Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Enkele bladzijden uit het levensboek van Job (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Enkele bladzijden uit het levensboek van Job (5)

4 minuten leestijd

Het geschiedde dan, als de dagen der maaltijden omgegaan waren, dat Job henenzond, en hen heiligde en des morgens vroeg opstond, en brandofferen offerde naar hun aller getal; want Job zeide: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen. (Job 1:5)

De vorige keer lazen we, hoe Jobs kinderen van tijd tot tijd feestmaaltijden hielden, en elkaar ter gelegenheid daarvan uitnodigden. Nee, we moeten daarbij niet denken aan feesten waarbij Jobs kinderen zich te buiten gingen aan te veel eten en drinken en andere uitspattingen. Als dát het geval was geweest, was de godvrezende Job heel anders omgegaan met zijn kinderen dan we straks zullen horen. We moeten denken aan gepaste feestvreugde.

Jobs zorg
En toch, als Jobs kinderen zo bijeen waren, was Job niet zonder zorg. Want Job wist wat er in een verdorven mensenhart woont. Job wist ook: ‘Er is geen tijd waarin mensen meer gereed zijn om zich te misdragen, dan als zij verkeren te midden van de gelegenheden tot vrolijkheid en blijdschap’ (Hutcheson). Dáárom horen we hem vol zorg zeggen: ‘Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en God in hun hart gezegend’. Die laatste uitdrukking wil zeggen: Misschien hebben ze God vaarwel gezegd. Afscheid van Hem genomen. Misschien zijn ze zo in het aardse en vergankelijke opgegaan, dat ze de Heere vergeten zijn. Dát is Jobs ‘heilige bekommering’ (Hutcheson).

Ouders, is dat ook onze zorg? Als onze kinderen nog thuis wonen? Maar niet minder wanneer onze kinderen het ouderlijk huis allang verlaten hebben? Zijn we wel eens bang voor de gevaren die de ziel van ons kind bedreigen? Klinkt het wel eens, als een noodkreet die opgezonden wordt naar de hemel: ‘Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend’?

Of ontbreekt bij ons de bewogenheid? Kennen we geen worstelingen om de zielen van onze kinderen? Zwijgen we, wanneer ze de zondag ontheiligen? Sluiten we onze ogen voor wat onze kinderen op zaterdagavond of op vakantie doen – wat niet weet, wat niet deert? Dragen we geen zorg voor een verantwoorde schoolkeus voor onze kinderen – ze mogen zelf kiezen?

Heiligen
Job droeg zorg voor de zielen van de tien kinderen waarmee de Heere hem gezegend had! En tegen die achtergrond is het, dat we lezen: ‘Het geschiedde dan als de dagen der maaltijden omgegaan waren, dat Job henenzond en hen heiligde’.

Als de feestmaaltijd voorbij was, stuurde Job een knecht naar zijn zonen en dochters met de boodschap dat hun vader hen verwachtte.

En wanneer ze dan gekomen waren, bracht Job voor hen allen een brandoffer. Maar voordat dit gebeurde, vond eerst iets anders plaats. Eerst ‘heiligde’ Job hen. Dat betekent: Hij gaf zijn kinderen de opdracht om drie dingen te doen. Ze moesten zich op de heilige offerplechtigheid voorbereiden door zich uiterlijk te reinigen, onder andere door hun kleding te wassen. Heilige plichten vragen om een heilige voorbereiding. Dat geldt nu nog! Bovendien riep Job zijn kinderen op tot zelfonderzoek: wie waren ze tijdens de feestmaaltijd geweest tegenover de ander, maar bovenal tegenover de Heere? En tenslotte moesten ze hun zonden voor de Heere belijden in het gebed. Dat ligt allemaal opgesloten in die drie woordjes ‘en hen heiligde’.

Bij het altaar
Wanneer daarna de volgende ochtend aangebroken was, ‘stond Job des morgens vroeg op en offerde brandoffers naar hun aller getal’. Laten we proberen, het ons voor te stellen. Daar staat Job, met zijn oudste zoon. En als priester van het gezin geeft hij zijn zoon de opdracht om zijn handen te leggen op de kop van het offerdier. Terwijl Jobs zoon dat doet, belijdt hij zijn zonden tegenover de Heere en bidt hij om vergeving en verzoening. Dan neemt Job het mes en slacht het dier. Hij legt het op altaar en steekt het aan. En hetzelfde doet Job ook voor al zijn andere kinderen.

Begrijpt u wat Job hier doet? Zo indringend mogelijk bepaalt hij zijn kinderen keer op keer bij hun zonden, die ze belijden moeten. Zo indringend mogelijk richt hij hun aandacht op Gods heiligheid, die voelbaar en zichtbaar is in de gloed van de hoog oplaaiende vlammen. En zo indringend mogelijk wijst hij hen op de enige weg waarin een zondaar vergeving zal kunnen ontvangen van zijn hemelhoge schuld. De weg van verzoening door voldoening. De weg van de plaatsvervanging. De weg van het offer, dat heenwijst naar Christus.

Tenslotte zegt onze tekst: ‘Alzo deed Job al die dagen’. Al die dagen. Totdat… zijn kinderen straks alle tien bedolven liggen onder het puin van een ingestort huis. O, wie zal beschrijven wat dat voor deze bewogen vader is geweest.

Maar één ding heeft Job zichzelf nooit hoeven verwijten. Dat hij er met zijn kinderen niet over gesproken heeft. Dat hij zijn kinderen nooit gewaarschuwd heeft. Want Job zocht het zielenheil van zijn kinderen. En wij?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 september 2015

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Enkele bladzijden uit het levensboek van Job (5)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 september 2015

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken