Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Normen en waarden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Normen en waarden

5 minuten leestijd

'Normen en waarden: Geen kwestie van staatspedagogiek, maar van morele plicht.' Het zijn de woorden waarmee de Staatscourant van maandag tember 1997 de lezing samenvatte die staatssecretaris van OC& W, mevrouw Netelenbos, hield bij de opening van het academisch jaar van de universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Haar lezing is integraal afgedrukt in het genoemde nummer van de Staatscourant. Daarmee geeft mevrouw Nete toch wel aan dat het haar ernst is met de pedagogische opdracht van de t-school. Ze geeft er in deze lezing blijk van dat ze zich ernstig zorgen maakt over de ontwikkelingen in onze samenleving. Nadat ze enkele excessen heeft genoemd waarbij sprake was van geweldpleging met dodelijke afloop, zegt ze: 'Dan weet je dat we zo de volgende eeuw niet in kunnen, niet in moeten willen.' Daarom een pleidooi voor normen en waarden gebaseerd op de 'fundamentele rechten van de mens, met wat we fundamenteel als collectief afwijzen'. De vraag is nu of we blij moeten zijn met deze oproep, die kennelijk past in de door het parlement (1993) geformuleerde pedagogische opdracht voor de school?

Dat er de laatste jaren, ook door een linkse regering gesproken wordt over normen en waarden in de opvoeding, is op zich opmerkelijk. De reden daarvan is echter niet dat we als samenleving terug willen naar de op Gods Woord gefundeerde pedagogische beginselen, maar dat de wal het schip gaat keren. We komen er samen achter dat de 'normloze' opvoeding, vooral gepropageerd in de jaren 60, tot allerlei uitwassen leidt. Bovendien wijzen allochtonen ons er ook op dat we het verkeerd doen. Hoewel genoemde staatssecretaris niet zover wil gaan dat ze de roep om autoritair leraarschap van de zijde der nieuwkomers zonder meer wil honoreren, toont ze toch begrip en wil ze dat we daar van leren. Uiteraard wijst ze dan direct op de grenzen. Maar deze grenzen worden dan bepaald op de eerder genoemde universele rechten van van de mens. Als we nu terug keren naar de vraag die we in de vorige alinea stelden, dan kunnen we zeggen dat het enerzijds wel goed is dat normen en waarden in de opvoeding weer aandacht krijgen, maar dat het anderzijds dieptreurig is dat deze normen en waarden niet onder het beslag liggen van de

onveranderlijke Waarheid Gods. In wezen is de huidige opvoedingscrisis een gevolg van het loslaten van die Norm.

Tot in het begin van deze eeuw was de normatieve pedagogiek nog dominant. Er waren wel fundamentele verschillen tussen pedagogen, maar er was toch een brede herkenning en erkenning van eikaars ideeën. Ook al waren de uitgangspunten verschillend, reeds lang wordt immers het gezaghebbend karakter van Gods Woord over alle terreinen des levens ontkend, toch waren de theoretici over opvoeding en onderwijs het over een groot aantal ethische zaken eens. Daar is voor de Tweede Wereldoorlog echter duidelijk verandering in gekomen. Het was de Duitse pedagoog Holfelder uit de nazi-school die in 1935 een artikel schreef waarin hij stelde dat de normatieve pedagogiek in het graf lag. Daarmee wilde hij stellen dat we nu zonder de door de Bijbel of anderszins bepaalde normen zouden kunnen in de pedagogiek. Het was professor Waterink die zich daar in zijn in 1946 gehouden lezing 'Het Christelijk opvoedingsbeginsel de enige oplossing voor de pedagogische crisis' en in zijn Theorie der opvoeding, fel tegen kantte. Terecht wees hij erop d Holfelder het nationaal-socialistisch ideaal normatief voor de opvoeding was geworden. Holfelder vond dat ouders en kinderen vrije persoonlijkheden zijn, die het recht hebben zichzelf een wet te zijn. Waterink zei daarvan vernietigend: 'Dit betekent een opvoeding waarbij de wetmatigheden der fysische prikkels de belangrijkste zijn en waarbij 'het dier in de mens' uiteindelijk wel moet zegevieren.'

Als we terugkeren tot de lezing van mevrouw Netelenbos, kunnen we niet stellen dat ze hetzelfde beoogt als Holfelder. Ze pleit in de lijn van het Humanistisch Verbond voor een samenleving waarin vrijheid, gerechtigheid, verdraagzaamheid en eerbied voor de menselijke waardigheid centraal staan. Zelfs sociale controle mag geen 'vies woord' zijn in die samenleving. Het 'wede zijds respect' moet volgens haar in de toekomst 'morele plicht' worden. De geestelijke waarden voor de opvoeding liggen volgens de visie van mevrouw Netelenbos in de gemeenschap zelf, hetgeen ons niet hoeft te verbazen gezien haar socialistische achtergrond. Daarmee is dan tevens duidelijk dat haar visie niet beter is dan die van Holfelder. Bij opvoeding is er altijd sprake van normen, ook al zou er gesteld worden dat we een normloze pedagogiek voorstaan. Normen en waarden zijn om met professor Brenninkmeijer te spreken (zie RD donderdag 4 september 1997, p. 17) ook nooit 'los verkrijgbaar', r maar ze hebben altijd een achtergrond. Het gaat erom waar we onze norm aan ontlenen. In wezen is een pedagogiek die niet gegrond is op Gods Woord en de Drie Formulieren van Enigheid, desastreus voor de kinderen.

Met het voorgaande willen we duidelijk maken dat de discussie over de pedagogische opdracht van de school het rechte fundament mist. In onze samen-

leving is ook niet veel anders meer te verwachten. De studie van het So en Cultureel Planbureau die in juni van dit jaar verscheen, laat duidelijk zien dat de ontkerkelijking in ons land nog steeds toeneemt. Bovendien is e gens dezelfde studie geen sprake van een herleving van de Christelijke orthodoxie, maar integendeel van een groeiende groep vrijzinnigen. En hoe is het bij de orthodoxen gesteld? Mogen we afsluiten met een paar vragen die de neo-gereformeerde Waterink in 1946 aan het Nationaal Christelijk Schoolcongres stelde? 'Is er bij ons vaak niet de bezieling uit? (...) Kan een vreemdeling die onze scholen bezoekt ook van ons getuigen: 'Die mannen - die vrouwen - ze hebben tenminste beginselen'?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1997

Criterium | 69 Pagina's

Normen en waarden

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1997

Criterium | 69 Pagina's

PDF Bekijken