Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Abraham Hellenbroek (10)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Abraham Hellenbroek (10)

De blinde van Jericho

7 minuten leestijd

Lucas 18:35-43

Het lijden van Christus was aanstaande. Op Zijn weg naar Jeruzalem ontfermde Hij Zich over een blinde.

Gebed
De Heere Jezus naderde Jericho, omringd door de schare. In het verleden had de Heere deze stad in handen gegeven van de Israëlieten. Het was de toegangsstad tot het west- Jordaanland. Tegen het bevel van God in was de stad herbouwd door Hiël, wat hem zijn twee zonen kostte. In de tijd van Elia en Elisa was er te Jericho een profetenschool. De waterbron werd door Elisa gezond gemaakt. Josefus schrijft dat er 12.000 priesters woonden. Jericho was een grote stad met veel inwoners. Jericho had Gods rechtvaardigheid in het verleden leren kennen, nu zou Gods barmhartigheid er schitteren. De Zaligmaker was op weg naar Jeruzalem om te lijden. Een blinde werd op het gebed genezen door de Zaligmaker. De man was arm en blind, hij zat aan de weg bedelende. Het is een hele zaak om blind te zijn, maar nog erger als je daarbij ook nog arm bent. In Leviticus 25 staat dat er onder Israël geen bedelaars mochten zijn. Blijkbaar is men ver van de inzettingen van God afgeweken in het volksleven van Israël. Deze blinde bedelaar hoorde de schare voorbijgaan. Op zijn vraag werd hem gezegd dat Jezus de Nazarener voorbijging. Dit deed de blinde bedelaar roepen: ‘Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner.’ Hij riep Hem aan als Jezus, dat is Zaligmaker. Hij erkende Hem als de beloofde en lang verwachte Messias. De Joden verwachtten de Messias als de Zoon van David. Dat is meer en anders dan Jezus de Nazarener. De blinde zag meer als de schare. De blinde kon gehoord hebben van de wonderen die de Zaligmaker deed. Die wonderen kon alleen de Messias doen. “Daar nu zoveel kennis en geloof in het hart was, hoe kon daar de tong sprakeloos zijn om de Heere, de enige Geneesmeester aan te lopen? Onmogelijk. En daarom het geloof doet hem spreken: ‘Ontferm U mijner.’ Hij had buiten twijfel wel gehoord dat Jezus veel ellendigen geholpen had. En daarom bidt hij het ook voor zich. Hij begeert barmhartigheid van de Barmhartige en mededogen van die Hogepriester die medelijden met de mensen heeft.” De woorden van de blinde spreken van geloof, nederigheid en vertrouwen. De blinde was ook ijverig en standvastig in het gebed. Toen de schare hem bestrafte, opdat hij zwijgen zou, riep hij zoveel te meer: Zone Davids, ontferm U mijner. Hij volhardde in het gebed.

Genezing
Op het gebed stond Jezus stil. Dat was de eerste trap in de genezing van de blinde. Jezus beval dat de blinde tot Hem gebracht zou worden. Met één woord had de Heere hem kunnen genezen, maar Hij wilde het wonder verrichten ten aanschouwen van ieder. Toen de blinde tot Hem gebracht was, vroeg Hij wat de wens van die blinde was: ‘wat wilt gij dat Ik u doen zal?’ De Heere wist wel wat zijn begeerte was, maar hij wilde het uit zijn eigen mond horen. Zo zouden anderen horen van het geloof en vertrouwen van deze blinde. De blinde antwoordde: ‘Heere, dat ik ziende mag worden.’ Eerst had hij Jezus Davids Zoon genoemd, nu noemde hij Hem Heere. Hij zag iets van Zijn Godheid. Hij vroeg om ziende te worden. Het grondwoord betekent eigenlijk: weer ziende worden. Het lijkt erop dat hij tevoren heeft kunnen zien. ‘Jezus zeide tot hem: word ziende.’ Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er. Op het woord van Jezus werd de blinde ziende. Door Zijn krachtdadig bevel roept Hij de dingen die niet zijn alsof zij waren. Opmerkelijk is ook wat de Zaligmaker verder zegt: ‘Uw geloof heeft u behouden.’ De blinde geloofde dat Jezus hem ziende kon maken. Maar het zaligmakend geloof is niet uitgesloten. Het zaligmakende geloof kent ook het wondergeloof. De blinde wordt niet alleen naar het lichaam, maar ook naar de ziel behouden. ‘En terstond werd hij ziende.’ De blinde kon zien. Hemel en aarde nam hij waar. God alleen kan blinden het gezicht geven. Het gevolg was dat hij de Heere Jezus volgde en God verheerlijkte. Hij dankte God voor het wonder wat gebeurd was. ‘Al het volk, dat ziende, gaf Gode lof. Het volk maakte de Heere groot. Zij zagen het niet als duivelswerk. ‘Geloofd zij de Heere God, de God Israëls, Die alleen wonderen doet.’

Toepassing
Het wonder dat plaatsvond zou de Joden moeten overtuigen en ons verzekeren dat deze Jezus de ware Zaligmaker is, de Messias Die in de wereld zou komen. De Messias werd verwacht als de Zoon van God Die krachtig zou werken. Dat is gebeurd in de genezing van de blinde. De Messias zou ook een waar mens zijn uit het zaad van David. In Jesaja 35:5 staat dat hij de ogen der blinden open zou doen als een kenmerk van zijn Messiasschap.

Wij zijn allen van nature geestelijk blind. Onze ziel kan niet meer zien. We zijn niet alleen blind, maar ook arm. We zijn machteloos om onszelf te redden. We zijn ellendig, jammerlijk, arm, naakt en blind. Zo zitten wij aan de weg waar de Heere ons voorbij gaat. Christus komt dagelijks tot ons in de verkondiging van het Evangelie. De gezanten van Christus roepen blinden en kreupelen tot Christus. De Heere spreekt dikwijls tot geestelijk blinden: word ziende, en zij worden ziende.

De blinde wereld ziet niet eens om naar deze Medicijnmeester. Duizenden vragen niet eens naar Jezus. Nog minder roepen zij tot Hem. Zij begeren niet dat Hij Zich over hen zou ontfermen. Zij hebben de duisternis liever als het licht. Hellenbroek noemt de oorzaak: “Omdat de meeste mensen niet weten dat zij blind zijn, zij kennen hun geestelijke duisternis niet, maar zij menen dat zij zien, net als de ongelukkige farizeeën.” Zij denken te klein over het geestelijk zien van de ziel, waardoor men God en Jezus tot zaligheid kent. Het is een dodelijk teken niet te weten dat je blind bent, dan is er geen genezen aan. Als u Jezus, de Medicijnmeester der blinden, niet begeert is dat een bewijs dat u Hem niet kent. Dat is een teken dat u niet behouden zult worden. Als Jezus is voorbijgegaan zult u te laat roepen: Ontfermt U mijner. Dan zult u in uw blindheid sterven.

Onbekeerden, ziet net als deze blinde uit naar de Medicijnmeester. Het is nog de dag der zaligheid en Jezus is nog gereed en bereid om u te genezen. “Ga, zet u als een arme bedelaar aan de weg van het Evangelie neer, met een indruk van uw machteloze staat, zonder geld en zonder prijs, ledig en arm, in die gestalte, daar al de beloften van het Evangelie aan gedaan zijn.” Vraag toch ernstig naar de Heere Jezus. Schreeuw het uit en roep Hem achterna. Rust niet voor Hij Zich over u ontfermt. Ga naar de Heere Jezus toe. Laat uw smeking zijn: Heere, dat ik ziende mag worden. Dat ik door het geloof U mag zien en kennen. Dat ik de ijdelheid van de wereld mag zien, mijn zondige ellendestaat en verdoemelijke onmacht, dat ik vooral U eens zien mag in het eeuwige leven. “En ik kan u verzekeren: O, de Heere Jezus Die zou dan ook op u zien, uw geloof dat zou u behouden en Hij zou ook tot u zeggen: word ziende.”

Kinderen Gods zijn genezen van hun geestelijke blindheid. Laat de genezen blinde u tot een voorbeeld zijn: volg Jezus na en verheerlijk God. De navolging van Jezus is het grootste bewijs van dankbaarheid. Geef God de eer van het genadewonder aan u geschied. Erken Zijn wijsheid, genade en vrijmacht. Gebruik altijd het geestelijke licht tot eer van God. De schare heeft God verheerlijkt, zou u dan zwijgen? “En voorzeker, Hij zal dat geestelijke licht hoe langer hoe meer in u vermeerderen. En gij zult bereid worden door deze weg tot die staat daar gij zonder enige overblijfselen van geestelijke blindheid, nu niet meer zien zult als door een spiegel in een duistere rede, en daar gij het hier begonnen werk eeuwig zult vervolgen, Jezus en het Lam volgende, waar het ook henen gaat en God verheerlijkende, tot in een eindeloze eeuwigheid.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 januari 2013

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Abraham Hellenbroek (10)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 januari 2013

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken