Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN NIEUWE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSREGELING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EEN NIEUWE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSREGELING

5 minuten leestijd

Het ABP wordt per 1 januari 1996 geprivatiseerd. In verb ABP-wet, waarin ook de huidige arbeidsongeschiktheidsregelin gelegd, vervallen en zal een nieuwe arbeidsongeschiktheidsreg passing zijn.

De arbeidsongeschiktheidsregeling zoals die vanaf 1 januari 1996 zal worden toegepast, wordt 'WAO-conform' genoemd, omdat daaraan dezelfde systematiek als die van de WAO ten grondslag ligt. Kenmerkend daarvoor is het onderscheid tussen een 'wettelijk deel' en een 'bovenwettelijk' deel. Het wettelijk deel dat uit twee componenten bestaat (AAW en WAO) vormt de basis van de uitkering. Het bovenwettelijk deel kan uit verschillende componenten bestaan, te weten het invaliditeitspensioen, de herplaatsingstoelage en de suppletie.

De invoering van de WAO-conforme regeling is een eerste stap in de zogenoemde OOW-operatie (Overheids-en Onderwijspersoneel onder de Werknemersverzekeringen), die tot doel heeft zowel werknemers in de publieke sector als werknemers in de marktsector onder werking van de Ziektewet (ZW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Werkloosheidswet (WW) te doen vallen. De Wet OOW zal naar verwachting niet eerder dan per 1 januari 1998 ingaan. Dat betekent dat in de overgangsperiode (1/1/1996 tot 1/1/1998) nog steeds de pseudo-premies zullen worden ingehouden.

Volgens de huidige ABP-wet (tot 1 januari 1996) wordt het salaris van overheids-en onderwijspersoneel gedurende ziekte doorbetaald, zolang door het ABP bij de zogenaamde pensioenkeuring niet de uitspraak 'blijvend arbeidsongeschikt' wordt gedaan. Bij blijvende arbeidsongeschiktheid wordt door de

werkgever c.q. het bestuur ontslag verleend en kan aanspraak gemaakt worden op een invaliditeitspensioen.

Na 1 januari 1996 verandert dit en kan men na één jaar ziekte aanspraak maken op een WAO-conforme uitkering. Reeds vóór de twaalfde maand van ziekte vindt een WAO-keuring plaats. Afhankelijk van het bij de keuring vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld. Omdat de werkgever de uitkering tot de achttiende ziektemaand moet aanvullen tot 100% van het salarisniveau en van de achttiende tot de vierentwintigste ziektemaand tot 80% van het salarisniveau vindt de uitbetaling van de uitkering tot en met de vierentwintigste ziektemaand nog via de werkgever plaats.

Na achttien maanden ziekte kan de werkgever de Stichting Pensioenfonds ABP Burgerlijk Pensioenfonds informeren over zijn voornemen het desbetreffende personeelslid na 24 maanden te ontslaan. Er volgt dan een ontslagbeoordeling. Op basis van deze ontslagbeoordeling wordt de hoogte en duur van de uitkering vastgesteld. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van het vastgestelde arbeidsgeschiktheidspercentage. Vervolgens wordt vanaf de vijfentwintigste maand de WAO-conforme uitkering toegekend en eventueel een (bovenwettelijk) invaliditeitspensioen.

e-Daarbij kunnen zich drie situatie voordoen:

a. betrokkene is volledig dan wel voor meer dan 80% arbeidsongeschikt

b. betrokkene is voor minder dan 80% arbeidsongeschikt, maar niet herplaatst voor zijn restcapaciteit

c. betrokkene is voor minder dan 80% arbeidsongeschikt en wel herplaatst.

ad a.

Betrokkene kan aanspraak maken op een invaliditeitspensioen tot 65% of 70% van het oude salarisniveau, afhankelijk van het feit of men al of niet afgezien heeft van 'bijverzekeren'.

adb.

In deze situatie heeft betrokkene gedurende 33 maanden na het ontslag aanspraak op de WAO-conforme uitkering aangevuld met een suppletie tot 80% van het oude salarisniveau en de daaropvolgende 33 maanden op deze uitkering aangevuld met een suppletie tot 70%. De suppletie wordt bij de werkgever in rekening gebracht. Indien het ontslag later plaatsvindt dan na 24 maanden ziekte wordt de duur van de suppletie overeenkomstig beperkt.

ad c

Het salaris in de herplaatsingsbetrekking wordt aangevuld tot 100% van het oorspronkelijke inkomen.

Bij de medische ontslagbeoordeling wordt tevens vastgesteld of werkhervatting door betrokkene binnen 6 maanden (na de eerder genoemde 24 ziektemaanden) te verwachten is. Indien die mogelijkheid aanwezig

geacht wordt, wordt de ontslagprocedure (voorlopig) stopgezet. De werkgever dient tenslotte aan de hand van een zorgvuldig onderzoek te kunnen aantonen dat er binnen de school/vereniging/stichting geen reële mogelijkheden voor herplaatsing aanwezig zijn. Als aan de bovengenoemde voorwaarden (nl.: geen herstel ter verwachten binnen 6 maanden en geen mogelijkheid van herplaatsing binnen de school) is voldaan, kan het ontslag worden geëffectueerd.

Gemoedsbezwaarden

Voor wat betreft de sociale verzekeringswetten WW en ZW verandert er tot 1 januari 1998 niets. Er worden nog steeds pseudo-premies ingehouden. Wat betreft de WAO-conforme regeling is er vanaf 1 januari 1996 na een ziekteperiode van een jaar sprake van een wettelijk deel en bovenwettelijk deel van de uitkering. Het wettelijk deel is gelijk aan de in de WAO geregelde aanspraken, d.w.z. dat een overheidswerknemer na een ziekteperiode van een jaar aanspraak heeft op een WAO-uitkering, die wat de hoogte en duur op dezelfde wijze wordt berekend als de 'echte' WAO-uitkering zij het dat deze uitkering nog gedurende een jaar wordt betaald via de werkgever/het bestuur. De uitkering is WAO-con/orm, hetgeen betekent dat de uitkering feitelijk nog niet plaatsvindt ten laste van dat sociale verzekeringsfonds.

Wat de bovenwettelijke uitkeringen betreft, wijzigt er voor gemoedsbez den wel iets per 1 januari 1996. Voor de gemoedsbezwaarden is het vanaf 1 g januari 1996 mogelijk vrijgesteld te worden van betaling van premie daarmee verband houdend aanspraken op uitbetaling t.l.v. het pensioenfonds. De (bovenwettelijke) suppletie op de WAO-conforme uitkering, wordt dan niet uitbetaald.

Het verzoek om vrijstelling wegens gemoedsbezwaren (zoals bedoeld in artikel 17.1 van het pensioenreglement) moet worden ingediend bij het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP. De vrijstelling die afgegeven is door de Sociale verzekeringsbank heeft uitsluitend betrekking op de sociale verzekeringswetten en is daarvoor dus niet te gebruiken. Voor een vlotte afwikkeling

van het verzoek om vrijstelling is het aan te bevelen deze verklaring bij het verzoek aan het ABP mee te zenden.

Indien de vrijstelling wordt verleend, is men verplicht dezelfde bedragen die men verschuldigd zou zijn, indien men geen vrijstelling had, af te dragen aan het fonds in de vorm van een spaarbijdrage. De spaarbijdragen worden geboekt op een die werknemer betreffende spaarrekening bij het fonds. Over het spaartegoed wordt een rentevergoeding gegeven. Jaarlijks na bijschrijving van de rente wordt schriftelijk opgave gedaan van het spaartegoed. Het spaartegoed wordt aan de werknemer uitgekeerd bij het bereiken van de leeftijd waarop deze pensioengerechtigd zou zijn geweest indien hij/zij geen vrijstelling had gehad. Bij eerder overlijden worden het tegoed uitgekeerd aan de erfgenamen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1995

Criterium | 60 Pagina's

EEN NIEUWE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSREGELING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1995

Criterium | 60 Pagina's

PDF Bekijken