Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beekjes der rivier - pagina 19

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beekjes der rivier - pagina 19

12 meditaties

2 minuten leestijd

moeilijk om als leidsman op te treden. Gaat het voorspoedt onder de leiding, dan worden de leiders vergood (wat ook ver keerd is) en komt de tegenslag, dan worden de leiders verguisd" Hoe past het ons juist voor allen, die leiding in het leven hebben te geven, te bidden of de Heere hen zelf ten leidsman wil wezen Deze leiders zijn goede leidslieden. Mozes legt in bitterheid zij n ambt niet neer, want hij weet zich van God geroepen. Ook spreekt hij geen hatelijke woorden tot deze rebellen terug," noch ook gaat hij zichzelf verdedigen, maar hij roept tot God. Wel verdedigt hij Gods eer en wijst er hun op, dat zij God verzoeken God is wel lankmoedig, maar wee indien wij die lankmoedigheid gaan bespotten. Mozes vraagt den Heere raad en de Heere geeft raad. Hij is trouw! Mozes wordt opgedragen, om den staf te nemen en met de oudsten als getuigen te gaan naar Horeb, alwaar hij op de rots moet slaan en dan zal de Heere aldaar tegenover hem staan en water geven. Alzoo is het geschied en Israël mocht ondanks zijn zonden volop nog water drinken uit den rotssteen van Horeb. Sindsdien heet de naam dier plaats Massa en Meriba. Dat is een herinnering aan Israëls zonde: zij hebben God verzocht (Massa) en met Mozes en Aaron en in hen met God getwist (Meriba). De zonde laat, ook al is ze vergeven, altijd een lidteeken achter. Dat wij dat bedenken. Want wij zijn niet beter dan Israël van weleer. Wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle. Ja, past hier ook niet het woord: „Wie van u zonder zonde is, werpe den eersten steen"? O, als God met ons in tegenheên handelt, dan zijn wij zoo licht tot murmureeren gereed. En welk een zonde is dat? Heeft God er geen recht op, dat wij Hem vertrouwen? Israël was geleid door de zee en had gedronken te Mara en kreeg eiken morgen wonderbrood, zag het volk dan niet, dat God in het midden van hen was? Was er dan geen reden, om op God te vertrouwen? En toch wantrouwen ze God. Wat is de mensch! Ook wij hebben bewijzen van Gods macht en gunst en toch: waar is ons geloof? Gelukkig indien het ons tot zonde wordt, want dan krijgen wij genade noodig. Die genade nu wil God ons bereiden en schenken. Zulks wordt ook te Massa en Meriba getoond. Het water, dat uit de rots alhier vloeit, spreekt ons van Gods genade in Christus. Hij is de rots, 20

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 30 april 1934

Brochures (TUA) | 49 Pagina's

Beekjes der rivier - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van maandag 30 april 1934

Brochures (TUA) | 49 Pagina's

PDF Bekijken