lichamelijke ziekte wordt erger als er geen medicijnen of behandelingen worden aangewend. Zo is het ook in het geestelijke met het verdorven verstand. Hoe langer dit verstand zich voedt met de zonde, hoe erger de situatie wordt. Dam wordt het verstand hoe langer hoe dikker, stomper en ongevoeliger. Niet anders is het met de wil. Als God de zondaar aan zichzelf overgeeft wordt de wil hoe langer hoe dikker, stijver, verstokter en onbuigzamer.

Toepassing
Het is gevaarlijk langdurig te zondigen. Het is gevaarlijk moedwillig roepstemmen naast je neer te leggen. Op die manier was het Joodse volk verhard. Het hart was dik en vet geworden. Van der Groe schrijft dat de Heere in Zijn verborgen raad en oordeel toelaat dat het hart van zondaren dik en vet wordt. Zo komt het tot een ongeneeslijke onbuigzaamheid en onbekeerlijkheid die een zekere voorbode is van de eindeloze ramzaligheid van de zondaren en een eeuwig verderf. Velen zijn er op die manier al verloren gegaan en velen zullen er op deze wijze nog verloren gegaan. Je kunt weten of het hart dik en vet is geworden. Het blijkt hieruit: als een mens niettegenstaande alle aangewende middelen tot bekering niet verbeterd wordt. Het verstand neemt niet toe in geestelijke wijsheid en kennis, maar blijft duister. De wil blijft ongevoelig, onbuigzaam en hard. Er is sprake van verharding van het hart. Er is geen ijver. Men is lui en traag. Een geest van diepe slaap heeft het gemoed bevangen. Men leeft rustig, onverschillig en onbekommerd voort. Men vindt zijn vermaak in de zonde en in de wereld. Als dit alles lange tijd duurt is dit een kenmerk van een dik en vet hart. Van der Groe schrijft dat dit alles aanwezig is in zijn eigen gemeente. Er is weinig vrucht te zien. We geven een citaat: “En waarlijk, waar hoort men hier toch eens van wezenlijke overtuiging en bekering onder de mensen? Waar worden er hier onder ons eens mensen aan zichzelf ontdekt? Waar vindt en hoort men hier een heilig treuren en wenen onder het volk over de zonden: een verlegen uitzien, een rusteloos zoeken naar zaligheid en behoudenis bij God in Christus? Wordt hier op de fluit van het liefelijk zielzaligend Evangelie gespeeld, - waar wordt er van geestelijke vrolijkheid en blijdschap in de Heere, onder ons gedanst en opgesprongen? Worden hier droevige klaagliederen gezongen over des mensen ellende en rampzaligheid door de zonde, en de algemeen droevige onbekeerdheid des volks. O, waar wordt er hier geweend en recht belang in genomen? Blijft niet meestal het volk in valse gerustheid, in zorgeloosheid en onbekommerdheid voortleven, en dat of onder een schadelijk verzuim van de aangewendwordende middelen der genade, waaraan zich velen schuldig maken, of onder een sleurachtig en ui terlijk waarnemen van dezelve! En overmits de toestand van deze gemeente reeds een langdurige tijd alzo geweest is, zo is zulks een klaar teken, dat waarlijk ook het hart van dit ons volk reeds is vet en dik geworden.” Door langdurig zondigen, zorgeloos zijn en door aardsgezindheid is het hart dik en vet geworden. De prediking laat op het verstand geen indrukken meer na. De wil buigt niet onder God. Stil en gerust leeft men voort buiten God in de zonde. In Zijn rechtvaardige toorn over dit alles zou de Heere Zijn Geest kunnen wegnemen en Zijn hand kunnen aftrekken. Dan zou er geen mogelijkheid van bekering en genezing meer zijn. Als het hart vet en verstokt blijft kan dit oordeel niet uitblijven. Van der Groe roept op acht te slaan op de roepstemmen en vermaningen die de Heere laat uitgaan. Hij roept op tot ontwaken in het belang van de eeuwige behoudenis van de ziel. “Geloof en beken toch uw hardnekkigheid, zorgeloosheid en onbekeerlijkheid! Belijd het toch eens voor God en mensen, en verbergt het niet langer, maar roept uit, dat gij tot op deze dag zijt geweest, en nog zijt, een onbesnedene van oren en van hart, die de Heilige Geest altoos hebt weerstaan, gelijk uw vaderen, alzo ook gij! Laat u dit toch eens worden tot een zware schuld, die u met schrik vervult.” Van der Groe roept op tot belijden van gerustheid en zonde. “O, laat u door Gods Woord en Geest, door Zijn licht en genade, in en door Christus, toch van deze uw snoodheid en gruwelijkheid overtuigen! Eer de eeuwige slaap en de tweede dood u als een schuldeiser zullen komen overvallen! Neemt toch een waarachtig belang in uw jammerlijke rampzaligheid en in uw eeuwige behoudenis, in en bij de grote en enige Zaligmaker, Christus Jezus! Wendt en begeeft u tot Hem. Roept tot Hem en houdt aan in vurige smekingen en gebeden, om toch recht door Zijn Geest aan uzelf ontdekt en ondet Zijn vleugelen genezen te mogen worden. Wacht er toch niet langer mee, mijn vrienden, want met al uw gedurig uitstellen zal er nooit iets van komen, maar uw harten zullen dagelijks dikker ^ en vetter worden, en eindelijk in blindheid en verstoktheid zodanig toegroeien, dat God Zijn hand van u aftrekkende, er in eeuwigheid geen helpen of genezen meer aan zijn zal! De Heere God drukke onze vermaningen en het gewicht van de zaken met kracht, als het Hem behaagt, op ons aller zielen! - Amen!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 januari 2012

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Theodorus van der Groe. De bekering (11)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 januari 2012

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken