Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van het zwaard dat de overheid draagt - pagina 17

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van het zwaard dat de overheid draagt - pagina 17

6 minuten leestijd

kend feit, dat ook in ander opzicht hnn opvattingen door de Gereformeerden in dezen tijd niet meer worden gedeeld. Dat zij ten opzichte van het oorlogsprobleem ook een middeleeuwsch standpunt innamen, moge begrijpelijk zijn, doch het is toch onverstandig ons, Christenen van de 20ste eeuw, die opvattingen op te willen dringen. Wat meer consequentheid zou niet kwaad zijn. Men ga dan ook in ander opzicht tot de opvattingen van Rivet terug, maar zoo niet, dan eische men anderzijds ook niet van ons, dat we de opvattingen van den theoloog Rivet een zekere onfeilbaarheid gaan toekennen, enkel en alleen omdat Rivet omstreeks 1600 een bepaald standpunt heeft ingenomen ten opzichte van het oorlogsprobleem. Thans wil ik nog iets zeggen over de artikelenreeks „Kerk en Vrede" van Dr. J. Severijn in „De Rotterdammer" en bijbehoorende bladen. Dr. Severijn eer ik als een man, die, in tegenstelling met zooveel anderen, in een critiek op mijn vorige brochure, de waardigheid en den broederlijken toon heeft weten te bewaren. Toch moet ik een en ander aanmerken op zijn artikelenreeks. In artikel 6 zegt Dr. S. : „Vandaar dat ook de ontwapenaar de politie niet wil doen verdwijnen, hoewel deze naar zijn idealistisch beginsel evenzeer als een sta-in-den-weg voor zijn ideaal van saamleving moest gelden. Met zijn redeneering van naastenliefde kan men ook de politie wegredeneeren, immers de mensch mag geen ondeugd doen jegens zijn naaste." Ik ben ook ontwapenaar. Welnu, ik heb niets op met het woord „idealistisch beginsel", omdat ik ons, door de zonden verdorven leven, heel niet idealistisch zie. Wel is mijn Christelijk beginsel hier in het gedrang. En dat acht de politie geen sta-inden-weg, hoogstens een noodzakelijk kwaad. Maar hoe het ook zij, de politie vindt voor mijn geweten haar bestaansrecht in Romeinen 13. Ik wensch de politie niet weg te redeneeren, want in Romeinen 13 heeft de overheid in de politie het middel ontvangen om de macht over haar onderdanen te handhaven. Maar, zooals gezegd, die macht strekt zich niet uit over andere gelijkberechtigde overheden. Daarom kan ik het niet eens zijn met wat Dr. Severijn laat volgen : „De logica is zoek, als men politie blijkbaar noodig acht voor de onderlinge verhoudingen des volks, doch geen sterken arm begeert voor de verhoudingen tusschen volk en volk. Wanneer men tot bescherming der orde politie noodig acht, geeft men zelf aan de overheid het zwaard in de hand en erkent, dat de traditie goed is, die leert, dat God het zwaard in de hand der overheid ordineerde." Met zoo'n betoog blijven we in een cirkel ronddraaien. Als het al on-logisch is, wél de politie te willen, maar niet de militie, dan is het toch zóó, dat Gods Woord voor ons menschelijk begrip onlogische taal spreekt en dan zeker niet voor het eerst. Er is in den Bijbel zooveel Goddelijke logica, die tegen onze menschelijke logica ingaat. Ik beroep mij hier evenwel op Rom. 13, het hoofdstuk, waarop de bewapenaar zich ook beroept; waarop Dr. Severijn zich ook beroept, maar waarin ik alleen de rechtsorde zie aangegeven voor onderdaan-overheid, die in een gansch andere verhouding tegenover elkaar staan dan overheid-overheid. En zeker erken ik, dat God het zwaard in de hand der overheid ordineerde, maar nadrukkelijk maak ik daarbij het voorbehoud : Paulus zegt dat, wijzende op de macht, die de overheid over haar onderdanen heeft. Daar draait in dit hoofdstuk alles om. Het zwaard der overheid, om over haar onderdanen te 10

heerschen. Niet om het te keeren tegen een andere overheid. Thans het slot van het artikel van Dr. Severijn : „Tegenover dief en moordenaar binnenslands erkent men het zwaardrecht der overheid en ontheft men haar organen, de justitie en politie, van het gebod : „Gij zult niet doodslaan". Tegenover den dief en moordenaar, die van buiten optreedt, zou men haar van haar macht en orgaan willen berooven. 't Is inderdaad een vreemde redeneering." Die redeneering moge vreemd lijken, of ze het is, is een andere vraag. Ik stem toe, dat ze menschelijk-onlogisch kan klinken. Maar niet de menschelijke logica is hier maatgevend ; alleen de Goddelijke logica. Het recht van de overheid jegens dief en moordenaar onder haar onderdanen, ligt in Rom. 13 vast. De overheid, die den moordenaar straft met het zwaard, ondanks het „Gij zult niet dooden", vindt haar recht daartoe in Rom. 13 omschreven. Maar dat recht gaat alleen over den eigen onderdaan. Niet tegen een vreemden staat, niet tegen een andere overheid. En het argument: „maar de dief en moordenaar van buiten ", wijs ik af juist op dezen grond, dat in dit als criterium gekozen 13e hoofdstuk van den Romeinen-brief alleen de rechtsorde wordt beschreven, die God heeft gegeven, opdat onderdaan en overheid beiden weten, hoe hun wederzijdsche verhouding behoort te zijn, zal het wezen : een Christelijke samenleving. Trouwens, Dr. S. voelt zelf ook het onderscheid wel in de verhoudingen overheid-onderdaan, en overheid-overheid. In zijn 7e artikel schrijft Dr. Severijn : „Het is waar, men staat tegenover de v/eermacht vaak anders dan tegenover de justitie en politie. Wellicht zal men onze beschouwing omtrent het zwaard der overheid in verband met haar organen van justitie en politie niet willen wraken — doch deze niet willen toepassen op de weermacht." En al aanvaardt de hooggeachte schrijver dit voorbehoud dan niet, hij geeft hiermede toch zijn zwakke plek bloot. Inderdaad, de weermacht is wezenlijk wat anders dan politie en justitie. En de conclusie aan Romeinen 13 ontleend : vandaar de weermacht (militie of defensie), is inderdaad van menschelijke vinding. De moeilijkheid is ook : als we de weermacht op grond van Romeinen 13 niet geoorloofd achten, hoe, in vredesnaam, moet dan het verkeer tusschen de volkeren geregeld worden ? Dat is inderdaad een moeilijkheid. Een moeilijkheid, die ontzaggelijk groot is geworden, nu eeuwen achtereen de Christenheid gemeend heeft, dat Romeinen 13, want hiermede komt men altijd weer aandragen, ook het recht gaf het zwaard op te heffen tegen een gelijkberechtigde partij ; dat zwaard, dat in de handen der overheid was gelegd, om haar macht enkel en alleen over haar onderdanen te handhaven. Als men een wagen een verkeerden weg op laat rijden en altijd maar verder rijdt, kan er een oogenblik komen, dat men ziet: de wagen is hopeloos vastgereden ; hopeloos weggezakt in modder en veen. Vooruit kan ik niet meer, want de weg is verkeerd. Maar achteruit kan ik ook niet meer. Dat is uitgesloten ; de wagen zit vast ! Als 't met de wereld, met de Christenheid ten opzichte van het oorlogsvraagstuk óók zoo is gesteld, God zij ons genadig, maar wat 't dan moet worden, dat weet ik niet ! Want nu wil ik Dr. Severijn toch een consciëntievraag stellen, als Christen tegenover Christen. Ik zal dan beginnen met nog één stukje uit zijn 7e artikel te citeeren en daarop direct te laten volgen een citaat van wijlen Prof. Bavinck. Dat moet iedereen 15

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1931

Brochures (TUA) | 41 Pagina's

Van het zwaard dat de overheid draagt - pagina 17

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1931

Brochures (TUA) | 41 Pagina's

PDF Bekijken