Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een ongezonde bitterheid?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een ongezonde bitterheid?

Christelijke feestdagen en de Nadere Reformatie

4 minuten leestijd

Als we nagaan hoe onze ‘vrome vaderen’, ofwel de mannen van de Nadere Reformatie, over de plaats van de heilsfeiten (de christelijke feestdagen) in het kerkelijk leven dachten, komen we al snel terecht bij het bekende voorbeeld van Jacobus Koelman, predikant in Sluis. Van hem is bekend dat hij een zeer strikte visie op de levensheiliging voorstond, waardoor hij herhaaldelijk in botsing kwam met kerk en overheid. In het rampjaar 1672 riep Koelman zijn gemeente op tot bekering en boete. Zelf brak hij toen ook met het gebruik van formulieren. Ook preekte hij niet langer over de feeststoffen die bij de kerkelijke feestdagen hoorden en hij preekte alleen nog maar op een feestdag als deze op een rustdag viel. Uiteindelijk liepen de spanningen met de overheid zo hoog op dat Koelman in 1675 uit Sluis verbannen werd. Overal in den lande werd hem het preken belet. Tot aan zijn dood in 1695 leidde Koelman vooral een zwervend en ontheemd bestaan.

Nog steeds is er een aantal Zeeuwse gemeenten dat geen tweede feestdagen houdt. Toch stond Koelman tamelijk alleen in zijn visie. Iemand als Franciscus Ridderus bestreed Koelman openlijk in diens ‘extreme’ opvatting ten aanzien van de feestdagen. Van hem is de uitspraak bekend: ‘Vuur is goed, maar te veel vuur doet een huis verbranden’. Ook Ridderus vond de levensheiliging zeer belangrijk, maar om de kerkelijke feestdagen af te doen als ‘paaps’ (rooms), vond hij te ver gaan. Wél is het volgens hem paaps “dat men op feestdagen uitspat tot allerlei ijdelheid en wereldsheid”. Ook is het paaps om de feestdagen heiliger en waardiger dan de dag des Heeren te achten. Echte christelijke feestdagen daarentegen zijn volgens Ridderus “solemnele [plechtige] gedachtenisdagen, die middelmatig zijn”. Men mag er dus over verschillen.

Koelman had verschillende redenen voor zijn stelling. Belangrijk argument was voor hem dat God de kerkelijke feestdagen niet heeft ingesteld. Integendeel, deze dagen zijn overgenomen van heidense gewoonten. Hij schreef: “we nemen ons plezier als de godsdienst gedaan is [als de kerk uit is], in het bijzonder op de tweede en derde (!) feestdag”. Op de feestdagen dient men helaas vaak het vlees, de duivel en de wereld. Daarnaast hebben we toch de rustdag, die door God Zelf is ingesteld! Juist op die dag kunnen we ook de heilsfeiten ernstig overdenken. Voorstanders van feestdagen vond Koelman nog tot daar aan toe, maar velen van hen zag hij zich ook tegen de sabbat keren: de ‘antisabbatarissen’.

Voor ons kan het bevreemdend overkomen dat zelfs christelijke gedenkdagen kritiek te verduren kregen. De achterliggende oorzaak was echter de wereldgelijkvormigheid op deze dagen en de hang naar de oude roomse gebruiken. Dat is ook vooral waar Willem Teellinck zich tegen keerde in zijn boek Gesonde bitterheyt (1624), geschreven voor de ‘weelderige christen die graag kermis houdt’. Teellinck hekelde onder andere het feit dat men “de dag der geboorte van Christus ‘Christ-mis’ [Kerst-mis] noemt en dan Kerstweggen laat bakken, met beeldjes, kindjes en lammetjes erin; (…) dat men blauwe, gele en rode eieren uitdeelt op de Paastijd; dat men de kinderen de pinksterblom laat spelen”. Verrassend actueel is het, als we lezen hoe Teellinck ook waarschuwt tegen het vieren van Sinterklaas en de hele santenkraam die ermee gemoeid is.

Concluderend kunnen we wel stellen dat de nadere reformatoren een eenheid vormden in hun bestrijding van wereldse of roomse invloeden in de christelijke gemeente. Wellicht ging Koelman wat te ver en had hij een ‘ongezonde bitterheid’ tegen de feestdagen. Met Ridderus, maar ook met mannen als Teellinck, Voetius en Cornelis Gentman mogen we terecht vrezen voor extremiteiten in de heiligingsijver. Maar laten we dan ook met hen nadenken en onszelf verootmoedigen over onze wereldgelijkvormigheid – juist ook op feestdagen? – én onze lauwheid in het onderhouden van de rustdag, die toch Gods eigen instelling is. Koelman kan ook hierin voor ons tot onderwijs zijn, dat het overdenken van de heilsfeiten onze regelmatige en ernstige aandacht moet hebben.

Dhr. Bremmer is wetenschappelijk medewerker bij de Gereformeerde Bijbelstichting

Dit artikel werd u aangeboden door: KOC Visie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016

Criterium | 32 Pagina's

Een ongezonde bitterheid?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016

Criterium | 32 Pagina's

PDF Bekijken