Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DOET DAT TOT MIJN GEDACHTENIS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DOET DAT TOT MIJN GEDACHTENIS

10 minuten leestijd

— Het eten van des Heeren Avondmaal

Het eten van het avondmaal des Heeren is nodig tot versterking en instandhouding van het zaligmakend geloof.

Wij lezen in Joh. 6 : 53-58: Jezus dan zeide tot hen: oorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat gij het vïees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelf. Die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven en Ik zal hem opwekken ten uiterste dage, want Mijn vlees is waarlijk spijs en Mijn bloéd is waarlijk drank. Die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die blijft, in Mij en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft en Ik leef door de Vader, alzo die Mij eet, die zal leven door Mij. Dit is het Brood dat uit de hemel is nedergedaald, niet gelijk uw vaders het manna gegeten hebben en zijn gestorven. Die dit Brood eet zal in der eeuwigheid leven." In de bovenaangehaalde woorden sprak de Heere Jezus niet van het uiterlijke eten van des Heeren Avondmaal. Dat was toen nog niet ingesteld. Hij sprak van het geestelijk eten van Hem. Dat is: hristus met een waar geloof aannemen en daardoor met Hem verenigd worden, hetwelk door het uiterlijk eten van het Heilig Avondmaal betekend wordt (Kommentaar op Joh. 6 : 53 in de kanttekeningen Statenvertaling).

Het ware geloof

Het meest kenmerkende van het ware, zaligmakende geloof is dat men in Christus gelooft. De Heere Jezus heeft als de meest kenmerkende eigenschap van het zaligmakende geloof genoemd het eten van Zijn vlees en het drinken van Zijn bloed. Wie daarvan bij ondervinding niets kent, heeft geen enkele bijbelse grond om er het huis van zijn hoop op te bouwen. Alle beloften van zaligheid voor dit en het toekomende leven zijn slechts vermaakt aan hen die in de beloofde en gekomen zaligmaker Jezus Christus geloofden en geloven. In zijn prachtig boek „Het A.B.C. des geloofs" heeft Comrie de verschillende benamingen behandeld waaronder dit-geloof en geloven in de Bijbel wordt beschreven.

Wie niets van dat eten van Christus' vlees en drinken van Zijn bloed in het verborgene kent, behoort niet tot de genodigden die in het openbaar Zijn vlees mogen eten en Zijn bloed mogen drinken. Er zijn (helaas) heel wat mensen die het op de zondag als het Heilig Avondmaal bediend wordt moeilijk hebben, maar die het op andere zondagen en weekdagen heel niet moeilijk hebben. Dan is de innerlijke begeerte er niet om te mogen eten van Christus' vlees en drinken van Zijn bloed. Zorg om het deelhebben aan Christus moet voorafgaan aan zorg om het deelnemen aan Zijn avondmaal. Wie. geen deel heeft aan Christus door een waar geloof wie niets kent van het gelovig aannemen van Christus zoals de Heilige Geest dat werkt in de harten der uitverkorenen..., die is nog niet wezenlijk in het genadeverbond. Zo iemand heeft nog geen deel aan de beloften des verbonds namelijk: afwassing, vergeving van zonden, aanneming tot kinderen en verzorging van alles wat nodig is voor dit en het toekomende leven.

Tot zaligheid werkzaam

Aan de aanneming = gebruikmaking van Christus door het geloof gaat wel wat vooraf. Men moet door de Heilige Geest levend gemaakt (dat is: wederom geboren zijn) om geestelijk werkzaam te kunnen zijn tot eten en drinken. Bovendien moet er in het hart een betrekking op het eten van Zijn vlees en drinken van Zijn bloed gewerkt zijn. Dan moet ons de lust in alle andere spijs en drank ontnomen zijn. Dan moet het zo geworden zijn in ons leven dat de vraag: mijn ziel, doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God? ons (door het werk van de Heilige Geest) zo is gaan bezighouden, dat al onze gerechtigheden een wegwerpelijk kleed werden. Inleving van het stuk: „hoe groot mijn zonden en ellenden zijn", is onmisbaar om: werkelijk waarde te kunnen zien in het lijden en sterven van Christus; om begerig te zijn naar het gebruik maken van en het zich overgeven aan de Middelaar Gods en der mensen, Die sprak: Komt herwaarts tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven voor uw zielen.

Waar de Heilige Geest tot zaligheid werkzaam is, daar bewerkt Hij deze dingen en die bewerkingen wordt men gewaar. Men wordt het persoonlijk gewaar dat men afgetrokken wordt van hetgeen niet redden of verzadigen kan. Er is dan ook een heengetrokken worden naar Hem om van Hem gebruik te maken zoals Hij gegeven is tot wijsheid van God, tot rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing. Zo komt de vereniging tot stand, waarvan Paulus schreef: Uit Hem zijt gij in Christus Jezus" (1 Cor. 1 : 30). Dit in-zijn in Christus en één-zijn met Christus is onmisbaar tot zaligheid en dus ook om des Heeren Avondmaal te kunnen eten naar Zijn wil.

Tot versterking

Voor een goed funktioneren van het geestelijke leven is het telkens weer, zelfs dagelijks nodig om te eten van Christus' vlees en te drinken van Zijn bloed. Zoals het voor ons lichamelijk welzijn nodig is dagelijks goed voedsel te gebruiken, zo is het ook voor een „gezond" geestelijk leven nodig dagelijks van dat voedsel gebruik te maken waarvan de Heere Jezus zei: „Mijn vlees is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drank.”

Door het aannemen met een gelovig hart van het ganse lijden en sterven van Christus verkrijgt men vergeving van zonden (zie vraag 76 Heidelbergse Catechismus). De sakramenten zijn ingesteld opdat de Heere door het gebruik daarvan de gelovigen belofte des Evangelies te beter te verstaan geve en verzegele' dat Hij hen, vanwege het enige slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven schenkt. De Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert degenen die van Christus' vlees eten en van Zijn bloed drinken, dat hun volkomen zaligheid staat in de enige offerande van Christus aan het kruis geschied. (Zondag 25 Heidelbergse Catechismus).

Ook is het gelovig gebruik maken van Christus en Zijn werk nodig om in Christus te blijven. Zo sprak immers de Heere Jezus: ie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem. Het zijn en blijven in Christus is onmisbaar tot zaligheid (zie ook Joh. 15 : 4-7).

De nodiging van het Evangelie

Het recht om van Christus vlees en bloed (en dus ook van het Heilig Avondmaal) gebruik te maken ligt in de nodiging van het Evangelie en niet in de genodigde. Het hebben van een kerkelijk recht alleen is niet voldoende om tot de genodigden aan 's Heeren dis te behoren. Het in de prediking van het Evangelie aangereikte „bruiloftskleed" en het ootmoedig-gelovig (zij het met bevende handen en knikkende knieën) aangenomen bruiloftskleed van Christus Borgwerk is het enig noodzakelijke voor het "waardig" eten en drinken van ’s Heeren Avondmaal. Wie dat mist eet en drinkt zichzelf een oordeel.

Wie het „recht” om aan het Heilig Avondmaal deel te nemen zoekt in iets anders dan in de nodiging des Heeren (men lette vooral op wie Hij nodigt, tot Hem te komen, namelijk: vermoeiden en belasten vanwege hun zonden) die is verkeerd werkzaam.

In het door mij geschreven boekje „Doet dat tot Mijn gedachtenis" kun je over dit tere, belangrijke onderwerp meer lezen. Niet de mate van het vermoeid en belast zijn bepaalt het al of niet genodigd zijn.

Zijn liefdebevel

De plicht om van het Heilig Avondmaal gebruik te maken ligt verankerd in 's Heeren liefdebevel. De Heere Jezus heeft alle ware gelovigen bevolen tot Zijn gedachtenis van het Heilig Avondmaal gebruik te maken (zie vr. 75 H.C.). Niet het zien van spijs en drank werpt nut af, maar het gebruik maken ervan. Sommigen zijn van mening .dat het bevel tot gebruik maken van het Heilig Avondmaal slechts voor een deel der ware gelovigen geldt. Zij rekenen het gebruik maken van het Heilig Avondmaal tot het eten van de vaste spijs waarover Paulus schrijft in 1 Cor. 3 : 2. Voor dat eten is een bepaalde mate van geestelijke rijpheid nodig. In 1 Cor. 11 : 28 wekte Paulus echter alle christenen in Corinthe op om op waardige wijze het Avondmaal des Heeren te houden. Daaruit blijkt dat hij met het eten van vaste spijs iets anders bedoelde dan het gebruik maken van het Heilig Avondmaal des Heeren. Van geslachte tot geslacht worde, naar onze dure plicht, bij ons Gods gunst herdacht (Ps. 135 vers 8).

eer ds. A. Elshout

Gespreksvragen

1. Waarin komen de betekenis-en het gebruik van het Pascha overeen en waarin verschillen zij?

2. Er is verband tussen het doen van belijdenis des geloofs en het gebruik maken van het Heilig Avondmaal. Er zijn ook verschillen. Geef het verband eens aan en probeer de verschillen onder woorden te brengen.

3. Wie dienen er werkzaam, te zijn met het Heilig Avondmaal? Betrek hierbij ook het gedeelte uit ons Avondmaalsformulier dat over de zelfbeproeving spreekt.

4. Waartoe heeft de Heere het Heilig Avondmaal ingesteld.? Wat zijn de zegeningen die de Heere wil schenken op de verkondiging van Zijn dood totdat Hij komt?

5. Hoe zou het komen dat Gods kinderen vaak zoveel strijd' hebben in de tijd die voorafgaat aan de viering van het Heilig Avondmaal?

Literatuur

1. Petrus Immens: De godvruchtige avondmaalsganger. Uitgave „De Banier", Utrecht. 2. Ds. Chr. van Dam: Een belofte van het genade verbond. (Een achttal eenvoudige voorbereidingspreken) Uitgave „De Bron", Rotterdam.

3. A. Gray: De Roos van Saron (Een boekje met preken rond avondmaalstijden met een inleiding over de wijze waarop in Schotland het avondmaal wordt gevierd). Uitgave „Romijn en van der Hof", Gorinehem.

4. W. Teellinck: De praktijk van het Heilig Avondmaal. (4 predikaties over „Doet dit tot Mijn gedachtenis"). Uitgave: Wever, Franeker.

5. Prof. G. Wisse: Mag ik ten avondmaal gaan? (Een eenvoudige brochure). Uitgave: Den Hertog, Utrecht.

6. W. a Brakel: Kan de bediening van het Heilig Avondmaal ook mij tot zegen zijn? Een leerzaam boekje met praktische onderwijzingen tot zelfonderzoek voor het Heilig Avondmaal. Uitgave: Den Hertog, Utrecht.

7. Ds. A. Elshout: Doet dat tot Mijn gedachtenis. (Met gespreksvragen). Uitgave: „De Bron", Rotterdam.

8. Ds. C. Harinck: Ons Avondmaalsformulier. Uitgave: Hoekman, Goes.

Het pascha werd in Israël altijd volgens een vast patroon gevierd. Na het openingsgebed nam ieder wat kruiden en doopte ze in zout water. De vader deelde daarna het ongezuurde brood uit, terwijl hij vertelde van het pascha in Egypte. Viermaal werd brood en wijn uitgedeeld. Na het zingen van de lofzang werd de maaltijd besloten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1981

Daniel | 28 Pagina's

DOET DAT TOT MIJN GEDACHTENIS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1981

Daniel | 28 Pagina's

PDF Bekijken