Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

’Gedenkt uw voorgangers...’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

’Gedenkt uw voorgangers...’

22 minuten leestijd

Dr. C. Steenblok heeft naar aanleiding van het overlijden van ds. G.H. Kersten in 1948 een gedachtenispredikatie het licht doen zien over de bekende woorden van Hebreeën 13 vers 7: Gedenkt uw voorgangers, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandel.

Het bestek van deze boekbespreking laat niet toe uit deze predikatie uitgebreid te citeren. Men kan van de inhoud kennis nemen in de eerste jaargang van de prekenserie Uit den schat des Woords (uitgave van De B Utrecht) en in de bundel predikaties van de hand van dr. C. Steenblok Het pleiten van een wees (uitgave van De Gereformeerde Pers te Gouda).

Op enkele uitspraken van dr. Steenblok die betrekking hebben op het leven en de ambtelijke bediening van ds. G.H. Kersten wil ik wel de aandacht vestigen: 'Als leraar heeft hij (ds. Kersten) door de genade van Zijn Zender de bazuin aan de mond mogen zetten. En die bazuin gaf geen onzeker geluid. Hij mocht Jakob zijn zonden en Israël zijn overtredingen in getrouwheid voorstellen. (...) Gewaarschuwd heeft hij tegen de zonden van land en volk, gewaarschuwd tegen opkomend bederf van de leer, gewaarschuwd tegen de dwalingen van onze tijd, gewaarschuwd tegen zoveel, dat hij zag als niet naar de reinheid van Gods heiligdom. Vrijgemaakt heeft hij zich als een rechtgeaard leraar van het bloed dergenen, die al die jaren onder zijn gehoor gezeten hebben. En hoe gezalfd hij in 's Heeren Naam en kracht spreken mocht van de onderscheiden gangen van Sions Koning in het genadeleven, weten zij het best die hem hebben gehoord. (...) Een voorbeeld der kudde was hij in geloof en vreze des Heeren. in diepgaand bewustzijn van eigen kleinheid en nietigheid tegenover de Heere. (...) Gedenk dan ook deze uw voorganger, die u het Woord Gods gesproken heeft, en volgt zijn geloof na, aanschouwende de uitkomst zijner wandel.'

Het is een goede gedachte geweest van ds. Golverdingen om van zijn in de jaren 1971 en 1972 uitgegeven boek thans, na meer dan twintig jaren, opnieuw een uitgave te verzorgen. Dit houdt de herinnering bij hen die ds. G.H. Kersten hebben gekend en die hem ook thans nog zeer hoog achten, leven-

dig en doet hen met weemoed aan 'de genade des ouden tijds' denken. Maar te meer is het nuttig voor de huidige en latere generaties, die ds. G.H. Kersten niet hebben gekend. Een zorgvuldig afgewogen en onbevooroordeelde weergave van historische feiten is daarbij wel vereist.

Deze nieuwe uitgave is fors uitgebreid. De schrijver deelt mee dat na kennisneming van de eerste uitgave enkele personen, die ds. Kersten van nabij hebben gekend hem aanvullende en nieuwe informatie hebben verstrekt.

Het is een zeer lezenswaardig boekwerk. Een uitgebreide studie van de hand van ds. M. Golverdingen. predikant van de Gereformeerde Gemeente te Groningen. Dit betekent dat de auteur blijk geeft over bepaalde feiten een mening te hebben die door mij niet of maar voor een deel kan worden gedeeld. In het volgende van dit artikel tracht ik daarop in te gaan. Dit boek kan van harte worden aanbevolen aan onze jonge mensen ter lezing en bestudering, waarbij zij dan de door mij gemaakte aanvullingen cq. opmerkingen mede in aanmerking zullen dienen te nemen.

Ds. G.H. Kersten vóór en in de Tweede Wereldoorlog

Het is te waarderen dat op enkele zaken, waarover in de eerste uitgave door de auteur een wat onvoorzichtig oordeel was uitgesproken, nu nauwkeuriger is ingegaan. Met name betreft dit de ernstvolle vermaningen aan land en volk in woord en geschrift door ds. Kersten voor en tijdens de tweede wereldoorlog om onder het oordeel Gods te buigen. Hij had Gods oordelen bij volharding in de zonden, zowel in de vergaderingen van de Tweede Kamer als in zijn predikaties, met ernst aangezegd en van de zonden afgemaand. Regering en volk waren echter doorgegaan. De Heere is met Zijn oordelen gekomen. Ds. Kersten heeft daar zelf door genade in de eerste oorlogsdagen tijdens het bombardement van Rotterdam onder mogen buigen. Vanuit deze gestalte van zijn hart heeft hij het volk daar eveneens toe vermaand. Dat was nodig. Velen kwamen in opstand en eisten van de God des oordeels rekenschap. Ds. Kersten maande om onder die God met ootmoed en boetvaardigheid te buigen en de schuld van land en volk te erkennen en te eigenen. Hij gevoelde dat Gods eer daaraan was verbonden. Zie hierover op blz. 222 het citaat uit de biddagpredikatie van ds. Kersten te Alblasserdam op 28 februari 1945. Hij

zag het Duitse leger als de roede Gods om land en volk te tuchtigen vanwege de uitbrekende zonden.

Op blz. 205/206 citeert ds. Golverdingen een naar zijn mening zeer te betreuren en later fel omstreden uitspraak van ds. Kersten over Engeland. Ik lees deze uitspraak echter anders dan hij. Ds. Kersten geeft de feitelijke situatie weer. Zo was het. Op Engeland werd algemeen de hoop gevestigd. Engeland zal de oorlog winnen. Van een boetvaardig erkennen van Gods recht in het zenden van Zijn oordelen hoorde men in het algemeen niet. Wel van het onrecht ons land aangedaan. Men beet in de stok waarmee ons land geslagen werd. En men betrouwde op Engeland. Ds. Kersten heeft niet anders gedaan dan erop gewezen dat ook Engeland slechts een gebroken rietstaf is, evenals Egypte dat was voor Israel in de dagen van de profeet Jeremia. Nu kan men van mening zijn dat ds. Kersten een beoordelingsfout heeft gemaakt. Maar zij, die evenals ds. Kersten de hand des Heeren moesten zien in de weg van Zijn gerichten, zijn met ds. Kersten van hetzelfde gevoelen. Onze natuur kan het met zulk een erkennen van Gods gerichten en buigen onder Gods oordelen nooit eens zijn. Die ergert zich daaraan; veroordeelt deze houding. Daarom is het te meer te betreuren dat in en na de oorlogsdagen er leraren en anderen uit de kring van de gemeenten waren die ds. Kersten, zeer tot zijn smart, mede daarin hebben veroordeeld.

Het heeft me goed gedaan dat ds. Golverdingen in zijn kanttekeningen op blz. 206 w. blijk geeft aan te voelen uit welke gestalte van het hart de vermaning van ds. Kersten voortkwam.

In verband hiermee nog een opmerking: met de uitdrukking vermeld op blz. 204 'onderwerping geeft rust' werd niet een vleselijke rust bedoeld in de zin van 'dan kom je het rustigst en veiligst de oorlogsjaren door' maar men bedoelde de innerlijke rust die mag ervaren worden in het buigen onder God.

Waardering van ds. G.H. Kersten voor dr. C. Steenblok

Een andere zaak geldt de beschrijving van de verhouding van ds. G.H. Kersten tot dr. C. Steenblok. Ds. Golverdingen maakt melding van de waardering van ds. Kersten voor dr. Steenblok. In de le en de 2e druk is door ds. Golverdingen niets over dr.

Steenblok vermeld. Dit is een tiental jaren later wel geschied door de schrijver van het gedenkboek 'k Zal gedenken, portret van 75 jaar Ge Gemeenten. en wel op een wijze die, zacht uitgedrukt, te betreuren is. Het was een uitgave van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten. Bij het lezen van het gedeelte over dr. Steenblok heb ik toen wel gedacht: Moet op deze wijze de jeugd worden voorgelicht? Ds. Golverdingen gaat in het thans te bespreken boekwerk echter uitvoerig op dr. C. Steenblok in. De toon waarop hij een en ander doet is geheel anders dan in het genoemde gedenkboek. Wel zijn er enkele zaken waarover ik andere gedachten heb en die ik dan ook van een andere kant wil belichten.

Ds. Golverdingen vindt het jammer dat ds. Kersten zich niet voor de komst van dr. Steenblok op de hoogte heeft gesteld van diens karakter.

Nu, schrijver dezes heeft van 1946 af. en vooral vanaf 1950 tot aan het overlijden van dr. Steenblok in december 1966 meer persoonlijk, met hem omgegaan en hem waargenomen op de preekstoel, in de studeerkamer, tijdens catechisaties, in kerkeraads-, classis-en synodevergaderingen.

Dr. Steenblok was, als het om de oude beproefde leer der waarheid ging. naar buiten onverzettelijk en strijdvaardig als een leeuw. Hij had de gave de kern van een leerstuk open te leggen en afwijkingen te doorzien, op een wijze die vooral het oude volk aansprak.

Op zijn studeerkamer was hij als een lam. In de persoonlijke omgang was hij vriendelijk en meelevend. Niettemin vermaande hij zonder aanzien des persoons tegen afwijkingen in de leer, uitingen van wereldgelijkvormigheid en het misbruiken van Gods Naam. Hij heeft zich vrijgemaakt op straat als hij werd aangesproken bijv. door een straatcollectante, op ziekenbezoek, in vergaderingen. als hij zonder aanzien van de persoon deze aansprak op taalgebruik, kleding en haardracht. Gods eer woog hem door genade zwaarder dan zijn eigen naam. Toch had hij te worstelen met verlegenheid en schuchterheid, waardoor hij de neiging had zich wat op de achtergrond te houden. Meermalen heb ik het hem horen vertellen hoe hij in militaire dienst van de slaapzaal wegvluchtte vanwege het vloeken. Hij durfde niet te waarschuwen. Maar hij moest terug. In die nood zuchtte hij of de Heere dan zijn tong maar wilde gebruiken en besturen. En dat is gebeurd. Ook bij andere gelegenheden heb ik wel een zekere schuchterheid en verlegenheid bij hem opgemerkt.

Had dr. Steenblok dan geen moeilijk karakter zoals velen beweren? Jazeker, net zo moeilijk als mijn karakter en als dat van ons allen. Hoe ons karakter ook is, we hebben toch allen een door de zonde verdorven karakter? Maar ik heb hem ook verlegen gezien vanwege zijn zgn. 'moeilijke' karakter, waarmee hij te worstelen had en waaronder hij zuchtte. Mijn achting voor hem nam daardoor juist toe. Ds. Steenblok maakte zich vrij door te waarschuwen en te vermanen, terwijl mij de vrijmoedigheid veelal ontbrak om te waarschuwen.

Had hij een onbuigzaam karakter? Ja, als het de in Gods Woord geopenbaarde waarheden en de orde in het kerkelijk samenleven betrof. Nee, als bepaalde zaken hem persoonlijk raakten. Dan ben ik er getuige van gewees hoe moeilijk de omstandigheden voor hem ook waren, dat hem een buigend gemoed onder God werd geschonken. Dan bedelde hij om een hand van zijn betwisters; dan was hij de eerste die een schuldig mens opzocht; dan heb ik hem van predikanten die hem ten onrechte onvriendelijk bejegenden wel horen zeggen: 'Het zijn toch mijn broeders.' Hij mocht door genade waar nodig zelfverloochening beoefenen.

Op blz. 219 vinden we de passage waarin de overkomst van ds. Steenblok tot onze gemeenten vermeld wordt. Naar aanleiding hiervan wil ik opmerken dat mondelinge overleveringen niet altijd vrij zijn van eigen persoonlijk gevoelen. Met vertellingen, zoals ds. Golverdingen die vermeldt bij aantekening nr.52 zal men voorzichtig moeten omgaan. Ook wordt, uiteraard ongewild, door hem een zekere blaam gelegd op het optreden van ds. Kersten inzake de overkomst van dr. Steenblok en op de objectiviteit van diens verslaggeving in het Mededelingenblad.

Ds. Golverdingen stelt dat men in Tholen dr. Steenblok en zijn eigenaa heden van dichtbij kende. Dit komt in de context van deze uitspraak enigszins suggestief bij mij over.

Naast zo'n mededeling kan het getuigenis worden gesteld van een persoon die thans nog in leven is en die in 1943 samen met haar man met dr. Steenblok is overgegaan van de Gerormeerde Kerk naar de Gereformeerde Gemeente in Poortvliet.

Zij vertelde me dat dr. Steenblok in Poortvliet algemeen geacht was vanwege zijn vriendelijkheid en meelevendheid. Wat zijn prediking betreft noemde men hem een Boarnerges. Maar deze prediker van de bevindelijke waarheid kreeg in de Gereformeerde Kerk ter plaatse moeilijkheden met de toen ook al overheersende algemene verzoeningsleer. In het gedenkboekje Niet doo kracht, noch door geweld dat in 1974 is uitgegeven door de kerkeraa Gereformeerde Gemeente te Poortvliet vond ik ook de volgende passage: 'Dr. Steenblok leefde als ongehuwde zeer sober en eenvoudig en arbeidde met zeer veel liefde en vriendelijkheid in de gemeente, wat natuurlijk niet betekende dat hij kerkelijke slordigheid of onordelijkheid goedvond.’

Een korte periode van herderlijk verkeer onder de aan hem toevertrouwde kudde was dr. Steenblok beschoren. Hij woonde in de voormalige pastorie van de Gereformeerde Kerk even buiten het dorp. nl. Hogeweg B93. Dr. Steenblok leefde als ongehuwde zeer sober en eenvoudig en arbeidde met zeer veel liefde en vriendelijkheid in de gemeente, wat natuurlijk niet betekende dat hij kerkelijke slordigheid of onordelijkheid goedvond.

Het karakter van de prediking van ds. G.H. Kersten

Op blz. 238 bespreekt ds. Golverdingen het karakter van de prediking, zoals deze door ds. Kersten werd voorgestaan en in praktijk gebracht.

Het citaat uit de catechismuspreek van ds. Kersten over zondag 6 (blz.72 van de derde druk) lijkt mij echter gericht tot het volk van God dat onder zijn gehoor zat, en niet een advies aan predikanten om 'veelvuldig van het Evangelie gebruik te maken', zoals ds. Golverdingen dit voorstelt. We vinden juist in deze toepassing hoe ds. Kersten zijn hoorders placht aan te spreken.

Eerst de onbekeerden en in deze predikatie niet met zachte woorden, maar wel op een indringende, ernstvolle wijze: 'Verachters van Gods Woord, ge moogt wel beven! Gij versmaadt de openbaring Gods tot uw zaligheid.' Hij stelt hen onomwonden schuldig. Vervolgens spreekt ds. Kersten Gods volk aan, waarbij hij hen er op wijst dat het Evangelie hen de weg des levens ontsloot en hen toewenst dat deze ontsluiting steeds ruimer zou mogen worden en hun ziel een rechte kennis van Christus zou mogen krijgen. Er kan een tijd komen ook voor u, dat de Heere een honger in het land zal zenden, niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des Heeren. En dan wekt hij Gods volk op een veelvuldig gebruik te maken van het Evangelie.

Gelet op de context waarin ds. Golverdingen dit gedeelte citeert schijnt het echter dat hij deze passage meer ziet als een advies aan de predikanten. Maar ds. Kersten houdt zich duidelijk aan de orde in de uitwendige roeping en begint niet met het Evangelie voor een ieder te ontsluiten. Hij toont juist aan in zijn predikaties hoe voor het gebruik van het Evangelie plaats wordt gemaakt in het hart van Gods volk.

Heeft dr. Steenblok ds. Kersten beïnvloed?

Nog een enkele opmerking over de invloed die dr. Steenblok zou hebben uitgeoefend op ds. Kersten.

Op blz. 251 stelt ds. Golverdingen dat in de laatste jaren van het leven van ds. g G.H. Kersten een geringe accentverplaatsing is waar te nemen in diens d ken en preken. Dit zou zijn veroorzaakt door de invloed die dr. Steenblok op ds. Kersten had. De leer van de verkiezing zou door ds. Kersten meer beklemtoond zijn gaan worden dan voorheen. Ds. Golverdingen erkent dat in de catechismusverklaring van ds. Kersten uit de twintiger jaren verkiezing en verwerping eveneens voluit wordt gepredikt. Maar naar zijn mening werd het allesbeheersende van Gods souverein welbehagen toen wat minder nadrukkelijk beklemtoond. Deze constatering zou ik het liefst voor rekening van ds. Golverdingen willen laten. Hoewel ik vrijwel alle predikaties van ds. Kersten gelezen heb, heb ik dit niet geconstateerd.

Maar als het al zo zou zijn, dan vraag ik me af waarom dit dan zou moeten komen door de contacten met dr. Steenblok.

Na den door mij tegen deze nieuwe voorstelling aangebonden strijd, heeft zeer tot mijn blijdschap Dr. C. Steenblok in "De Saambinder" dit aangetoond met een beroep op Gods Woord en op tal van onze allerbeste oude theologen. Men leene aan dergelijke uiteenzettingen het oor eer men worde meegevoerd in het zog van de verwaterde theologie dezer tijden, waardoor de fundamenten van Gods Kerk worden ondergraven.

Van hetzelfde gevoelen.

Ds. Kersten en dr. Steenblok waren duidelijk beiden van hetzelfde 'hoge gevoelen' om in termen van de Dordtse Synode 1618/1619 te spreken. Zij g g gen beiden in leer en prediking uit van de supralapsarische voorstelling aanzien van Gods besluit van de eeuwige bestemming des mensen. Hoewel niet universitair gevormd, was ds. Kersten van 's Heeren wege bedeeld met bijzondere gaven van hoofd en hart. Hij had een uitgesproken eigen mening, die hij zelfstandig vormde op grond van Gods Woord en onze belijdenisschriften.

Dat naar de gedachte van ds. Golverdingen ds. Kersten in de laatste jaren van zijn leven de verkiezing meer zou zijn gaan benadrukken, heeft, voorzover ik iets van het kerkelijke leven weet, naar ik meen een andere oorzaak. Zelf wijst ds. Golverdingen reeds in die richting.

Er tekende zich inderdaad een oppositie af tegen de persoon van dr. Steenblok. Maar als het al zo zou zijn dat ds. Kersten toen meer de verkiezing is gaan benadrukken in zijn prediking, dan was dit niet om dr. Steenblok in bescherming te nemen, zoals ds. Golverdingen meent. Ds. Kersten treedt daarin op tegen de zich aftekenende gevoelens van enkele leraren die meenden de mensen uit de put van lijdelijkheid te moeten prediken. Met name ds. R. Kok begon een algemene belofte voor alle hoorders te benadrukken in zijn prediking.

Evenals sommige andere predikanten van onze gemeenten had ook ds. R. Kok, vooral in de laatste oorlogsjaren, contacten met predikanten van andere kerkgenootschappen. In enkele gevallen ontstond er een zekere verbroedering. Na de oorlog werd een interkerkelijke vorm aan deze contacten gegeven.

Een en ander heeft wellicht invloed gehad op hun denken en preken. Er tekende zich een oppositie af: wat de politiek aangaat tegen ds. Kersten inzake zijn houding in de oorlog en tegen dr. Steenblok inzake door hen vermeende eenzijdigheid in zijn leer en prediking. Leer en prediking van dr. Steenblok waren overigens wat de inhoud betreft dezelfde als die van ds. Kersten.

Ds. Kersten heeft het opgenomen voor dr. Steenblok. Hij heeft onder de oppositie tegen dr. Steenblok geleden. Hij klaagde in een brief d.d. 21 juni 1945 (zie Van Goedertierenheid en Trouw, blz. 40, uitgave van de S. over een door hem diep betreurde hetze van enkele predikanten tegen ds. Steenblok.

H. Geluk in De algenoegzaamheid van Christus' offerande:

Moeten wij nu Gods onbedriegelijk Woord gelooven, waarin Christus zoo duidelijk van Zichzelf getuigt of Dr. Steenblok?

En nu geloven wij wel, dat Dr. Steenblok en velen met hem. tegen deze leer zullen inbrengen. dat 7.ij Remonstrants is; maar wij zeggen, dat dan hunne oogen verduisterd zijn. en zij maar alleen staren op de Verkiezing.

Er tekende zich een oppositie af.

Welnu, als er sprake zou zijn van een meer benadrukken van de verkiezing door ds. Kersten in zijn denken en prediken dan is dat kennelijk een gevolg geweest van de droevige ervaringen door hem opgedaan van de verandering in denken en preken (en schrijven) van de 'zich aftekenende oppositie' door enkele predikanten.

Nog enkele opmerkingen

Ds. Golverdingen erkent dat ds. Kersten altijd op bewogen wijze de souvereiniteit van God verkondigd heeft 'in de genadige verkiezing en de rech vaardige verwerping' van zondaren en zondaressen. Hierover wil ik alleen deze opmerking maken: Ds. Kersten heeft zich bij mijn weten nimmer zo uitgedrukt. Hij wijst er juist met nadruk op dat de verkiezing niet is uit barmha tigheid en de verwerping niet uit rechtvaardigheid. Beide zijn uit Gods souverein welbehagen. Het is me bekend dat ds. Kersten van zijn studenten eiste dat zij de inhoud van de Korte lessen over Kort Begrip zich woord maakten. Hij waarschuwde voor het zich in eigen woorden uitdrukken door de studenten. Zo ongemerkt glijdt men af.

Op het gevaar af ervan beschuldigd te worden op elke slak zout te willen leggen, kan ik toch niet nalaten mijn pijnlijke verwondering uit te spreken dat ds. Golverdingen bij aantekening 63 van hoofdstuk 12 spreekt van 'het begrip tweede genade (ontleend aan 2 Korinthel vers 15), welk begrip toen algemeen gangbaar was in het spraakgebruik in de Gereformeerde Gemeenten.' Dit roept bij mij de vraag op: Is 'dit begrip' thans niet meer algemeen gangbaar in de Gereformeerde Gemeenten? Wordt het onderscheid in de standen van het genadeleven in het algemeen niet meer zo gemaakt?

Ds. Golverdingen brengt op bladzijde 254 het aanbod van genade nog ter sprake. Hij wijst er op dat ds. Kersten als jong predikant reeds gedragen wer door de diepe overtuiging, dat de verantwoordelijkheid van de mens in het bijzonder wordt vergroot door de ernstige aanbieding van Christus en de verbondsweldaden in het Evangelie. Ds. Golverdingen citeert uit de bekende hemelvaartspredikatie van ds. G.H. Kersten uit 1907.

Op deze predikatie is al meer van de zijde van de Gereformeerde Gemeenten

gewezen en dan met name in onze richting om aan te tonen dat ds. Kersten toen al een algemeen, onvoorwaardelijk aanbod van genade aan alle hoorders zou hebben geleerd.

Met nadruk verklaar ik. dat met name ook zondag 50, waarin men een eenvoudige uiteenzetting vinden kan over de strekking van de Algemene Genade, en waar dit leerstuk, eertijds door de Remonstranten en nü door zich Gereformeerd noemende predikanten en theologen zozeer verminkt, zijn beslag vindt in de volgende woorden: "Ook de zeer bekende Dr. Owen (wanneer hij) zegt, dat zelfs het medelijden van Christus als Hogepriester enkel en alleen Zijn uitverkorenen betreft. En als wij deze scheidslijn niet houden, dan vallen wij allicht vandaag nog, en morgen helemaal, de Algemene Verzoening toe" ... ik herhaal, dat ik met nadruk verklaar, dat ook deze woorden door mijn Vader zijn uitgesproken en woordelijk door mij zijn opgetekend.

Ds. J.W. Kersten, zoon uan G.H. Kersten, bij de tweede De Heidelbergsche Catechismus

Wat ds. Kersten in die passage heeft gesproken is uit ons hart gegrepen. Zo predikte ds. Kersten; zo predikte dr. Steenblok. Zo prediken onze leraren nog. Maar ds. Kersten bracht daar niet een algemeen onvoordelijk aanbod van genade aan alle hoorders zonder onderscheid!

Wat zegt hij namelijk in de aangehaalde passage ook? 'Och of ge dan den Heere zocht, terwijl Hij nog te vinden is! (...) Als een donderslag zou de aankondiging van dood en eeuwigheid uwer ziel moeten verschrikken, dan zou de onvoorwaardelijke aanbieding van het Evangelie u zoo tot jaloersheid verwekken, dat ge den Heere aanliept als een waterstroom. Niets Gel. kan u verontschuldigen zoo ge buiten de aangebodene zaligheid omkomt.’

Ds. Kersten bracht geen algemene onvoorwaardelijke aanbieding van Christus aan alle hoorders zonder onderscheid. Voor de zondaar w ziel door de aankondiging van dood en eeuwigheid als een donderslag zou verschrikken (die dus de slag naar binnen krijgt; wiens hart geopend wordt) is die aanbieding van het Evangelie onvoorwaardelijk. Zulk een wordt tot jaloersheid verwekt en gaat de Heere aanlopen als een waterstroom. Dat is vrucht van de geestelijke levendmaking en wedergeboorte.

Die prediking, die aanbieding, die vermaning komt wel tot alle hoorders; allen horen het. En dat is niet vrijblijvend; het stelt de mens te meer schuldig. Maar de inhoud komt niet tot alle hoorders zonder te onderscheiden. Het zijn de verslagenen van hart tot wie ds. Kersten deze aanspraak richt in de toepassing.

Op de volgende bladzijde bovenaan citeert ds. Golverdingen uit een lijdenspredikatie van ds. Kersten. Maar ook dan doet ds. Golverdingen het voorkomen alsof ds. Kersten een algemene, onvoorwaardelijke aanbieding van Christus aan alle hoorders zonder onderscheid bracht. Maar ook in dit citaat stelt ds. Kersten een rijke Christus voor aan een arme, aan zijn schuld ontdekte, dorstige ziel. En die aanbieding is voor die dorstige ziel onvoorwaardelijk. Het is duidelijk dat ds. Kersten daar Gods volk aanspreekt. Anderen ho-

ren deze verkondiging van het Evangelie ook, Gods Woord komt ook tot hen, en niet vrijblijvend. Men hoort in welke weg de Heere de rijkdom van Zijn genade in Christus verheerlijkt, maar als het goed is, horen zij er zich buiten prediken.

Men heeft wel doen voorkomen alsof dr. Steenblok van de hoorders een bepaalde voorafgaande gesteldheid of geschiktheid als voorwaarde zou eisen om in aanmerking te komen voor de uitwendige roeping. Zo meende men dat dr. Steenblok de uitdrukking 'voorwaardelijk' verstond. Men meende dat dr. Steenblok voorwaarden stelde in de mens; voorwaarden die de mens van zichzelf zou moeten hebben. In verband hiermee is wel de beschuldiging geuit van een zeker semi-pelagianisme. Daartegenover wordt dan door dezen zo met nadruk gesproken van een 'onvoorwaardelijk' aanbod van genade aan alle hoorders.

Nu, het aanbod van genade aan een door Gods Geest zaligmakend sch verslagen zondaar wordt zowel door ds. G.H. Kersten als door dr. C. Steenblok onvoorwaardelijk gebracht. Maar de uitwendige roeping is algemeen en komt tot alle hoorders. En de orde in de uitwendige roeping is dat de hoorders gepredikt wordt dat God de mens goed en recht heeft geschapen, maar dat men vele vonden heeft gezocht; dat de mens van God is afgevallen, en als straf op de zonde daarom de drievoudige dood onderworpen is; en nu ligt in de geestelijke doodstaat. Ook de in Gods Woord geopenbaarde waarheid aangaande de verlossing door Christus wordt gepredikt. En de noodzakelijkheid van de wedergeboorte en bekering tot God wordt op de consciëntie gelegd. En die eenvoudige prediking wil God gebruiken om Zijn Kerk te vergaderen. En voor die verslagenen van hart is de troostvolle prediking van Gods genade in Christus onvoorwaardelijk. Dat wil zeggen zonder prijs en geld.

Tot slot wil ik nog iets citeren uit de bevestigingspredikatie door ds. G.H. Kersten op 17 september 1947 te Middelburg van mijn in 1954 overleden broer.

’Wij hebben zo menigmaal, ik mag het wel eens verklappen op de stoel, bij de bespreking van Gods Woord, er over gesproken, dat in de bediening van

Gods Woord scheidingen moeten vallen, om aan te zeggen, dat er tweeërlei mensen zijn. Of laat ik het eenvoudiger zeggen, dat de mens bekeerd moet worden. Maar dat voor Gods volk onderscheiden standen zijn in het genadeleven. En dat elke stand in dat genadeleven zijn eigen eigenschappen heeft en zijn eigen werkzaamheden, en dat de Dienaar van het Woord die te onderkennen heeft, om de gemeente te leiden. Ja, het is noodzakelijk om te weten waar de kudde legert, opdat wij mochten afstaan van al het onze, en Christus in ons een gestalte verkrijge.

* Naar aanleiding van-, Ds. G.H. Kersten. Facetten van zijn leven en werk, door v.d.m. Dit boekwerk is de derde herziene en belangrijk uitgebreide druk van de in 1971 voor het eerst verschenen studie van genoemde auteur betreffende het leven en werk van ds. G.H. Kersten. Uitg. Den Hertog B.V. te Houten, 385 pag.; geb.; 1993; prijs ƒ 44, 50.

Dit artikel werd u aangeboden door: KOC Visie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 augustus 1994

Criterium | 56 Pagina's

’Gedenkt uw voorgangers...’

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 augustus 1994

Criterium | 56 Pagina's

PDF Bekijken