Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Scharnier

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Scharnier

5 minuten leestijd

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden); (Ef.2:4,5)

In de voorafgaande verzen tekent Paulus de doodstaat van de mens in ernstige bewoordingen. Alsof hij leefde in 2016. Hij heeft het over de overste dezer wereld, die de zondaar beheerst. Hoe machtige middelen heeft de wereld van onze tijd in techniek en wetenschap. Hij spreekt over de macht der lucht, alsof hij weet had van ethergolven, van muziek en mobieltjes; het is als de lucht, dat we inademen met het fijnstof van de zonde.
Dan de geest die werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid; deze geest lijkt ongrijpbaar, maar is uiterst reëel!
Dat geldt van ieder mens: onder welke wij állen verkeerd hebben. Als kinderen des toorns.
Een hopeloze toestand. Uitzichtloos en reddeloos!?
Het is een donkere kamer, waar je geen hand voor ogen ziet. Maar daar zwaait de deur open, op het scharnier van Gods genade. Maar God! De andere wereld komt in zicht. Maar! Wij kennen dat woordje ook heel goed. Ik ben wel gezond, maar…. Ik ga wel naar de kerk, maar…. Ik bid er wel om, maar…. Het kan een afgezaagd woord worden. Hier staat het anders.
“Maar God Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmee Hij ons liefgehad heeft!” Dat is een volzin! Eerst ging het over de zondaar, nu gaat het over God.
Wie is deze God?
Hij is rijk aan barmhartigheid. Hij toont grote liefde. Dat geldt ook van een God Die toornt tegen de zonde. Toch: grote liefde. Dat lijkt elkaar uit te sluiten. Toch hoort het bijeen. Kunt u dat rijmen? Het is moeilijk uit te leggen. Hoe zou een mens ook God in Zijn wezen kunnen verklaren? We begrijpen wel dat liefde toornen kan. U moet vanuit het geloof in Zijn toorn komen tot Zijn grote liefde, en omgekeerd. Daar geeft de Heere Zelf grond voor. We moeten het woordje “maar” leren zeggen.
Maar kan dat nu ook voor mij gelden? Mijn hart zit vol voetangels en klemmen, de deur zit op het nachtslot, mijn gedachten richten zich menigmaal tegen God.
Dat is erg genoeg. Een mens zou hier geen raad weten. Maar u noemt dit allemaal; hebt u er last van? Die diepe duisternis is geen belemmering. De Heere had deze mensen lief “ook toen zij dood waren in de zonden”. Er was in hen geen enkele reden.
Dat blijkt ook uit het moment waarop de Heere Zijn liefde toonde. Dat was bij de opstanding van Christus. Kent u het uur van uw wedergeboorte? Hoe oud was u toen? Het werd bewerkt toen we er nog niet waren. Hij heeft namelijk deze dode zondaren levend gemaakt met Christus en hen met Hem opgewekt. Toen zijn zij wedergeboren,levend gemaakt in Christus. Dat is hun bekering!
Ook dit geeft weer het vrije van Gods genade aan. Geen gebed, geen gevoel, geen berouw, geen waarheid, niets. Toen, in de opstanding van Christus, heeft de Heere Zijn liefde jegens zondaren getoond. Dat is alles onvoorwaardelijk het werk Gods. Zeker wordt dit uitgewerkt in de tijd, in het hart, in het bewustzijn. Werd het persoonlijk waar voor u?
In Christus. De levendmaking mag niet van Hem worden losgemaakt. Deze levendmaking is tegelijk de rechtvaardiging van hen als goddelozen. Daarom is dit nu ook mogelijk voor de meest goddeloze mens, omdat het verworven is door Christus, vanuit Zijn lijden en sterven.
Wie dit leest en leert, gaat van God uit denken. Wij denken meestal vanuit de mens, vanuit zijn vroomheid, zijn ernst, zijn zoeken. U moet dat alles wel in beeld hebben, maar u moet het niet zien als uitgangspunt. Nee, dat ligt alleen in God. Maar God! Ook zo vanuit God denken, dat ik niet Christus kan en moet aannemen, maar dat God Hem schenkt en voorstelt.

Daarom zegt Paulus hier ook tot tweemaal dat de Efeziërs uit genade zalig zijn geworden. Het is hier alles genade. De tweede keer (in vers 8) voegt hij daar nog iets aan toe: “door het geloof”.
Sommigen lezen dat zo: de zaligheid is Gods gave, maar het geloof is een daad van de mens. Christus heeft alles verworven, maar nu moet u dat geloven. Dat zeggen Evangelische en bevindelijke christenen eenparig. Maar het is duidelijk dat het woord “gave” ook slaat op het geloof; dus op de zaligheid (de verwerving) en het geloof (de toepassing).
ij de Heere is alles te verkrijgen. Dus hebben we de gestalte van de bedelaar nodig, van de tollenaar in de tempel. Denk niet vanuit de mens. U komt om met al het uwe. Zonder genade en geloof blijft er slechts een toornend God over. De Heere biedt u Zijn genade aan, opdat u deze door een waar geloof zou aannemen.
Aanbieden en aannemen! Dat is de goede orde. Niet ons, o Heere, Uw Naam alleen!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 mei 2016

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het Scharnier

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 mei 2016

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken