Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GEWIJDE GESCHIEDENIS O.T.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GEWIJDE GESCHIEDENIS O.T.

5 minuten leestijd

Exodus 15—18.

Van de Rode Zee naar de berg Sinaï.

Het verblijf van Israël in de woestijn Sur.

Het verblijf van Israël in de woestijn Sin.

De wereld is een woestijn en het leven is een reis. Die woestijn is vol van gevaren en het leven is vol van bezwaren.

Gelukkig het volk, 'dat de reis door die woestijn mag maken evenals het volk van Israël, onder de leiding van de Wolk-en Vuurkolom.

Evenals bij Israëls volk wisselt lief en leed, zoet en bitter, licht en donker elkander gestadig af.

De woestijn is een leer-en oefenschool om tegenover onze hulpeloosheid en ontrouw» Gods almacht en trouw te leren verstaan en te ervaren.

Bij de Rode Zee heeft het volk het lied der bevrijding gezongen.

Van Farao zijn ze verlost.

Nu begint de opmars naar het beloofde land.

De weg, die de Heere houdt met Zijn volk is anders dan zij zich hadden voorgesteld.

Spoedig komen de teleurstellingen.

Na drie dagen komen ze te Mara.

Daar vinden ze een put met bitter water.

Dat is aanleiding dat het volk begint te murmureren. De Heere geeft echter uitkomst.

Mozes moet op Gods bevel een stuk hout in dat water werpen, en nu wordt het door een wonder drinkbaar.

Van Mara trekken ze verder en komen te Elim. Daar mag het volk rusten in een lieflijke oase. Hier zijn 70 palmbomen en 12 waterfonteinen.

Zo verkwikt de Heere Zijn volk in de woestijn van dit vaak moeitevolle leven.

Dan houdt de murmurering op en mogen ze zingen:

„Hier wordt de rust geschonken".

Anderhalve maand na de uittocht betreden ze de woestijn Sin, tussen Elim en Sinaï.

De mondvoorraad, uit Egypte meegebracht, is opgeteerd en de honger dreigt.

Het volk staat op tegen Mozes en Aaron. De Heere zal weer wonderbaar in de nood voorzien. Nog diezelfde dag zullen ze vlees eten en de volgende dag wonderbrood.

Een grote zwerm kwakkelen laat de Heere in het legerkamp neerstrijken.

Als het volk de volgende morgen buiten komt, ligt het manna rondom hun tent.

Niet wetende wat dit was, riepen ze vol verwondering: Man-hü: Wat is dat? vanwaar het de naam Manna ontving.

Bij dit brood uit de hemel gaf de Heere Zijn inzetting.

De Israëlieten mochten slechts zoveel verzamelen elke morgen, als ieder die dag nodig had, n.1. een gomer per hoofd Liter.) (2y2

Zij moesten dat doen vóór de zon heet werd, want dan versmolt het.

Wie veel vergaderde had niet over, en wie weinig vergaderde had niet te kort.

Zo moeten we leren bidden: „Geef ons heden, ons dagelijks brood".

Wij eten geen manna, maar toch laat de Heere het brood uit de aarde voortspruiten tot de dienst der mensen.

Als we dat brood leren zien als een gave Gods, dan spruit het wel uit de aarde, maar dan komt het eigenlijk uit de hemel.

Op de zesde dag verzamelt het volk een dubbel deel, dus ook voor de Sabbat.

De Heere wil de Sabbat heiligen en daarom regende het op de Sabbat geen manna.

Ter gedachtenis aan deze wonderbare spijziging, moet een gomer manna worden bewaard in een kruik, die later werd gelegd in de ark des Verbonds.

Na een week in de woestijn Sin te zijn gebleven, kwamen ze bij Rafidim.

Hier wachtte hun een dubbele beproeving.

Er was geen water, en in plaats dat het volk op de Heere vertrouwde, die te Mara zo wonderbaarlijk had geholpen, begon het weer tegen Mozes en Aaron op te staan.

Mozes moest nu op de rotssteen slaan en stromen waters kwamen te voorschijn.

Hun ongeloof werd beschaamd en Mozes noemde de naam dier plaats Massa en Meriba.

De tweede beproeving was, dat de Amelekieten een laffe aanval deden op de achterhoede van het leger.

Amalek is de verpersoonlijking van het rijk der duisternis, dat'altijd de zwakste plaatsen opzoekt om Gods volk te treffen.

De Heere neemt het echter voor Zijn volk altijd op. Een eigenaardige strijd wordt gestreden.

De overwinning wordt verbonden aan het opheffen van de staf van Mozes.

Die staf is het symbool van Gods machtige daden.

Wanneer die staf in de kracht des geloofs biddend omhoog geheven wordt, dan moet Amalek verliezen.

Maar als Israël in het geloof en in het gebed verslapt, wint Amelek.

Die strijd gaat steeds door.

Mozes bouwt een altaar en noemde dit: „Jehovah-Nissi": De Heere is mijn banier!

De oorlog des Heeren zal tegen Amelek zijn van geslacht tot geslacht.

De schoonvader van Mozes, Jethro bracht Zippora met haar beide^ zonen bij Mozes terug.

Jethro geeft aan zijn schoonzoon een wijze raad omtrent het bestuur van Israëls volk.

Toen namen zij afscheid van elkander en Jethro keerde naar Midean terug en Mozes leidde het volk naar Sinaï.

\ Bronnen:

Dachsel.

Matthew Henry.

Sillevis Smit.

1 Van wie stamde Amelek af?

2 Is Amelek geheel of gedeeltelijk uitgeroeid en door wie?

Ds A. DE BLOIS.

P.S. In mijn vorige schets over „de rijke man en de arme Lazarus" staat op de eerste regel „gods-• dienst", dit moet zijn godsvrucht.

Op de 22e regel moet het woordje „dan" geschrapt worden; lees: „Van Lazarus wordt niets vermeld dat zijn lichaam begraven werd."

(33.)

De artikelen 72-74 der D.K.O. handelen over de heimelijke zonden. Deze artikelen rusten geheel op het woord des Heeren: „Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen. Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog één of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta en indien hij dezelve geen gehoor geeft, zo zeg het der gemeente." (Matth. 18.) Deze regel zal worden onderhouden, wanneer „iemand tegen de zuiverheid der leer of vromigheid des wandels zondigt: zoverre als het heimelijk is en geen openbare ergernis gegeven heeft". (Art. 72.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1948

Daniel | 8 Pagina's

GEWIJDE GESCHIEDENIS O.T.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1948

Daniel | 8 Pagina's

PDF Bekijken