Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het hart van de naties rond de Middellandse Zee1

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het hart van de naties rond de Middellandse Zee1

Op zoek naar Kuypers maatschappijvisie in ‘Om de Oude Wereldzee’

37 minuten leestijd

Inleiding

Op zaterdag 5 augustus 1905, om 16.20 in de middag stapte Abraham Kuyper te Den Haag in de trein richting Keulen.2 Na een moeilijke politieke campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van juni 1905, waarin de arp een gevoelige nederlaag leed, voelde Kuyper zich ‘als een schelm weggejaagd’ uit zijn vaderland.3 Hij voelde zich unheimisch nadat heel Nederland in de verkiezingstijd zich zo rond zijn persoon had opgehitst, en hij wilde het liefst een tijdlang niet meer op de tong zijn.4 Daarom vatte hij een oud plan op en ondernam een reis door de landen rond de Middellandse Zee. Na een kuur in Bad Kissingen en een nakuur in de Alpen vertrok Kuyper naar Oekraïne. Vanuit Oekraïne reisde hij naar Roemenië en Rusland. In Rusland verbleef Kuyper in Odessa, waar hij wegens sociale onrust door hervormingen van de tsaar weg moest. Toen hij op 28 oktober naar Sebastopol op de Krim vertrok, kwamen de onlusten hem achterna. Kuyper zat een week vast in Sebastopol door verstoorde verbindingen wegens het oproer. Uiteindelijk kon hij op 4 november naar Constantinopel varen, in zijn ogen de eerste ‘Oosterse stad’ die hij zag. Hij beschreef het karakter van het Turkse volk met veel interesse en nauwkeurigheid.5 Na Turkije vervolgde Kuyper zijn reis via Syrië en Palestina naar Egypte. In Egypte reisde hij langs de Nijl naar het Zuiden, om Soedan te bezoeken. Vervolgens keerde hij terug, stak de Middellandse Zee over en bezocht Griekenland. Na de overtocht richting Italië, dat hij al eerder had bezocht, reisde hij rond op het eiland Sicilië. Hierna stak Kuyper de Middellandse Zee over naar Tunis, waar hem het bericht bereikte dat zijn dochter Henriëtte in Nederland in het ziekenhuis lag. Hij keerde via Frankrijk terug naar Nederland, maar in april 1906 vertrok hij alweer naar Zuid-Spanje. Hij bezocht vervolgens Marokko en Algerije, waarna hij via Spanje en Portugal terugkeerde naar Nederland.6

Kuyper had tijdens zijn reis weinig pretenties, zoals hij schreef in de voorrede van Om de Oude Wereldzee: ‘voor mij was eenig doel van mijn reis, persoonlijk kennis te maken met de religieuse, sociale en politieke toestanden in de onderscheiden streken van Europa, Azië en Afrika, die de oude Wereldzee omzoomen.’7 Hij dacht onderweg geen moment aan het publiceren van zijn indrukken van de reis. Toen Kuyper in Den Haag terugkeerde drong men er echter sterk op aan dat hij zijn bevindingen voor een breed publiek te boek zou stellen. Kuyper besloot ‘iets althans van mijn indrukken in wijder kring mede te delen.’8 Opmerkelijk is daarom dat hij een jaar later twee boeken van beide meer dan 500 pagina's publiceerde, getiteld Om de Oude Wereldzee.9 Hierin zet Kuyper de historische, politieke en religieuze achtergronden van de landen rond de Oude Wereldzee uiteen. Van alle bezochte landen geeft hij allerlei historisch en sociologisch feitenmateriaal en statistieken, gebaseerd op eigen observaties en wetenschappelijke literatuur. Stap voor stap bouwt Kuyper een normatief oordeel op uit deze feitenverzameling.

Om de Oude Wereldzee en de Civil Society

Hoe moeten we deze boeken duiden? Historici die zich over deze boeken bogen, richtten vooral hun aandacht op de religieuze aspecten van Kuypers reisverslag. Kuyper-biograaf Jeroen Koch beoordeelt Kuypers beschrijvingen als ingesleten gedachtegangen en verworden loopjes waarin van onbevangenheid geen sprake was.10 Hij verwijt Kuyper zelfs religieuze blikvernauwing, en ziet Kuypers calvinistische blik als ‘projectielamp’, die verkleuring en versmalling aanbrengt in de studie naar de Middellandse Zee.11 Ook George Harinck legt in de recente documentaire12 en het begeleidende boek vooral de nadruk op de religie als cruciale factor in Kuypers betoog, alhoewel Harinck hier geen kritisch oordeel over velt.13

Koch en Harinck baseren hun observaties vooral op de twee ‘scharnierhoofdstukken’, waarmee Kuyper deel i en deel ii begint. In deze hoofdstukken (Het Aziatisch Gevaar en Het Raadsel van den Islam) geeft Kuyper een – vooral religieus bepaalde – interpretatie van de geschiedenis en toekomst van de relatie Oost-West. Wanneer we de hoofdstukken lezen waarin Kuyper de landen die hij bereisde beschreef, zien we echter meer dan slechts een focus op religie als primair thema. In deze hoofdstukken komt een Kuyperiaanse maatschappijvisie naar voren, wanneer Kuyper focust op het historisch gegroeide, de verbanden waarin mensen leven en de verantwoordelijkheden die groepen in de maatschappij hebben.14 De aandacht voor zedelijkheid, onderwijs en het sociale vraagstuk zijn regelrecht terug te vinden in het kabinetsprogram van het kabinet- Kuyper (1901-1905), en de troonredes waarin dit beleid werd gepresenteerd.15 Om een voorbeeld te noemen: Kuyper schonk vaak aandacht aan drank- en speelzucht,16 een thema dat nadrukkelijk in zijn regeringsprogram was opgenomen, zoals blijkt uit Ons Program17 en de Troonrede van 1901.18 Het bestuderen van deze maatschappelijke thema's uit Om de Oude Wereldzee vormt een aanvulling op het bestaande historiografische beeld van Kuypers reis om de Middellandse Zee.

We zullen in dit artikel betogen dat het boek Om de Oude Wereldzee van Abraham Kuyper niet alleen om religie draait, maar ook om de grondtoon van het volkskarakter en het functioneren hiervan in de morele, politieke en sociale context van de landen die Kuyper bezocht. We volgen in dit artikel met nadruk Kuypers aandacht voor de volksaard van de volkeren die hij bezocht. Uiteraard is voor Kuyper de religieuze dimensie van de samenleving van groot belang, maar om onze stelling helder te maken, leggen we vooral de nadruk op Kuypers onderzoek naar de volksaard van de volkeren. Daarnaast is het belangrijk te onderkennen dat Kuyper zijn eigen referentiekaders uiteraard niet losliet op zijn reis. Om de Oude Wereldzee is een persoonlijke zoektocht, gevoed vanuit oude antirevolutionaire overtuigingen gecombineerd met nieuwe ervaringen van zijn reis. Op diverse plaatsen in de twee boeken evalueert Kuyper de bezochte landen vanuit een normatief gereformeerd denkkader. Niettemin betogen wij hier dat we Kuyper tekort zouden doen als we Om de Oude Wereldzee karakteriseren als bekrompen en misvormd door een calvinistische blik. Wij troffen bij lezing van Om de Oude Wereldzee een Kuyper aan die, staand in eigen tradities, nieuwe werelden open binnentrad, deze beschreef en analyseerde.

Vier thema's vormen de kern van dit artikel: volksaard, natiestaat, moraliteit en modernisering. Kuyper legde veel nadruk op de volksaard van de volkeren die hij bezocht. Hij duidde deze vanuit historische, geografische en religieuze aspecten, en betoogde dat de regering van de volkeren in overeenstemming moet zijn met de eigenaardigheid van de volkeren. Als regering en volk op een verschillende golflengte communiceren en samenleven, zullen er grote sociale spanningen ontstaan. Ook de status van religie, zedelijkheid en moderniteit was voor Kuyper binnen landen afgeleid van de volksaard. De toekomstige ontwikkeling van de bezochte landen koppelde Kuyper nadrukkelijk aan de volksaard en de uitdrukking daarvan in het overheidsbeleid.

Volksaard

Kuyper toonde allereerst in zijn beschrijvingen aandacht voor de aard van een volk. Om die volksaard te kunnen achterhalen, onderzocht Kuyper twee belangrijke zaken: de geschiedenis van het volk en de geografie. Elk volk krijgt een eigen, uniek karakter toegedicht door Kuyper. Daarmee samengaand noemde Kuyper ook vaak de verschillen. Hoe meer landen hij bezocht had, des te meer verschillen hij opmerkte tussen landen. Het vergelijken van landen is dan ook in het gehele werk van Kuyper zichtbaar. Om een duidelijk beeld te krijgen van hoe Kuyper te werk ging om op de specifieke volksaard van ieder volk te komen, analyseren we een aantal voorbeelden.

Toen Kuyper over Syrië schreef, besteedde hij veel aandacht aan de handel en economie van dat land. Kenmerkend voor het Syrische volk is volgens Kuyper de handelsgeest. Deze lijkt diep in hart en nieren van de Syriërs geworteld te zitten en is niet een kenmerk dat de Syriërs alleen in de tijd van Kuyper droegen. Deze handelsgeest was al aanwezig in de tijd dat de Feniciërs in Syrië woonden. Belangrijke handelssteden als Tyrus, Sidon en Beiroet konden hierdoor opbloeien en een centrale plaats in het handelsverkeer innemen rondom het gebied van de Middellandse Zee. Deze Fenicische handelsgeest heeft door de eeuwen heen stand gehouden: in de tijd dat Kuyper Syrië bezocht, zag hij de uitzonderlijke handelsgeest nog steeds terug.19 Uit dit Syrische voorbeeld blijkt dat de geschiedenis een evidente factor is voor het volkskarakter.

Een tweede land waar de geschiedenis een belangrijke factor blijkt te zijn voor de volksaard, is het eiland Sicilië. De Siciliaan wordt volgens Kuyper gekenmerkt door rusteloosheid.20 Dit heeft te maken met de geschiedenis van het land. Het eiland heeft verschillende overheersers en verschillende talen gekend. Eveneens hebben diverse religies invloed uitgeoefend op het eiland. Zo kwam Sicilië onder de Romeinen in aanraking met het christendom, na de veroveringen van de moslims onder de islam en onder latere overheersers weer onder het katholicisme. Rasvermenging vond hier veel plaats. Al deze ontwikkelingen hebben door de eeuwen heen invloed gehad op het karakter van de Siciliaan. Vanuit een historische invalshoek definieerde Kuyper de Siciliaan daarom als rusteloos. De nadruk op het organisch gegroeide is in Kuypers wereldbeeld cruciaal, zoals blijkt uit de analyse van Jac. van Weringh. Het beeld van de geschiedenis is voor antirevolutionaire denkers fundamenteel ingeweven in de opvattingen over politiek en maatschappij. ‘Het heden bloeit op de wortel van het verleden’, zo schrijft Van Weringh in zijn dissertatie.21

Geografie als verklaringsfactor

Naast de historische factoren zijn de geografische omstandigheden een belangrijke verklaringsfactor voor de volksaard. Het hoofdstuk waarin Kuyper schreef over Griekenland dient zich hier als goed voorbeeld aan, waarin duidelijk wordt dat een complex van oorzaken – waaronder geografie en historie – invulling geven aan de volksaard. De Grieken kennen, hoewel ze politiek versplinterd zijn, een grote nationale saamhorigheid. De geografie geeft hier echter geen aanleiding toe. Griekenland heeft namelijk een grillig landschap en dit zorgde er al in de Antieke Oudheid voor dat er politiek gezien geen eenheid te vinden was. Griekenland kende de zelfstandige poleis die vaak met elkaar in oorlog waren. Niet over land en rivieren, maar over zee moest veelal de communicatie plaatsvinden. Daarnaast woonden veel Grieken ook in de diaspora. Kuyper noemde de Grieken dan ook een zwervend volk. Toch kwamen de Grieken uit de diaspora steeds weer terug in het vaderland en als ze in het buitenland bleven wonen, steunden ze hun vaderland vaak door middel van financiële bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de cultuur. Voor Kuyper was de vraag dan ook wat er nu voor zorgt dat de Grieken deze kenmerkende saamhorigheid hebben. We hebben al gezien dat de geografie er niet toe kon leiden. De taal leidt eveneens niet tot Griekse saamhorigheid. Er zijn immers meerdere volken geweest die het Grieks spraken. De religie vormt ook niet het onderscheidende kenmerk van het Griekse volk. Hier geldt namelijk weer dat er meerdere volkeren zijn die de Grieks-orthodoxe kerk aanhangen. Het leidende motief wat de Griek tot Griek maakt, is het assimilatievermogen van de Grieken: ‘Het assimilatievermogen van den Griekschen volksgeest heeft van oudsher dat der Amerikanen geëvenaard, en het is die hoogere idée, die in dit assimilatievermogen nog steeds het leidend motief is.’22 Kuyper wijst erop dat ook het grote verleden van de Grieken zorgt voor de saamhorigheid van de Grieken. De Griek wijst graag met trots op zijn of haar verleden en daarmee is de historie van het volk de factor die het Griekse volk tot een natie maakt.

Een ander land waarbij de geografie duidelijk aan bod komt, is Egypte. Het Egyptische volk werd in de Oudheid gekenmerkt door een hoogstaande cultuur en ontwikkeling. Dit was te danken aan de geografie en geschiedenis van het land. Door de Nijl en de ligging van het land aan zee had Egypte toegang tot het rijke Westen. De Nijl vormde de bron voor het leven van Egypte, zonder deze rivier zou Egypte niets zijn. Door de Nijl konden de wetenschap en kunst van Egypte zich ontwikkelen. Het continent Afrika heeft zich, in vergelijking met de uitzondering Egypte, op cultureel gebied nooit goed kunnen ontwikkelen. De geografische ligging van Afrika is hiervan de oorzaak: het werelddeel heeft nauwelijks toegang tot het Westen en daarbij worden de Afrikaanse landen gekenmerkt door woestijnen. Deze omstandigheden belemmerden Afrika om zich te ontwikkelen.23

Kuyper merkte tussen Griekenland en Egypte een verschil op. Egypte werd al snel een staatseenheid en de Egyptenaren voelden aan dat het van gemeenschappelijk belang was om het land te verheffen. Samenwerken was uiterste noodzaak, om te strijden tegen de grilligheid van de Nijl. Griekenland kende echter een individualistische volksaard en een beperkte gerichtheid op het collectieve belang. Hier zien we Kuypers eigen maatschappijvisie terug: Kuyper liet zich negatief uit over Griekenland door het gebrek aan nationale eenheid. Deze nationale eenheid vormde in Kuypers visie een onmisbaar element voor de ontwikkeling van landen.24

Wanneer Kuyper een land bezocht, was de volksaard een van de eerste punten waaraan hij aandacht besteedde. Deze historisch en geografisch bepaalde volksaard was voor hem heel belangrijk, omdat het de grondtoon vormt voor de sociale, politieke en morele structuren. Deze volksaard stond uiteraard in wisselwerking tot de religieuze aard van het volk, maar viel daarmee niet samen. Op de volksaard werd de rest van de samenleving gebouwd, de economie, het landsbestuur of de zedelijkheid. Naast de volksaard bleken echter meer zaken nodig te zijn voor Kuyper om een samenleving op te bouwen die daarbij ook nog goed functioneert. De regering van een land, en de institutionele ontwikkeling van de natiestaat moest in overeenstemming zijn met de volksaard van een land. Dit werkte Kuyper nader uit in de beschrijving van enkele landen, die we hieronder analyseren.

De natiestaat en organisatie van de samenleving

Een natiestaat als territoriale werkelijkheid

De volksaard was voor Kuyper een cruciaal gegeven in de vorming en het functioneren van staat en samenleving. Een natie kan bestaan zonder territoriale staat, zoals Kuyper ondervond bij Zigeuners en Joden. Deze beide naties behouden hun eigen cultuur en gewoonten hoewel ze doorgaans niet onder eigen bestuur vallen. Toch rekende Kuyper wel degelijk met de natiestaat als territoriale werkelijkheid. Vooral binnen Europa en rondom de Middellandse Zee zijn staten realiteit. Volkeren in de diaspora dienen zich te onderwerpen of te assimileren met het volk en de gebruiken van het land waarin ze te gast zijn. Het ronddolen van de Zigeuners, waaruit voor Kuyper hun niet-Europese oorsprong bleek, komt voort uit een misplaatste hoogmoed. Ze noemen zichzelf ‘Roma’ wat ‘de mens’ betekent, en miskennen daarmee andere volken. In diezelfde argumentatie is de hele wereld voor henzelf, en gebruiken ze als ‘parasieten’ de voordelen van andere samenlevingen. Een territoriale afbakening was essentieel voor Kuyper, zoals ook zichtbaar is bij het Joodse volk. Hoewel de Joden verspreid zijn over de wereld, en dus net als de Zigeuners een zwervend volk zijn, zijn ze toch verbonden met een eigen land. Daarnaast bezitten de Joden in hun aard het vermogen om zich te verbinden aan het land waar ze verblijven en daar een financiële en culturele bijdrage te leveren. Een volksaard heeft dus idealiter een eigen territorium, óf het vermogen te assimileren. Het vermogen tot assimilatie komt heel duidelijk naar voren in de casus Rusland: dit enorme volk heeft het vermogen andere volken ‘op te slokken’ en tot deel van Rusland te maken.

Erkenning van eigenheid

Elke natie heeft een geheel eigen karakter waarmee rekening gehouden dient te worden in het bestuur en organisatie van het land. Om te beoordelen of een land goed functioneert of om te achterhalen waarom een land niet voldoende functioneert, greep Kuyper doorgaans terug op de volksaard. Dit is wel allermeest zichtbaar toen hij de Franse koloniën Algerije en Tunesië aandeed, twee landen die gekoloniseerd werden door de Franse staat. In Algerije nam Kuyper een Europeanisering waar die door Frans beleid werd bewerkstelligd. Voor Frankrijk was dit een uitermate kostbaar en bloedig beleid, en het effect was volgens Kuyper voor de Algerijnse volksaard negatief. Kuyper sprak zich dan ook meer waarderend uit voor de wijze waarop Tunesië gekoloniseerd was. Daar nam Frankrijk de Tunesische volksaard serieus. Frankrijk stelde wel de Europese rechtspraak in, maar die gold alleen voor de Europese inwoners. Een grote bijdrage leverde Frankrijk vooral op financieel gebied, waardoor volgens Kuyper Tunesië de nodige middelen had om zich te ontwikkelen. ‘Tunis bleef, wat geheel de innerlijke Staatsinrichting aanging, het oude Tunis. Aan de vervorming in een klein-modelsch Europeeschen Staat werd niet gedacht.’25 Dat deze staatsvorm uitgaat van de Islam was voor Kuyper geen probleem. De gehele toestand was immers verbeterd; er heerste orde en regelmaat, er was een hoger budget zonder tekorten, een hogere opbrengt van de landbouw en de mijnbouw en een goede handel. Ook werd er geïnvesteerd in infrastructuur en kwam er een beter en minder belastend belastingstelsel.

Van de poging om Tunis te Europeaniseeren zag de Fransche regeering al dadelijk het gevaar in, en juist door het niet ingrijpen in het nationale leven, dat zich in den loop der eeuwen in het Regentschap ontwikkeld had, is het haar gelukt in Tunis, ook anderen kolonialen Mogendheden ten voorbeeld, een proeve te leveren van schitterend koloniaal beleid.26

Een goed koloniaal beleid laat in Kuypers maatschappijvisie dus het karakter van de samenleving intact en levert vooral middelen aan om groei te bevorderen.

Verhouding overheid en maatschappij

De koloniale maatschappij was vaak pluriform van aard. Zo gold voor de Europeanen een eigen rechtssysteem, terwijl over de Tunesiërs de Islamitische rechtsorde heerste. Kuyper onderkende de Nederlandse samenleving ook als pluriform. Hoe moet de overheid echter omgaan met verschillen binnen het volk? Gekomen in Spanje refereert Kuyper aan het Habsburgse huis, dat binnen het Spaanse rijk nationale eenheid door middel van religie wilde bevorderen. Deze ijver om een eenheid te bewerkstelligen kon Kuyper zich wel voorstellen, mede gezien de oprechtheid van Philips ii in zijn streven naar religieuze eenheid. En: ‘wat Philips dreef, was de destijds nog vrij algemeen heerschende onheilige overtuiging, dat het de plicht en roeping der Overheid was, straf te bedreigen tegen al wat de eere Gods beleedigde, en aan zijn geopenbaarde waarheid afbreuk deed.’27 Deze bekeringsijver van de overheid was echter niet wat Kuyper voor ogen heeft, maar de vrijheid die hij thans in Spanje aantreft, bekoorde hem evenmin. Het is een vrijheid die vooral een slapheid is. Kuyper wenste Spanje dan ook een nieuwe en krachtige koning toe, die zich sterk inzet om het volk datgene te geven waar het al zo lang om vroeg.

Kuyper onderkende dus een vorm van vrijheid zoals hij deze in Nederland propageerde onder het motto ‘Soevereiniteit in eigen kring’. Opmerkelijk is dat hij deze aanduiding slechts één keer gebruikt in Om de Oude Wereldzee, en dan in negatieve zin. Hij deed dat bij de aanblik van de prachtige stad Constantinopel waar Kuyper opmerkte dat elke natie een eigen geheel vormt, maar dat Turkije die eenheid niet kende. ‘Het is een legkaart van nationale brokstukken, slechts zeer zwak administratief verbonden, en in het aangezicht van den Islam vormt elke natie er een eigen religieus geheel, door traditie, belijdenis en eredienst steeds van elkaar gescheiden.’28 Opnieuw was voor Kuyper de grootste reden voor deze gefragmenteerde samenleving de aard van het Turkse volk. Zij zijn vooral ‘overheersers’, maar geen goede bestuurders. De Turken zijn in staat om vele volken te overwinnen, en hen op te nemen in het Osmaanse Rijk. Deze overwonnen volken leven in relatieve vrijheid zolang ze zich schikken, administratief onderwerpen, én de nodige belasting afdragen aan het politiek en economisch centrum Constantinopel. Een natie kent dit Turkse Rijk dan ook allerminst. Kortom: soevereiniteit in eigen kring werkte voor Kuyper slechts als het algemene belang in het vizier is. De gevolgen hiervan waren voor Kuyper vooral zichtbaar in de relatie tussen de overheid en het volk. ‘Waar elk samenhangend nationaal bestaan ontbreekt, faalt vanzelf bij de regering elke poging om economisch het nationaal bestaan te versterken.’29

Voor de Turkse bestuurders golden dan ook slechts twee zaken: de boel rustig houden, en het innen van de tribuut. Er bestond een grote geldstroom richting Constantinopel, terwijl nooit gevraagd wordt hoe men de productiviteit van het volk kon vermeerderen. Nationale welvaart werd niet bewerkstelligd. Enerzijds ontbrak het aan medelijden en meehelpen met het volk door de administrateur of overheid, en anderzijds liet het volk zich maar melken. Kuyper gebruikte hier het beeld van een koe die geen weide vindt, maar wel gemolken wordt. ‘In Turkije kent men in onze zin noch vaderlandsliefde noch patriotisme. Het is onder stramme autocratie al één democratische versplintering die alle nadelen van de democratie over de bevolking uitgiet, en alle voordelen ervan doet missen.’30 Voor Kuyper was het helder: een regering moet het geheel van de samenleving dienen en vertegenwoordigen, wil er nationaal welvaren komen.

Tot slot zag Kuyper dat een overheid wel present moet zijn in een samenleving, vooral als deze pluriform van aard is. Op Sicilië trof Kuyper dat de Italiaanse centrale overheid de eigenheid van het Siciliaanse volk niet serieus heeft genomen, en haar heil heeft gezocht in straffe centralisatie en achterstelling van Sicilië ten opzichte van de rest van Italië. ‘Zoodra de Regeering in de waakzaamheid van haar politie en in de doeltreffendheid van haar rechtsspraak te kort schiet, voorziet de particulier op eigen gezag in het ontbrekende.’31 Het trotse gevoel van eigen hoogheid leidde ertoe dat de Siciliaan zich te goed achtte om hulp te vragen, en zijn juridische zaken ging regelen in geheime organisaties, die aanvankelijk ook onder de aanzienlijken en hooggeplaatsten aanhang vonden. ‘Zoo werd de Mafia een soort staat in den Staat, en het natuurlijk gevolg was, dat de Mafia veel krachtiger kon optreden en doortasten dan het officieele gouvernement.’32

Voor het goed functioneren van een samenleving gold voor Kuyper dat een overheid de volksaard accepteert. Ook in pluriforme samenlevingen moet de overheid betrokken zijn op alle minderheden, en niet om slechts belasting te innen. Een natie kon dan volgens Kuyper zich onmogelijk cultureel en economisch ontwikkelen. Als het bestuur niet zichtbaar is, zijn samenlevingen in staat om eigen instituties op te tuigen, buiten de rechtsstaat om. Ook blijkt dat Kuyper wel voorstander was van een pluriforme samenleving, maar dat deze ingebed moet zijn in een gemene deler of een veronderstelde eenheid.

Sociale factoren als bouwstenen in de maatschappij

Religie als bouwsteen voor de samenleving

Ook de religie, moraliteit en zedelijkheid waren voor Kuyper belangrijke bouwstenen voor de maatschappij. Deze onderwerpen werden vaak door hem besproken en uit de manier waarop hij deze besprak blijkt dat Kuyper deze factoren belangrijk achtte voor een goed functionerende maatschappij. Religie was voor Kuyper een belangrijke bouwsteen voor de samenleving, omdat ze vaak voor een nationale binding zorgt. Zo heeft de Grieks-orthodoxe kerk – naast de herinnering aan het rijke Griekse verleden – gezorgd voor het behoud van de nationaliteit van de Griek. ‘De Grieksche kerk heeft het hart van het volk, en afval van die kerk wordt als verraad aan het heilige Hellenendom door den volksvloek getroffen. De nationale verwachtingen voor de toekomst laten zich in Griekenland van het kerkelijk leven niet scheiden.’33

Hoewel de religie hier als zeer belangrijk werd gezien door Kuyper, namelijk als nationaal bindende factor, was religie niet de enige invalshoek van waaruit Kuyper in zijn boek naar de samenlevingen keek. De religie in de landen is als één streng van een uitgebreid vlechtwerk. Zoals een vlechtwerk niet ineen kan blijven zitten met één streng, zo kan de samenleving niet alléén bouwen op religie. Er zijn meer strengen nodig om tot een stevig maatschappelijk vlechtwerk te komen. Vanuit zijn antirevolutionaire achtergrond had Kuyper desalniettemin veel waardering voor het idee van de kerk als nationaal bindende factor. Dit komt tot uitdrukking in zijn ideeën over de positie van de gereformeerden in de Nederlandse samenleving. Het gereformeerde christendom moest, al was het wellicht niet op korte termijn realiseerbaar, in Kuypers visie het centrum van de natie gaan vormen. De christelijke staat kreeg daarom bij Kuyper ook de taak om de vaderlandsliefde en de gemeenschapszin van het volk aan te wakkeren.34 De religie had zodoende voor Kuyper een belangrijke functie in de maatschappij, zij het dat er nog meer sociale factoren zijn die bijdragen aan een goed functionerende maatschappij.

De positie van de vrouw

Vanuit religieuze overtuigingen worden in de samenleving ethische en morele normen geformuleerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Kuyper aandacht had voor deze morele en sociale aspecten.35 Duidelijk komt dat naar voren in de bestudering van de positie van de vrouw in samenlevingen als Turkije en Sicilië. In Turkije is het de islam die de positie tussen de man en de vrouw beïnvloedt. De vrouw heeft een beduidend lagere positie in de islam en dient vaak als het lustobject van de man. Polygamie kwam in veelvoud voor.

Vroege huwelijken, makkelijke echtscheidingen met als gevolg dat veel vrouwen in de prostitutie belandden, allemaal ten nadele van de vrouw, dat alles kwam veelvuldig voor in Kuypers tijd. De polygamie in Turkije werd gerechtvaardigd door een verwijzing naar de profeet Mohammed, die zelf vijftien vrouwen had. De polygamie werd niet als onzedelijk gezien. Kuyper had hierover een heel andere mening: ‘ (…) al wat men dan ook verhaalt van de polygamie, dat ze het zedelijk peil van het leven verhoogt, is onzinnig. Veeleer voedt ze alle ongerechtigheid.’36

Kuyper lijkt hier een voorkeur te geven aan het christelijk ideaal, waarbij de man één vrouw huwt en zich niet inlaat met andere vrouwen. Hij wees daarmee ook de prostitutie af. Religie krijgt hier een belangrijke rol toebedeeld. Religie is niet zomaar ‘iets’ dat ergens bij de samenleving hangt. Het stuurt de samenleving in ethiek, moraliteit en ideologie. Religie geeft mensen richting in hun leven. Het geeft aan wat goed en niet goed is. In lijn met deze gedachtegang verbond Kuyper in zijn visie religie – waarbij hij de voorkeur geeft aan het christendom – met het niveau van de zedelijkheid. We zien dus dat religie een zeer belangrijke streng is in het maatschappelijk vlechtwerk, maar niet de enige is. De volksaard van een natie wordt in grote mate bepaald door religie, maar valt daarmee niet samen. Religie en veel sociale aspecten zijn met elkaar verweven. De godsdienst geeft aan wat juist is en zorgt voor stabiliteit, zowel voor het individu als voor de samenleving als geheel. Religie en sociale omstandigheden kun je niet los van elkaar zien. We zagen zojuist bij Kuypers analyse over Turkije dat de islam niet veel goeds deed op zedelijk gebied. Ook op Sicilië was Kuyper niet te spreken over de zedelijkheid in het land. Er was op Sicilië sprake van moreel verval. De Tien Geboden werden daar niet nageleefd door het volk en deze zouden daar volgens Kuyper nodig zijn om de samenleving van het verval te redden. Het is ook hier de christelijke wet, de Tien Geboden, die de samenleving overeind kan houden en die volgens Kuyper dus een centrale plaats in zou moeten nemen in de samenleving.

Onderwijs

Ook het onderwijs was zeer relevant voor de samenleving in Kuypers opinie. Dat uitte Kuyper ook al in Nederland, met zijn strijd voor lager, middelbaar en hoger onderwijs. Het onderwijs was voor Kuyper een belangrijke factor voor het creëren van gemeenschapszin in de natie. Dat zien we duidelijk in Marokko, waar onderwijs en religie hand in hand gaan. De leerlingen worden bekend gemaakt met de overheersende religie in het land en zo wordt tegelijkertijd ook de nationale geest aangewakkerd. In Marokko was het alleen de religie die alle bevolkingsgroepen het gevoel gaf een eenheid te zijn. Door het onderrichten van alle kinderen in de islam kon de nationale eenheid versterkt worden. Het onderwijs blijkt ook een belangrijke bindende factor te zijn wanneer Kuyper Griekenland analyseert. Onder de Grieken vond Kuyper geen respect van de mindere voor de meerdere. Dit is te wijten aan de grote politieke verdeeldheid in het land en het sterke Griekse individualisme. Iedereen denkt het beter te weten. De gelijkheid van de burgers werd er volgens Kuyper te ver doorgevoerd. ‘Zelfs de domste acht dat hij evengoed tot oordelen in staat is als de kundigste geleerde.’37 Deze houding belemmerde de Grieken om tot gemeenschapszin te komen via het onderwijs. Kuyper liet in zijn boek doorschemeren dat hij dat liever anders ziet: in een samenleving met een hiërarchie moet het hoger gezag gerespecteerd en geaccepteerd worden – zowel in de politiek als het onderwijs.

Ten slotte is het onderwijs voor Kuyper belangrijk voor de toekomst, voor de ontwikkeling van het land. Dat blijkt in de bespreking over Egypte en Marokko. In Caïro is het onderwijs sterk ontwikkeld. De invloed vanuit het onderwijs uit Caïro op andere landen was groot, zeker op het gebied van de inrichtingen van het onderwijs. Het islamitisch onderwijs stond op een hoog niveau. Daarbij was er in het onderwijs ook aandacht voor het Europees onderwijs. De Fransen en Engelsen brachten in Caïro hun kennis en onderwijssystemen over. Het onderwijs in Caïro zorgde voor een hoog ontwikkelingsniveau van Egypte, voor een grote invloed van Egypte op nabij gelegen landen, alsook voor goede banden met Europa. Het onderwijs beschreef Kuyper hier dus als een belangrijke factor voor de toekomst van een land.

Modernisering en toekomst

Kuyper was op zijn reis rond de Middellandse Zee bijzonder geïnteresseerd in de manier waarop volkeren hun positie bepaalden ten opzichte van de moderniteit. Hij schreef veel over vooruitgang en groei, maar ook over achterblijven en verval. Daarnaast stelde hij zich voortdurend de vraag of er toekomst was voor een volk. Hier komt, naast de beschrijvende aard van Kuypers werk, ook de normatieve, evaluerende aard naar voren. Kuyper had zich, aan het einde van zijn hoofdstukken waarin hij de landen beschrijft, een oordeel gevormd over de toekomst van het beschreven land. Hij keek over de horizon van zijn eigen tijd heen naar de toekomstige status van een Mediterraan land, en naar de rol van het land in de toekomstige ontwikkeling van het Midden-Oosten. Deze rol werd nauw betrokken op de economische, politieke en sociale werkelijkheid van de Mediterrane landen. Kuyper had aandacht voor de dynamische werkelijkheid waarin hij leeft. De ontwikkeling van de landen die hij bezocht koppelde hij nadrukkelijk aan de volksaard van het land. De kern van de natie zal bepalend zijn voor de manier waarop een land zich zal gaan ontwikkelen in de toekomst. In dit verband schuwde Kuyper het doen van stellige uitspraken over de toekomst niet, zoals blijkt uit het voorbeeld van de Krim: de toekomst van de Krim is alleen mogelijk ‘door volledige Russificatie’, zo schreef hij.38

Cruciaal in zijn betogen over de ontwikkeling en toekomst van landen was de status van de spoorwegen. De spoorwegen gebruikte Kuyper als een ‘metafoor’ voor de moderniteit. Hij mat de mate van ontwikkeling in een land met de graadmeter van het spoorwegennet. Kuyper reisde veel per trein, waardoor hij heel nauwkeurig kon schrijven over de spoorwegen in een land. De status van de spoorwegen was voor Kuyper een beeldbepalende factor in de waardering van 's lands ontwikkeling. Kuyper constateerde dat de aanleg van spoorwegen meerdere redenen had, en op verschillende terreinen kansen bood. Zo zag hij in Syrië en Klein-Azië dat de spoorwegen economische kansen boden, omdat goederen gemakkelijk getransporteerd konden worden vanuit de rurale gebieden naar de havens of handelssteden. Ook waren er religieuze en politieke belangen bij de spoorwegen: het Ottomaanse rijk legde een spoorlijn aan tussen Damascus en Mekka om de bedevaart te bevorderen en te stroomlijnen. In Spanje zag Kuyper het samenbindende karakter van infrastructuur in het algemeen en spoorwegen in het bijzonder. Regio's die voorheen gescheiden optrokken, kregen door de treinverbindingen unieke kansen om duurzame contacten aan te knopen.39 Ook op andere terreinen van de infrastructuur waardeerde Kuyper ontwikkeling, zoals spreekt uit de beschrijving die hij geeft van het Suezkanaal in Egypte. Hij sprak zijn bewondering uit voor de betekenis van het Suezkanaal voor de internationale handel en scheepvaart. Belangrijk is zijn refereren aan Europese investeerders bij de aanleg van spoorwegen en waterwegen. Zo noemde Kuyper de Britse en Franse ondersteuning bij het bouwen van waterwerken in en rond de Nijl in Egypte en Soedan.40

Kuyper bleef echter in zijn beschrijving van de infrastructuur van landen dicht bij de aard van dat land: dit is duidelijk zichtbaar in Marokko. Toen Kuyper tussen havenstad Tanger naar residentiestad Fez reisde, moest hij dat te paard doen. Het ontbreken van deugdelijke straatwegen paste voor Kuyper echter bij de volksaard van Marokko, zoals blijkt uit zijn observatie: ‘Ze [de Marrokkaan] neemt tijd om te overleggen en te beraden en weegt en wikt dan bij haar schriftelijk antwoord elke letter.’41 De infrastructuur van Marokko droeg eraan bij dat het leven in Marokko langzaam blijft voortgaan, geheel naar de aard van het volk.

Ontwikkeling of verval

De spoorwegen dragen bij aan modernisering en economische en sociale ontwikkeling. In lager ontwikkelde landen voelde Kuyper weemoed. Zeker landen die een rijk verleden hebben, zoals Klein- Azië, Griekenland of Sicilië, waren voor Kuyper een bijzondere ervaring. Door een laag niveau van nijverheid, handel, landbouw of mijnbouw slaagden deze landen er niet in zich te ontworstelen aan de greep van de armoede, iets waar de bevolking onder leed. In Syrië en Griekenland zag Kuyper de negatieve gevolgen van internationale inmenging: Syrië kon niet meekomen op de Europese markt, terwijl Griekenland grote buitenlandse schulden had.42 Toch was hij niet helemaal zonder hoop. Een mooi voorbeeld vormt Sicilië. Kuyper constateerde armoede, verval en een negatieve invloed van de Maffia. Daartegenover proefde hij in Palermo echter een ander gevoel: hem trof de gezonde stemming, soberheid en netheid van de Siciliaan. Als Palermo zijn stempel zou drukken op het Siciliaanse leven, koesterde Kuyper hoop ‘of er voor een volk met zoo veelszins goede qualiteiten, niet nog een beter toekomst dagen zal.’43 Ook Spanje deed het in Kuypers ogen goed, hij zag een groei van de handel, verbetering van de internationale handelspositie en bloei van kunsten en wetenschappen. Dit gaf Kuyper het idee dat Spanje zijn historische loop nog niet had volbracht, en dat er voor dit volk nog toekomst zou zijn weggelegd.44

Waardering moderniteit

In zijn waardering voor de moderniteit nam Abraham Kuyper een ambivalente houding in. Enerzijds stond hij kritisch tegenover de liberale zeden en moraal, wat ook duidelijk naar voren komt in Ons Program.45 De oordelen van Kuyper over de zedelijkheid hebben we al eerder in dit artikel verkend, maar in de confrontatie met Europese invloeden krijgt het verval van de moraliteit een extra lading. Dit blijkt goed uit het volgende citaat over Cairo:

In Caïro verzinkt het Oostersche leven steeds meer in den stroom van het Europeeschen leven en behoudt het alleen in zooverre nog, op droeve wijze, zijn Oostersch type, dat de zedelijkheid er op een zeer lagen trap staat. De Oostersche zinnelijkheid en het Europeesche geld maken in dit opzicht Caïro tot een der meest beruchte plaatsen. (…) Het is een zondestad van de meest booze soort.46

Elders sprak Kuyper zijn waardering uit voor het voortbestaan van de oude Oosterse Egyptische volksaard. Hij was dus tegen een te grote Europese inmenging in de volksaard en moraliteit van Egypte. Daartegenover staat dat hij positief spreekt over de bereikte resultaten van de Europese staten op economisch of staatkundig gebied. Kuyper zag in dat dynamiek, beweging en vooruitgang positief waren voor een volk. En deze inmenging komt zichtbaar naar voren in de spoorwegen, in Om de Oude Wereldzee Kuypers ‘metafoor voor de moderniteit’. Met de aanleg van ‘Europese’ spoorwegen brachten de Europeanen ook hun liberale gedachtegoed, waarvan Kuyper in Egypte zag hoe deze denkbeelden leidden tot ‘geestelijke en zedelijke ontbinding’.47

Conclusie

In dit artikel hebben we een aanvulling op het bestaande beeld van Om de Oude Wereldzee geboden. We hebben laten zien dat Om de Oude Wereldzee niet alleen draait om de rol van religie of de strijd tussen het christendom en de islam. Religie was voor Kuyper wel een belangrijk thema, zoals door Harinck en Koch wordt betoogd, maar zij heeft in zijn beschrijvingen van de door hem bezochte samenlevingen niet de overhand. Kuyper zocht in de hoofdstukken, waarin hij de door hem bezochte landen beschrijft, naar het hart van de natie, het fundamentele principe dat een volk tot volk maakt. Wat maakt de Griek tot Griek, en wat de Egyptenaar tot Egyptenaar? Kuyper was vooral op zoek naar antwoorden op deze vragen. In de beschrijvingen van Kuyper zien we een poging om te begrijpen en in te voelen wie de andere volken zijn, en hoe hun volksaard is ontstaan en zich nog altijd manifesteert. Kuyper kwam niet direct met een voorspelbaar oordeel, maar deed moeite om de samenleving te begrijpen, soms in zo'n mate dat de lezer aanvankelijk niet begrijpt waar Kuyper heen wil. Met deze observatie corrigeren we het beeld dat Kuyper-biograaf Koch heeft geconstrueerd, die Kuyper een bevooroordeelde en vernauwde religieuze blik toeschrijft.

De interpretatie die Koch en Harinck geven over het geheel van het boek kunnen we gedeeltelijk overnemen. In de twee ‘scharnierhoofdstukken’ is religie de belangrijkste factor, en ook in de lands-beschrijvingen heeft religie een belangrijke rol. De bijdrage van religie is vooral voor het wezen van de samenleving van groot belang. De zedelijkheid, de nationale binding en het onderwijs zijn vaak geënt op religie. De islam kan ook in die zin op Kuypers interesse rekenen, en soms zelfs op zijn instemming en bewondering. Maar, in meerdere sociale zaken zoals de positie van de vrouw en het onderwijs, concludeert Kuyper dat de christelijke religie een positievere invloed heeft. Ook benadrukt Kuyper keer op keer dat de Tien Geboden een meer centrale plaats zouden moeten hebben in de samenlevingen, en beschrijft hij de pijn van de christenen waar het christendom plaats maakte voor de islam.

Maar er is méér dan religie, en in de beschrijvingen van de landen nam een ander thema de leiding. Abraham Kuyper keek niet slechts naar religieuze ontwikkelingen en de grote en groeiende invloed van de islam, evenmin beschreef hij strikt wetenschappelijk of sociologisch de maatschappelijke verschijnselen in de landen rondom de ‘Wereldzee’. Kuyper ging op zoek naar de grondtoon van een samenleving, en vond die in de volksaard. Voor hem kreeg elke natie een kloppend hart, een eigen en soms ‘eigen-aardig’ karakter waarin hij een verklaring zoekt voor wat hij ziet. Deze volksaard is een historisch gegroeide werkelijkheid, waar niet lichtzinnig mee omgesprongen kan worden. Voor Kuyper waren wereld en samenlevingen niet maakbaar, maar een momentum in een historische context. Dat maakt dat Kuyper bij elke beschrijving van een natie uitputtend de geschiedenis en de geografie behandelde. Deze twee factoren waren voor hem essentieel voor de existentie van de samenleving; de mate waarin ze de natievorming hadden gestimuleerd of geremd, en hoe ze het karakter van de natie hadden gekleurd. Dat maakte ook dat Kuyper gedetailleerd achtergronden omschreef voor hij tot een waardering kwam. Het is alsof Kuyper een lijn ontwaarde die noodzakelijkerwijs ook in de toekomst doorgetrokken zou worden. Dit resulteerde in enkele uitspraken over toekomstige ontwikkelingen. In Rondom de oude Wereldzee blijkt dat de volksaard voor Kuyper de grondtoon was; zelfs de uiting van religie wordt grotendeels bepaald door het karakter van de natie.

Met het beschrijven van de huidige samenlevingen richtte Kuyper zich vooral op het bestuur, de zeden of sociale gesteldheid en de modernisering. Hij zag deze als uitwerking en resultaat van de volksaard, meer dan hij hierin de rol van religie zag. Zo is slecht bestuur vaak een gevolg van een miskennen van het volkskarakter of het missen van de eenheid van de natie. Voor Kuyper kon een samenleving zich ontwikkelen mits er een algemeen belang is dat door overheid en bevolking wordt ondersteund. Slechts onder die voorwaarden kon soevereiniteit in eigen kring, of een vrijheid voor alle bevolkingsgroepen, ontstaan. Een scherp oog had Kuyper ook voor de ontwikkelingen en de moderniteit in landen; hij trok vanuit het verleden lijnen door naar heden en toekomst. Ook hierin was voor hem de aard van het volk een belangrijke verklaring voor het functioneren ervan. Daarnaast echter ontwaakte hier ook allermeest de staatsman in Kuyper; hij evalueerde ontwikkelingen, en gaf ongevraagd zijn adviezen. Een koppeling met zijn eigen politieke program is in dezen snel gemaakt.

Hoewel Kuyper zelf geen politieke redenen gaf voor het schrijven van Om de Oude Wereldzee, is het moeilijk voor te stellen dat hij zijn politieke programma geheel vergeten was. De analyse van de opvattingen over politiek en maatschappij in de landen rond de Middellandse Zee werpt licht op het doel van Om de Oude Wereldzee. Had Kuyper met zijn boek een misschien onuitgesproken politiek doel in gedachten? Zijn beschrijvingen van de mediterrane landen geven aanleiding om voorzichtig dit standpunt in te nemen. In Om de Oude Wereldzee kon hij, gebaseerd op de sociale werkelijkheid rond de Wereldzee, aantonen dat zijn antirevolutionaire opvattingen historisch en maatschappelijk gezien geen droombeelden waren. Hij kreeg de mogelijkheid te bewijzen dat deze ideeën in de ‘pure’ en historisch bepaalde samenlevingen rondom de Middellandse Zee herkend werden. Zo kon hij net als in Ons Program aan antirevolutionairen ‘de welgegrondheid, den samenhang en de profijtelijkheid voor het leven van zijn politieke geloofsartikelen’ bewijzen, en aan de buitenstaander ‘het lichter te maken, dat hij ons streven en bedoelen versta’.48 Tegelijk leverde hij ongevraagd adviezen over de juiste staatsinrichting van deze landen: hier gingen beschrijving, waardering en advisering hand in hand.49 Zo is Om de Oude Wereldzee niet slechts een eenduidig reisverslag, noch een poging om de strijd tussen het christendom en de islam onder woorden te brengen. Het biedt vooral inzichten in een zoektocht van een Nederlandse staatsman naar de grondtoon van een samenleving, zonder twijfel met een grotere politieke boodschap dan tot nog toe werd aangenomen.


1 Dit artikel vormt de schriftelijke neerslag van het academische college Civil Society, gegeven door prof. dr. George Harinck aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De auteurs danken George Harinck voor zijn begeleiding bij de totstandkoming van dit artikel.

2 George Harinck, Aan het roer staat het hart. Reis om de oude wereldzee in het voetspoor van Abraham Kuyper, (Amsterdam 2015), pp. 21-26.

3 Kuyper aan Idenburg, 22 maart 1908, J. de Bruijn en G. Puchinger, Briefwisseling Kuyper-Idenburg, (Franeker 1985), p. 164. George Harinck, ‘Als een schelm weggejaagd? De Antirevolutionaire Partij en de verkiezingen van 1905, in: D.Th. Kuiper en G.J. Schutte (red.), Het kabinet-Kuyper (1901- 1905) (Zoetermeer 2001), pp. 270-301, aldaar 296.

4 Brief aan Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohman. Geciteerd in: Harinck, Aan het roer staat het hart, p. 23.

5 Zie ook: Jan de Bruijn, ‘De poëzie van het vervallene. Abraham Kuyper in Constantinopel’ in: idem, De sabel van Colijn. Biografische opstellen over religie en politiek in Nederland (Hilversum 2011) pp. 141-158.

6 Zie Harinck, Aan het roer staat het hart en Jeroen Koch, Abraham Kuyper. Een biografie, (Amsterdam 2007), pp. 491-523 voor een overzicht van Kuypers reis.

7 A. Kuyper, Om de Oude Wereldzee, (tweede druk, Amsterdam 1908), i, p. v.

8 Ibidem.

9 Deel i kwam uit in 1907, een herdruk in 1908, deel ii in 1908.

10 Koch, Abraham Kuyper, p. 499.

11 Ibidem, pp. 498-499.

12 Documentaire ‘Om de Oude Wereldzee. In de voetsporen van Abraham Kuyper’ in mei en juni 2015 uitgezonden bij ikon.

13 Harinck, Aan het roer staat het hart, pp. 250-251.

14 Zie J. van Weringh, Het maatschappijbeeld van Abraham Kuyper (Assen 1967) voor een (onvolledige) analyse van Kuypers maatschappijbeeld.

15 D.Th. Kuiper en G.J. Schutte (red.), Het kabinet- Kuyper (1901-1905) (Zoetermeer 2001) Troonredes van 1901-1904.

16 Zie bijvoorbeeld Cairo, Kuyper, Om de Oude Wereldzee, i, p. 68.

17 A. Kuyper, Ons program (tweede druk, Amsterdam 1880), p. 257-259.

18 Troonrede 1901: ‘Het zedelijk karakter van het openbare volksleven zal op meer afdoende wijze door de wet beschermd moeten worden. Zonder de persoonlijke vrijheid te na te komen, zal op openbaar terrein de speelen drankzucht krachtiger moeten worden beteugeld.’

19 Kuyper, Om de oude wereldzee, i, p. 402-405.

20 Ibidem, ii, p. 270.

21 Van Weringh, Het maatschappijbeeld van Abraham Kuyper, p. 58-59.

22 Kuyper, Om de oude wereldzee, ii, p. 206.

23 Ibidem, ii, pp. 52-55.

24 Ibidem, ii, pp. 177, 193- 194.

25 Ibidem, ii, p. 311.

26 Ibidem, ii, p. 322

27 Ibidem, ii, p. 434

28 Ibidem, i, p. 327

29 Ibidem, i, p. 329

30 Ibidem, i, p. 331.

31 Ibidem, ii, p. 253.

32 Ibidem, ii, p. 255.

33 Ibidem, i, p. 186.

34 Ibidem, i, pp. 36-47.

35 De aandacht voor moraliteit en sociale aspecten van het menselijk bestaan bij Kuyper zijn te plaatsen in een veel breder historisch verband, zoals blijkt uit de studie van Hanneke Hoekstra. Hanneke Hoekstra, Het hart van de natie. Morele verontwaardiging en politieke verandering in Nederland, 1870-1919, Amsterdam 2005.

36 Kuyper, Om de oude wereldzee, i, p. 358.

37 Ibidem, ii, p. 177.

38 Ibidem, i, p. 114.

39 Ibidem, ii, pp. 424-425.

40 Ibidem, i, p. 57.

41 Ibidem, ii, p. 387.

42 Ibidem, i, pp. 420-421.

43 Ibidem, ii, p. 278.

44 Ibidem, ii, p. 425.

45 Kuyper, Ons Program, pp. 251-263.

46 Kuyper, Om de Oude Wereldzee, ii, pp. 61-62.

47 Ibidem, ii, p. 68.

48 A. Kuyper, Ons Program (tweede druk, Amsterdam, 1880), p. v.

49 Koch, Abraham Kuyper, p. 492.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 2016

DNK | 96 Pagina's

Het hart van de naties rond de Middellandse Zee1

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 2016

DNK | 96 Pagina's

PDF Bekijken