Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christusprediking bij het modernisme - pagina 24

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christusprediking bij het modernisme - pagina 24

Een critische beschouwing van derzelver aard en motiveering. Rede bij de overdracht van het rectoraat aan de Theologische School der Christelijke Gereformeerde Kerk te Apeldoorn op dinsdag 18 september 1934

2 minuten leestijd

stelsel zelf gemaakt kan worden. Kent deze philosophie zulk een schat van inhoud, als gevonden wordt in de wezenselementen der religio objectiva en subjectiva? Ik ontken het ten zeerste, getuige de kracht welke van dezelve religie uitgaat in de wereld. — Zulk een vat op de menschheid heeft de Hegeliaanscbe philosophie niet. En geen enkele philosophie. En zou hier dan vrucht van een lagere orde, van een leugenachtige, van een „malle" (Bolland) althans aanschouwd worden? Deugt de onderstelling zelve wel, dat de religie verphilosofeerd moet worden. In den jongsten tijd heeft men althans reeds gewaagd (in die zelfde school) van: wijsbegeerte als religie. Dat is precies omgekeerd. — Inderdaad, het tasten en zoeken der philosophen, wat bij haar schaduwen zijn, het wordt (voorzoover het goede elementen zijn) in realiteit en vervulling gevonden in de christelijke theologie en religie. Wie de christelijke religie ver-Hegelt, verliest met de feiten, met de christelijke realia, met den inhoud van onzen Christus, ook de idee welke men er uit zou willen uitpeilen. Bolland noemt in zijn voorwoord bij bovengenoemde preeken van Dr v. d. Berg v. Eysinga zulke preeken een spreken in een „christelijke taal". Juist, taal, meer niets. In deze preeken staan zinnen, die we zouden kunnen onderteekenen, mits onder voorwaarde, dat we het dan in volle reëele feitelijkheid bedoelen, maar als dan een „dorstige ziel" eens werd duidelijk gemaakt, dat eigenlijk deze zijn „dorst" niet deugt, want dat hij het geheel moet verphilosopheeren, wat dan? Wat een steenen voor brood! v. d. Berg citeert doodgewoon allerlei gesprekken en woorden uit het Nieuwe Testament; maar waarheen nu, als dit alles dan Hegeliaansch* moet uitgelegd? Dan vervalt meteen die z.g.n. „stichtelijkheid". Een Christusprediking welker stichtelijkheid berust op „malligheid" (Bolland) is erger, dan openlijke ontkenning. Men wil hier nadoen wat een orthodoxe prediker „toepassing" noemt; maar 't wordt doorgedacht een ön-stichtelijk aandoende caricatuur. Een passage luidt: „nu gaat God U wederbaren, nu draagt Hij de wereldsmarten aan het hout des kruises, en wordt zelf het offerlam, dat al uw zonden wegdoet van voor zijn aangezicht Hij staat gereed de gekruisigde, die ook is verrezen en die U komt roepen tot zijn bruiloftdisch".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 september 1934

Brochures (TUA) | 39 Pagina's

Christusprediking bij het modernisme - pagina 24

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 september 1934

Brochures (TUA) | 39 Pagina's

PDF Bekijken