Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nabij God zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nabij God zijn

‘En de man van welken de duivelen uitgevaren waren, bad Hem dat hij mocht bij Hem zijn’ (Lukas 8: 38a).

4 minuten leestijd

Het is nog maar even geleden dat in het gebied van Gadara een huiveringwekkend gebed gebeden is. Het gebed van de inwoners van Gadara: ‘En de gehele menigte van het omliggende land der Gadarenen baden Hem, dat Hij van hen wegging’. Want voor deze Gadarenen weegt het verlies van hun varkens zwaarder dan de verlossing van hun ziel. De Heere Jezus willigt dat verzoek in. Hij keert Zich om en begeeft Zich in de richting van het schip. Hij zal het land van de Gadarenen gaan verlaten.

Maar op het moment dat dat gebeurt, klinkt daar, aan de oever van het Meer van Galilea nóg een gebed. Een gebed dat van een totaal andere inhoud is. Een gebed, door de liefde gedreven. Het is het gebed van de genezen bezetene. Deze man, die het voorwerp is geworden van de opzoekende liefde en herstellende genade van God, kent nog maar één verlangen. ‘En hij bad dat hij mocht bij Hem zijn’. Laten we over dat gebed een ogenblik nadenken. Wat is het voor verlangen dat daaruit spreekt?

Het is om te beginnen een verlangen dat God Zelf in het hart van deze man heeft gewerkt. Nog maar enkele uren geleden kwam er heel andere taal over de lippen van de man. Toen kwam hij, bezeten door een legioen van duivelen, dreigend op de Heere Jezus aangestormd en riep hij het in blinde vijandschap uit: ‘Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods des Allerhoogsten?’ Toen was er niets in deze man uit de graven, dat verlangde naar de nabijheid van Christus.

Van nature is dát ook ons beeld. Al zeggen we het niet met zoveel woorden, het ‘wijk van ons, want aan de kennis Uwer wegen hebben we geen lust’ ligt op de bodem van ons natuurlijke hart.

Maar nu is Gods liefde voor deze verlorene in Gadara zo groot geweest, dat Hij Zijn Zoon naar Gadara gezonden heeft. En Christus heeft het – in gehoorzaamheid aan Zijn Vader gezegd: ‘Laat ons overvaren aan de andere zijde van het meer’. Door een nacht van storm en golven is Hij naar Gadara gekomen. Hij heeft de bezetene in zijn verlorenheid en vijandschap opgezocht. Hij heeft deze man tot stilstand gebracht en in het stof laten neervallen. Hij heeft deze bezetene met een enkel machtswoord bevrijd van zijn duivelse bezetters. En Hij heeft de man gebracht aan Zijn voeten.

En toen is er in het hart van de genezen bezetene wederliefde gekomen. Wederliefde die blijkt uit het verlangen naar de nabijheid van Christus. Ook al wordt Hij verworpen door de mensen, uitgeworpen uit het land van Gadara – de genezene wil bij Hem zijn. Al zou hij de voeten van Christus maar mogen wassen. Al zou hij Diens schoenriemen maar mogen losmaken.

Onlosmakelijk daarmee verbonden is het verlangen naar meer onderwijs van Christus. Dát ligt ook opgesloten in zijn gebed om bij Christus te zijn. Deze man was aan de voeten van Christus gebracht als een leerling. En hij had daar beeldend onderwijs ontvangen. Wat zal er een verwondering geweest zijn in zijn hart, toen Christus hem in het beeld van de wegstormende en verdrinkende varkens liet zien, waar hij naar recht had moeten eindigen. Terwijl hij nu mocht zitten aan de voeten van Christus. Wat zal er een verwondering zijn geweest in zijn hart, toen hij in het gebed van de Gadarenen zijn eigen oude vijandschap tegen Christus beluisterde, en besefte dat Christus die vijandschap overwonnen had. Zo heeft de Heere de genezen bezetene onderwijs gegeven. En nu verlangt hij naar méér onderwijs. Hij wil zijn plaats aan de voeten van Christus niet kwijt.

En dan is er nóg een derde achtergrond van het gebed van de bezetene. Hij verlangt ook naar de bewaring van Christus. Bevreesd als hij is om weer terug te vallen in zijn oude bestaan. Zonder de gemeenschap met Christus zal hij nooit bestand zijn tegen een legioen van duivelen, tegen de macht van de zonde, tegen zijn eigen oude mens.

Herkent u het gebed van deze genezene? Vindt het weerklank in uw ziel? Is het u goed ‘nabij God te wezen’? Is het u te doen geworden om Zijn nabijheid, Zijn onderwijs en Zijn bewaring? Of… geldt het nog van u: ‘en zij baden Hem, dat Hij van hen ging’?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 november 2015

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Nabij God zijn

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 november 2015

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken