Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christusprediking bij het modernisme - pagina 10

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christusprediking bij het modernisme - pagina 10

Een critische beschouwing van derzelver aard en motiveering. Rede bij de overdracht van het rectoraat aan de Theologische School der Christelijke Gereformeerde Kerk te Apeldoorn op dinsdag 18 september 1934

2 minuten leestijd

Christus wel als middelpunt der openbaring; maar om in dien Christus door God te worden opgeleid tot steeds meerdere godgelijkvormigheid. We moeten dies in de religie opgevoed, niet zoozeer tot de voorschriften van Christus, als wel tot Hem zelf, n.1. om door Christus met God in vereeniging te geraken. Jezus het groote heilige voorbeeld. — De gansche Groninger theologie is op deze wijze één en al weerspreking van het zoenoffer van Christus. 3o. Oud modernisme. (Opzoomer c.s.). Uit den aard der zaak kon de stand van zaken zóó niet blijven. Daartoe is de menschelijke geest te zeer logisch-consequent in zijn denkfunctionneering. — Men zon op een nieuwe theologie. Deze kwam als derde phase omstreeks de helft der 19e eeuw op, in het dusgenaamde oudmodernisme van Opzoomer c.s. — Deze nieuwe periode wordt door Dr. Roessingh gekwalificeerd als de bewustwording van de tegen-

stelling van het moderne denken en de gangbare opvatting van het christendom. Immers de Hegeliaansche reddingspoging had gefaald. Omstreeks 1830 meende Hegel het oude christendom nog te kunnen redden. Hegel had een soort vrede tusschen cultuur en christelijk dogma trachten te sluiten. Het oude christelijke dogma zou zijn een manier, een wijze, waarop men het Absolute zou kennen, althans benaderen. Maar dat is uitgeloopen op Strausz en Feuerbach. Geen wonder! — Er moesten te groote concessies aan beide kanten worden gedaan. En zoo begreep men: vóóruit, of achteruit te moeten. — Het oud-modernisme droeg een „nieuwe.theologie" voor; waarin Christologie en Soteriologie al minder tot hun recht kwamen, of ganschelijk werden geschrapt. Het theo-centrische, en dan nog op hun manier werd bij deze mannen al meer het karakteristieke hunner theologie. Wat toch was die nieuwe theologie? Hoofdzakelijk natuur-religie; d.w.z. de toenemende kennis der natuur dwong, om het oude dogma te laten varen; maar die natuur met haar wetmatigheid moest gekend, om daarin God te zien. Opzoomer droeg een theologie van natuurkunde voor. — Hoe meer ge de natuur kent „in God", hoe minder er voor Christus een plaats overblijft. In het bouwwerk der natuur werd al meer aan den steen een plaats ontzegd. —

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 september 1934

Brochures (TUA) | 39 Pagina's

Christusprediking bij het modernisme - pagina 10

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 september 1934

Brochures (TUA) | 39 Pagina's

PDF Bekijken