Bekijk het origineel

Interview met Hans Snoek, over zijn vader Johan Snoek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Interview met Hans Snoek, over zijn vader Johan Snoek

9 minuten leestijd

In juni 2015 verschenen in DNK twee artikelen over de betrokkenheid van de Nederlandse kerken bij het medische werk in Tiberias in de jaren vijftig.1 Daar werkte ook de gereformeerde predikant Johan Snoek (1920-2012). Wat opvalt is de verandering in zijn geloof. Gereformeerden van zijn generatie hadden de naam daarin ‘strak’ te zijn. Van Johan Snoek kan dit eveneens gezegd worden: hij stond voor zijn zaak, en trok er consequenties uit. Die attitude lijkt bij hem gelijk gebleven te zijn.

Ondertussen veranderde de inhoud van zijn geloof nogal drastisch. Johan Snoek begon als predikant in de Gereformeerde Kerken in Nederland, toen in die kerken heel duidelijk werd gesteld dat voor geen mens heil bestaat buiten Jezus Christus. Door het deputaatschap voor de zending onder de joden uitgezonden naar Tiberias ontwikkelde hij daar een sterke affiniteit met de staat Israël: seculier, maar een teken Gods in de geschiedenis. Vervolgens ontwikkelde hij aan het eind van zijn leven een uitgesproken solidariteit met de Palestijnen, die door toedoen van diezelfde staat Israël hun grondgebied en zelfbeschikking verloren hadden. Hoe moeten dergelijke overgangen in de protestantse denkwereld geïnterpreteerd worden? Ik sprak hierover met de in 1956 geboren zoon van Johan Snoek, opgegroeid in Tiberias. Hans Snoek is docent aan de Christelijke Hogeschool Windesheim en onderzoeker aan de vu. In 2015 publiceerde hij Van huis uit protestant. Hoe de leer verdampte en het geloof veranderde, uitgeverij Kok, Utrecht 2015 (zie de recensie elders in dit nummer).

Kort biografisch overzicht van Johan Snoek

Johannes Martinus Snoek werd op 25 mei 1920 geboren in Gorinchem en overleed op 31 augustus 2012 te Rotterdam, waar hij begraven ligt op ‘Oud-Kralingen’. Kandidaat theologie (1953); gereformeerd predikant te Woldendorp (1953) en 's Gravenhage-Oost (voor de evangelieverkondiging onder Israël 1957-1969); hulpdiensten te Wormerveer (1969-1970); hoofd van de sectie Kerk en het Joodse Volk van de Wereldraad van Kerken te Genève (1970); predikant te Oostvoorne en Tinte (1975) en Rotterdam-Hillegersberg (geestelijke verzorging geriatrische kliniek en verpleeginrichting; 1980-1986); emeritus 1985.

Hij was gehuwd met Cornelia Roelfke Dijkstra (1928 Delft-2001 Rotterdam). Johan Snoek was een actief verzetsman tijdens de oorlog en hoofd van de lo te Renkum, die onder meer voedselbonnen voor ondergedoken joden leverde aan ds. B.D. Smeenk aldaar. Ook wist hij de Engelse parachutisten-generaal John W. ‘Pip’ Hackett naar het bevrijde Zuiden te smokkelen. Bibliografie: The GreybookA Collection of Protests against Ant-Semitism and the Persecution of Jews, issued by NonRoman Catholic Churches and Church Leaders during Hitler's Rule (Assen, 1969); De Nederlandse kerken en de joden 1940-1945 (Kampen, 1990); Soms moet een mens kleur bekennen (autobiografie, Kampen 1992); Joodse en Palestijnse tranen (Vught, 2010). In memoriam: Historisch Tijdschift GKN nr. 28 (december 2013).

Interview met Hans Snoek, over zijn vader Johan Snoek

‘Toen mijn vader in Genève gevraagd werd om een lezing in de vs te houden, is hij naar een psychiater geweest die hem typeerde als een kleine man met een grote lamp. De psychiater zei dat omdat mijn vader als een berg op zag tegen een lezing die een theologisch niveau moest hebben. Tegelijkertijd voelde de psychiater kennelijk aan dat mijn vader een bijzondere visie op Joden en Palestijnen had, die hij graag wilde delen met denkers in de vs’

Theologie

Mijn vader heeft in zijn boek Kleur bekennen geschreven dat hij theologiestudie niet zo interessant vond en te weinig handvaten heeft gekregen om als predikant aan de gang te gaan. Hij was meer praktisch ingesteld en heeft zich meer laten sturen door ervaringen. Ik denk dat mijn vader als je hem zou moeten typeren niet zozeer theoloog was maar meer actievoerder en vanuit die rol gebruikte hij eerder de theologie dan dat hij geïnteresseerd was in de theologie als zodanig. Mijn vader haalde her en der theologen aan, maar dat was meer om zijn eigen standpunt kracht bij te zetten.

Vooroorlogse visie

Over zijn vooroorlogse visie op het jodendom schrijft hij niets. Dat zou kunnen betekenen, en dat zeg ik voorzichtig, dat hij daar destijds geen uitgesproken ideeën over had. Ik heb mijn vaders zus opgebeld en vroeg: ‘Heeft u in de loop van uw leven iets op catechisatie gekregen over hoe men dacht over het Joodse volk?’ Ze begon toen te haperen dat er wel iets werd geleerd, dat de kerk de plek van het volk Israël had ingenomen. ‘Heette dat toevallig de vervangingstheologie?’ ‘O ja, dat was het.’ Maar het calvinisme erkent toch het woord van God van a tot z, zowel Oud als Nieuw Testament? En toen begon zij te twijfelen. Ze kon de vervangingstheologie – geen heil buiten Christus – wel enigszins reproduceren, maar hoe sterk dat voor haarzelf is geweest weet ik niet. Ik kan me voorstellen dat het benoemd is op de catechisatie. Maar of het ook invloed heeft gehad, dat kon ik niet meer achterhalen.

Goed en kwaad

Soms moet een mens kleur bekennen gaat wel in op het helpen onderduiken van joden in Renkum. Mijn vader zegt op pagina 61 dat hij de Tweede Wereldoorlog heeft ervaren als een strijd tussen goed en kwaad. Ik denk dat dat een typerende uitspraak is. Gereformeerden hadden daar een vrij digitale kijk op. Het was of het een of het ander.

Op pagina 99 beschrijft hij het belang van een netwerk, van familie en kerk. Dat heeft, denk ik, eerder de doorslag gegeven. Het is niet zozeer de theologie die hem gestuurd heeft, als wel het sociale netwerk waarin hij zich bevond. Op pagina 100 verbindt hij goed en kwaad met diaconaat, daar wordt het wat concreter. Nog steeds fragmentarisch, maar als je het op een rijtje zet dan zou je daar een rode lijn in kunnen zien.

Of mijn vader die rode lijn zelf als zodanig ervaren heeft, dat durf ik niet te zeggen.

Tiberias

Ik kan niet achterhalen of mijn vader begonnen is met dialoog in plaats van zending of dat de gereformeerde jodenzending zélf die omslag maakte. Ik vermoed dat laatste – of mijn vader daar op eigen kracht op gekomen is valt te betwijfelen, al sluit ik het niet uit.

In Tiberias woonden, afgezien van staf van het Schotse centrum, alleen joden. Wij kenden één Arabier. Dat was de tuinman en die mocht als uitzondering hier verblijven. Zijn gezin zat in Nazareth. Doordeweeks kluste hij in het ‘Scottie’, in de weekenden ging hij naar huis. Dat heeft mijn vader lange tijd als een gegeven ervaren. Van: ‘Ja, dat is gewoon zo.’ Later heeft hij zich geschaamd, dat hij niet met die tuinman doorgepraat heeft. Mijn vader heeft dat achteraf ervaren als een soort apartheid. Voor zichzelf moest hij concluderen: ‘Ik heb de Arabieren in Israël totaal niet gezien.’

Tussen twee vuren: dialoog, maar anderzijds niet over Jezus zwijgen?

Theologisch en historisch (dat hing samen) zat mijn vader wel in een spagaat. Want als christen geloof je in een godsdienst die voor jou heel belangrijk en richtinggevend is. Tegelijk kun je er niet onder uit om te erkennen dat die godsdienst heel veel schade veroorzaakt heeft. En ik denk dat dat één van de redenen is dat hij het Greybook geschreven heeft, om een genuanceerder beeld te kunnen laten zien. Kern van zijn verhaal was natuurlijk dat hij als christen de joden ook geholpen had. Hij kreeg zo een entree in Israël. Het was retorisch slim om die anekdotes naar voren te halen, en te laten zien dat het net iets ingewikkelder is dan de schematische gedachte dat christenen eeuwenlang joden hebben achtervolgd.

De zesdaagse oorlog

Er werd een Arabische aanval verwacht. Mijn moeder heeft een verslag geschreven over die oorlog en dat geeft aan dat we bang waren. Haar verhaal is redelijk representatief voor hoe mijn vader gedacht heeft. We waren zo blij als een kind dat het Israëlische leger won.

Wij woonden aan de straat en zagen dus al die tanks langs komen. Al die militairen die zo gelukkig waren dat ze het overleefd hadden. Ze gooiden sigarettendoosjes naar ons toe met telefoonnummers, zodat wij hun families konden bellen. Ik weet niet of mijn vader de hand van God in de zesdaagse oorlog zou hebben gezien als hij niet in Israël had gewoond, daar zit iets van contextualiteit in.

Verandering in denken

Er is nog een andere ervaring geweest, toen hij in Genève zat. Hij is naar Libanon gegaan. Op de een of andere manier heeft hij toen de eigenaar ontmoet van het huis waar wij in Tiberias in woonden, dat inmiddels eigendom van de Schotse kerk was geworden, maar daarvoor dus van die Palestijn. Een heel vreemd huis, met allerlei aangeplakte verbouwingen. En die vroegere eigenaar zei dat dat kwam omdat zijn vader steeds een extra vrouw kreeg, dus elke keer kwam er een stuk bij. Mijn vader vond het al zo'n eigenaardige constructie.

Nu besefte hij dus dat daar een heel gezin had geleefd, dat was gevlucht. En zij konden niet terug. Dat was confronterend voor mijn vader. Over die ervaring heeft hij vaak verteld. De verandering in denken had bij mijn vader niet zoveel met theologie te maken, maar met ervaringen. En dus met het serieus nemen van waar je tegen aanloopt. Weer vanuit het schema van goed en fout, want voor mijn vader was wel duidelijk dat er iets mis zat met dat huis.

Gerechtigheid

Hij kon nog steeds vertellen hoe belangrijk het is om naast de joden te staan, maar sinds deze ervaring niet langer in politiek-militaire zin. Mijn vader heeft zich niet veel aangetrokken van kritiek op deze omslag. Hij bleef in eigen kring een eenling met zijn gegroeide sympathie voor de Palestijnen. Daar kwam enige gereformeerde koppigheid bij kijken, zo van: ‘Ik heb het gezien en niemand neemt mij dat af.’ Naarmate het onrecht evidenter was, was hij zelf ook overtuigder dat hij gelijk had. Inmiddels duidde hij de zesdaagse oorlog niet langer als Gods ingrijpen. Houdt die dan niet van Palestijnen, zelfs niet van christen-Palestijnen?

Daar kom je natuurlijk nooit uit. Wel is er meermalen sprake geweest van een soort bekeringselement. Maar dan gerelateerd aan ervaringen, veel meer dan aan theologie. Hij is soms van de ene kant helemaal omgedraaid naar de andere. En met alle respect naar bekeerlingen: die hebben soms iets fanatieks. Dat had hij ook. Zo van: ‘Ik heb daar rond gelopen, ik heb er veel over gelezen en heb de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en daarom sta ik nu hier. Ik kan niet anders.’ Mijn vader heeft veel meegemaakt. Van obscure textielverkoper tot predikant tot actievoerder voor de Palestijnen. Daar keek hij met enige trots op terug.

Utrecht, 18 januari 2016.


1 Hester Damman-Klees, ‘Getuigend gesprek met Israël. Johan Hendrik Grolle over de verhouding van joden en protestanten na de Tweede Wereldoorlog’; Gert van Klinken, ‘J.H. Grolle en de toekomst van de joodse christenen in Israël’, in: DNK 82 (juni 2015), pp. 3-19 en 20-32.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 2016

DNK | 96 Pagina's

Interview met Hans Snoek, over zijn vader Johan Snoek

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 2016

DNK | 96 Pagina's

PDF Bekijken