Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de verkondiging - pagina 7

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de verkondiging - pagina 7

Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het hoogleraarsambt vanwege de Nederlandsche Hervormde Kerk aan de Rijkuniversiteit te Utrecht op maandag 6 mei 1935

2 minuten leestijd

gegevene ons alleen maar aangaat, omdat en voorzoolang wij het zelf gekozen en genomen hebben: immers voortdurend stelt allerlei gebeuren zich brutaalweg vlak voor ons en zegt: „zie hier ben ik"; dan zijn wij, ingebeelde toeschouwers, veeleer zelf genomen en gekozen. 3 ) De toeschouwerpositie moge altijd iets onwerkelijks hebben, bij ons onderwerp is dit nog in het bijzonder het geval: het speelt (als ik het zoo mag zeggen) een verraderlijk spel met den toeschouwer. Voor onze verbeelding staat de kerkelijke verkondiging daar als een tooneelstuk: het wordt ginds in de verte op de planken gespeeld en wij zitten in den schemer op een afstand parterre of in onze loges en zien toe. W i j zien toe: en in dat toezien ligt het verraderlijke. W a n t hoe is het met een tooneelstuk? Is de vertooning daar op de planken de schijn; en is de werkelijkheid uw gemakkelijke en goede plaatsing? Als het stuk goed gegeven wordt en gij raakt „erin", dan zijt gij het, wien het aangaat, al wat daar op de planken gebeurt; dan wordt de rust van uw goede zitplaats heel onwerkelijk en de vertooning, die maar schijn is, veel werkelijker, dan uw rust. Dan overstelpt de nieuwe werkelijkheid met haar bewogenheid de eerste geheel en heeft er een totale omkeer plaats: dat wat daar op de planken gebeurt, is het één en het al. Dat is het verraderlijke van zulk een toeschouwerpositie. En het is geenszins oneerbiedig voor de verkondiging, om met zulk spel te worden vergeleken. Deze mogelijkheid schuilt in de kerkelijke verkondiging, en ligt ook verborgen in het toe-schouwen zelf; dit kan immers zoo worden, dat men het zijne gaat ontdekken daartegenover zich, en zich als 't ware bij-zichzelf-vandaan begeeft, — is men dan nog toeschouwer of reeds deelgenoot? Nu de zaak zelf. Waarom gebruiken wij het woord „verkondiging" en niet „prediking"? Beide woorden zijn klassiek en worden vaak, als volkomen gelijkwaardig met elkaar verwisseld. Zij staan niet ver van elkaar. Toch is in de titelkeuze een voorkeur voor het woord verkondigen uitgesproken. Prediken, nog meer het huiselijke „preeken" lijkt mij eenigszins in discrediet te geraken, doordat dit woord in ons weldoorpreekte vaderland de bijsmaak van een zelfgenoegzame vermaning gekregen heeft, een vermaning, waarvan de inhoud bij alle deelhebbers verondersteld wordt allang bekend te zijn. Toch is dit niet de oorzaak, waarom wij dit woord ver-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 6 mei 1935

Brochures (TUA) | 33 Pagina's

Over de verkondiging - pagina 7

Bekijk de hele uitgave van maandag 6 mei 1935

Brochures (TUA) | 33 Pagina's

PDF Bekijken