Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE RUSTDAG ALS GAVE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE RUSTDAG ALS GAVE

12 minuten leestijd

Ben je blij, als het zondag is? Ja, zeg je misschien, want dan hoeven we niet te werken. Voor sommige meisjes en jongens is de zondag misschien een dag van verveling, een dag, waar je eigenlijk geen weg mee weet omdat je dit niet mag en dat niet, omdat je je feitelijk gevangen voelt in de strengen van allerlei wettische bepalingen.

Voor vele is de zondag helaas de dag, die meer in het teken staat van het „niet" dan van het „wel". De zondag is dan de dag van het niet-werken, van het niet-doen van wat je anders wel gewend bent te doen. Dan wordt de zondag een soort luchtledig, dat we eigenlijk niet weten te vullen. Daarom is het nuttig dat we in dit themanummer van ons jeugdblad ons weer eens bezinnen op de betekenis en de waarde van de rustdag. We willen dan in dit artikel vanuit de Heilige Schrift iets zeggen over de betekenis van de rustdag als gave.

De instelling van de Sabbat

De rustdag is niet pas ingesteld op de Sinaï, toen God het vierde gebod van Zijn heilige Wet aan Israël gaf. Nee, in dat vierde gebod verluidt het immers: edenkt de Sabbatdag, dat gij die heiligt". „Gedenkt", „denk er aan". De sabbatdag was er dus al. Ja, want de sabbat vindt zijn oorsprong in de schepping. Het is een scheppingsordinantie. Eer er een aardse sabbat was, was er een hemelse. We lezen immers in Genesis 2 : 2 en 3: Als nu God op de zevende dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op de zevende dag van al Zijn werk, dat

Hij gemaakt had. En God heeft de zevende dag gezegend en die geheiligd omdat Hij op die dag gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had om te volmaken".

Het rusten van God op de zevende dag betekent natuurlijk niet, dat God vermoeid was van Zijn werken in de schepping, maar dat Hij Zich verlustigde in Zijn volbrachte scheppingswerk. De hemelse Kunstenaar en Bouwmeester geniet in de aanschouwing van Zijn arbeid.

Maar nu stelt God Zijn eigen doen ons tot een voorbeeld. We lezen immers in het vierde gebod: , , Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren uws Gods. Dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling die in uw poorten is. Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is en Hij ruste ten zevende dage. Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde dezelve".

Calvijn zegt: „God wil, dat Zijn voorbeeld ons tot een regel zal zijn". Zes dagen werken en één dag rust, de Sabbat.

Dat ritme van werken en rusten heeft de Heere in de schepping gelegd en mag niet verbroken worden. De Heere wil dat de mens telkens van zijn arbeid rusten zal, niet om zich te beroemen in zichzelf, dat hij dit alles verrichtte en tot stand bracht, maar om te eindigen in God, Die tot de arbeid riep en de krachten voor die arbeid schonk.

Zo is de rustdag door God bedoeld als de hemelvaartsdag van ae week. God stelde aan het einde van de reeks werkdagen die stille dag, opdat de mens boven de kringloop van natuur en arbeid zou uitklimmen en zou rusten in God.

Dat is een rijke genade van God. De Heere gaf de Sabbat aan de mens om hem te doen gevoelen dat zijn bestemming hoger ligt dan het aardse bestaan en dat daarom zijn leven ook niet in de arbeid mag opgaan, dat het einddoel van zijn leven moet zijn: rusten in de gemeenschap met God.

Zó hebben Adam en Eva in de staat der rechtheid de Sabbat gehouden. Zij kwamen echter niet tot de eeuwige Sabbat als volkomen rust in God om te genieten van de vruchten van hun in gehoorzaamheid volbrachte werk op aarde. Door de vreselijke zondeval zijn zij en wij in hen vervallen tot onrust en hebben wij ons de eeuwige onrust waardig gemaakt in de buitenste duisternis. Toch heeft God in Zijn grote barmhartigheid de Sabbat ook na de zondeval gehandhaafd als gave en instelling voor de gevallen mens. De kerkvader Augustinus heeft gezegd: „De rustdag en het huwelijk zijn de weinige schatten, die gered zijn uit de ruïnes van het verloren paradijs". God gaf de Sabbat aan de mens mee als een verkwikking op zijn barre pelgrimstocht door de wereld, opdat hij toch zijn hoge afkomst en bestemming niet zou vergeten.

Daarom klinkt het in Gods grote barmhartigheid vanaf de berg Horeb: „Gedenkt de Sabbatdag, dat gij die heiligt".

Israël heeft de bedoeling niet verstaan

Het volk Israël heeft de bedoeling die God in Zijn barmhartigheid met de handhaving van de Sabbat had, niet verstaan.

Het klom met zijn arbeid op de rustdag niet op tot de Heere. Het verstond geen ware Sabbatsgezindheid en er kwam geen duidelijke hemelvaartslijn in de geschiedenis van dit volk.

Het vond geen rust in God, integendeel, het werd het volk van de onrust.

Israël verloor zich in overdreven Sabbatisme. Ze hadden 39 bepalingen gemaakt voor de heiliging van de Sabbat. Zo was het op de Sabbat verboden twee steken te naaien, twee letters te schrijven, twee letters uit te vegen, men mocht geen aren plukken en de korrels uitwrijven en opeten. Ze hebben de heerlijkheid van de Sabbat niet begrepen.

Zo werd steeds meer de noodzakelijkheid openbaar dat de Messias komen zou om het Sabbatsgebod te betrachten en te vervullen, dat is om de ware rust van Zijn volk aan te brengen. Daarnaar zagen ook de vromen in Israël uit met groeiend verlangen. Hun hart was onrustig in hen van verlangen, totdat het rust zou vinden in de Beloofde. En Hij is gekomen, de Christus. Hij heeft in Zijn leven op aarde de Sabbat gevierd overeenkomstig de ware bedoeling van de Heere met die dag. Hij heeft die dag niet doorgebracht in dienstbaarheid tot vrees, zoals de Joden in Zijn dagen,

maar Hij heeft die dag blijmoedig, ongedwongen en tevens zeer bewust besteed in de dienst des Heeren tot bittere ergernis van de letterknechten.

Jezus hield echt Sabbat op aarde want Hij eindigde met Zijn werk in God. Hij sprak immers: „Vader, Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen". En na Zijn sterven aan het kruis bracht Hij de Sabbat door in het graf in de hof van Jozef. Hij verrees echter uit de dood op de eerste dag van de week en heiligde die als rustdag voor cle gemeente van het Nieuwe Testament.

Sabbat - Zondag

Van Hem ontvangt de Nieuw-Testamentische gemeente de Sabbat als gereinigde gave terug. Onze Sabbat mag een gave zijn van de verhoogde Christus. De rust is nu verworven door Christus. De gemeente van het Nieuwe Testament hoeft nu niet meer als verdienend naar de rust heen te werken, zoals onder het Oude Testament, eerst de arbeid en dan de rust, na zes dagen arbeid de dag van de rust. Neen, de gemeente van het Nieuwe Testament mag met de rust beginnen, de eerste dag van de week. de zondag. Vanuit die rust mag de gemeente van het Nieuwe Testament nu werken en zo kan de arbeid niet anders dan op God gericht zijn en eindigen in Hem. Zo mag onze Sabbat zijn een gave van God, de dag van Zijn Zoon Jezus Christus, de dag van Zijn opstanding.

Van meet af aan heeft de gemeente van het Nieuwe Testament de zondag als nieuwtestamentische sabbat gevierd. De eerste kerkdienst werd gehouden op de opstandingsdag van Christus Zelf, als de discipelen 's avonds samen zijn met gesloten deuren en de opgestane Levensvorst onverwacht in hun midden staat met Zijn: „Vrede zij ulieden". Wanneer Thomas dan niet tegenwoordig is moet hij tot de volgende zondag wachten als de discipelen weer samenzijn en Christus opnieuw komt om hem uit de banden van zijn ongeloof te bevrijden.

In de „Handelingen der apostelen" lezen we, dat wanneer Paulus afscheid wil nemen van de gemeente van Troas (Hand. 20) hij dat op zondag doet, omdat op die dag de gemeente samenkwam. En wanneer hij de gemeente van Corinthe opwekt een extra kollekte te houden voor de verarmde gemeente van Jeruzalem, wekt hij ze op dat op zondag te doen omdat op die dag de gemeente bijeen kwam. Hij schrijft dan: „Op iedere eerste dag der week legge een iegelijk iets bij zichzelf weg, naar dat hij welvaart verkregen heeft".

En van de apostel Johannes lezen we dat hij in de geest was op de „dag des Heeren", dat is de opstandingsdag van Christus. Ook van de oud-christelijke kerk weten we uit verschillende getuigenissen dat zij de zondag vierden als de opstandingsdag van Christus en dat men op die dag als gemeente bijeen kwam.

De zin van de Sabbat

In de 17e eeuw is in ons land de zogenaamde Sabbatsstrijd gevoerd. Sommigen stelden toen dat het vierde gebod door Christus vervuld is en dat onze zondag dus niets met het vierde gebod te maken heeft. Onze zondag zou dan geen goddelijke in-

stelling zijn, maar alleen een kerkelijke instelling, een dag, waarop we herdenken de opstanding van Christus.

Je voelt, dat men op deze manier op een gemakkelijke manier over de zondagsheiliging kan denken, want we zouden dan niet meer te maken hebben met een goddelijk gebod dienaangaande.

Tegenover deze „Coccejanen" stonden mannen als Voetius, Teelinck en Udemans die met grote kracht handhaafden dat het vierde gebod ook nü nog geldt. Zij betoogden dat de rustdag een scheppingsordinatie is en dat een scheppingsordinantie nooit tijdelijk kan zijn, maar altijd zijn geldigheid behoudt.

Deze Sabbatsstrijd, die grote beroering bracht, is uiteindelijk ook op de Dordtse Synode aan de orde gekomen. De aanleiding daartoe vormde de klacht van de Engelse afgevaardigden over de vergaande ontheiliging van Gods dag in de stad waar de Synode vergaderde, in Dordrecht. De melkboeren uit Barendrecht kwamen immers ook op zondag gewoon hun melk venten in Dordrecht, terwijl de winkels op zondag geopend waren. Een ouderling-afgevaardigde uit Middelburg, een jurist, Hosbergius, wierp toen de handschoen in de strijd door te zeggen dat als de Engelse afgevaardigden gelijk hadden, men ook het vierde gebod helemaal moest handhaven, en de Sabbat houden op de zevende dag. Deze ouderling was een volgeling van Ds. Buis uit Middelburg, een Coccejaan. De Dordtse Synode heeft toen een kommissie benoemd om de zaak van de Sabbat te onderzoeken en rapport uit te brengen op de volgende Synode. Deze kommissie bestond uit de Zeeuwse afgevaardigden en de theologische hoogleraren. Een volgende Synode is nooit meer gehouden, waarop de zaak definitief gesteld kon worden, maar wel is het rapport van de kommissie verschenen. In dat rapport wordt gesteld dat onze zondag wel degelijk gefundeerd is in het vierde gebod van Gods Heilige Wet, maar dat dit gebod iets ceremonieels en iets moreels heeft. Het ceremoniële van het vierde gebod is de strenge rust, die de Oud-Testamentische Sabbat kenmerkte en de zevende dag.

Die strenge rust onder het Oude Testament, waarbij zelfs op het sprokkelen van hout de doodstraf stond, had immers een doel in zichzelf. Zij dienden namelijk om de rust af te schaduwen, die Christus zou aanbrengen. Die rust is nu door Christus aangebracht en daarom heeft nu de rust van de zondag geen doel op zich, maar is zij middel geworden. Wij rusten op Gods dag van onze arbeid, om daardoor in staat te zijn die dag te besteden in de dienst des Heeren. Ook de zevende dag was ceremonieel en is door Christus vervuld. Maar, zei de kommissie, het morele, het blijvende van het vierde gebod is, dat één dag in de week in het bijzonder bestemd zal zijn voor de dienst van God.

Zo sprak ook de Dordtse Synode uit: „De christenen moeten de zondag volmaaktelijk heiligen. Deze dag is in de oude Katholieke kerk altijd onderhouden geweest. Op die dag moet men rusten van alle slaafse arbeid (uitgezonderd die der liefde en der noodzakelijkheid) mitsgaders van alle recualiën, die de godsdienst verhinderen." En zo mogen we onze zondag zien als een gave. Een geschenk van de Heere. Het is de dag van het Woord, van het Evangelie, dat ons predikt dat wij nog ergens anders van leven dan van de aarde alleen. Het is de dag van de ontmoeting tussen de Heere en Zijn volk. De dag van Zijn bijzondere zorg om ons te leiden op de weg der zaligheid. Heerlijke zondag, lieflijke Sabbat.

Ik hoor de klokken luiden over een geschonden wereld en een geteisterde aarde. De deuren van de kerk mogen nog openstaan.

Dat wil zeggen: er is nog een toegang tot en een toevlucht bij God. We kunnen nog zalig worden en deel krijgen aan die rust, die er overblijft voor het volk van God.

Gespreksvragen :

1. Waarom zou het vierde gebod een plaats gekregen hebben op de eerste tafel der wet, inplaats van op de tweede tafel?

2. Zijn er uit het Nieuwe Testament teksten te noemen waaruit blijkt dat het ceremoniële in het sabbatsgebod in de Nieuwtestamentische bedeling heeft afgedaan?

3. Waaruit blijkt dat de instelling van de rustdag ook tot bescherming van de mens is? Betrek hierbij ook de kontinu-arbeid in de bedrijven.

4. Waarom moesten we het verzuimen van de kerkdiensten op de zondag radicaal afwijzen?

5. Hoe moeten we denken over de opvattingen dat we God ook kunnen dienen door op de zondag Zijn schepping te bewonderen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1977

Daniel | 24 Pagina's

DE RUSTDAG ALS GAVE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1977

Daniel | 24 Pagina's

PDF Bekijken