Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De erkenning van den doop, buiten eigen kerkverband bediend - pagina 66

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De erkenning van den doop, buiten eigen kerkverband bediend - pagina 66

2 minuten leestijd

minder geldt mijn bezwaar, dat hij niet voldoende er aandacht aan geschonken heeft, hoe in de dagen van Calvijn de situatie anders was dan tegenwoordig. Het ging toen in het bijzonder om de vraag, hoe men de Roomsche Kerk te beschouwen had, de Kerk, waaruit de Reformatoren zelf waren voortgekomen en waarin zij den doop ontvangen hadden. In het referaat heb ik er reeds voor gewaarschuwd dat vooral niet uit het oog te verliezen en er op gewezen, dat we daarom met tal van citaten van Calvijn toch nog niet veel kunnen bewijzen in het aanhangige geding. Ik moet daarvoor nu verder naar het referaat zelf verwijzen. Alleen wil ik nog opmerken, dat Prof. Kuyper weliswaar in het geding gebracht heeft hetgeen Calvijn geschreven heeft in de Institutie IV, 2, 11 en 12, maar dat hij daarbij laat liggen hetgeen er volgt na de woorden, ,,dat er ook onder zijn tyrannie Kerken blijven." Wanneer wij daar acht op geven krijgen wij toch wel weer een heel anderen indruk. Er volgt letterlijk — de zin loopt door — „maar dan kerken, die hij door heiligschennende goddeloosheid ontheiligd en door een vreeselijke heerschappij verdrukt heeft, die hij door slechte en verderfelijke leeringen, als door giftige dranken, bedorven en bijna gedood heeft: in welke Christus halfbegraven verborgen is, het evangelie verduisterd, de vroomheid verdreven en de dienst Gods bijna vernietigd is; in één woord, waarin alles zoo verward is, dat daar veeleer de gedaante van Babyion dan van Gods heilige stad zich vertoont. Kortom ik zeg, dat er kerken zijn in zooverre de Heere de overblijfselen van zijn volk, hoe ellendig verstrooid en uiteengejaagd dan ook, daar op wonderlijke wijze bewaart, in zooverre er eenige kenteekenen der kerk blijven bestaan, en wel voornamelijk die kenteekenen, wier kracht noch de listigheid van den duivel, noch menschelijke boosheid kan vernietigen. Maar omdat daarentegen daar die teekenen vernield zijn, waarop wij in deze uiteenzetting voornamelijk moeten letten, zeg ik, dat iedere vergadering en ook het geheele lichaam van het pausdom de wettige gedaante van een kerk mist." 24) En niet alleen, dat Prof. Kuyper dit liet liggen — het zou 24) Cursiveering van mij. Hier blijkt wel heel duidelijk, dat inzake de „pluriformiteit" zonder moeite uit de Institutie citaat tegenover citaat is te stellen en dat we noch aan den eenen, noch aan den anderen kant met eenvoudig citeeren van Calvijn kunnen volstaan. Dit is ook wel uitgekomen in het debat tusschen de Professoren Hepp en Schilder op dit punt. Zie: Reformatie, jrg. 14 en 15.

66

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1936

Brochures (TUA) | 82 Pagina's

De erkenning van den doop, buiten eigen kerkverband bediend - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1936

Brochures (TUA) | 82 Pagina's

PDF Bekijken