Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KINDERDOOP OF VOLWASSENDOOP?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KINDERDOOP OF VOLWASSENDOOP?

14 minuten leestijd

De laatste jaren is de oude strijd rondm de kinderdoop weer opgeleefd. Op e achtergrond wordt deze strijd met rij grote felheid gevoerd, vooral door et verschijnen van allerlei periodieken it de hoek van de Pinkstergroepen. eerdere predikanten hebben principile bezwaren tegen de bediening van e doop aan kleine kinderen. Terwijl eerderen, onder wie ook ambtsdraers, zich laten herdopen.

Wat wordt er met name van de zijde er Pinkstergroepen tegen de kinderdoop ingebracht? Vooral interesseert ons de stelling, dat door het centraal stelen van de Heilige Geest en Zijn werk r voor de kinderdoop geen wettige laats meer kan worden ingeruimd. De doop wordt zó met de Heilige Geest en et geloof verbonden, dat een bewust begeren en aanvaarden van de doop ENDOOP ? noodzakelijk aan de doopsbediening vooraf moet gaan.

Het blijkt dan dat het niet alleen gaat om een aantal Schriftgegevens, maar om een bepaalde manier van hanteren van de Heilige Schrift. Tegen hun wijze van theologiseren zullen wij ons moeten verzetten.

Bijbelse gegevens

Hèt argument, dat steeds weer naar voren wordt gebracht, is, dat de Schriftgegevens ons niet toelaten aan de kinderdoop een wettige plaats toe te kennen. Men wijst erop, dat het doopbevel uit Matth. 28 : 19 duidelijk deze volgorde te zien geeft: erst maken tot discipelen, dan dopen, en tenslotte leren onderhouden van Gods geboden. Ditzelfde wordt teruggevonden in Mare. 16 : 16. Eerst verkondiging van het Evangelie,

dan geloof, en daarna de doop. Dit sluit aan bij de doop van Johannes die plaats vond na belijdenis van zonden en genoemd wordt de doop der bekering tot vergeving der zonden. Men wil de doop bewust ondergaan.

In Handelingen blijkt het ook weer zo te zijn, dat de bekering voorafgaat aan de doop. Uit de brieven van Paulus zijn eveneens Schriftplaatsen aan te wijzen, waarin het komen tot geloof, de wedergeboorte, het met Christus gestorven en opgewekt zijn, onlosmakelijk met de doop verbonden wordt. De konklusie ligt dan voor de hand: al deze Schriftgegevens bewijzen dat er voor de kinderdoop geen plaats is.

Het verband tussen geloof en doop wordt nog nader bevestigd door de verbondenheid van waterdoop en geestesdoop. In de doop van Jezus komt deze verbondenheid al heel duidelijk tot uiting. Vooral in Handelingen zien we de doop telkens samengaan met het ontvangen van de gaven van de Heilige Geest. Hieruit blijkt, dat de doop alleen betekenis heeft in de verbondenheid van de Heilige Geest en het geloof. Men ziet het dan ook als een fatale ontspo ring en een niet recht doen aan het ge tuigenis der Schrift, dat de kinderdooj de volwassendoop heeft verdrongen.

Een heel andere vorm van verwantscha] treffen we aan in de beschouwing vai de doop als teken en zegel van de ge realiseerde genade van wedergeboorti en geloof. Dan denken we aan de opvat' ting van Dr. A. Kuyper, dat de kinder doop wordt bediend, omdat in de kinde ren der gemeente een zaad der wedergeboorte is. Wat deze opvatting van d< kinderdoop leerde, leren de pinkstergroepen t.o.v. de volwassendoop. In wezen is de visie op de doop dezelfde: d( doop veronderstelt de aanwezigheid de: genade (wedergeboorte, geloof) en ontleent daaraan zijn geldigheid.

Willen wij de troost en de kracht van de kinderdoop ervaren, dan zullen wij haai in reformatorische zin moeten verstaan De vraag is dan: wijst de Heilige Schrifl de kinderdoop af?

Het N.T. sluit de kinderen niet uit. Denk aan het gedoopt worden van de gezinner (huizen) van Lydia, de stokbewaardei en Crispus.

In Kol. 2 : 11 lezen we, dat de doop ir het verlengde ligt van de oudtestamentische besnijdenis. Men kan op gronc van deze tekst de verhouding besnijdenis-doop zien: roeger besnijdenis var het vlees, nu doop op geloof als de besnijdenis van Christus. Met evenvee: echt kan men echter uit deze tekst de konklusie trekken, dat zoals de kinderen vroeger besneden werden, zij nu gedoopt worden.

De eenheid van de Schrift

Hoe zien wij de verhouding O.T. en N.T.? Het lijkt ons vruchtbaarder, wanneer wij tot verdediging van de kinderdoop een andere weg volgen. Is de methode wel juist om ons voor een aantal teksten te plaatsen, die de volwassendoop als bijbels norm zouden stellen? Langs deze weg kunnen wij niet komen tot een juist verstaan van de Heilige Schrift als geheel, als één getuigenis Gods.

Het opvallende in de boven toegepaste methode is, dat men zich vrijwel uitsluitend op het N.T. beroept. Men zou kunnen tegenwerpen, dat alleen het N.T. over de doop spreekt. Maar heeft het O.T. dan zo weinig met het N.T. te maken? Is de scheiding tussen Oud en Nieuw zo diepgaand? Wie deze vragen positief beantwoordt, moet noodzake-

ijk komen tot een beperking en ver-.rming van de christelijke leer, ook angaande de doop.

aartegenover is het de rijkdom van e Gereformeerde theologie altijd gefeest, dat zij de eenheid der Schrift, ok in de verhouding der Testamenten, ezien en gehanteerd heeft. Zij laat ich niet opsluiten in de afzonderlijke ekst, maar zij stelt deze in het verband an de hele Schrift. Zo doet zij ook als ij spreekt over het Sakrament van de oop. Zij meent niet klaar te zijn met e exegese van de diverse teksten die ver de doop handelen, maar zij ziet ok de doop in het raam van het werk an de Drieënige God. Zo gaat het hele chriftgetuigenis meespreken en komen 11e, soms schijnbaar tegenstrijdige, asekten tot hun recht. Alleen een triniirische behandeling van de doop doet ïcht aan de volle betekenis en inhoud an dit Sakrament. De schriftuurlijke rond daarvan vinden wij in het doopevel van Jezus (Matth. 28 : 19), waarij ook de belijdenis van de kerk aanuit, die in het doopformulier een triitarische behandeling van de doop eeft.

od Drieënig verzegelt in de doop de nrwige zaligheid aan allen, die Hij 2eft uitverkoren en met Zijn bloed ïkocht en die Hij Zelf de zaligheid zal celachtig maken, door de afwassing ; r zonden door het bloed van Christus.

eken en zegel

e doop als Sakrament is een teken en : gel van Gods genade. Wat betekent dit i? De doop illustreert het heil en be-; stigt de waarachtigheid van Gods befte, maar dit heil wordt ons deel door ? t geloof. Alleen door het ware geloof illen wij in dit heil delen. De genade niet zo aan de Sakramenten verbon-; n, dat wie het Sakrament ontvangt, > k de genade deelachtig is. Maar alleen ie het Sakrament gelovig ontvangt, ; rkrijgt de genade, waarvan het sa-'ament spreekt. Augustinus: „ook in : t Sakrament gaat het om het geloof, enals het in het Sakrament gaat om ït Woord".

e doop is geen teken en zegel van ons loof of van onze bekering, maar van belofte Gods. En de belofte Gods )rdt verkregen in de weg van geloof bekering, welke God door Zijn Geest op Zijn tijd werkt. De Geest werkt ór, tijdens en na de doop (Hand. 8 en ). Niet het geloof maakt het sakrament tot sakrament, maar het Woord en de belofte van God, die wel alleen in het geloof worden ontvangen.

Het is dus een onjuiste gevolgtrekking, wanneer men uit de verbinding geloofdoop konkludeert, dat de kinderdoop wordt uitgesloten. Juist omdat de doop teken en zegel van de genade is, kan zij niet aan een bepaalde leeftijd of trap van geestelijke ontwikkeling zijn gebonden. Daarom zingen ook de zuigelingen Gods lof, terwijl volwassenen hun mond en hart voor God gesloten houden. En Jezus zegt: „laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods". Calvijn: „als aan kinderen de belofte van het heil wordt geschonken dan ook het teken en zegel van deze belofte". Of zoals onze Belijdenis het zegt: „en voorwaar, Christus heeft Zijn bloed niet minder vergoten om de kinderkens der gelovigen te wassen, dan Hij gedaan heeft om de volwassenen. En daarom behoren zij het teken te ontvangen en het sakrament van hetgeen Christus voor hen gedaan heeft".

Zij die tegen de kinderdoop zijn, maken vooral bezwaar tegen het „daarom" van artikel 34 van de N.G.B. Zij erkennen wel, dat ook aan de kinderen de belofte van het Koninkrijk Gods gegeven wordt, maar dat zij daarom behoren gedoopt te worden, wijzen ze af. Hieruit blijkt, dat men een andere gedachte heeft over de doop zelf als teken en zegel van het heil van Christus. Daartegenover stelt men, dat de doop niet alleen teken en zegel van het heil is, maar ook teken en zegel van het geloof. Het gaat ook hier weer om de al of niet gerealiseerde genade. Ziet men de doop ook als teken van het geloof, dan moet het geloof als voorwaarde gesteld worden om zich te laten dopen. Men moet dan wel afgaan op het bewuste geloofservaren, waarbij de mens met zichzelf en op grond van zijn geloof moet uitmaken, of hij voor de doop in aanmerking komt.

Is de doop echter teken en zegel van de belofte, dan worden wij geworpen op God en maken niet wij, maar Hij uit, wie voor de doop in aanmerking komt. Dit sluit niet onze verantwoordelijkheid uit, noch de noodzakelijkheid van geloof en bekering, maar de oproep en de plicht daartoe vinden hun grond in het Goddelijk „prae" van de belofte. Niet wij beginnen met God, maar God begint met ons, vóórdat wij het weten en kunnen weten. En het geloof is antwoord op,

aanvaarding van wat God reeds geschonken heeft.

Zo mogen wij de kinderdoop blijven bedienen tot onze troost en tot stichting van de gemeente. En in de weg van de ware bekering geeft ook de Heilige Geest de zekerheid om uit deze troost te mogen leven en sterven. De doop is noodzakelijk, niet omdat deze de zaligheid schenken kan, maar uit kracht van Christus' bevel.

De grond van de kinderdoop

De kinderen zijn zowel als de volwassenen in het Verbond Gods en in Zijn Gemeente begrepen (H. Cat. antw. 74). Hoe moeten wij dit nu verstaan? Tot het Genadeverbond behoren toch alleen de uitverkorenen. Zo leert het doopformulier immers duidelijk, dat niet alle gedoopten, doch de uitverkorenen worden verzekerd, dat hun de weldaden van het Verbond worden toegepast. Daar God ook onder kinderen Zijn uitverkorenen heeft, zowel als onder volwassenen, moet ook aan de kinderen de doop worden bediend. Moeten dan alleen de uitverkoren kinderen worden gedoopt? Dit kunnen wij niet weten en dat behoeven wij ook niet te weten. De kinderen van de Gemeente moeten worden gedoopt op grond van Gods belofte en omdat God dit heeft bevolen.

De doop is teken en zegel van Gods belofte. En die belofte vloeit uit Gods Genadeverbond. Dat Verbond der genade heeft ook een uitwendige openbaring, die velen omvat die niet tot de zaligheid komen zullen en dus nimmer het Verbond der genade worden ingelijfd. Toch leven zij binnen de grenzen van die verbondsopenbaring en staan zij in enige uiterlijke betrekking tot het Verbond. Gelijk de kinderen onder Israël in het O.T. zijn nu de kinderen der Gemeente in het N.T. allen in Verbond, wat die uiterlijke openbaring betreft, begrepen. In onderscheiding van de kinderen van heidenen, moeten de kinderen van de Gemeente dan ook worden gedoopt.

De genade, die in de doop verzegeld wordt, is niet de onderwerpelijke, maar de voorwerpelijke genade in Christus. De vraag is niet of de ouders of wel die kinderen wedergeboren of niet wedergeboren zijn, opdat de onderwerpelijke genade in hun hart zal verzekerd worden. Maar God bevestigt in de doop Zijn Verbond tot zaligheid van de Zijnen en tot troost van al Zijn volk. Op Zijn tijd zal Hij hen de weldaden het Verbond toepassen; de één in jeugd, de ander op latere leeftijd, naa Zijn welbehagen. ..De doop is meer sym bool van toekomstige genade, dan tegenwoordige genade" (Calvijn). „Ni in de uitverkorenen reeds gewrocht wedergeboorte, maar het recht van uitverkorenen op toekomstige genad wordt in de doop verzegeld" (Wilh Brakel).

De kinderdoop is reeds vroeg in christelijke kerk bediend. In de eers tijd, toen meestal heidenen tot de ker toekwamen, deden deze eerst belijden waarna zij dan werden gedoopt (de vo wassendoop). Later, toen de kerk zie meer gevestigd had, werd de kinderdoo algemeen, omdat het toen niet meer veel voorkwam, dat heidenen toekw men.

Verschil kinderdoop - volwassendoop

Volwassenen, die gedoopt wensen worden, die moeten eerst geloofsbelijd nis doen. Maar van kleine kinderen, gedoopt worden, kan men dat niet ve wachten. Die kunnen nog niet belijd nis van hun geloof doen. De kinder krijgen dus uitstel van de geloofsbelijd nis, geen afstel. Want bij de doop, ze Calvijn, hoort de belijdenis des geloo Dus als de kinderen tot hun versta zijn gekomen, dan is het de eis van h doop, dat zij belijdenis des geloofs leggen.

Er is een groot verschil tussen de do van kleine kinderen en de doop van volwassenen. Kinderen worden gedoo op grond van het Verbond, niet op gro van hun persoonlijk geloof. Want zouden zij van jongsaf wedergebor zijn, dan kunnen zij nog geen gelo oefenen. Zij zijn in het Verbond begr pen, want ze zijn geboren uit ouders tot de kerk behoren en daarom zijn ook in de Gemeente des Heeren beg pen.

Maar bij de doop van volwassenen dat heel anders. De volwassendoop alleen bediend worden op grond persoonlijk geloof. Want dan geldt de Heere Jezus sprak: „wie geloofd hebben en gedoopt zal zijn". Zo'n v wassene staat voor eigen verantwo ding. Dus die kan, als hij zich bij kerk wenst te voegen terwijl hij kind niet gedoopt is, alleen gedo worden op grond van zijn voorafgaa geloofsbelijdenis. De doop is dan verzegeling van zijn persoonlijk gelo

tenslotte

Allen die de kinderdoop verwerpen, die ebben geen juiste kijk op het Verbond n daarom ook niet op wat de Gemeente u eigenlijk is. Daar legt de Heilige chrift alle nadruk op. De Kerk is een olk, niet alleen van volwassenen, maar aartoe behoren ook kinderen. In de oop wordt bevestigd, dat zij niet bij de wereld behoren, maar bij de Gemeente es Heeren.

Maak evenwel niet de doop de grond van zaligheid. Veel gedoopten zijn vreemelingen van de genade. Ons oor en ons og moeten ontsloten worden voor Gods eloften en voor de verzegeling daarvan i de doop, opdat wij de Heere zullen ren zoeken en dat niet eenmaal het geoopte voorhoofd tegen ons getuigen zal de dag der dagen.

De doop is dus een teken en zegel van e belofte. En de belofte Gods wordt lleen vervuld in de weg van geloof en ekering. Daarom heeft de Heere in de oop Zijn belofte aan ons voorhoofd erzegeld: het ganse heil wat in Chrisjis is. Maar, die belofte zal in ons leen alleen vervuld worden in de weg an geloof en bekering. Dat is de verntwoordelijkheid van de doop. Deze nderschrijft de noodzakelijkheid om die beloften, die God in de doop aan ons voorhoofd verzegeld heeft, ook door het geloof te leren omhelzen. Anders zal die belofte verkeren in een vloek en dan zal de Verbondswraak, de Verbondsvloek, ons treffen. Dit moet ons wel in de nood voor de Heere brengen: „Heere, U eist van mij dat geloof; Heere geef wat Gij beveelt, dan zult Ge niet vergeefs geboden hebben".

De kinderdoop heeft zo'n rijke betekenis. De Heere is je in de doop tegemoet getreden waarbij Hij a.h.w. Zijn hand op je hoofd legde en tot je sprak: „Kindeke, Ik zweer u, dat Ik u niet zal afwijzen als u tot Mij komt! Op Mijn trouwverbond; al wat u ontbreekt, schenk Ik zo gij 't smeekt, mild en overvloedig". Daarom zal het vreselijk zijn om gedoopt te zijn en dan onbekeerd te sterven. Je bent nog in de mogelijkheid van zalig worden; God wil en zal nog zondaren bekeren. Daarvan getuigt de doop. Laat het je een prikkel zijn, om niet te rusten, voor de getrouwe Verbonds God wil geven de betekende zaak van je doop; de afwassing van je zonden en de vernieuwing van je leven. Uit genade, tot Zijn eer en jouw zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1977

Daniel | 20 Pagina's

KINDERDOOP OF VOLWASSENDOOP?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1977

Daniel | 20 Pagina's

PDF Bekijken