Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De mensch als 'levende ziel' - pagina 13

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De mensch als 'levende ziel' - pagina 13

2 minuten leestijd

gezamenlijke Nederlanden zijn niet minder dan drie vierden doopsgezind geweest" dan is dit „Doopsgezind" in zoover waar, dat deze menschen eerst dan hun „oud-menniste gevoelens" over de menschwording van Christus en over doop en avondmaal en kerk voordroegen, als zij daartoe gedwongen werden in het dispuut met hun rechters en inquisiteurs. Maar zoo weinig was hun dit „stelsel" in hun leven, dat zij er in hun brieven anders niet van repten (Dr. Cramer a.b. pag. 36). „De kringen van deze briefschrijvers waren nog verre van den tijd, waarin maar al te zeer vraagstukken over den ban 1 ), de gemeente-ordeningen en de menschwording de harten en althans de hoofden in beslag zouden nemen." Tot zoover Dr. Cramer als boven pag. 37. Toen allerwegen de Gereformeerde Leeraars hieromtrent het volk onderwezen in het Woord — en toen de Gereformeerde kerken werden geïnstitueerd vloeide de breede stroom van Schriftgehoorzame Dooperschen uit in de Gereformeerde kerken. Niettemin bleef in het volksleven heel wat „Doopersche zuurdeesem" hangen. De predikanten hadden in hun gemeenten daaromtrent gedurig terechtwijzing en vermaning te oefenen. Tot op den huidigen dag loopt er ook in de Gereformeerde kerken een „onderstroom" van Doopersche afkomst — ondanks de zuivere officieele belijdenis. De Doopersche zuurdeesem komt vooral uit in de bovengenoemde onderscheiding van 't godsdienstige en het gewone leven als 't hemelsche en het wereldsche. 't Gewone leven, waarin volgens de Heilige Schrift de goedheid Gods heerlijk uitblinkt, heet dan „maar wereldsch" — en als iemand den Heere wil dienen moet dat per se door godsdienstigheid, alsof de Heere niet óók de Koning is over Zijn volk in hun gewone alledaagsche dingen. Deze Doopersche dwaling heeft geheele streken zoo besmet, dat het een zware strijd is geweest om Gods volk daar warm te maken voor de belijdenis van Gods ordinanties voor de politiek en de opvoeding der jeugd. Deze dwaling maakt de menschen ook rijp voor de propagandisten van de leer, dat de regel van het Koninkrijk der hemelen (bergrede) hetzelfde is als Gods ordinantie over de aardsche Overheid. Zij zijn zeer licht geneigd om Jezus' Koninkrijk, dat niet van deze wereld is, te stellen in de plaats van Pilatus' „Koninkrijk" dat bij de gratie Gods wél van deze wereld was. Dat laatste is immers „wereldsch", zondig, en moest er eigenlijk niet zijn. ') Hoe kan de eene „geheiligde persoon" nu den andere uitbannen zonder twisting onder de „broederen." 11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1934

Brochures (TUA) | 55 Pagina's

De mensch als 'levende ziel' - pagina 13

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1934

Brochures (TUA) | 55 Pagina's

PDF Bekijken