Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Interview ouderbetrokkenheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Interview ouderbetrokkenheid

19 minuten leestijd

Interview ouderbetrokkenheid

De volgende personen hebben deelgenomen aan het interview: Bakker (Hilversum), Van de Beek (Hilversum), Van Berkum (redactielid), Boers (Vriezenveen), Bouwheer (Ederveen), Dekker (Vriezenveen) Van Engelenhoven (Opheusden), Evink (Kampen), Van 't Goor (Barneveld), Verhoeks (Ede) en Vogelaar (redactielid en interviewleider).

Dhr. Vogelaar heet iedereen van harte welkom en is blij dat zoveel bestuursleden deze avond gekomen zijn om met elkaar te praten over het onderwerp ouderbetrokkenheid. Enkele bestuursleden waren deze avond verhinderd. Dhr. Visser uit Rhenen heeft enkele opmerkingen schriftelijk doorgegeven. Die zullen deze avond meegenomen worden. Een paar maanden geleden heeft er een interview plaatsgevonden met ouders van verschillende basisscholen over het onderwerp ouderbetrokkenheid. Nu leek het de redactie een goede zaak om ook een interview te houden met bestuursleden.
Dhr. Vogelaar benadrukt dat de bestuursleden deze avond op persoonlijke titel spreken en niet namens het bestuur, mede vanwege de korte tijd die er zat tussen de uitnodiging en deze avond.
Hij stelt zich voor dat de aanwezigen ook op eikaars meningen reageren, zodat de levendigheid van het gesprek verhoogd wordt.

Hoe denkt u over de betrokkenheid van ouders bij het functioneren van de school voor de schoolgemeenschap?
Visser: Ouderbetrokkenheid is een goede zaak. Het moet ons niet alleen gaan om de school als instituut, het eerste belang ligt bij het onderwijs dat wij onze kinderen willen geven in de voorzeide leer en daarbij is ouderbetrokkenheid zeker niet uitgesloten. Zou de opvoeding thuis niet verder uitgewerkt worden op school? En is ouderbetrokkenheid in die zin niet zeer wenselijk?

Boers: Het is zeer noodzakelijk dat ouders betrokken zijn bij het onderwijs. Het moet een harmonie zijn. Er moet dus een goede communicatie zijn, bijvoorbeeld door middel van nieuwsbrieven, ouderavonden. Wij streven ernaar de ouders zoveel mogelijk bij het onderwijs te betrekken.

Dekker: Het is ook heel goed dat er een wisselwerking is tussen het bestuur en de ouders. Dat je met elkaar van gedachten kunt wisselen.

Vogelaar zegt samenvattend dat er dus geen éénrichtingsverkeer moet zijn: bestuur of directeur zegt wat tegen de ouders, maar omgekeerd moeten ouders ook in de gelegenheid zijn dit te doen naar bestuur of directeur.

Bouwheer: We moeten dan wel de juiste invalshoek of procedure kiezen. Bijvoorbeeld ouders eerst naar de groepsleerkracht laten gaan en dan pas naar de directeur. Het sturen van de communicatie is belangrijk.

Vogelaar beaamt dit en zegt dat in dit opzicht wel fouten gemaakt kunnen worden.

Dekker: Dat betreft dan vooral onderwerpen betreffende de leerlingen. Zaken in het algemeen hoeven niet via de groepsleerkracht te lopen.

Bouwheer: Hoe wordt ouderbetrokkenheid geregeld, hoe werkt het, dat is van belang. Het gesprek met ouders moet gaande gehouden worden, maar via de juiste weg. Ik vind dat de directeur daarin wel een belangrijke positie moet innemen.

Boers noemt een voorbeeld van een naar aanleiding van een probleem belegde ouderavond. Dit kwam heel positief over bij de ouders. Zelfs zo positief dat ze vroegen of er na verloop van tijd weer zo'n bijeenkomst kon worden belegd.

Verhoeks vraagt zich af: Wat bedoelen we eigenlijk met ouderbetrokkenheid? Ik heb 'betrokkenheid' gelezen als betrokkenheid bij het schoolgebeuren in z'n totaliteit. Nu hebben we het over conflictsituaties of praktijksituaties. Je moet dus wel verschil maken tussen betrokkenheid in het algemeen en betrokkenheid in conflictsituaties. Zelf heb ik de eerste vraag gelezen als: hoe betrek je de ouders bij de school?

Van 't Goor: Je kunt ouderbetrokkenheid verdelen in algemene betrokkenheid (die moet heel groot zijn) en specifiek (onderwijsinhoudelijke betrokkenheid . De laatste moet maar betrekkelijk zijn.

Vogelaar zegt dat dit duidelijk is. Stel je voor dat ouders zich gaan bemoeien met zaken als hoe moet je rekenen onderwijzen en zelfs bepaalde dingen willen afdwingen. Dat kan niet. Daar heb je deskundigen voor om daarover te besluiten.

Evink: Het gesprek dat we nu hebben, zie ik tegen de achtergrond van de dreiging dat een medezeggenschapsof ouderraad zal worden verplicht gesteld. We praten er nu over welke vorm van betrokkenheid gewenst is. Ouderbetrokkenheid moet inderdaad voor 100% of zelfs 101% aanwezig zijn.
Daar zijn we het allemaal waarschijnlijk wel over eens. Alleen op welke wijze gebeurt dat. Op Bijbelse argumenten willen we geen MR (medezeggenschapsraad). Dat tast in feite de grondslag aan. Gezag moet er zijn, maar gezag neemt niet weg dat er betrokkenheid is. Betrokkenheid kan met gezag samengaan. Maar hoe willen wij dat? Waar is de grens? Betrokkenheid in goede zin, hoe moeten we dat regelen ? Openheid is goed, maar we kunnen niet zeggen: Ouders kom maar op school en we zetten alle deuren open. Het kan gebeuren dat het contact te nauw wordt en dat ouders de directeur gaan voorschrijven wat hij moet doen.
Er moet goede openheid zijn mèt tact en wijsheid.

Bakker: We zouden een driedeling moeten maken ten aanzien van ouderbetrokkenheid:
1. Het schoolgebeuren in het algemeen
2. Onderwijsinhoudelijk
3. De bestuurlijke kant
We moeten duidelijk aangeven waar de grenzen liggen, tot hoever we kunnen gaan met ouderbetrokkenheid.

Evink: Goed, maar laten we daarbij letten op de gezagsverhoudingen tussen ouders en bestuur. Gezag van bestuur naar personeel moet er ook zijn. Er zijn gezagsverhoudingen. Die vervagen in onze tijd. Er komt een tijd dat iedereen mag zeggen wat hij wil.
Dhr. Evink leest dan een gedeelte voor uit: De plichten der ouders' door J. C. Ryle.

"Ik heb iemand wel eens horen zeggen dat u niets van de kinderen moet verlangen wat ze nog niet kunnen begrijpen; dat u alles wat u van hen vraagt, moet uitleggen en omschrijven. Voor zo'n opvatting waarschuw ik met nadruk! Ik zeg met nadruk dat dit een ongezond en verkeerd principe is! Het is zonder twijfel helemaal verkeerd om van alles wat u doet een geheim te maken; er zijn veel zaken waarbij het goed is om aan de kinderen enige uitleg te geven, opdat zij begrijpen dat ze verstandige schepselen zijn. Maar om ze groot te brengen met het idee dat ze niets moeten aannemen, dat zij, met hun nog beperkte bevattingsvermogen, overal het waarom, het waartoe moeten weten, dat is inderdaad een ernstige fout, die heel waarschijnlijk een verkeerde invloed op hun geest heeft."

Hij geeft dus aan dat enige uitleg ten aanzien van kinderen goed is, maar overal het waarom en het waartoe gaan uitleggen is verkeerd. Je kunt een parallel trekken naar de contacten met ouders.
Gezagsverhoudingen zijn dus heel belangrijk. In onze moderne maatschappij wordt dat betwist. Het is ons niet te doen om dictator te kunnen zijn. Je moet open wezen en toch het gezag handhaven. Het gaat er nu omhöè wij dat doen: openheid èn tact en wijsheid. Een ouder hoeft een kind niet alles te vertellen, maar je hoeft ook niet alles geheim te houden. Dat is ook zo in het contact met de ouders en in de ouderbetrokkenheid. Een belangrijk punt is: hoe vul je die betrokkenheid in de situatie waarin we nu verkeren, in? Niet star zijn enerzijds en anderzijds niet meegaan met de geest van de tijd, ook in de opvoeding.

Vogelaar zegt dat er tegengeworpen kan worden dat er verschil is in de positie ouders kinderen en die van school(bestuur) en ouders. De les is echter duidelijk. Hij vat samen dat er openheid moet zijn, maar dat de gezagsverhoudingen tegelijkertijd intact moeten blijven.

Verhoeks: Leerkrachten moeten ook tonen dat er gezagsverhoudingen zijn. Er zijn leerkrachten die een directeur aanspreken met Hans of Jan waar kinderen bij zijn. Kinderen signaleren dat er geen gezagsverhouding is. Er zijn leerkrachten die spreken ouders aan met je/jou waar kinderen bij zijn. Dan ben je ook een grens kwijt. Er straalt vanuit de scholen in het algemeen een zodanige openheid uit dat zeker ouders daar heel snel gebruik van maken en soms bepalen wat een leerkracht doen moet. De openheid is op sommige scholen dan zo groot dat gezagsverhoudingen aangetast worden. Je kunt bij sollicitatiegesprekken wel zeggen dat je bezwaar hebt tegen een medezeggenschapsraad, maar de houding kan tegelijk erg open zijn.

Veel besturen gaan er vanuit dat ouders bij het schoolgebeuren kunnen worden betrokken door contact-, kijkavonden enz. Vindt u dat voldoende of ziet u meer mogelijkheden? Zo ja, welke?

Dekker: Het houden van een enquête kan zinvol zijn. Je komt dan te weten hoe ouders tegen bepaalde zaken aankijken. Gegronde redenen komen op deze manier naar boven.

Van de Beek noemt als mogelijkheid het wegwerken van achterstallig onderhoud. Ouders die zich opgegeven hebben als vrijwilliger zijn door ons in kleine groepjes verdeeld. We hebben een groepje ouders voor schilderwerk. Een aantal zaterdagen kwamen ze bij elkaar en zo hebben ze het hele schoolgebouw aan de buitenkant geschilderd. Daarnaast is er een groepje ouders voor het schoonmaken (de vaste schoonmaker coördineert het werk) en er is een technische groep. Bijkomend voordeel is dat ouders elkaar leren kennen en zeker voor onze school is dat belangrijk, omdat Hilversum een streekschool is.

Van Engelenhoven is hier ook een warm voorstander van. Hij somt op als mogelijkheden: leesmoeders, bibliotheekwerkzaamheden, brigadieren, tuinwerkzaamheden. Ouders kunnen prima helpen, maar niet voor het onderwijsinhoudelijk deel. Daar moeten we de deur dicht houden.

Evink: We hebben ook wel werkcommissies en ook voor de schoolkrant doen we zoiets. Wat bij ons wel eens gebeurt, is dat er een spelletjesmiddag wordt georganiseerd. We barbecuen met de ouders eens per jaar. Er is een kerstbijeenkomst met ouders en grootouders, een schoolreisje. Er zijn mogelijkheden genoeg om de ouders te betrekken bij de school. Dat hoeft echt niet met een ouderraad.

Dekker: In Vriezenveen hebben we heel goede ervaring met het jaarlijkse schoolreisje. Bij ons gaan de ouders mee op schoolreisje.

Van 't Goor: In Barneveld doen we heel veel van deze dingen. We hebben de schoolhof aangelegd met behulp van vrijwilligers. Dat heeft ook een financieel voordeel. Het scheelde een ton. We zijn twee jaar bezig geweest. Het blijkt ook heel stimulerend te zijn. Er werd voorheen erg veel ruzie gemaakt op het schoolplein. We zien nu dat de sfeer op de schoolhof verbeterd is.

Uit het schrijven van de heer Visser blijkt dat in Rhenen de ouders het tuinonderhoud doen van de schoolhof. Hij vindt dat je verder met het inzetten van ouders op onderwijsinhoudelijk gebied voorzichtig moet zijn. Ouderbetrokkenheid moet je sturen. Hij denkt verder aan hulp van ouders bij projectweken. Ouders kunnen ook betrokken worden bij de school door klusjes te verrichten, maar ook bijvoorbeeld bij administratieve taken (Je zou hierbij kunnen denken aan de ondersteuning bij administratieve taken van de directeur. Op sommige scholen is daarvoor een administratief assistente aangesteld; red.).

Boers vraagt of dit nu alternatieven zijn voor ouderraden?
Vogelaar: Nee, dit is een open gesprek. We zijn niet beleidsvoorbereidend bezig. We zitten hier voor Criterium. Voorbereiden van beleid kan wellicht door de VBSO gedaan worden, maar dat hoeft niet aan de hand van dit gespreksverslag. De notitie van de bewindslieden van onderwijs, cultuur en wetenschappen spreekt over op termijn, mogelijk op vrijwillige basis, invoeren van een ouderraad voor het primair onderwijs. Dat is dus nog geen verplichting.

Bouwheer: We moeten, denk ik, vooral het huisbezoek niet vergeten. Dat moet consequent uitgevoerd worden om tot een goede betrokkenheid tussen ouders en school te komen.

Van Engelenhoven vindt overblijfmoeders ook een vorm van betrokkenheid.

Evink denkt dat we dan wel de vinger aan de pols moeten houden. De orde op school wordt daardoor verminderd. Het lijkt mooi, maar het gezag is er vaak niet bij deze ouders. 

Voor onze scholen is ontheffing verkregen van het wettelijk voorschrift een medezeggenschapsraad in te stellen. Noodzaakt dat eigenlijk niet tot het bieden van alternatieven om toch tot een goede ouderbetrokkenheid te komen? Bijvoorbeeld ouderraden?

Dekker: Waar is de grens? Als je voor ouderraden kiest, waarom dan geen MR?

Van Engelenhoven: Het instellen van ouderraden werkt inderdaad drempelverlagend.

Evink: We worden in een hoek gedrongen waar we niet willen wezen. Onze ouderbetrokkenheid is anders geregeld dan op openbare scholen. De wijze waarop dat bij ons kan gebeuren, hebben we net met elkaar besproken. Die alternatieven hebben wij in plaats van ouderraden.

Verhoeks: We moeten aangeven dat er geen ouders in ouderraden willen zitten, vanwege het principe, het beginsel.

Vogelaar: De overheid zal dan vragen: Hebt u dat wel voldoende geprobeerd?

Verhoeks: We moeten beleid maken richting ouders. Zeker richting jonge ouders. Dat is een belangrijk punt.

Evink: Betrek inderdaad jonge ouders erbij. Weten ze de bezwaren niet? Dan moeten we dat duidelijk maken!

Verhoeks: Dat is het! Maken we wel echt beleid? Of is het maar alleen een briefje dat door ouders ondertekend moet worden?

Van Engelenhoven: Onze jonge mensen begrijpen het niet meer.

Evink: De waarom-vraag is belangrijk. We behoren ook daarin een afgezonderd volk te zijn. Ouders die dat niet begrijpen, daar moeten we achteraan.

Van Engelenhoven: Men wil het niet meer accepteren. Dat zit in de tijdgeest.

Verhoeks: Als bestuur moeten we duidelijk maken dat we het gezag ook niet van onszelf hebben. Ons gezag is een afgeleid gezag. We moeten orde op zaken stellen in eigen huis.

Dekker: Kijk ook naar de praktische kant. Is het onderwijs niet goed op onze scholen, dan hebben ze een stok om de hond te slaan. Ons onderwijs moet kwalitatief eigenlijk beter zijn dan dat van scholen met een medezeggenschapsraad.

Evink: Ouders moeten vertrouwen hebben in het bestuur. Ze moeten zeggen: We steunen jullie in het bestuursbesluit.

Verhoeks: Ouders kiezen bewust voor de school. Ze moeten dus het bestuur steunen.

Visser vraagt in zijn brief: Waarom moet een alternatief altijd geïnstitutionaliseerd worden? Moet betrokkenheid (altijd) worden vertaald in meepraten en/of beslissen? Kunnen ouders geen adviezen geven of taken verrichten zonder een overlegstructuur? Een enquête houden onder de ouders met de vraag hoe zij de school ervaren, is een heel goed alternatief. Daarbij mogen ook bestuur, personeel, grondslag, leerstof enz. aan de orde komen.
Het doel is om daar als bestuur van te leren. We mogen als bestuurders ook wel eens in de spiegel kijken!

Dekker: Een enquête moet alleen praktisch zijn, niet onderwijsinhoudelijk. Ook andere deelnemers sluiten zich hierbij aan. Verder geven wij in Vriezenveen altijd aan wanneer er een schoolbestuursvergadering is. Ouders kunnen dan met hun vragen komen. Iedere ouder is welkom. Ze kunnen in alle openheid hun mening geven.

Evink: Dat is een goede instelling. Ouders krijgen altijd een antwoord, ook al is er niet direct een oplossing.

Van Engelenhoven: We moeten wel onderscheid maken tussen een vereniging en een stichting.

Er ontstaat op dat moment een kleine discussie over de vooren nadelen van een vereniging en een stichting. Bij de ene vorm van rechtspersoonlijkheid hebben ouders namelijk meer mogelijkheid betrokkenheid te tonen dan bij de andere. De ene is democratischer dan de andere, kun je ook zeggen. Vogelaar wijst erop dat je ook bij de stichting wel bijvoorbeeld een Raad van Advies of Raad van Toezicht kunt instellen waarin ouders vertegenwoordigd zijn. Aan de andere kant kun je in de statuten van een vereniging ook waarborgen inbouwen dat de kerkenraad of kerkenraden een behoorlijke stem in het kapittel hebben. Historisch is soms verklaarbaar waarom de verenigingsvorm gekozen is. Diverse aanwezigen geven hun ervaringen of mening weer over de vereniging of stichting.

Bakker concludeert: Los gezien van een vereniging of een stichting; openheid moet er altijd zijn.

Slaagt u als bestuur er in om de principiële bezwaren tegen de medezeggenschapsraad helder te krijgen? Licht u die bezwaren toe, blijft het leven of is het ondersteunen van het ontheffïngsverzoek slechts een papieren document? Weet een nieuwe generatie nog wel van de principiële argumenten tegen een medezeggenschapsraad?

Van 't Goor: De bezwaren tegen een MR moeten we duidelijk verwoorden in de schoolgids.

Verhoeks is van mening dat het in dit verband belangrijk is dat onder andere meditaties door besturen zelf geschreven worden en we niet maar even een kopie van een meditatie van bijvoorbeeld een predikant in de schoolkrant plaatsen. Je kunt dan in zo'n meditatie duidelijk laten blijken wat je als bestuur voorstaat en het gewicht van de functie als bestuurder mee laten beleven. Profileer je als bestuur. Geef mede inhoud aan de schoolkrant door bijvoorbeeld het schrijven in een rubriek 'Van de bestuurstafel'. 

Bouwheer: Helemaal mee eens. Begin echter dan ook bij het begin: Dat bestuursleden ook gevallen mensen zijn en dat alle gezag afgeleid gezag is. In de staat van volmaaktheid was er een gezagsverhouding die goed was. Dat moet duidelijk zijn.

Dekker stelt dat teveel motiveren ook gevaarlijk kan zijn.

Boers: De MR gaat er vanuit dat ouders de eerste verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van het onderwijs aan de kinderen. Dat klopt niet. We moeten ook niet teveel gaan discussiëren. Er komt dan geen eind aan. We moeten richting overheid presenteren hoe het wel moet.

Vogelaar: We hebben nu nog wel de vrijheid. De WOR (Wet op de ondernemingsraden) zal waarschijnlijk op vrijwillige basis voor het primair onderwijs worden ingevoerd. Maar wordt het woord 'vrijwillig' over een paar jaar niet weggehaald?

Boers: Daarom is het beter nu al een alternatief uit te werken. Hiermee kan worden voorkomen dat, wanneer de overheid het verplicht stelt, wij geen voorstel bij de hand hebben dat voor onze scholen acceptabel is. Laten we geen afwachtende houding aannemen, maar de tijd die er nog is, besteden aan het uitwerken van een verantwoord alternatief.

Bakker: We moeten de betrokkenheid afbakenen. (Zie ook zijn opmerking bij vraag 1)

Dekker: Op het gebied van identiteit en onderwijsmethoden moeten we geen directe betrokkenheid hebben.

Van de Beek: Advies van ouders kun je soms heel goed gebruiken. Maak gebruik van hun kennis.

Visser vraagt of er zo nodig wat moet? Hij verwijst naar zijn antwoord op vraag 3. Zijn advies is: Maak gebruik van deskundigheid van ouders, maar baken het terrein af. Geen medezeggenschap in de zin van medebeslissingsbevoegdheid. Maar wat wel? Advisering, medewerking of een bepaalde taakuitvoering?

Van Engelenhoven: Het woord advies moeten we niet gebruiken. Besturen zijn niet verplicht om advies van ouders te vragen en moeten niet verplicht zijn daar op in te gaan.

Dekker: Adviesrecht heeft de WOR ook; dus je bent verplicht uit te leggen of te motiveren, als je een advies niet opvolgt. Die kant moeten we niet op. 

Moeten ouders deel uitmaken van een schoolbestuur? Zo ja, hoeveel procent ongeveer?

Bakker: Ja, maar we moeten geen procenten noemen.

Evink: Het maakt niet uit of het een ouder is of iemand die geen kinderen op school heeft. Het belangrijkste is de capaciteit en de principiële kant.

Dekker: Noem geen percentages, want dan bind je je.

Bouwheer: We moeten misschien de vraag omdraaien. Kan een schoolbestuur goed functioneren zonder ouders? Ouders moeten er wel bij.

Van Engelenhoven: Belangrijk is ook dat het bestuur affiniteit heeft met de dagelijkse gang van zaken. Dus moeten mijns inziens ook ouders deel uitmaken van een schoolbestuur.

Visser schrijft dat moeten dwang is. Dat wil hij niet. Het komt hem echter wel gewenst voor dat er in het bestuur ook personen zitting hebben met kinderen op school. Dit komt naar de ouders ook positief over. Statutair kunnen er belemmeringen zijn. Denk aan de kerkenraadsscholen.

Stel dat een medezeggenschapsof ouderraad verplicht wordt, zou je dan moeten weigeren daarin zitting te nemen?

Evink: Na alles gedaan te hebben om het tegen te gaan, neem je wel zitting en dan moet je proberen zoveel mogelijk te sturen.

Van Engelenhoven: Nee, daar ben ik het niet mee eens. Je moet weigeren. Zijn degenen die daarin zitting willen nemen niet vaak betweters en vernieuwingsgezinden? Mogelijk is het wel positief bedoeld. Maar is wat zij willen niet een vorm van het gezag niet willen accepteren en willen meebesturen?

Vogelaar: Je kunt de wettelijke verplichting hebben om een ouderraad in te stellen, maar dan kunnen de aspirant-leden weigeren zitting te nemen. Als iedereen dat doet, dan kan de overheid geen sanctie opleggen, want aan je wettelijke inspanningsplicht heb je voldaan. Alleen is het de vraag of iedereen weigert.

Van Engelenhoven: Zitting nemen in een ouderraad en dan sturend bezig zijn houd je niet overeind. Dus moet je er niet aan beginnen. Bovendien, wat is de gemiddelde kennis van ouders met betrekking tot de complexiteit van het onderwijs? Het loopt uit op het wiel opnieuw uitvinden en op oeverloze discussies.

Evink: Het principe van afwijzen van de ouderraad is er wel, maar de ouders delen het niet allemaal meer. Je móét dan wel een ouderraad instellen. Hoe moeten we het anders doen?

Verhoeks: Als kinderen van school afgehaald worden, wat doen we dan? Het is heel moeilijk, maar toch zeg ik: Probeer te blijven staan als bestuur. Ik denk aan een meditatie over Daniël en de drie jongelingen. Privé zou er geen verandering zijn, zij zouden net zo kunnen blijven doen als anders. Alleen ambtelijk of bestuurlijk moesten ze slechts éénmaal een buiging maken voor dat opgerichte beeld. Ze konden het niet en deden het niet. Kijk, dat is een les voor alle bestuurders.

Van Engelenhoven: We moeten duidelijk aangeven: tot hiertoe gaan wij en niet verder.

Evink: De MR is een principiële zaak, waar wij tegen zijn. Maar er zijn meerdere dingen in het schoolgebeuren die voor mij persoonlijk wel principiëler zijn. Niet om te zeggen dat de MR voor mij geen principiële zaak is. We kunnen in geval van nood wel een ouderraad (daaronder versta ik dus geen medezeggenschapsraad) instellen en die dan proberen te sturen. Ik weet niet hoe het anders moet. 

Dhr. Vogelaar bedankt iedereen voor zijn inbreng deze avond. Het is een leerzame avond geweest. Het is wel eens goed om met andere bestuursleden over eenzelfde onderwerp van gedachten te wisselen. Hoe het verslag verder van nut zal zijn, kan hij natuurlijk ook niet precies zeggen. Maar zeker is dat anderen hier hun voordeel mee kunnen doen. Het is duidelijk dat u vanavond niet voor niets naar Veenendaal bent gekomen. Hartelijk dank!

Dit artikel werd u aangeboden door: KOC Visie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2001

Criterium | 48 Pagina's

Interview ouderbetrokkenheid

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2001

Criterium | 48 Pagina's

PDF Bekijken