Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beekjes der rivier - pagina 41

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beekjes der rivier - pagina 41

12 meditaties

2 minuten leestijd

alles groot maken. Dat was het heerlijke in dien weg. En hij is groot geworden. Werd hij niet een rijk begenadigd kind van God? Werd hij niet een machtig koning, die kon zingen dat Moab zijn waschpot was en dat hij op Edom zijn schoen zou werpen? Ziet, de Heere voerde hem in een vaste stad. Ja, is het land Palestina immer zoo groot geweest, dan onder zijn regeering en onder Salomo's beleid? En eindelijk: was het niet het volk Gods, het volk der verkiezing, dat hij mocht leiden in de wegen des Heeren? Zie, dat alles doet ons eenigermate gevoelen, dat God hem leidde door de doornen tot de sterren. Zulks doet hem nu niet met een Nebukadnezar zichzelf verheerlijken, maar ootmoedig den Heere prijzen in de woorden: „Gij — Mij." Wie is David? De kleinste uit 's Vaders huis. En wat is 't huis van Jesse te Bethlehem? Hij is slechts een zondaar, eenen, die genade alleen redden kan. Welk een aanbiddelijke weg is het dan ook, dat die groote God met hem, nieteling, die hij is, te doen wil hebben. Soli Deo Gloria. Hoe groot is die David we^ niet als we hem bijzonder noemen een type van Christus. De Borg der Gemeente is ook dien weg gegaan. Hij heeft Zichzelf vernederd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende. De staat Zijner vernedering bestaat in vijf trappen, die beginnen bij Zijn nederige geboorte en die eindigen in Zijn nederdalen ter helle; Uw verootmoedigen, mag Christus ook wel getuigen, want zulks was toch naar den raad Gods tevoren bepaald. God vernederde hem aldus, omdat de schuld der kerk op hem gelegd werd, en mitsdien kwamen ook de plagen op Hem. De mensch stond eenmaal hoog in Eden, maar is vanwege zijn zonde laag gevallen. En zal nu de zondaar weer uit zijn diepen val opgehaald worden, dan zal de Zone Gods zich eerst moeten vernederen, om dien zondaar uit zijne ellende op te halen. Hij zal in hunne plaats moeten komen. En nu is hij in de volheid des tijds in hunne plaats gekomen, en heeft in zijn dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid de verlossing teweeg gebracht. Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd. Vier trappen van verhooging vormen samen de staat Zijner verhooging. Groot is Hij als Verlosser. Groote gaven geeft Hij weg, en dat alles tot eere 46

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 30 april 1934

Brochures (TUA) | 49 Pagina's

Beekjes der rivier - pagina 41

Bekijk de hele uitgave van maandag 30 april 1934

Brochures (TUA) | 49 Pagina's

PDF Bekijken