Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heeft de pedagogiek nog gereformeerd perspectief?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Heeft de pedagogiek nog gereformeerd perspectief?

14 minuten leestijd

Inleiding

In aansluiting op het artikel van de heer Van der Garde (Criterium, 23e jaargang nr. 3) zal in deze bijdrage aandacht geschonken worden aan het pedagogisch gedachtengoed van de hedendaagse gereformeerde gezindte en zal gepoogd worden dit denken te toetsen aan de door mijn collega gegeven karakteristieken van het pedagogisch denken van de Nadere Reformatie.

Ik wil dat doen door achtereenvolgens aandacht te schenken aan ds. G.H. Kersten, ds. P. Zandt en drs. D. Vogelaar.

Tot op zekere hoogte is de keus van de personen willekeurig. Wel stond mij daarbij een zodanige selectie voor ogen, dat het mogelijk zou zijn om enige lijnen af te kunnen tekenen.

Om dat perspectief te kunnen aanbrengen, wil ik alvorens aandacht te schenken aan genoemde personen, nader ingaan op de ontwikkelingen die zich in onze eeuw met betrekking tot het denken over de opvoedingsdoelstelling hebben voltrokken. Ik ontkom er niet aan om te beginnen met te herhalen wat reeds door mijn collega met betrekking tot de doelstelling is geschreven.

De doelstelling in het verleden

Van der Garde is voor wat betreft de Nadere Reformatie onder andere nader ingegaan op het doel van de opvoeding. 'Uitdrukkelijk zien we steeds dat opvoeding in kerk, gezin en school in de eerste plaats tot doel heeft dat Gods naam verheerlijkt en voortgeplant wordt van kind tot kind, maar tevens dat deze opvoeding tot heil van de samenleving zal zijn', zo concludeerde hij¹)

Men zou deze doelstelling kunnen samenvatten met de woorden 'godzaligheid en dienstbaarheid'. 'De Christelijke opvoeding der kinderen is een opvoeding der kinderen uit het geloof, naar Gods Woord, strekkende tot Gods eer, tot algemeen welzijn van ons vaderland, en tot heil van Christus' gemeente en der kinderen' Zo formuleerde De Swaef het opvoedingsdoel en zo deden in essentie alle vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie het.

Het aspect van dienstbaarheid als zodanig is niet exclusief voor de Nadere Reformatie. Ook het humanisme van die tijd beoogde een opvoeding tot dienstbaarheid aan de samenleving, waarbij overigens dient opgemerkt te worden dat deze dienstbaarheid een totaal andere dimensie had dan die van de Nadere Reformatie. De laatste kan men niet los zien van artikel 36 NGB.

Godzaligheid streefde het humanisme echter niet na. Voor Erasmus en zijn geestelijke volgelingen is niet godzaligheid, maar een religieus gekleurde humaniteit het hoogste goed. Daarmee is enerzijds geïllustreerd dat de Nadere Reformatie is ingebed in zijn tijd. Ook onze oudvaders waren tot op zekere hoogte kinderen van hun tijd. Anderzijds illustreert hun denken een overstijging van de tijd, een zich ontworstelen aan de geest der eeuw.

De wending in het doelstellingdenken

Binnen het pedagogisch denken in protestants-christelijke kring heeft zich in onze eeuw met betrekking tot de formulering van de opvoedingsdoelstelling een fundamentele verandering voltrokken.

Bij de neo-gereformeerde pedagogen als Bavinck en Waterink herkent men n in hun opvoedingsdoelstelling met enige welwillendheid de aspecten dienstbaarheid en godzaligheid.

’Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust", zo formuleerde Bavinck 'De vorming van de mens tot zelfstandige, God naar Zijn Woord dienende persoonlijkheid, geschikt en bereid al de gaven, die hij van God ontving, te besteden tot Gods eer en tot heil van het schepsel, in alle levensverbanden, waarin God hem plaatst", aldus Waterink Overigens voelden beiden, zeker Waterink, zich weinig congeniaal met het gedachtengoed van de Nadere Reformatie. In de neo-calvinistische kring sprak men in dat verband wel over 'valse mystiek'. Ze grepen in hun pedagogische werken dan ook niet terug op een Koelman, Wittewrongel en De Swaef.

Al gaat het mij dus te ver om de aspecten godzaligheid en dienstbaarheid geheel en al aan hun doelstelling te ontzeggen, feitelijk zijn we bezig om door een verkeerde bril naar hun denken te kijken.

e De neo-calvinistische denkwereld van Kuyper en zijn navolgelingen had in wezen een optimistische tendens en was ten diepste wezensvreemd aan die van de Nadere Reformatie.

Theologisch klinkt dat optimisme door in de leer der veronderstelde wedergeboorte en maatschappelijk en cultureel is er het streven alle terreinen des levens te brengen onder heerschappij van koning Jezus. Pro Rege, voor de Koning, zou Kuyper met een ondertoon van triomfalisme schrijven

Dat optimisme vinden we terug in de doelstelling. Bavinck en Waterink staat

niet de vorming van een godzalig en dienstbaar mens voor ogen, de wereld bezittende als niet bezittend, maar een zelfstandige, de wereld veroverende mens. Terecht merkt ds.Golverdingen op dat hij. naast de notie van het vreemdelingschap, in Waterinks doelstelling te veel de diepe afhankelijkheid van de zegen des Heeren mist 6) .

Geheel in neo-gereformeerde geest trekt de gereformeerde psycholoog prof. Wijngaarden de lijn van Bavinck en Waterink dan ook door en formuleert als opvoedingsdoel: n-volwassenheid 7) . Een volledig op aarde en het aardse gerichte doelstelling, die zover verwijderd is van het denken van Reformatie en Nadere Reformatie als het oosten van het westen. Het feit dat de volwassenheid in Wijngaardens visie vanuit een religieuze levenshouding enig godsdienstig reliëf ontvangt, doet daar niets aan af.

Het is frappant om te zien. hoe dicht men met Wijngaarden ondertussen op de VU genaderd is tot het opvoedingsdenken in rooms-katholieke en religieus humanistisch getinte kring. Tijdgenoten als Ferquin en Langeveld formuleerden hun opvoedingsdoelstelling, respectievelijk volwassenheid en zelfstandigheid, wezenlijk niet anders dan Wijngaarden het deed 8) .

We moeten helaas constateren dat in protestants-christelijke kring niet alleen e sprake is van het verschijnsel "kinderen van de tijd" te zijn, maar ook van conformering aan de tijdgeest. En we weten dat het er daar na Wijngaarden niet beter op is geworden.

De vraag dringt zich ondertussen op, of het aanleunen tegen Waterink. zoals bijv. Vogelaar daar in zijn publicaties blijk van geeft, wel verantwoord is 9) . We komen daar straks nader op terug.

Ds. Kersten

el Het wordt tijd om de blik naar binnen te richten en het pedagogisch denken en van hen die zich verwant weten aan Reformatie en Nadere Reformatie, we duiden ze voor het gemak maar aan met Jansens term 'bevindelijk gereformeerden', nader te bezien. We moeten daarbij afgaan op incidenteel verschenen artikelen, omdat een standaardwerk over pedagogiek in genoemde

kring ontbreekt. De oorzaak van die afwezigheid laten we hier verder rusten. Allereerst dan ds. Kersten. Hij was geen pedagoog, had ook de pretentie niet, hoewel het onderwijs zijn warme belangstelling had.

Zijn schriftelijke nalatenschap over de opvoeding is beperkt. Hij heeft slechts eenmaal expliciet aandacht besteed aan de christelijke opvoeding en wel in een aantal Saambinders van 1938, waarin hij een voor de onderwijzersvereniging (GOV) gehouden lezing publiceerde 10) .

Ds. Kersten formuleerde daarin, zoals altijd, pregnant en bondig. 'Het allervoornaamste doel is de verheerlijking Gods', zo hield hij de onderwijzers voor. Verder benadrukte hij het doctrinaire en practicale karakter van het godsdienstonderwijs. Sprekend over het onderwijs in de Bijbelse Geschiedenis stelde hij met nadruk: 'Hoe noodzakelijk de kennis van de feiten in deze gegeven, ook zijn moge. nochtans hebbe de Christelijke opvoeding meer te geven dan deze geschiedenis alleen.(..) De Christelijke opvoeding eist onderwijhet zing in de leer der waarheid.' En wanneer hij voor ons gehele volk het recht van een christelijke opvoeding opeiste, stond hij daarmee in de politieke traditie van onze oudvaders.

Ik meen hiermee te mogen volstaan om voldoende te hebben aangetoond dat ds.Kersten daarmee geheel dacht in de lijn der Nadere Reformatie. De oudvaders waren hem trouwens dierbaar. 'Laat te midden van de vele arbeid, bij al de studie waartoe de opgeschroefde tijd ons dwingt, toch dagelijks een enkel uur overblijven om ons in de Waarheid te oefenen. Lees vooral de oude rechtzinnige schrijvers', zo wekte hij zijn gehoor in 1937 op.

Ds. Zandt

Ook ds.Zandt was geen opvoedkundige van professie. We mogen dan ook zijn incidentele pennevrucht over ouders, opvoeders en jeugd, waarmee hij zijn Banierartikel 'Het jeugdvraagstuk' (1951) ondertitelde, niet lezen alsof we hier te maken hebben met een uitgebalanceerde pedagogische visie U) . Het zijn niet meer dan een aantal practicale gedachten, die treffen door hun kernachtigheid. Ook hij greep rechtstreeks terug op de Reformatie. 'En toch wil het naar de eis van Gods Woord zijn. dan zal in alle gezinnen en op alle scholen de jeugd opgevoed en opgeleid moeten worden naar de stelregel, welke in de kringen der oude Christelijke Kerk

en die der Reformatie dienaangaande gesteld is.’

Van der Garde heeft gesproken over de antinomie van de opvoeding. Ds. Zandt formuleerde het zo: 'Wij geven hierbij grif en onvoorwaardelijk toe. dat geen vader of moeder, voogd of opvoeder, al mogen zij zelf godvrezende lieden zijn. de onder hen staande jeugd kunnen bekeren.(..) Maar dit neemt anderzijds niet weg, dat er wel ter dege op elk ouderpaar en op elk, die met het onderwijs en de opvoeding der jeugd belast is, van Godswege een dure roeping rust om de jeugd in goede tucht te houden en haar daarin op te voeden. Doch waar wordt die goede tucht nu gevonden, slechts daar waar het geloof aanwezig is, dat door de liefde werkt.’

Opvoeden is voor ds. Zandt in wezen een geloofswerk. En met deze gedachte staat hij midden in de - wat drs. Vogelaar noemt-gereformeerde traditie.

Drs. D. Vogelaar

Drie jaar geleden verscheen van de hand van de zojuist genoemde Kampense rector in de Kompas Serie De betekenis van Waterink in onze tijd, met als on dertitel: het streven naar een gereformeerde opvoeding en onderwijskunde 12)

De schrijver stelt zich in genoemd werk onder andere ten doel Waterinks ideeën te bezien in het licht van Reformatie en Nadere Reformatie en deze door te trekken naar onze eigen tijd, of. met andere woorden, geschikt te maken voor onze eigen gezinnen en reformatorische scholen.

Vogelaar stelt met nadruk dat Waterink niet thuis hoort in de traditie Reformatie - Nadere Reformatie (gereformeerde traditie). Waterinks opvoedingsdoel en daarmee samenhangende verbondsvisie vragen naar Vogelaars oordeel een duidelijke correctie. Hij heeft Waterink beslist niet kritiekloos willen en kunnen volgen.

Dat desondanks zoveel aandacht aan Waterink gegeven wordt, legitimeert Vogelaar op de volgende wijze: 'Nu kunnen we ons binnen de kring van de reformatorische scholen bezighouden met de vraag, of Waterinks pedagogiek wel helemaal past binnen het reformatorische denken. We kunnen, op grond van aanwijsbaar neo-calvinistische denkbeelden, ons zelfs afzetten tegen Waterinks publicaties, maar geeft een kritische opstelling ten opzichte van Waterinks neo-gereformeerde denkbeelden ons het recht ons van zijn beginsel-pedagogiek af te wenden en ons uitsluitend te oriënteren op de pedagogen van de tweede of derde generatie. Mij dunkt. Waterink verdient het niet vergeten te raken binnen een denominatie, die zich principieel teweer stelt tegen de pluriforme samenleving en een relativistisch opvoedingsklimaat’ 13).

Ik kan Vogelaar daar wel in volgen. Van der Garde heeft erop gewezen dat de pedagogiek van de Nadere Reformatie beginsel-pedagogiek is. Onmiskenbaar geldt dat ook voor Waterink, zij het dat de invulling theologisch grote verschillen vertoont. Mits daarop bedacht - en Vogelaar benadrukt dat herhaaldelijk-kan studie van Waterink ons tot lering zijn. Als zodanig vind ik het een

lezenswaardige studie, waarin Vogelaar Waterink probeert recht te doen. zonder de verschillen te verdoezelen.

Waar Bavinck de grondlegger genoemd kan worden van een gereformeerde pedagogiek, daar moet aan Waterink de uitbouw, verbreding en toespitsing naar de praktijk worden toegeschreven.

Drs. D. Vogelaar in 'De blijvende actualiteit van de calvinistische pedagogie Bavinck en Waterink' in: 'Belijden en Opvoeden'.

Enerzijds kenmerkt Vogelaar zich door distantie, anderzijds wekt hij in zijn geschrift soms de indruk dat Waterink ons verrassend veel te zeggen heeft. Misschien geldt dat voor de onderwijskunde - het boek kent de tweedeling opvoeding en onderwijskunde-ik vind het niet gelden voor de opvoeding. Waterink mist de hoogte en de diepte van de gereformeerde traditie. Waar Waterink, volgens Vogelaar, met betrekking tot de gezinspedagogiek ons iets te zeggen zou hebben, overstijgt dat naar mijn gevoel nauwelijks het niveau van de toegepaste psychologie of het gezond mensenverstand.

Voor wat betreft de gezinspedagogiek verschil ik dus met Vogelaar van mening over de betekenis van Waterink voor de bevindelijk gereformeerden.

Wanneer het echter gaat om de doordenking van een gereformeerde onderwijskunde. dan kan ik verder met Vogelaar meegaan 14) . Voor een dergelijke onderwijskunde reikt Waterink ons, aldus Vogelaar 'waardevolle bouwstenen' aan. Liever spreek ik hier van 'het aanwijzen van een denkrichting' dan van 'waardevolle bouwstenen'. Waterink zet ons op het spoor; het spoor zelf is hij ten diepste echter niet gegaan, al wandelt hij soms ver met ons mee.

Een reformatorische onderwijskunde

Overigens heb ik zo wel mijn bedenkingen tegen een zogenaamde 'reformatorische onderwijskunde'. Men zou er, tegen de achtergrond van de paradigmaverschuiving in de pedagogiek, uit af kunnen lezen dat hier conformering plaats vindt aan de tendens om het onderwijs te vertechnologiseren. Nu weet ik dat Vogelaar zich daar met kracht tegen verzet. In zijn publicatie 'De blijvende actualiteit van de calvinistische pedagogiek van Bavinck en Waterink' heeft hij daar ondubbelzinnig blijk van gegeven 15) .

s De term nu even latend voor wat hij is, is een dergelijke onderwijskunde, te verstaan als de wetenschap waarin over onderwijs wordt nagedacht, ons in deze tijd broodnodig. De vragen die op ons af komen, kunnen we niet afdoen met een loutere herhaling van wat in het verleden al gezegd is.

Allereerst zal echter die onderwijskunde te rade moeten gaan bij de gereformeerde traditie. Dat denken, en niet dat van Waterink of Bavinck. is daarvoor basaal, omdat een gereformeerde onderwijskunde dient gefundeerd te zijn op een gereformeerde pedagogiek. En welk fundament onze vaderen gelegd hebben, heeft Van der Garde getoond.

De betekenis van Bavinck en Waterink ligt op afgeleid niveau, wanneer het gaat om de meer didactische aspecten. Dan kunnen ze ons zeker diensten bewijzen. Ik denk aan de vraag naar de plaats van het woord in het onderwijs, aan de vraag naar de waardering van interactief onderwijs, zoals gepropageerd door de moderne didactici en vorm gegeven in het huidige reken-en wiskundeonderwijs, aan de vraag naar de waarde en plaats van de expressievakken. Bavinck en Waterink hebben op dat gebied geworsteld met vragen, die ook de onze zijn.

Ik ben dit artikel begonnen met in korte trekken de ontwikkelingen in het doelstellingen-denken te schetsen. Het denken over en gestalte geven aan een gereformeerde onderwijskunde is nodig en noodzakelijk. Het fundament van de gereformeerde traditie is daarvoor onmisbaar. Maar hoe stevig is het bouwwerk nog, als we in de opvoedingspraktijk de godzaligheid en dienstbaarheid van de Nadere Reformatie blijken te hebben ingewisseld voor het nastreven van volwassenheid?


1. Garde, van der R.A.. "Pedagogiek in Gereformeerd perspectief". In: Criterium, 23e jaargang. nr.3. p. 118.

2. Swaef, de Joh.. De Geestelijke Kwekerij. Over de opvoeding van kinderen. Herschreven en ingeleid door P.Kuijt. Utrecht, 1984. p. 17.

3. Bavinck. H.. Paedagogische Beginselen. Kampen, 1928. p. 28.

4. Waterink. J.. Theorie der opvoeding. Kampen, 1958. p. 121.

5. Kuyper. A.. Pro Rege of het koningschap van Christus. Kampen, 1911.

6. Geciteerd in Vogelaar, D., De betekenis van Waterink in onze tijd. Het streven naar een gereformeerde opvoeding en onderwijskunde. Houten, 1990, p. 15.

7. Wijngaarden. H.R.. Hoofdproblemen der volwassenheid. De psychische ontwikkeling tussen twintig en veertig jaar. Utrecht 1959. p. 63 e.v.

8. Perquin. Nic.. Paedagogiek. Bezinning op het opvoedkundig verschijnsel. Roermond - Maaseik, 1956. p. 68. Langeveld. M.J.. Beknopte theoretische pedagogiek. Groningen, 1974. p. 79.

9. Vogelaar, D.. "De blijvende actualiteit van de calvinistische pedagogiek van Bavinck en Waterink". In: Belijden en opvoeden. Gedachten over de christelijke school vanuit een reformatorische visie. Houten, 1985. p. 139-162. Vogelaar, D. De betekenis van Waterink in onze tijd. Het streven naar een gereformeerde opvoeding en onderwijskunde. Houten. 1990. Vogelaar. D.. Christelijke opvoeding vanuit de Gereformeerde traditie in deze tijd. Bijdrage tot de bezinning op de plaats van de school in de opvoeding ten dienste van de schoolwerkplanontwikkeling op de reformatorische school. Ridderkerk. 1991. Met name p. 29-35. 10.

Kersten, G.H.. "Christelijke opvoeding". Opnieuw gepubliceerd in Criterium, 8e jaargang, nr. 5.

11. Zandt. P.. Het jeugdvraagstuk. Opnieuw gepubliceerd in Criterium, 17e jaargang, nr. 6.

12. Vogelaar, D„ a.w.

13. Vogelaar. D.. a.w.. p. 92.

14. Het adjectief "gereformeerd" wordt door Vogelaar niet consistent gebruikt. Zo heeft hij het in de titel van hoofdstuk 8 over een gereformeerde onderwijskunde en in in de titel van hoofdstuk 13 over een reformatorische onderwijskunde.

15. Vogelaar, D., a.w.

16. Enigszins bewerkte lezing, gehouden op de jaarvergadering van de KLS 1993 te Gouda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 April 1994

Criterium | 52 Pagina's

Heeft de pedagogiek nog gereformeerd perspectief?

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 April 1994

Criterium | 52 Pagina's

PDF Bekijken