Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Heere dienen... en blij zijn?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Heere dienen... en blij zijn?

Verblijd je in je jeugd

7 minuten leestijd

Bert is 17 jaar. Hij zit in Havo-S. Examenjaar. Hij heeft er flink aan moeten trekken. Net mondeling 'bio' achter de rug. 't Zal hem benieuwen of hij een voldoende heeft. Hij heeft inmiddels al allerlei berekeningen gemaakt om te kijken welke cijfers hij moet halen om te slagen... Zou z'n moeder gelijk hebben? Toen hij gisteren thuis kwam uit school zei ze: "Valt 't niet mee Bert? je moet maar proberen om 't uit handen te geven. Als je echt je best gedaan hebt, dan weet de Heere dat ook. Dan kun je er soms blij mee zijn dat de Heere alles weet."

Wat moet je daar nou op zeggen? Zou dat zo zijn? Zou je als je de Heere dient wel echt blij kunnen zijn? Kun je dan nog wel genieten van het leven? Daar ben je toch jong voor?

Salomo

't Is net of de koning Salomo dat ook zegt. In Prediker 11:9 kun je het vinden. Daar staat, met mijn woorden gezegd: Verblijd je, jongen, meisje, in de dagen van je jeugd." Positief toch? Wie zou er niet blij willen zijn? De vraag is echter wat Salomo hier bedoelt. Als je Prediker 11 : 9 en 10 en Prediker 12:1 nauwkeurig leest, dan merk je dat er iemand aan het woord is die vanuit zijn levenservaring jonge mensen aanspreekt. De koning kijkt terug op zijn leven en dan zegt hij: ls een mens vele jaren leeft en zich verblijdt in alle dingen van dit tijdelijk leven, laat hem dan bedenken dat al wat gekomen is, ijdelheid is. En ijdelheid wil hier zeggen: eeg, zonder inhoud. Dat klinkt wel wat somber, vind je niet?

Ik denk dat Salomo niet blij is als hij terugkijkt op zijn leven. Hij was ongeveer zeventien jaar toen de begeerte in zijn hart kwam om de Heere te dienen. In 1 Koningen 3 kun je lezen: "En Salomo had de Heere lief wandelende in de inzettingen van zijn vader David."

En als de HEERE in een droom aan de jonge Salomo verschijnt met de vraag: "Begeer wat Ik u geven zal", dan is zijn antwoord: "Geef dan Uw knecht een verstandig hart."

Wat was dat een goed begin bij Salomo. Hij vraagt niet naar rijkdom en eer. Hij stelt niet de vraag: kun je dan nog wel genieten van het leven? Salomo vraagt om een verstandig hart, om wijsheid. Wat een voorrecht als je de Heere nodig mag hebben als je jong bent. In je studie. In je toekomstplannen. Waarom is Salomo dan toch zo somber? Weet je, als hij terugkijkt op zijn jeugd, dan ziet hij veel zonden. En bij het ouder worden, is het al niet beter. Als hij terugkijkt, zegt hij: 't Is allemaal leeg. Het gaat voorbij. Ook als je als jongere "wandelt in de wegen van je hart", dan is dat leeg als je de Heere niet kent. Salomo zegt eigenlijk: ik weet 't wel welke wegen jij wilt gaan. Ik weet wel waarheen je ogen zich richten, jongen, meisje dat kun je doen. Laat je hart zich vermaken in de dingen van je jeugd. De dingen die jouw hart vervullen. In vreugde en vrolijkheid. In de wereld, met haar begeerlijkheid. Maar weet: dat is de echte blijdschap niet.

Waar ben jij blij mee?

Wat denk je zou Salomo het verkeerd hebben? Is het bij jou niet zo dat je hart uitgaat naar de dingen van de wereld? Nee, Salomo wekt ons niet op om in wereldse zaken onze blijdschap te zoeken. Dat niet. Hij houdt ons wel een spiegel voor.

Hij wijst op ons hart. Hij zegt: je hart kan zich daarin wel vermaken; maar weet "dat God, om al deze dingen, u zal doen komen in het gericht." Salomo heeft zijn eigen hart leren kennen. Hij weet dat ons hart boos en goddeloos is. De Bijbel zegt dat uit ons hart voortkomen boze bedenkingen, doodslag, overspel, dieverij, valse getuigenis, lastering. En als Salomo spreekt over onze ogen, dan zegt hij dat onze ogen gericht zijn op de ijdelheid van de wereld.

Mag ik eens vragen... waar zijn jouw

ogen op gericht? Spelen jouw ogen een rol als je vrolijkheid en plezier zoekt. Zien je ogen dingen die tot verkeerde begeerten leiden? Welke boeken lees je? Hoe kijk je als jongen naar een meisje, en andersom? En hoe is het met je oren? Wat komt er via de oorpoort in je hart? Naar welke muziek luister je? En wat zeggen jouw woorden? Waar ben jij blij mee? Misschien met verborgen zonden, waar niemand van weet? De blijdschap van de wereld is niet de echte blijdschap. Ze is niet uit God. Ze komt van satan. Hij probeert ons hart te vervullen met een blijdschap die nep is.

We zeggen dat wel tegen elkaar: 't was gaaf joh! Maar in ons hart...? Als je vrolijk bent, heb je de neiging om alles van het leven te verwachten. Wat onderschat je dan de gevaren die je omringen. Satan doet alles om jonge mensen tot zonde te verleiden. Hij fluistert je toe: het is allemaal niet zo erg. ]e bent nog jong. Je mag best wel genieten van je jeugd. Satan kent onze verborgen zonden en moedigt ze aan. Hij moedigt je aan om de beste tijd van je leven in de dienst van de wereld en de zonde te besteden. Hij moedigt jou misschien wel aan om bepaalde

tijdschriften te lezen, waarin de zonde gepropageerd wordt. Of hij moedigt je aan om naar een bar of een disco te gaan. Of hij laat je rustig voortleven onder de prediking van Gods Woord, zonder dat je iets kent van de echte blijdschap van de dienst des Heeren.

Een leven zonder God is niet gaaf. Salomo waarschuwt ons: "Weet dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht." Dat zegt het Woord van God. De Heere zegt hier: jongen, meisje, er is een gedenkboek voor Mijn aangezicht. Gedenk toch aan je Schepper in de dagen van je jeugd.

Mag je dan helemaal niet blij zijn?

Mag je dan helemaal niet blij zijn? Is het dan positief als je als jongere in de put zit? Er zijn in onze tijd toch al zoveel jongeren die depressief zijn. Moet je daar dan naar verlangen.

Nee! Het is zeker niet in strijd met Gods Woord om blij te zijn met de dingen die je krijgt. Je mag dankbaar zijn als je nog ouders hebt die voor je zorgen. Je mag er blij mee zijn als je goede cijfers mag hebben op school. Je mag dankbaar zijn als je gezond bent. Je mag er blij mee zijn als je je handicap mag accepteren, je mag blij zijn dat je in een land woont waar vrijheid is, waar je niet op de vlucht hoeft zoals de mensen in Kosovo. Je mag dankbaar zijn dat je 's zondags naar de kerk kunt gaan. Maar geven al die voorrechten en zegeningen jou echte blijdschap? 't Kan zijn dat je heel blij bent met iets moois. En toch gaat na enige tijd de glans er af. Weet je wie dat het beste weten? Dat zijn die mensen die de Heere mogen kennen. Vraag het maar eens aan een kind van God. Zo iemand heeft geleerd dat de echte blijdschap van de Heere komt.

Blijdschap in het dienen van de Heere

De Heere zegt in Zijn Woord: "Gedenk aan uw Schepper." De Heere is ook jouw Schepper. Hij gaf jou het leven. Hij formeerde jouw hart, opdat je Hem dienen zou.

Er is geen betere dienst dan de dienst van de Heere. Er zijn geen gelukkiger mensen dan zij die de Heere al jong mogen dienen. Er is geen grotere blijdschap dan het dienen onder de banier van Koning Jezus. Dat is een vreugde die de wereld niet kent. Dat is een blijdschap waarover in de Bijbel op vele plaatsen gesproken wordt. Een blijdschap die in meer dan vijftig psalmen bezongen wordt. Wat hebben velen van Gods kinderen door de eeuwen de blijdschap van het geloof mogen vertolken door het zingen van de psalmen.

Wie zal onder woorden brengen wat het betekent om een heimwee naar de Heere te kennen? Wie zal vertolken wat er in het hart (eeft van een schuldig zondaar die leert buigen voor de Heere. Zo is het ook met de blijdschap in de Heere. Als je mag horen van genade en vergeving. Als de Heere naar Zijn belofte de Zijnen gaat verheugen in Zijn bedehuis. Dan wordt er gezongen:

Wat blijdschap smaakt mijn ziel, wanneer ik voor U kniel, In 't huis dat Gij U hebt gesticht!

Het is goed om de Heere te dienen! Zou je daar geen zin in krijgen? Daarom: Gedenk aan uw Schepper, in de dagen uwer jongelingschap." Stel het niet uit. Zet het niet van je af. Zoek de Heere, terwijl Hij te vinden is. je bent er nooit te jong voor en je kunt er nooit teveel tijd aan besteden. Want: Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden" (Spreuken 8:17).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 april 1999

Daniel | 32 Pagina's

De Heere dienen... en blij zijn?

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 april 1999

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken