Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Orgelstrijd in de Nederlanden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Orgelstrijd in de Nederlanden

4 minuten leestijd

I

De ons allen welbekend Ds. G. H. Kersten schijnt wel eens, in verband met voorkomende moeilijkheden over het kerkorgel, gezucht te hebben: „Die orgels, die orgels toch." Al moge het kerkorgel in deze tijd dan geen probleem meer zijn, in vroeger dagen is dat anders geweest, met name in de 16e en 17e eeuw, toen de kerk der Reformatie tegen zovele „zuurdesemen" te strijden had.

Om heel vroeg te - beginnen, in de oude christelijke kerk heerste oorspronkelijk in 't geheel geen sympathie voor alle muziekinstrumenten. Chrisostomos noemde de muziek een joodse instelling. De instrumenten, die genoemd worden in de Bijbel, gaf hij een symbolische betekenis! Langzamerhand gaat men echter over tot het gebruiken van pauken, trommels, fluiten. Tenslotte lossen zich deze alle op in het orgel.

Orgels trof men reeds in de 8e eeuw aan. In de kloosters vonden de orgels ook ingang. Deze hebben zich in de loop der tijd gekenmerkt als een toevluchtsoord voor de toonkunst.

De orgels uit deze vroege (en ook latere) Middeleeuwen moeten, we ons niet voorstellen als de huidige. Ze waren toen veel eenvoudiger, boden veel minder mogelijkheden, en waren veel zwaarder te bespelen.

Slechts langzaam ontwikkelt zich hieruit het, uit ons oogpunt, meer volwaardige orgel, zoals dit zich kenmerkt door meer registers, het gebruik van pedaal, vlotter mechanisme, meer toetsen en grotere pijpen.

De orgels waren in deze periode zeer kostbaar. Mede hierdoor is er van grote verbreiding geen sprake. Toch is hiervoor ook een andere oorzaak aan te wijzen, n.1. het principiële verzet tegen het gebruik maken van muziekinstrumenten tijdens de godsdienstoefening. De Karthuizer-monni-Ken verzetten zich dan ook tegen het kerkorgel. Andere, voor ons belangrijke figuren zijn weer vóór het gebruik, mits op waardige wijze, zoals Thomas ä Kempis. Een andere figuur, komend uit dezelfde kring als ä Kempis, is zelfs bekend ge-V/orden als orgelbouwer, n.1. Rudolf Agricola, die het orgel in de Groningse Martinikerk bouv/de. Een andere, echt niet orthodox te noemen persoonlijkheid als Erasmus was echter weer tégen.

Het is nu wellicht duidelijk geworden, dat we in de kwestie van de orgelstrijd, die ontbrandde na de overwinning der calvinisten in ons land, de voor-en tegenstanders van het kerkorgel, niet in de eerste plaats mogen verdelen als Roomsen en calvinisten. De meningen over het muziekinstrument in de kerk waren al van ouds verdeeld, zowel voor als na de Reformatie. Van ouds heeft de vokale muziek als hoger, edelen gegolden dan de instrumentale. Zij wordt voortgebracht door een mens, hij kan zingen vanuit zijn bewustzijn, weet dus wat hij zingt en kan daardoor zijn gevoel, zijn stemming als 't ware laten meeklinken. Bij de instrumentale muziek is er een dood werktuig, dat bespeeld wordt. Met als achtergrond dit verschil van mening, is het tevens duidelijk, dat ook op het Concilie van Trente ernstige stemmen opgingen tot afschaffing van het orgel.

De houding van het calvinisme tegenover het orgel is ook niet tenvolle te begrijpen, als we niet tevens letten op de verwording, die zich langzamerhand op het gebied der kerkmuziek had ingedrongen. Verwording, niet zozeer op muziek-technisch gebied, als wel religieus bezien. De kerkmuziek deed vernieuwende impulsen op van de wereldijke muziek. Daardoor kon het tenslotte zo ver gaan, dat zelfs missen in de kerk werden opgevoerd op de wijs van „vuile iminneliedekens, daar Hoeren en Camerspelers op dansen", zoals Erasmus het uitdrukt.

Het Calvinisme heeft aanvankelijk tegen alle verwording de strijd aangebonden, dus ook tegen de hier genoemde. Vandaar dat in calvinistische landen voor korter of langer tijd het orgel het zwijgen werd opgelegd.

De luthersen nemen wat dit betreft een gematigder houding aan. In de landen met lutherse inslag is het bespelen der kerkorgels dan ook normaal voortgezet, zoals in Duitsland, terwijl ze echter in de Palz, Zwitserland, Frankrijk, Schotland en de Nederlanden moesten zwijgen. Een volgende keer hopen we te zien, hoe het de kerkorgels verder verging.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1964

Daniel | 16 Pagina's

Orgelstrijd in de Nederlanden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1964

Daniel | 16 Pagina's

PDF Bekijken