Bekijk het origineel

KREMATIE IN OPMARS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KREMATIE IN OPMARS

10 minuten leestijd

De laatste tijd neemt de krematie of lijkverbranding steeds meer een plaats in naast liet beigraven worden. Waren liet vroeger alleen buitenkerkelijke mensen, die besloten zich na hun sterven te laten verassen, tegenwoordig gaat de krematie meer en meer voorkomen ook in kerkelijke kring. Daarom is liet goed er een artikel aan te wijden, opdat wij zullen weten., welk standpunt we hier moeten innemen.

Wat is krematie?

Onder krematie verstaan we de verassing van een lichaam bij zeer hoge temperaturen. Bij de moderne krematoria wordt het lichaam niet meer rechtstreeks aan vuur blootgesteld, maar aan gloeiende lucht, 800 - 1000 graden Celsius. Plet hele proces duurt ongeveer een uur. Meestal wordt de as verstrooid, al of niet in het bijzijn van de familie, soms in urnen bijgesteld in een columbarium of begraafplaats, met naamplaatjes.

Deze week las ik in de krant, dat bij een krematie in Amerika de overledene een pacemaker droeg, die door de grote hitte van de verbranding ontplofte, zodat een groot deel van de begraafplaats instortte.

Uit de geschiedenis

Als we de geschiedenis nagaan, dan blijkt, dat het verbranden van doden een puur heidense gewoonte is. Het is dan ook typerend dat in de oude tijd, overal waar het christendom zijn intrede deed in de heidenwereld, het de lijkverbranding deed verdwijnen. Als laatste was het Karei de Grote, die in 785 de lijkverbranding aan de Saksers verbood.

Vanaf die tijd duurde het 1000 jaar tot in 1794 in de franse revolutie' de krematie weer voor het eerst ten tonele werd gevoerd.

Bijbelse gegevens

Belangrijker echter nog dan wat de geschiedenis ons leert, is wat de I-Ieere over deze zaak zegt in Zijn Woord. Daarom willen we nu eerst enkele bijbelse gegevens laten spreken.

Hoewel we nergens in de Bijbel een direkt' verbod tegen de krematie vinden, blijkt uit alle schriftgegevens, dat begraven zo vanzelfsprekend wordt beschouwd, dat een verbod geheel overbodig is.

Aan de begrafenis werd bij het volk Israël grote waarde toegekend; indien mogelijk

was er een familiegraf. Vaak lezen we van liefdevolle zorg voor de dode, als uiting van piëteit: Sara, Tabitha (Dorcas), Lazarus, de Heere Jezus Zelf. Groot was de schande als men onbegraven moest blijven; het werd ervaren als de voltrekking van een Godsoordeel (Izebel).

Verbranding van gestorven lichamen komen we niet tegen als gebruikelijke zede. Alleen als er sprake was van een voltrokken doodstraf werd de lijkverbranding toegepast. Wel een bewijs, hoe erg het gevonden werd (bv. Achan). Er wordt ook over verbranding gesproken bij de dood van Saul en zijn zonen. Dat' gebeurde echter om verdere schending van de lijken door de Filistijnen te voorkomen. Bovendien wordt vermeld, dat de overgebleven beenderen werden begraven (1 Samuël 31). Later zorgt David zelfs voor een herbegrafenis van deze beenderen in het graf van Sauls vader Kis (2 Samuël 21). Soms werd het lichaam van de gestorvene overgegeven als een prooi van de vogelen des hemels en het gedierte des velds (bv. Goliath). In Psalm 79 klaagt de dichter daarover in vers 2, en ter versterking zegt hij dan nogmaals: er was niemand die hen begroef". Zie ook de profetie van Jesaja tegen Babel in Jesaja 14 : 18 - 20.

De Heilige Schrift kent dus als normale, gebruikelijke wijze van dodenbezorging de begrafenis, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament.

De dood door verbranding wordt in de Bijbel weliswaar vermeld, maar steeds als bijzondere strafoefening vanwege extreme zonden, of in andere bijzondere omstandigheden. Centraal staat het sterven en de opstanding van de Heere Jezus Christus, waaraan Paulus ontleent het beeld van het zaaien van een natuurlijk lichaam en de opwekking van een geestelijk lidhaam. Hoe beeldend is dan ook ons woord „dodenakker".

Denk ook nog aan Romeinen 6. In vers 4 spreekt Paulus van „Met Hem begraven door de doop in de dood, opdat gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens zouden wandelen". De troost die hier in ligt voor hen die „in Christus" zijn, is niet te peilen. Dat is een blijde werkelijkheid, die de Kerk later anders heeft verwoord in antwoord 43 van de Heidelbergse Catechismus: „Dat door Zijn kracht onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven wordt, opdat de boze lusten van het vlees niet meer in ons regeren".

Waarom krematïe?

Helaas vinden we echter met betrekking tot deze zaak in ons land; een terugkeer tot het primitieve heidendom en dat zelfs ook meer en meer onder kerkelijke mensen. De vraag komt dan ook op: waarom kiest men voor krematie in plaats van begraven? Wat zit er achter deze lijkverbranding? In de oudheid is bij allerlei primitieve stammen de achtergrond van de lijkverbranding de wens om radikaal van de doden, waarvan men nog na het sterven een bedreiging vreesde, af te zijn. Vaak werden met de gestorvene ook zijn have en goed, soms zelfs ook zijn weduwe, verbrand.

In Griekenland meende men, dat, als het lichaam in de lijkverbranding aan de volstrekte vernietiging was prijsgegeven, de ziel des te volkomener haar bevrijding van het lichaam ontving.

Toen men in ons land: aanvankelijk vooral van humanistische zijde de lijkverbranding weer ging propageren, werd zij meestal verdedigd uit hygiënische overwegingen. Men stelde, dat door de begraafplaatsen allerlei besmettelijke ziekten werden verbreid en dat daarom het verassen van de doden veel hygiënischer is. Dit hygiënische argument houdt echter geen steek. Immers d.e begrafeniswet somt een aantal eisen op, waaraan elke begraafplaats moet voldoen: de begraafplaats mag niet liggen binnen 50 meter van de bebouwde kom. Binnen die afstand mogen geen putten gegraven worden of huizen gebouwd. De afstand van de kisten onderling mag niet kleiner zijn dan 30 cm, enz. Waar de begraafplaatsen aan deze eisen voldoen, daar is gevaar voor de omwonenden en dus in nog sterker mate voor de verder weg wonenden, uitgesloten.

Vrees voor de wederopstanding

Zeker zal bij heel velen, die zich laten kremeren, de achtergrond zijn, alle mooie vonden ten spijt, de vrees voor de wederopstanding der doden. Men meent dan, dat, wanneer men verast is, men dan helemaal weg is en geen opstanding meer mogelijk is. Soms schrijft men zelfs in z'n testament dat men niet alleen verast wil worden maar dat ook de urn met as aan een vliegtuig moet worden meegegeven en bovén de oceaan uitgestrooid. Men vergeet dan echter dat Gods almacht zowel begraven als gekremeerde lichamen zal opwekken.

Er wordt getracht het grimmige en vijandige van de dood te camoufleren. De dood mag niet meer gezien worden als „de laatste vijand", en dat het vonnis van God over de zonde mede hierin bestaat, dat de mens die stof is, tot stof zal wederkeren, wordt niet meer erkend. De dood is niet meer „de bezoldiging der zonde".

Bedroevend is het, dat dit geluid ook uit kerkelijke kring wordt vernomen. Dr. H. M. Kuitert spreekt over een herwaardering van de dood. De dood is niet door de zonde in de wereld gekomen, maar behoort tot het leven, is de noodwendige afsluiting daarvan. De biologie heeft ons dat onomstotelijk geleerd, zo zegt men dan. We weten te goed dat dood en leven bij elkaar horen, om daaruit nog iets te leren omtrent de ernst van de zonde en het gericht van God over de zonde. Deze herwaardering van de dood heeft ook in christelijke kring ertoe geleid dat velen er des te gemakkelijker toe overgaan, het proces van vertering naar ons eigen believen in te korten tot een proces van ruim een uur.

Vanuit deze moderne visie zijn er dan ook steeds meer kerkelijke mensen die voor de krematie kiezen. Zij doen dit dan meestal uit een oogpunt van volksgezondheid en milieubeheer. Zij menen, dat de grote vlakten die bijvoorbeeld in de randstad ingenomen worden door de begraafplaatsen, beter kunnen worden gebruikt als parken of als woonruimten.

Hoe moeten wij krematie beoordelen?

Aangezien het kremeren steeds toeneemt kan de vraag aktueel worden: wat moet een predikant doen als op hem een beroep gedaan wordt een rouwdienst te leiden in een krematorium? Heel nauw met deze vraag hangt natuurlijk de vraag samen, hoe wij het kremeren hebben te beoordelen.

Een hervormd predikant schreef hierover het volgende: „Bij begrafenis denk ik aan de aarde. Het is een teraardebestelling. Bij krematie denk ik aan vuur. Het is een „lijkverbranding".

Voor wie in de Bijbel thuis is, ligt er een enorm verschil tussen de woorden aarde en vuur. De aarde behoort tot de goede schepping. En ondanks de vloek en de vervuiling van de aarde spreekt de Bijbel toch van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; vergelijk Gen. 1 : 1 met Openbaring 21 : 1.

Maar bij het vuur hoort verteren en ondergang. Vuur geeft associaties met de hel en met het oordeel. Een graf is: open aarde onder de blote hemel, een opgeploegde vore. Maar een kremato-

rium is een fabriek, of liever, een vernietigingsbedrijf met een rokende schoorsteen. Bij een begrafenis wordt de kist neergelaten in de aarde. Bij een krematie daalt hij door een opening in de betonnen vloer naar een lagere etage, waar het vernietigingsmechanisme klaar staat. Is dat alles maar een kwestie van smaak, van persoonlijk aanvoelen? Wie geoefend is in het lezen van de Bijbel weet dat er ook over smaak heus wel te twisten valt! Bovendien geloof ik dat een predikant die de dienst leidt in de aula van een krematorium loel erg moet letten op zijn woorden. In wezen is hij beperkt in de keuze van zijn woorden. Bepaalde bijbelse begrippen slaan in die omgeving nergens op of zijn pijnlijk voor de familie. Ik spreek hier uit ervaring. Daarom vind ik krematie een verschraling in onze levensstijl, een gewoonte die niet opkomt uit de omgang met de Bijbel maar uit efficiency en steriele hygiëne".

Onze konklusie moet zijn, dat het Woord van God slechts het begraven kent en het verbranden van doden als heidens afwijst. Bovendien is het verassen in strijd met de bijbels© gedachte van het zaaien van de doden in de aarde (1 Cor. 15). Tenslotte geloof ik te kunnen zeggen, dat VvTie de Heere Jezus waarachtig liefheeft, zich niet zal laten kreraeren. Dan begeren we Hem te volgen tot in het graf. Omdat Hij begraven is, begeer ook ik dan begraven te worden. Door Zijn liggen in het graf heeft Hij de vloek uit het graf weggenomen en het voor de Zijnen geheiligd tot een laatste rustplaats, van waaruit Hij eenmaal hun stof in heerlijkheid zal opwekken. Daarom mag voor een kind van God het graf vrede ademen. Heel mooi noemen de Duitsers dan ook een kerkhof een „Friedhof", dat is een vredehof.

In de verdediging van de krematie manifesteert zich, bewust of onbewust, een aversie van de natuurlijke mens tegen het goddelijk oordeel van het: „Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren".

Daarom geloof ik, dat ik als predikant nee zal moeten zeggen, wanneer mij gevraagd wordt een rouwdienst in een krematorium te leiden. Niet omdat ik niet graag wil zaaien aan alle wateren, maar omdat Gods Woord hier toch duidelijk spreekt en het leiden van een rouwdienst bij een krematie ook min of meer kan worden gezien als een kerkelijke sanktie op dit heidens gebruik.

Omdat kremeren steeds meer „gewoon" wordt, lijkt het mij ook een goede zaak, dat hieraan ook aandacht wordt besteed in de prediking. Een heel goede aanleiding hiervoor is bijvoorbeeld de behandeling van zondag 16 uit de catechismus, waar het gaat over de begrafenis van de Heere Jezus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1980

Daniel | 28 Pagina's

KREMATIE IN OPMARS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1980

Daniel | 28 Pagina's

PDF Bekijken