Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Burgerschap in het primair onderwijs (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Burgerschap in het primair onderwijs (1)

15 minuten leestijd

Het thema van deze onderwijsdag, bur gerschap, is actueel. Onze overheid wil de maatschappelijke betrokkenheid van bur gers versterken. Van burgers wordt een actieve bijdrage verwacht aan de inrich ting van onze samenleving. Om jongeren hiervan zo vroeg mogelijk bewust te ma ken, zijn scholen sinds vorig jaar verplicht in het onderwijsprogramma aandacht te besteden aan het bevorderen van actief burgerschap.

De aandacht voor burgerschap is welis waar actueel, maar niet nieuw. Ook in de jaren vijftig en begin jaren zestig van de vorige eeuw zag de overheid het belang in van goed burgerschap. In die jaren kreeg iedereen die de kiesgerechtigde leeftijd bereikte (destijds 23 jaar) van het gemeen tebestuur een boekje. De titel van dit boekje luidt 'Burgerschap en burgerzin'. Het boekje roept de 23-jarige burger op mee te leven met het wel en wee van zijn gemeente, zijn streek, zijn provincie en zijn land. Op deze wijze wil het gemeen tebestuur bij de jonge lezer belangstelling opwekken voor de publieke zaak en ver antwoordelijkheidsbesef bijbrengen voor de samenleving. In het volgende citaat wordt dit verant woordelijkheidsbesef kernachtig omschre ven: "Het besef dat U medeverantwoor delijk bent, ook voor het lot van anderen. U kunt een goede staatsburger zijn door Uw werk in allerlei verenigingen, door Uw werk in kerkelijke organisaties, in de jeugdbeweging, in vakvereniging of poli tieke partij. Als u maar handelt vanuit het besef burger te zijn van een democratische staat. Wij hebben als mens grote verant woordelijkheden. Jegens onszelf, jegens ons gezin of onze familie, maar ook jegens onze buurt, onze gemeenten, ons land. Sterker nog: ook jegens Europa en de we reld. En wij hebben onze verantwoorde lijkheid jegens God."

Wie zijn verantwoordelijkheid ontvlucht, wordt een lafaard, een deserteur ge noemd. Van iedereen wordt een bijdrage verwacht om de grondslagen van de be schaving, christendom, gemeenschapszin, vrijheid en vrede te beschermen. Daarbij wordt verwezen naar de oud-Nederlandse wet: "Wie niet meedijkt in nood, verbeurt zijn erf". Wie nu niet helpt een dam op te werpen tegen de gevaren die de mensheid bedreigen, verliest zijn erf, zijn vrijheid.

De uitgave van dit boekje bewijst dat de aandacht voor burgerschap niet nieuw is. De invulling van het burgerschap is wel ge wijzigd. Destijds lag het accent vooral op het zogeheten staatsburgerschap. Burgers werden opgeroepen tot een actieve par ticipatie in politiek en maatschappij. Het pleidooi voor actief burgerschap dat nu klinkt is breder. Het gaat niet alleen om participatie, maar ook om kennis van de Nederlandse waarden en normen. De over heid benadrukt het belang van gedeelde waarden en normen om de sociale cohesie, de sociale samenhang in de maatschappij te versterken.

Ook van onze scholen wordt gevraagd bur gerschap in het onderwijsprogramma te integreren. Burgerschap kan op veel ma nieren worden ingevuld. In onze plurifor me samenleving wordt over de vraag wat een goede burger is verschillend gedacht. De identiteit van het christelijk onderwijs op gereformeerde grondslag speelt bij de invulling van burgerschapsvorming een belangrijke rol. Daarom is het goed om vandaag op deze onderwijsdag met elkaar na te denken over de vraag op welke wijze onze scholen op een verantwoorde wijze invulling kunnen geven aan hun maat schappelijke opdracht.

In mijn lezing wil ik de volgende punten aan de orde stellen. Allereerst schets ik verschillende maatschappelijke en poli tieke ontwikkelingen die ertoe hebben geleid dat de sociale cohesie in onze sa menleving is afgenomen en die er de aan leiding toe zijn dat de overheid van scho len vraagt aandacht te besteden aan actief burgerschap. Vervolgens geef ik aan wat de overheid van onze scholen vraagt. Dan ga ik in op de vraag wat christelijk burger schap inhoudt. Tot slot bespreek ik ver schillende aspecten die te maken hebben met het maatschappelijk burgerschap en staatsburgerschap.

2. Politieke en maatschappelijke ontwik kelingen
Vanaf het midden van de vorige eeuw heb ben zich ingrijpende politieke en maat schappelijke ontwikkelingen voorgedaan, waardoor de betrokkenheid bij het wel en wee van onze samenleving is afgenomen. Ik wil er drie bespreken: de individualise ring, de immigratie en de secularisering.

Individualisering
De individualisering heeft ertoe geleid dat de bereidheid om het eigen belang op zij te schuiven voor het gemeenschap pelijke belang is afgenomen. Mensen zijn steeds minder op elkaar betrokken en heb ben daardoor minder oog voor de zorgen van een ander. Traditionele verbanden als dorp, buurt, gezin en kerk verliezen steeds meer hun functie en het individu is steeds meer het centrum van het denken en han delen. De ontwikkeling van de verzorgings staat heeft de individualisering bevorderd. Mensen werden steeds minder afhankelijk van hun omgeving, omdat de overheid in ruime mate garant stond voor de benodig de zorg en ondersteuning. Hierdoor is het verantwoordelijkheidsbesef van veel men sen voor hulpbehoeftigen afgenomen.

De individualisering heeft negatieve in vloed op het vrijwilligerswerk. Het wordt steeds lastiger om vrijwilligers te vinden. Dat is zorgelijk. Vrijwilligers worden wel de smeerolie van de samenleving genoemd. Ze bewijzen de samenleving een belangrijke dienst. Daarbij komt dat vrijwilligerswerk een goede leerplek is om maatschappelijke verantwoordelijkheid te dragen. 2 Ook het verenigingsleven is door de afnemende maatschappelijke betrokkenheid steeds meer onder druk komen te staan. Veel mensen hebben hun inzet voor het publie ke belang afgekocht door van tijd tot tijd een gift aan een goed doel over te maken.

Mensen hebben ook steeds minder oog gekregen voor elkaar. Daardoor is een toe name van asociaal gedrag en criminaliteit zichtbaar. Inbrekers kunnen bijvoorbeeld steeds gemakkelijker hun slag slaan, door dat buren minder oplettend zijn. De ge dachte dat we ons alleen met onze eigen zaken moeten bemoeien, lijdt ertoe dat ongewenst en ongepast gedrag niet wordt gecorrigeerd. Zo kan het gebeuren dat ie mand in elkaar wordt geslagen zonder dat mensen die hiervan getuige zijn ingrijpen.

Mensen weten tegenwoordig ook steeds beter wat hun rechten zijn. Men is gewend geraakt rechten te claimen. De gelijke behandelingswetgeving heeft dit proces enorm versterkt. Deze wetgeving heeft namelijk tot gevolg dat mensen zich steeds meer vergelijken met anderen. Verschillen worden steeds minder getolereerd. Dat mensen naast rechten ook plichten heb ben, blijft veelal onderbelicht.

Immigratie
Een andere ontwikkeling waardoor de so ciale cohesie is afgenomen, is de immigra tie van mensen uit niet-westerse culturen. Deze groep maakt op dit moment 11% van de Nederlandse bevolking uit. De immigra tie van minderheden zorgt voor veel pro blemen. Vroeger leverden immigranten een belangrijke bijdrage aan de economie. Nu zijn velen werkloos en doen een beroep op sociale voorzieningen.

Veel immigranten zijn moslim. De grote stroom van moslims naar Nederland in de achterliggende jaren heeft ertoe geleid dat de islamitische traditie steeds duidelijker zichtbaar is geworden. Naast kerktorens komen we in ons land nu ook minaretten tegen. Naast christelijke feestdagen, ken nen we islamitische feestdagen, zoals het suikerfeest waarop het einde van de rama dan wordt gevierd. De islamitische gods dienst heeft geen wortels in onze vanouds joods-christelijke cultuur. De islam is een nieuw verschijnsel in de westerse wereld. 

Moslims hebben opvattingen en gedragin gen die op veel punten afwijken van wat we in Nederland gewend en gewoon zijn. De terroristische aanslagen hebben veel vragen opgeroepen over de werkelijke be doelingen van de islam. Veel moslims ko men uit landen waarin de islam een meer derheidsof monopoliepositie heeft. De meeste moslims zijn niet gewend te leven als minderheid in een democratie. Deze aspecten én de sterke banden die moslims met het land van herkomst blijven onder houden, hebben mede tot gevolg dat hun integratie een moeizaam proces is.

We hebben een tijd gehad dat de multicul turele samenleving als ideaal werd gezien. Het belang dat iedereen de Nederlandse taal, cultuur en geschiedenis kent, werd toen onderschat. Daar is nu gelukkig meer aandacht voor. Denk aan de canon die is opgesteld. Ook wordt nu van allochtonen verwacht dat ze zich inleven in de Neder landse identiteit. Koningin Beatrix ver woordde dit in één van haar troonredes als volgt: "De regering zal daarom de inte gratie van allochtonen verder bevorderen, hetgeen van nieuwe Nederlanders vereist dat zij onze taal spreken, zich inleven in de Nederlandse identiteit en cultuur, en de wetten van onze rechtsstaat naleven."

Alle Nederlanders hebben het Neder landse staatsburgerschap en als zodanig hebben burgers niet alleen rechten, maar ook de plicht zich in te zetten voor onze samenleving. Deze gezamenlijke verant woordelijkheid verdraagt zich niet met radicale islamitische opvattingen en ter roristische en criminele activiteiten. Daar over mag geen misverstand bestaan. M i nister Vogelaar houdt het voor mogelijk dat de islamitische cultuur zich zo diep in de samenleving nestelt dat op den duur gesproken kan worden van de joods-chrisEuropese Unie Koninkrijk der Nederlanden Paspoort Paspoort. telijk-islamitische traditie. Deze uitspraak heeft veel discussie opgeroepen. Dat is te begrijpen. Zij had zich moeten realiseren dat bepaalde elementen uit de islamitische cultuur haaks staan op de joods-christelijke cultuur, dat veel moslimimmigranten voor grote problemen zorgen en dat een groot deel van de bevolking zich daarom terecht ernstige zorgen maakt over de islamisering van onze samenleving.

Van onze regering hoeven we geen bijdra ge aan de revitalisering van de joods-chris telijke cultuur te verwachten. De overheid vindt dat er ruimte moet zijn voor pluri formiteit. Ze vindt dat burgers de vrijheid hebben hun eigen waarden te ontwik kelen en uit te dragen. De ruimte is niet onbeperkt. Er zijn kernwaarden die niet mogen worden geschonden. Met deze ge meenschappelijke waarden zou iedereen zich moeten identificeren. Voorbeelden van deze waarden zijn: gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid, vrijheid van menings uiting, vrijheid van vereniging en gods dienst, eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. Binnen dit kader moeten volgens de overheid verschillende waarden naast elkaar kunnen bestaan en conflicten tussen waarden op vreedzame wijze worden opgelost. Het onderwijs kan volgens de overheid een belangrijke bij drage leveren aan de overdracht van deze kernwaarden.

Secularisering
Niet alleen de immigratie van moslims, maar ook de secularisering heeft geleid tot een botsing tussen culturen. Dat is een derde ontwikkeling waarover ik iets wil zeggen. Christenen zijn in Nederland een minderheid geworden. De dominante mo raal in Nederland is nu seculier. Ongeveer 65% van de bevolking is onkerkelijk. Er bestaat in onze land verschil van mening over de vraag welke waarden en normen we willen behouden en verdedigen. Dat bleek onder andere uit de waardenen normen discussie die een paar jaar geleden promi nent op de politieke en maatschappelijke agenda stond. Een vast ijkpunt ontbrak in de hele discussie.

Positief is dat door deze discussie de aan dacht voor fatsoen en respect is toegeno men. In verschillende gemeenten zijn bij voorbeeld stadsregels opgesteld en ook op scholen is veel aandacht besteed aan goe de omgangsvormen. Pijnlijk is dat er geen draagvlak in onze samenleving is om bij voorbeeld het geweld in films en onzedelij ke billboards te verbieden. Het is teleurstel lend dat de overheid op dit punt ernstig te kort schiet en hinkt op twee gedachten. In het onderwijs moet aandacht zijn voor goe de omgangsvormen en het tegengaan van agressie, maar geweldfilms die de agressie juist oproepen worden niet verboden.

Opvallend is dat veel seculiere mensen die zich verzetten tegen de islamisering van de samenleving, als argument aanvoeren dat de islam niet past in onze joods-christelijke traditie. Tegelijkertijd proberen zij echter de ruimte voor de christelijke godsdienst en het christelijke leven zo veel mogelijk terug te dringen. Denk aan de aanvallen op de zondagsrust, de christelijke feestda gen en de ruimte voor gewetensbezwaar de trouwambtenaren. Ook met betrekking tot het onderwijs is een dominante seculie re moraal merkbaar. Van tijd tot tijd wor den discussies gevoerd om de vrijheid van onderwijs af te schaffen. De meerderheid van de Raad van Europa is van mening dat het scheppingsgeloof niet gebaseerd is op feiten, niet aan wetenschappelijk onder zoek doet en daarom 'ziekmakend onge schikt' is voor wetenschappelijk onderwijs. Het zou kinderen verwarren en uiteindelijk schade opleveren voor de democratie.

De secularisering heeft ertoe geleid dat er minder begrip is gekomen voor godsdien stige overtuigingen. Godsdienst wordt door velen als een privé-aangelegenheid beschouwd. In het publieke domein wil men daarmee niet lastig worden gevallen. Ook wordt regelmatig de scheiding van kerk en staat aangevoerd als argument tegen de subsidiëring of financiering van instellingen met een religieuze grondslag. Het gevolg van deze anti-godsdiensthou ding is, dat mensen met een godsdienstige overtuiging zich minder betrokken voelen bij de samenleving. Ze voelen een steeds grotere vervreemding. Het gevaar hiervan kan zijn dat mensen zich terugtrekken in hun eigen verbanden en hun participatie in de samenleving op een laag pitje komt te staan.

3. Burgerschap in het onderwijs
De hiervoor genoemde ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de overheid wil dat het onderwijs actief burgerschap en sociale integratie bevordert. De overheid verwacht van scholen dat ze kinderen le ren omgaan met de etnische en levens beschouwelijke diversiteit in onze samen leving. Om wederzijds begrip en respect voor elkaar te bevorderen moeten scholen jongeren leren kennis maken met elkaar. De school is volgens de overheid de plaats bij uitstek waar mensen kunnen leren met andersdenkenden samen te leven. Om de sociale binding in onze samenleving te versterken is een mentaliteitsomslag no dig die breed wordt gedragen. Mensen moeten weer verantwoordelijkheid leren nemen voor gemeenschapsbelangen en elkaar vertrouwen. Om dit te bereiken wil de overheid dat alle kinderen burger schapsvaardigheden worden aangeleerd. Aanleren gedragsregels. Wellicht zegt u dat uw school allang aan dacht besteedt aan burgerschap. Het aan leren van gedragsregels, omgangsvormen en het overdragen van waarden en nor men is inderdaad een taak waar alle scho len als het goed is voortdurend mee bezig zijn. De overheid wil nu echter kinderen nog nadrukkelijker voorbereiden op hun toekomstige participatie in een pluriforme samenleving.

De verplichting voor scholen om actief burgerschap en sociale integratie te bevor deren is vastgelegd in artikel 8 van de Wet op het primair onderwijs. Dit wetsartikel luidt: "Het onderwijs:
a. gaat er mede van uit dat leerlingen op groeien in een pluriforme samenleving,
b. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en
c. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en cultu ren van leeftijdsgenoten."

Met name deze laatste bepaling (onder c) verdient nadrukkelijk de aandacht. Kinde ren moeten niet alleen kennis hebben van, maar ook kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijds genoten. Met het begrip 'kennis hebben van' wordt aangeduid dat het onderwijs de leerlingen moet informeren over verschillen in culturen en achtergronden in de samenleving. Met het begrip 'kennis ma ken met' beoogt de overheid te bevorde ren dat kinderen elkaar leren kennen en begrijpen. Het is de vraag in hoeverre dit laatste mogelijk is zonder elkaar te ont moeten. Dat zou betekenen dat het ook op onze scholen van belang is na te denken hoe op verantwoorde wijze deze ontmoe tingen kunnen worden georganiseerd.

In de kerndoelen voor het basisonderwijs is vastgesteld wat het onderwijs met be trekking tot burgerschap en integratie moet opleveren.
36. De leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger. 37. De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.
38. De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Neder landse multiculturele samenleving een be angrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.

Uit de wetstekst en de kerndoelen valt op te maken dat burgerschap meer is dan al leen het bijbrengen van kennis over de Ne derlandse samenleving en de opvattingen die daarin leven. Goed burgerschap heeft ook te maken met vaardigheden en onze houding. Een goede burger moet op een waardige wijze, respectvol, met verschillen om kunnen gaan. Hij moet ook de houding hebben, de attitude, om zich in te zetten voor het publieke belang. Van scholen wordt verwacht dat zij een uitwerkte visie hebben op burgerschapsvorming, dat zij die visie planmatig in haar onderwijs vorm geeft, concrete doelen formuleert en ver antwoording daarvan aflegt aan de ouders en de omgeving.

We kennen in ons land vrijheid van onder wijs. Dat betekent dat de wet niet regelt hoe scholen burgerschap en integratie be vorderen, maar alleen dat scholen de op dracht hiertoe hebben. Scholen zijn dus binnen de grenzen van de wet vrij om te bepalen hoe zij invulling geven aan burger schapsvorming. Er is ruimte voor een iden titeitsgebonden invulling. De kerndoelen geven aan wat het onderwijs moet opleve ren. De inspectie houdt toezicht op de wijze waarop scholen hun opdracht invullen. Zij heeft hiervoor een toezichtkader opge steld. Scholen moeten erop alert zijn dat de inspectie niet te ver gaat in haar normstel ling. De inspectie moet de vrijheid die scho len hebben om een eigen invulling te geven aan burgerschapsvorming respecteren.

(Dit is het eerste deel van de lezing die de heer Van Berkum gehouden heeft op de Onderwijsdag van het Ds. G.H. Kerstenon derwijscentrum in 2007)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

Criterium | 76 Pagina's

Burgerschap in het primair onderwijs (1)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

Criterium | 76 Pagina's

PDF Bekijken