Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Grondslag en karakter van de Italiaansch-fascistische staatsleer - pagina 59

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Grondslag en karakter van de Italiaansch-fascistische staatsleer - pagina 59

2 minuten leestijd

BEOORDEELING VAN DEN FASCHISTISCHEN STAAT

57

belijdend christendom onvereenigbaar. „Fascisme is de religie van den staat" verklaarde Mussolini. (Ermarth). Van huis uit was Mussolini een verbitterd vijand van allen godsdienst. Op 25 Maart 1904 verklaarde hij te Lausanne: „God bestaat niet. Van wetenschappelijk standpunt is de godsdienst een dwaasheid, practisch is hij een onzedelijkheid; voor den enkelen mensch is hij een ziekte". Op 28 September 1919 sprak hij te Milaan : „Ik zou mij een heidensch volk wenschen, dat strijd en leven en vooruitgang wil zonder blind aan de geopenbaardheid te gelooven en dat ook de vertroostingen van het wonder veracht". (Heller). Na de verkrijging van de macht heeft Mussolini echter zijn houding veranderd; hij ging naar de kerk, liet het kruis weer op het Capitool en in Colosseum plaatsen en in alle schoollokalen herstellen, voerde weer katholiek godsdienstonderwijs in, zielszorg voor de militairen, vrijheid van dienstplicht voor de geestelijken, gaf vroeger verbeurd verklaarde kloosters terug, en sloot eindelijk het tractaat van het Lateraan, wel de grootste concessie van alle. Hij paste thans toe, wat hij enkele dagen voor den opmarsch naar Rome te Milaan reeds gezegd had: „wij spelen op alle snaren van de lier, wij spelen van godsdienst zoowel als van geweld, van kunst evenzeer als van politiek" (Heller). Hij toonde zich een trouw leerling van Pareto en Macchiavelli : de benutting van alle ideologieën in het belang van den staat onder eigen minachting van hun inhoud. Andere fascisten wijzen op het feit, dat de Roomsch-Katholieke kerk bij de Italiaansch-imperialistische tradities behoort; dat het volksdeel, dat aan de „godin" Italië niet genoeg heeft, zich met de christelijke ideologie kan verkwikken; op de beteekenis van de gezantschappen, die de Paus overal in de wereld heeft en die zoo goed als uitsluitend door Italianen bezet zijn, en zoo meer. Maar al is men zoo op practische gronden genoopt een vrij vriendelijke houding aan te nemen tegenover het christendom, de rasechte fascisten moeten er in beginsel niets van hebben, want zij begrijpen zeer wel, dat fascisme en katholicisme elkander logisch en practisch wederzijds uitsluiten. Een dezer fascistische extremisten, Evola, schreef in 1928 een boek over „Heidensch imperialisme", waarin hij betoogt, dat Europa, omdat het totaal verslapt is door het christendom, daardoor niet meer begrijpt, wat staat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 februari 1934

Brochures (TUA) | 88 Pagina's

Grondslag en karakter van de Italiaansch-fascistische staatsleer - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 februari 1934

Brochures (TUA) | 88 Pagina's

PDF Bekijken