Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Calvinistische en impressionistische aesthetiek - pagina 18

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Calvinistische en impressionistische aesthetiek - pagina 18

2 minuten leestijd

zijn misbruik. Een eerbaar tragisch en komisch drama zou, zoo het te verkrijgen ware geweest, niet zijn afgewezen. Wat Calvijn te Genève onder zekere voorwaarden wel wilde, waren opvoeringen vanwege het stadsbestuur van eerbare stukken, zonder beroepsacteurs en voor allen vrij toegankelijk. Echte tooneelkunst is wel terdege in staat, stukken op te voeren, die boeien en veredelen. Daar echter in de historie gebleken is, dat tooneelkunst in de practijk niet kan zijn, wat ze zijn moet, mede omdat het niet oorbaar te achten is, dat voor ons genot personen van hun twintigste tot hun zestigste jaar optreden in een rol, zoodat eigen karaktervorming wordt belemmerd, trok het Calvinisme zich van dit hoofdgenre der litteraire kunst terug, althans wat het spelen van dramatische kunst betreft. De democratische zin van het Calvinisme heeft daarentegen bouw- en beeldhouwkunst tegengehouden en ook kunstbloei in schaduw van een weelderig hofleven. Het calvinisme heeft steeds vastgehouden aan de onscheidbaarheid van ethiek en aesthetiek. Ware kunst moet niet slechts in het algemeen een heiligdom voor het gansche volksleven zijn, maar ook om dit te kunnen zijn, een directe en natuurlijke uitgieting van zijn godsdienstig leven. Het wezen van het ware kunstwerk gaat tegelijk met de schoonheid van zijn vorm op in de ethische waarde van zijn inhoud. De dichters moeten een eigen stempel dragen. Hun worsteling, om in hun werk hun God terug te vinden, moet één zijn met de worsteling van God om den mensch. Kuyper wil een voeden van de geestesaristocratie en van den eenvoudige door de calvinistische litteratuur. Bilderdijk is voor hem de geestesaristocraat, Cats de zanger van de eenvoudigen. In echt Kuyperiaanschen stijl zegt hij: „Waar Cats den lof zong van bier en haring, daar vroeg Bilderdijk om wildbraad en wijn." En als conclusie: Veerkrachtig wordt ons volk weer, als de hoogere standen bij Bilderdijk de katharsis van het schoone weer vrij op zich laten inwerken en de lagere hun leven weer doopen in den glans eener Catsiaansche poësie. Zoo schreef Kuyper in 1888. Het was hem natuurlijk niet ontgaan, dat reeds drie jaar lang een tijdschrift bezig was, „het geijkte beeld aan Bilderdijks poësie te verfoeien" en het oorspronkelijke in eigen werk te verheerlijken, omdat zijn medewerkers hun eerste tegenstelling: verheven poëzie contra huiselijke — hadden geruild voor de in hun oogen veel meer 17

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 maart 1935

Brochures (TUA) | 51 Pagina's

Calvinistische en impressionistische aesthetiek - pagina 18

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 maart 1935

Brochures (TUA) | 51 Pagina's

PDF Bekijken