Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op ter kruisvaart

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op ter kruisvaart

6 minuten leestijd

Zelfs de grootste vreemdeling in onderwijskundig Nederland, die het RD leest, kan na vrijdag 13 februari 1981 weten dat er belangrijke dingen staan te gebeuren. In het RD-plus van die datum werden de lezers door de heer E. Blaauwendraat, leraar aan De Driestar te Gouda, in een twee pagina's groot artikel ingelicht over de nieuwe basisschool die vermoedelijk D.V. augustus 1983 van start zal gaan.

Nu, hij deed dat met gloed en verve. Met de deur in huis vallend somt hij aanstonds niet minder dan negen punten op. waarin de huidige lagere school met de toekomstige basisschool zal verschillen. Om. naar de schrijver meedeelt, onduidelijkheid te voorkomen, wordt alles fors zwart-wit gesteld.

Na vervolgens in het voorbijgaan prof. J. Waterink te laten opmerken dat het christelij k onderwijs er nooit in geslaagd is om een eigen didactiek te formuleren, wordt het kleuteronderwijs geprezen om zijn gezellige drukte en het huidige lager onderwijs afgewezen op zijn oude 19e eeuwse 'kennis-is-deugd' ideaal: de onderwijzer doet voor, de kinderen doen na, de afvallers, die geluk hebben, blijven op de lagere school, de overige 100.000 worden uitgestoten naar de wildgroei van het buitengewoon onderwijs.

Voor degenen die het nu nog niet weten, vat de schrijver de bezwaren tegen de huidige lagere school nogmaals samen:

- het zittenblijversprobleem

- de eenzijdige vorming van kinderen

- het centraal stellen van de leerstof i.p.v. het kind

- de uitstoot naar het BuO. enz.

Gelukkig kan onze docent aan De Driestar de lezers meedelen dat de nieuwe basisschool voor al deze problemen de oplossing is. Het sociaal en pedagogisch verwoestend zittenblijven zal niet meer bestaan, omdat het leerstof jaarklassensysteem zal zijn verdwenen. Inspelend op de individuele verschillen zal elk kind die leerstof krijgen, die bij hem past. Via veelzijdige vorming zal de leerling kennis maken met alle terreinen des levens, want hij moet toegerust worden voor het leven. Hoe

zal hij zich anders straks staande kunnen houden in onze zich razendsnel ontwikkelende samenleving?

De lezer, die zich nu begint af te vragen of dit allemaal wel gestalte kan en mag krijgen in een christelijke basisschool, wordt gerustgesteld met het onderwijs-modewoord 'Schoolwerkplan'.

In het schoolwerkplan van de nieuwe basisschool zal immers de identiteit van het christelijk onderwijs centraal staan. Hoe identiteit gestalte zal krijgen wordt uitvoerig beschreven aan de hand van het opvoedingsdoel van prof. J. Waterink en als een ware evangelist trekt Blaauwendraat nu de kolommen door om de niet-overtuigenden te overtuigen.

Na dit alles veronderstelt de schrijver dat het iedereen duidelijk moet zijn: in 1983 kiezen we niet voor of tegen integratie, maar voor een structuur, waarin het christelijk onderwijs het best zal gedijen.

Daarom roept de schrijver, als een moderne Petrus van Amiëns, onderwijskundig Nederland op ter kruisvaart. 'Het zal een moeilijke klus worden', zo verzekert hij ons, 'maar het is de moeite waard.'

Allermist reformatorisch

De goede verstaander zal ondertussen begrepen hebben dat er op het artikel van de heer Blaauwendraat wel een en ander valt aan te merken.

Om met het belangrijkste punt te beginnen: in principieel opzicht is het volstrekt onverantwoord.

Wanneer de schrijver de doelstelling van prof. Waterink uitwerkt, merkt hij onder meer op: In ons onderwijs zullen we de kinderen moeten begeleiden dat zij in situaties waarin zij kunnen kiezen (in vrijheid) leren het goede te doen en het kwade te haten.' Verderop noemt de schrijver dit 'de kern van de opvoeding tot zelfstandigheid.' Hij meent deze stelling te kunnen onderbouwen met de Dordtse Leerregels: want ondanks dat de Dordtse Leerregels zeggen dat de mens onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad (H. 3/4:3) wordt hij toch opgeroepen om als een goede boom vruchten voort te brengen (H. 3/4:11).'

Het klinkt op het eerste gezicht allemaal zeer reformatorisch, maar wie het in de Dordtse Leerregels naleest, leest in (H. 3/4:11 iets wezenlijks anders: anneer God in Zijn uitverkorenen de ware bekering werkt 'beweegt en sterkt Hij die wil alzo. dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen.'

Mocht de heer Blaauwendraat van oordeel zijn dat dit een oproep aan de mens is, dan moet hij in datzelfde H. 3/4 maar eens verder lezen.

Verwerping der dwalingen:3: . .dat is, allerlei goed, hetwelk hem (d.i. de mens) voorkomt, uit zichzelven zou kunnen en willen verkiezen, of niet willen en niet verkiezen. Dit is een nieuwigheid en dwaling.'

Maar eist God van elk mens dan niet het goede te doen en het kwade te haten, zo zal de schrijver ons tegenwerpen.

Zeer zeker, 'maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen door het ingeven des duivels en door moedwillige ongehoorzaamheid van deze gaven beroofd.' (HC. vr. en antw. 9)

De heer Blauwendraat geeft er blijk van de zondeval en zijn verwoestende werking, zo niet te ontkennen, er zeker in opvoeding en onderwijs niet mee te rekenen.

Zijn beschouwing van mens en kind is allerminst reformatorisch; ze is theologisch gezien remonstrants en pedagogisch gezien humanistisch.

Allerminst historische verbondenheid

Zakelijk gezien bestond het artikel uit een brede uiteenzetting van de kenmerken van de oude lagere school en die van de nieuwe basisschool.

De beschrijving van de kenmerken gebeurde steeds door vergelijking van oud en nieuw. Voor deze methode is, zeker in een dagblad, alles te zeggen.

Zwart-wit redeneren is terwille van de duidelijkheid dan erg verleidelijk, maar niet ongevaarlijk.

Door zwart-wit redeneren kan de vergelijking van de voordelen met de nadelen onevenwichtig worden en ontaarden in karikatuurtekening. Helaas verviel de heer Blaauwendraat daartoe en kon de vergelijking alleen maar nadelen opleveren van de oude lagere school en uitsluitend voordelen van de nieuwe basisschool.

Als voorbeeld daarvan moge dienen, dat reeds bij aanvang van zijn betoog gesteld werd dat de huidige lagere school nog nooit bekeken heeft of de leerstof die we de kinderen aanbieden past bij de uitgangspunten en doelstellingen van ons onderwijs.

Naderhand meende hij dit te kunnen bewijzen met de klacht van prof. Waterink over het gebrek aan een christelijke didactiek. Wie deze redenering accepteert als bewijs, zal dan echter ook de ongerijmdheid moeten aannemen dat er b.v. voor de Nationale Synode nog nooit is nagedacht over verkiezing en verwerping, omdat tot die tijd de kerk daar expliciet geen belijdenis van gedaan heeft in haar geschriften. Het verleden van het christelijk onderwijs afdoen met de opmerking dat er nog nooit is nagedacht is een karikatuur, omdat ik weiger te gelo-

ven dat allen die ons in het christelijk onderwijs zijn voorgegaan, zich geen rekenschap zouden gegeven hebben van hun handelen.

Hij die met de heer Blaauwendraat wel gelooft, kan het verder met hem eens zijn als hij ongenadig afrekent met het verleden van het christelijk onderwijs en dat onderwijs in wezen eerst laat beginnen in 1983. Ter overdenking op hun 'kruistocht' zij hen meegeven wat eenmaal prof. J. Huizinga schreef in zijn 'Geschonden Wereld': 'Laat men niet vergeten, dat de wil om te behouden, om eerbiedig te ontzien wat de vaderen hebben nagelaten, een verleden achter zich heeft van duizenden jaren, en dat hoogste culturen in dien geest van behoud hebben geleefd.'

Vraagt men naar de mate, waarin zich de gehoopte verandering verwezenlijkt, dan blijkt uit de geschiedenis altijd, dat de vernieuwing bij het ideaal en bij de verwachtingen verre achter blijft.' (blz. 215). Mocht de heer Blaauwendraat vanuit deze instelling alsnog tot bezinning komen over de nieuwe basisschool, dan treed ik gaarne met hem in discussie,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1981

Criterium | 36 Pagina's

Op ter kruisvaart

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1981

Criterium | 36 Pagina's

PDF Bekijken