Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eén dag in Uw huis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eén dag in Uw huis

5 minuten leestijd

Wij, jongeren

Waarom de wel? Eén clag in

Zolang we nog geen brieven hebben binnengekregen willen wij alvast verder gaan met het volgende gedeelte van de eredienst. Na het zingen — daarover later nog — leest een ouderling de 10 geboden voor. Waarom wordt die wet steeds in de kerk voorgelezen?

Waar dient de wet nu eigenlijk voor? Het woord „wet"' vinden wij al gauw een onprettige klank hebben. „Verboden toegang", lezen we op een bordje, „wetboek van strafrecht art. zoveel." Dat wetboek stuurt dan soms ons plannetje in de war. Of we denken aan bepaalde regels die ons vermanen: zo hoort het te zijn. En we voelen wel: zo is het vaak niet. Een wet beperkt dus onze vrijheid. Of een wet herinnert ons aan onze gebreken. En dat is nu niet bepaald prettig.

Is het nu ook de bedoeling van Gods Wet om het ons moeilijk te maken?

juist niet. De wet wil ons beschermen. Iemand wil bij ons inbreken, maar God wil ons beschermen. Hij komt tussenbeide en zegt tegen de dief: gij zult niet stelen. Of iemand wil kwaadspreken over jullie gezin, maar God zegt: nee, dat verbied Ik je: gij zult geen vals getuigenis spreken! God wil zo ons leven beveiligen tegen het kwaad dat anderen ons willen aandoen. Hij wil dat wij een gerust leven kunnen lijden.

Maar Hij neemt het ook op voor een ander! Als wij een ander willen benadelen zegt God: blijf van je medemens af. Je moet vanuit dit gezichtspunt de geboden van de tweede tafel van de wet er maar eens op nalezen.

Maar ook de geboden van de eerste tafel willen ons beschermen. Je zou een slaaf worden van je werk, als God ons geen rustdag had gegeven. Je zou net Uw huis als de heidenen doodsbang zijn voor goden en geesten in de wereld, als God niet zei: gij zult geen andere goden voor Mijn Aangezicht hebben. God bedoelt dus met Zijn wet ons welzijn!

Het is maar de vraag of wij ook steeds het goede bedoelen....

En dan is er nog iets. Oudheidkundigen hebben in Babvlonië de bekend geworden wet van koning Hammoerabi opgegraven en vastgesteld dat de wetten van Mozes daar vaak sprekend op lijken. Maar één ding zou je dan over het hoofd zien: in Babvlonië gehoorzaamden de mensen uit angst voor de strenge straffen. Maar de Heere belooft in het tweede gebod Zijn barmhartigheid aan allen die Hem liefhebben en Zijn geboden onderhouden. Hij wil dus dat wij uit liefde gehoorzamen. En daarom zegt Hij vooraf: „Ik ben de Heere, uw God." Hij is dus de God Die Zijn verbond heeft opgericht met de gelovigen en hun kinderen. Hij heeft Israël ook uit het diensthuis uitgeleid. Hij herinnert hen — en ons! — eerst aan Zijn verlossingsdaden en Zijn verbondstrouw, voordat Hij ons Zijn geboden laat horen.

Zouden we nu nog wat tegen Zijn wet willen inbrengen? En als de wet het ons toch moeilijk maakt — en dat dóet de wet! — aan wie ligt het dan? Zouden we maar niet eerlijk bekennen dat de Heere God goed en recht is, maar dat wij tegen Hem zwaar en menigmaal hebben misdreven?

Om ons tot dat eerlijke bekennen van onze zonden te brengen wordt deze wet van God elke zondagmorgen in de gemeente voorgelezen.

Oorspronkelijk

Als je het nazoekt blijkt dat dit lezen

van de wet in de kerk is ingevoerd door Calvijn. Alleen deed Calvijn liet na de preek. En na het lezen (oorspronkelijk zingen) van de wet volgde dan in Genève de schuldbelijdenis van de gemeente. Dat doen wij in onze gemeenten niet meer. Wel wordt er in sommige gemeenten na de wet gezongen: „Och, of wij Uw gehoon volbrachten! Gena', o hoogste Majesteit" of een ander psalmvers. Na het horen van de wet bidden we dus om genade. Daar wil de Heere ons brengen: tot berouw, , , 'k Verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden. Maar ik beleed, na ernstig overleg...."

Na die schuldbelijdenis van de gemeente sprak Calvijn dan ook een genadeverkondiging uit. Dan klonken deze woorden door het kerkgebouw: „Aan allen, die aldus berouw hebben en Jezus Christus zoeken tot hun heil, verkondig ik dat de vergeving der zonden geschied is in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, amen."

In deze éne zin wordt de hele Reformatie getypeerd. Met grote overtuiging verkondigden zij de vergeving der zonden. Een vergeving die geschied is. En voor wie? Het staat er: voor allen die berouw hebben en Jezus Christus zoeken tot hun heil.

Deze genadeverkondiging hoeft — volgens ons — niet persé een apart punt in de eredienst te zijn. De prediking zelf hoort die verkondiging tot inhoud te hebben.

Zoals je zult weten is Calvijn een paar jaar uit Genève verbannen geweest. Uit de moeilijke gemeente van Genève kwam hij toen in de fijne gemeente van Straatsburg. En hier las hij de wet pas na de genadeverkondiging. Zo kregen de mensen bij het uitgaan van de kerk de wet van God als leefregel mee naar huis. Calvijn vond blijkbaar dat de weerbarstige volkskerk van Genève de wet vooral nodig had als „tuchtmeester." Maar hij zag dat de gemeente van Straatsburg heel anders was. Die bestond uit een kleine groep vluchtelingen die in Frankrijk om het geloof vervolgd waren. Aan deze gelovigen hield hij de wet voor „om die te doen uit dankbaarheid."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1967

Daniel | 16 Pagina's

Eén dag in Uw huis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1967

Daniel | 16 Pagina's

PDF Bekijken