Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christusprediking bij het modernisme - pagina 32

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christusprediking bij het modernisme - pagina 32

Een critische beschouwing van derzelver aard en motiveering. Rede bij de overdracht van het rectoraat aan de Theologische School der Christelijke Gereformeerde Kerk te Apeldoorn op dinsdag 18 september 1934

2 minuten leestijd

cultuur; de al verder voortgaande ontmaskering van den waan, dat de wetenschap een triumftocht heeft gevierd; veeleer is Brunetière's woord ingeslagen, deze Fransche christen-philosoof toch sprak van het faillisement der wetenschap; terwijl de leer van het irrationeele en van het ignorabimus almeer in eere komt. Voorts de voortgang der psychologie; de volte face in de nieuwere wijsbegeerte; dan de wereldnood. Kortom al deze factoren werkten mede, om voor den mystieken Christus een plaats in te ruimen. Christus een mystischphilosophisch-theosofisch begrip; dat aan de wondere zielsversmachting een troost suggereert, een ontmoeting Gods waarborgt, het is op die manier alles; namelijk, zoo luidt het in die kringen, namelijk zoolang we ons in het Westelijk halfrond oriënteeren. En daarom is Christus ook weer niets. Want realiteit, absolute realiteit heeft dit begrip niet. Men zou, gesteld dat ge in Indië of in Japan of China waart geboren, allicht een diergelijke zielsontmoeting kunnen beleven langs een anderen weg dan door „Christus". Dan kon Tagore of Gandhi of diergelijke, ook een „Heiland" worden. Inderdaad als de ziel vreemd blijft van de oorzaken van haar Godsgemis, is zoo iets ook mogelijk te achten binnen de sfeer eener „natuurlijke religie", maar waarbij mijn eigenlijke huidige nood noch gekend, noch beleefd wordt. Het nieuwere modernisme moge naar de symbolen, op den klank af beoordeeld, vrij wat dieper peilen en inniger voelen, een psychologischer religieusiteit ontvouwen; het is consequent doorgedacht de religieusiteit van het pantheïsme. In den nieuweren tijd met sterk sociaal-voelenden inslag. Waarbij de Christus almeer een sociologische beteekenis krijgt, en „maatschappelijk werk" een al belangrijker factor wordt. Hier vinden we almeer een overbuiging en groei naar Jaurès en de Man. Maar Iaat ons vernemen, hoe de voorname tolk dezer neo-moderne beweging zelf er over denkt; Roessingh, gelijk deze ons nader inlicht in zijn „De uitgangspunten eener christologie". Hij wil christologie, die gebouwd is op een realiteit in den persoon van den Jezus van Nazareth, dien het nieuwe Testament ons leert kennen: „een stuk van Gods openbaring in deze wereld". — Toch zegt hij: „de sprong van den Nieuw Testamentischen Christus tot de historische werkelijkheid daarachter, blijft een sprong".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 september 1934

Brochures (TUA) | 39 Pagina's

Christusprediking bij het modernisme - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 september 1934

Brochures (TUA) | 39 Pagina's

PDF Bekijken