Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE ERFZONDE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE ERFZONDE

4 minuten leestijd

De vijanden Gods (14)

We hebben gezien, dat de zonde de mens schuldig stelt en v e r cl o r-v e n maakt en komen nu vanzelf tot het daarbij behorende onderwerp: de e r f-zonde.

Immers: Adam in het Paradijs is in opstand tegen God gekomen, en nu zijn al

zijn nakomelingen met hem gevallen in de poel der zonde.

Hoe licht rijst nu de vraag bij sommigen op: „Welk verband bestaat er toch tussen Adams schuld en de onze; tussen Adams verdorvenheid en die van alle mensen? "

Dat die vraag niet van vandaag of gisteren is, blijkt wel overduidelijk uit de historie. Ten allen tijde zijn er mensen, ja richtingen onder cle mensen geweest, die dat verband loochenen.

Zo is het b.v. cle welbekende Pelagius, die geleerd heeft, clat er geen direct verband bestaat tussen Adams schuld en de onze. ü ja, Pelagius wist wel, clat ongeveer alle mensen zondig en verdorven waren; maar volgens zijn mening is dat geen noodwendig gevolg, althans geen erfenis, die ons van Adam toekomt, maar de oorzaak zoekt hij in iets anders, n.1. in de navolg i n g.

Pelagius stelde het zó, clat de mens goed en rein ter wereld komt, even goed als Adam uit cle hand des Scheppers was te voorschijn gekomen. Maar — zo beweert cleze dwaalleraar — toen Adam viel, viel hij slechts voor zich persoonlijk. Hij meende, clat het groot onrecht van God zou zijn, als Hij de schuld van Adam aan al zijn nakomelingen toerekende. God heeft dat dan ook, volgens hem niet gedaan. En dat er toch zoveel zonde en ongerechtigheid op cle wereld ts, verklaart hij alleen uit het slechte voorbeeld, dat de ouders hun kinderen geven.

Omdat Adam gezondigd had, en steeds weer naar zondige dingen neigde, was hij daarin een slecht voorbeeld voor zijn kinderen. Die kinderen hebben de kwade voorbeelden van hun vader Adam nagevolgd en overgenomen, en toen die kinderen groot werden en zelf vaders en moeders waren geworden, wel, toen hebben zij, op hun beurt, weer geen goed voorbeeld aan hun kinderen gegeven, en zo is langzamerhand het kwaad in steeds groter afmetingen over de wereldbewoners gekomen.

Pelagius stelde het dan ook zó, clat als een kind aan de invloed van verkeerde opvoeding kon worden onttrokken, het vrij van alle zonden zou blijven.

Nu is het er ver vandaan, dat wij het grote en verstrekkende gevolg van de opvoeding zouden willen ontkennen. Kwade samensprekingen verderven goede zeden, zegt cle Schrift. En slechte voorbeelden kunnen een kind tot een ware deugniet maken. En daartegenover staat, dat een Godvruchtige opvoeding, in de vreze des Heeren, vaak een breidel is om voor uitbrekende zonden te behoeden.

Maar wij ontkennen wèl, en ten sterkste, dat een pasgeboren kind eigenlijk, volgens John Locke, een „tabula rasa", een onbeschreven blad wit papier zou zijn, dat eerst besmet wordt door aanraking met de zonde.

En wij zijn het dan ook hartelijk eens met de predikant van wie we eens hoorden, clat hij in een gezin kwam, waar een kleine jongen in boosheid zijn broertje met vuisten sloeg; cle vader van cle jonge vechtersbaas zei met een meewarig gezicht tot de dominee: „Wel, dominee, wat zit het kwaad er toch al vroeg in!" Maar toen gaf de predikant dit treffende antwoord: „Neen, mijn vriend, zó moet ge het niet zeggen; ge moet liever zeggen: „Wat komt het kwaad er toch al vroeg uit; want het heeft er altijd al ingezeten!"

Adam was cloor God gesteld als ons bonds-en geslachtshoofd. Als hondshoofd handelde hij in naam van al zijn nakomelingen. Zijn schuld bracht schuld over de ganse mensheid. Indien hij staande ware gebleven, zou Adams gerechtigheid ons allen zalig gemaakt hebben, zijn verdienste zou alle mensen het blijvende eeuwige leven gegeven hebben. Maar nu hij viel, vielen wij allen met hem, en staan met hem schuldig voor God. Waar de wortel krank werd, werd ook de gehele boom dodelijk ziek. En evengoed als Adam in kwaliteit van hondshoofd de erfschuld aan zijn nakomelingschap mededeelde, evenzo heeft hij als geslachtshoofd de e r f-s m e t, d.w.z. de verdorvenheid der natuur over ons gebracht. Wie zal een reine geven uit een onreine? Niet één! Wij zijn allen aan onze vader Adam verbonden, en kunnen dan ook alleen in een tweede A D A M weer behouden worden. Ware onze zonde enkel p e r-s o o n 1 ij k van aard, dan zou elk voor zich persoonlijk moeten boeten, maar ook persoonlijk zijn eigen redding moeten bewerken; doch nu onze zon dei verbondsmatig is, kan ze ook alleen voldaan worden op verbondsmatige wijze, n.1. cloor Hem, die van eeuwigheid verordineerd is tot een Hoofd van het Verbond der Genade.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1960

Daniel | 8 Pagina's

DE ERFZONDE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1960

Daniel | 8 Pagina's

PDF Bekijken