Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Heere bouwt Zijn kerk, en Hij doet dat middellijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Heere bouwt Zijn kerk, en Hij doet dat middellijk

vraaggesprek met ds. C. J. Meeuse over sekularisatie en kerkverlating

13 minuten leestijd

door J. H. Mauritz en Edith Noorland

Er is in ons land sprake van een omvangrijke kerkverlating. De cijfers in de kerkelijke jaarboeken van de kerk spreken op dit punt duidelijke taal. Wemaken in Nederland een sne proces van ontkerstening mee, dat zich vooral voltrekt onder jongeren. In 1985 werd door Intomart/Youth forChrist een enquete gehouden onder jongeren van 15-19 jaar. Gevraagd werd tot welk kerkgenootschap men zichzelf rekende. De uitslag van deze enquete was

Als je deze cijfers op je in laat werken, dan schrik je toch wel even. Is het al zo erg? Ook onder ons groeit het aantal jongeren dat de kerk verlaat. In zijn proefschrift geeft dr S. L. Janse aan dat tussen 1965 en 1983 ruim 3800 leden en doopleden van de Gereformeerde Gemeenten onkerkelijk zijn geworden. Een eenvoudig rekensommetje aan de hand van de kerkelijke jaarboeken over de periode 1980 - 1984 wijst uit dat in deze periode ruim 1500 leden en doopleden onze gemeenten hebben verlaten zonder zich aan te sluiten bij een andere kerk. Er is onmiskenbaar sprake van een stijgend aantal kerkverlaters, met name jongeren (70% van het totaal). Deze cijfers stemmen nog meer tot bezorgdheid. Het gaat hier immers over onze jongeren. Wat is het erg als jongeren (en ouderen) de kerk gaan verlaten en daarmee de dienst des Heeren vaarwel zeggen. Ook de jongeren zijn immers gebracht op het erf van het verbond. Evenals wij hebben ook deze jonge mensen eenmaal het teken en zegel van Gods verbond ontvangen. En nu? Voor de kerk voortaan onbereikbaar? En wij die bleven? Stemt het ons nog weieens tot zelfonderzoek? In onze gezinnen? In de gemeente? Als jongeren van de gemeente? Stellen we onszelf nog weieens de vraag of door onze levenswandel onze naaste (dat zijn ook de jongeren van d gemeente) voor Christus gewonnen worden?

We hadden met ds. C. J. Meeuse een gesprek over deze vragen.

De laatste jaren is er een toenemend aantal mensen, met name ook jongeren, dat de kerk verlaat. Wat zijn hiervan naar uw mening de oorzaken?

Ik denk dat je ieder kerkgenootschap apart moet bezien in dit verband, want het is lang niet overal eender.

In de Rooms-Katholieke kerk heeft de kerkverlating enorme vormen aangenomen. Binnen de Ned. Hervormde kerk is de situatie verschillend: in de Gereformeerde Bond is de kerkverlating veel minder groot dan bij de confessionelen en vrijzinnigen, waar vergrijzing optreedt. In de Gereformeerde kerk is de kerkverlating erg groot. Mijns inziens komt dit omdat de inhoud van de Boodschap gewijzigd is en wel in die zin dat alle vastheden verlaten zijn en het normbesef is vervaagd. Ik denk dat je daar de grote oorzaak hebt van de kerkverlating, men weet de jeugd geen houvast te geven. Verder denk ik dat de kerkelijke verdeeldheid mede een oorzaak is van kerkverlating.

Hoe is de situatie in onze gemeenten, kijkend naar de omvang van kerkverlating?

Gelukkig is de kerkverlating bij ons minder groot dan in verschillende andere kerkgenootschappen. Anderzijds is het zo dat ieder die de kerk verlaat je verdriet geeft, ieder mens is er een. Als een van mijn catechisanten de wereld ingaat ben ik heel erg verdrietig, ook al zie ik dat er nog 99 blijven. Ik denk dat dat ook bijbels is, de Heere Jezus spreekt van een verloren schaap, waar de herder zich toch helemaal op richt. Dat doe je als herder in een gemeente ook, je gaat heen om het verlorene te zoeken.

Als je ziet hoeveel jongeren in onze gemeenten zich nog betrokken weten bij het kerkelijk wel en wee, mag je toch, niet hoogmoedig maar dankbaar, zeggen: we vormen nog een uitzondering.

Daar waar het Woord Gods verkondigd wordt als een „Zo zegt de Heere", daar weten de jongeren waar ze aan toe zijn. Ik geloof dat jongeren dat heel hard nodig hebben bij het volwassen worden.

Hoe kijkt u wat de kerkverlating betreft tegen de toekomst aar}?

Ik ben weieens bevreesd voor de kring van onze gemeenten als ik zie dat er van Gods kinderen wegvallen en als ik nog niet zie wie hun plaatsen innemen. Als de rechtvaardige ontbreekt, dan zingt de dichter: Behoud, o HEER, wil ons te hulpe komen. Daar "t volk ontbreekt, dat liefd' en vreê betracht. De trouw bezwijkt, en 't klein getal der vromen Nog kleiner wordt in 't menselijk geslacht. (Psalm 12:1)

Ook ben ik erg bevreesd als ik in onze gezinnen de verwereldlijking zo zie toenemen. Uiteindelijk ademen we allemaal als het ware de tijdgeest in.

Als ouders niet meer durven zeggen „Zo spreekt de Heere in Zijn Woord", als ze het gezag van het Woord des Heeren in de praktijk van het leven niet laten gelden, dan geven ze ook hun kinderen die leiding niet. En die leiding, die zekerheden hebben kinderen juist zo nodig. Het grootste deel van de godsdienstige opvoeding moet juist in de huisgezinnen plaatsvinden, dat moeten we niet vergeten.

Maar toch, als het over de toekomst gaat, dan geloof ik dat de Heere Zijn Kerk bouwt en Hij doet dat middellijk. Diegenen die de Heere mogen vrezen, ook jongeren, ook kinderen, die hebben toekomst, die zal de Heere nooit verlaten.

U had het zojuist over het toenemen van de verwereldlijking. Wat bedoelt u daarmee?

Met verwereldlijking of sekularisatie wordt meestal bedoeld: het onttrekken van veel levensterreinen aan de heerschappij van de het Woord van God.

Groeien onze jongeren op in een wereld, waarin de godsdienst alleen voor de zondag en voor de kerk is, maar waarin je verder nergens iets van God hoort of ziet, dan schijnt het toch zo te zijn dat je heel goed kunt leven zonder God. Hij schijnt geen zeggenschap te hebben over wat velen op scholen leren. Dan denk ik aan de nietreformatorische scholen, waar hele kennisgebieden worden aangereikt en overgedragen zonder dat Gods Naam genoemd wordt.

Een aangrijpend grote informatiestroom komt als een vloedgolf over de jongeren heen, en die hele informatiestroom is sekulair, is werelds. Dat is iets dat we niet moeten onderschatten.

Iedereen die informatie aanbiedt doet dat met een bepaald wereldbeeld. In onze tijd is dat bijna altijd een wereldbeeld, waarin geen plaats is voor God. Als de kinderen nu in hun opvoeding altijd met zo'n wereldbeeld te maken krijgen, dan is er in hun gedachtengang, in hun beschouwing ook geen plaats voor God. Dit is een

belangrijke oorzaak van sekularisatie, dacht ik.

Hoe kunnen wij iets positiefs tegenover dit wereldbeeld stellen?

We moeten daar waar de sekularisatie naar binnen dreigt te komen, de wacht betrekken. Zowel in de opvoeding thuis als in de kerk als in het onderwijs moeten we vechten tegen dat a-religieuze wereldbeeld waarin geen plaats is voor God. Dat kan niet beter dan door voortdurend met de kinderen te spreken over God en door hen zaken aan te bieden waarbij het juist gaat om de wereld van God, waarin Hij de geschiedenis schrijft, waarin Hij handelt.

Het gevaar van de denkwereld waarin onze jongeren opgroeien is dat die denkwereld a-religieus en ook anti-religieus is. Van die wereld gaat een "wervende kracht uit, naar de jongeren toe.

Het gaat om de levenshouding van degenen met wie de jongeren te maken hebben. Als ouders niet leven vanuit het besef dat God is Die Hij is, als de godsdienst in een gezin alleen maar thuishoort in de kerkdienst en in het Bijbellezen aan tafel en in een gebed dat soms nog stil gedaan wordt, maar als de wil van God in het leven van de ouders verder geen heerschappij heeft, dan groeien die kinderen toch op in een a-religieus milieu. En dat milieu heeft een sterke aantrekkingskracht om jongeren van de waarheid weg te zuigen.

Wat zegt de Bijbel over de taak van ouders met betrekking tot de godsdienstige opvoeding?

In de Bijbel lezen we op verschillende plaatsen dat we kinderen moeten onderwijzen in Gods Woord. Bijvoorbeeld in Deuteronomium 6 : 7, waar gesproken wordt over het inscherpen en het spreken van Gods woorden tot de kinderen, en in Spreuken 22 : 6: Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs; als hij ook oud geworden zal zijn, zal hij daarvan niet afwijken". De profeet Joël zegt in hoofdstuk 1:3: Vertelt uw kinderen daarvan, en laat uw kinderen het hun kinderen vertellen, en derzelver kinderen aan een ander geslacht".

Thuis, in hun omgang met de ouders, maar ook in het voorleven door de ouders en in hun gebed en vermaningen moeten de kinderen merken dat hun ouders met God rekenen, voor Zijn aangezicht leven. Dat moet ook de nood van ouders zijn. Daar schieten we hopeloos in tekort,

allemaal. Maar daar moeten ouders ook het zondaar-zijn voor Gods aangezicht beleven. Dat hoeven ze ook voor hun kinderen niet te verbergen. Als Paulus zichzelf in zijn brief aan Timótheüs de grootste der zondaren noemt, dan verliest hij niet zijn recht van spreken, maar dan toont hij dat hij de kracht van de genade die hij predikt zelf ervaren heeft, want hij mag erbij zeggen dat hem barmhartigheid is geschied. En de kracht van die genade wijst hij dan ook anderen aan.

U ziet hier ook een taak voor de kerk liggen?

Inderdaad, een heel grote taak zelfs, bijvoorbeeld ten aanzien van het aanspreken van de ouders in de prediking, om ze te wijzen op hun plicht ten opzichte van hun kinderen. Dat kan in een doopdienst zijn, maar ook bij andere gelegenheden. Laatst preekte ik over „Gedenkt aan de vrouw van Lot". In die geschiedenis zie je hoe Lot zijn schoonzonen mee probeert te krijgen. En dan zeg je ook tegen de ouders in de kerk, dat, als de Heere in het hart grijpt, de natuurlijke liefdebanden de eerste aangewezen banden zijn om een ander mee te krijgen. Niet dat we het vermogen hebben, maar als het goed is zal de begeerte er wel zijn.

In het ambtelijk gebed moet ook gedacht worden aan de jongens en meisjes die de wereld zijn ingegaan, of de Heere ze terug wil brengen. Ook de catechisatie is belangrijk. Het is een mogelijkheid om de jongeren ambtelijk aan te spreken en hen te wijzen op het ware geluk, dat bij de Heere te vinden is.

Ik hoop dat onze ouderlingen de kinderen niet vergeten op de huisbezoeken. Het is zo belangrijk dat de kinderen er niet alleen bijzitten, maar ook aangesproken worden. Dat kan o zoveel dosn, juist als het gebeurt vanuit de liefde en de gunning. Wat verdrietig als een ambtsdrager die gelegenheid laat liggen om een kort, ernstig woord tot een kind te spreken. Ik weet dat veel ouderlingen dat vanuit het hart proberen te doen, gelukkig! Van belang hierbij is ook dat we de jongeren het besef van het ware kerk-zijn trachten bij te brengen. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt in artikel 27 over de algemene, christelijke Kerk. Het gaat om de ene Kerk die Christus over deze hele wereld heeft. Dat kerkvergaderend werk krijgt gestalte waar mensen bekeerd worden.

En waar mensen bekeerd worden, daar zoeken ze elkaar op en daar kennen ze de worsteling om het kerk-zijn gestalte te geven. Daar krijg je ook altijd de worsteling om de kenmerken van het kerk-zijn te openbaren: de zuivere prediking van Gods Woord, de reine bediening van de sacramenten en de bewaring van dat gegeven goed door de tucht.

Die worsteling om kerk te zijn heeft in onze gemeenten gelukkig nog gestalte en als het goed is zal die worsteling er steeds blijven. Zo worden we ook bewaard voor kerkelijke hoogmoed.

Behalve het gezin en de gemeente heeft ook de school een taak. Welke?

Ik ben erg blij met onze reformatorische scholen, omdat de school medebepalend is voor het leefmilieu van jongeren. Waar het enigszins mogelijk is moeten we onze kinderen naar de reformatorische scholen sturen, omdat op andere scholen allerlei docenten zijn, die hun leerstof geheel en al zonder God aanbieden. Wat is het belangrijk dat docenten, waar dit mogelijk is, met de leerlingen over het werk van de Schepper spreken, hen wijzen op Zijn wijsheid, macht en majesteit.

Wat kunnen jongeren voor elkaar doen

Heel veel. Vanuit het besef datje je broeders hoeder bent en de zorg hebt voor elkaar als vrienden en vriendinnen, kun je proberen elkaar vast te houden zoveel je kunt. En elkaar te beïnvloeden ten goede, elkaar mee te nemen naar plaatsen waar je voordeel van kunt hebben, en elkaar af te houden van wegen die tegen het Woord van God zijn. Ik denk dat juist vriendschapsbanden heel veel kunnen betekenen. Dat geldt natuurlijk op school, maar ook op de catechisatie en op de vereniging. Wel vind ik het belangrijk dat het kontakt leggen op een natuurlijke en ongedwongen manier gebeurt, en dat jongelui niet de indruk wekken dat je persé naar de vereniging moet komen om bekeerd te kunnen worden. Probeer op elkaar te letten en wat voor elkaar te betekenen.

Kunt u iets zeggen over de relatie tussen het werk van de Heilige Geest en onze menselijke aktiviteiten? Wij mensen kunnen het geloof niet aan anderen overdragen, toch hebben we een taak. Hoe ziet u die verhouding?

Met het woord geloofsoverdracht, zoals je dat de laatste tijd weieens hoort, heb ik veel moeite. Ik gebruik liever het woord kennisoverdracht. Het geloof is alleen maar daar, waar de waarheid zelf overtuigingskracht heeft. En die overtuigingskracht moet de Heere geven bij die ander, dat kunnen wij niet. Wij mensen missen het vermogen om dingen die we begeren dat anderen geloven, aan hen te geven, dat kan de Heere alleen. Maar Hij wil daar wel om gebeden zijn.

Het is inderdaad een spanningsveld: wij mogen en moeten zaaien, planten en nat maken, maar we kunnen de groei niet geven. Dat is het werk van de Heere. Wij mensen mogen onszelf dus ook de eer er niet van geven. Het Woord kan beslag leggen op (jonge) mensen. Ik ben blij als ik het merk. Dan zeg ik: „o, wat een wonder".

Ik spreek dus liever van onderwijs dan van overdracht.

Heeft u tot slot nog iets te zeggen over de benadering van jongeren die met allerlei vragen zitten, ook over de kerk?

Jongeren kunnen inderdaad moeilijke, kritische vragen stellen. Je moet dat serieus nemen. Niet boos worden. Jongeren schoppen graag tegen de waarheid, net zoals een autoliefhebber weieens tegen zijn autobanden schopt om te kijken of ze hard genoeg zijn. Zo schoppen zij tegen de waarheid om de deugdelijkheid ervan te beproeven, om te kijken hoe diep en echt iemands overtuiging is. De onoprechtheid van veel belijders is voor hen een grote ergernis, 't Is belangrijk dat er mensen in hun omgeving zijn die de beproeving kunnen doorstaan, zodat de jongeren ontdekken dat het geloof wezenlijk is en levenskracht heeft voor hen die de Heere vrezen. Liefde en begrip voor de jongeren zijn belangrijk. Laat het vergezeld gaan van het gebed of de Heere de woorden die wij spreken en het werk dat wij doen zo wil zegenen dat ook al onze jongeren leren: zonder U kan ik niets doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1986

Daniel | 32 Pagina's

De Heere bouwt Zijn kerk, en Hij doet dat middellijk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1986

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken