Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ambtsdrager op Kreta

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ambtsdrager op Kreta

5 minuten leestijd

Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen [nog] ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en [datj gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb: ndien iemand onberispelijk is, ener vrouwe man, gelovige kinderen hebbende, die niet te beschuldigen zijn van overdadigheid, of ongehoorzaam zijn. Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maai die gaarne herbergt, die de goeden liefheeft, matig, rechtvaardig, heilig, kuis; die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen. Tirüs 1:5-9.

De brieven aan Titus en Timotheüs zijn de laatste brieven van Paulus, die wij kennen. Het is opvallend, dat er niet meer geschreven wordt van bijzondere gaven en charisma's. De charismatische periode van de kerk is voorbij. Nu is het de tijd voor de gewone ambten: ouderlingen en diakenen. We mogen de leiding niet overlaten aan 'de vrije werking van de Geest'. Dat geeft een stuk nuchterheid. Dat kunnen we leren van deze pastorale brieven.

Paulus heeft het werk overgedragen aan Titus. Daarvan schrijft hij in vers 5: Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen. En zo was Titus op het eiland Kreta achtergebleven om het werk van Paulus voort te zetten en uit te bouwen. Een groot arbeidsterrein. Meerdere gemeenten waren er ontstaan als vrucht op het zendingswerk van de apostel Paulus.

Deze jonge gemeenten hebben ambtelijke leiding nodig. Daarbij gaat Paulus Titus een wijs advies geven. Het werk is veel te veel voor Tftus alleen. Het doet denken aan Jethro die het advies gaf aan Mozes in de woestijn om het vele werk te delegeren aan anderen. Paulus schrijft: En dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb. Het is niet alleen een raad, maar het was een bevel geweest van de apostel!

Paulus gebruikt het woord ouderling (Grieks: presbuteros) of opziener (Grieks: episkopos) in dit ene stukje door elkaar voor één en hetzelfde ambt! Het is de ontdekking geweest van de Reformatie dat de bisschop - een woord dat van episkopos is afgeleid! - , niet een hogere functie is dan de ouderling. De Reformatie heeft de ouderling een centrale plaats gegeven in het midden van de gemeente. De kerk mag niet overheerst worden door bisschoppen, kardinalen en pausen.

Men kwam op tegen de kerkelijke hiërarchie. Iemand schreef eens: De ouderling was de pion waarmee door Calvijn de paus schaakmat werd gezet." De ouderlingen of opzieners moeten gekozen worden door de gemeenteleden zelf (zie 1 Timotheüs 3:1 errverder).

De ouderlingen krijgen het regeerambt toevertrouwd. Regeren is ook een gave. Je hoort in onze tijd nog wel eens vaak: We moeten 'dienen' in de gemeente. Natuurlijk moet er 'gediend' worden, zoals Christus de grote Dienaar was. Wij m ogen njet onszelf op het oog hebben. Toch spreekt de Schrift niet alleen van 'dienen', maar ook van 'regeren'. We kunnen ook te slap zijn want daar gaat de gemeente op de lange duur ook aan ten gronde. Wat is het een zegen als we ouderlingen mogen hebben, die met gezag kunnen spreken. Die de regels van het kerkelijke leven op respectvolle wijze weet uit te dragen.

Paulus zegt niet: bij het zoeken van mensen moeten we alles maar overlaten aan de vrije werking van de Geest! Ook wordt er niet allereerst gewezen op allerlei zaken uit het geestelijke leven, die deze mensen doorleefd zouden moeten hebben. Maar heel nuchter en zakelijk worden de eisen gesteld. Niet iedereen is geschikt om ouderling te zijn. Paulus noemt verschillende kwaliteitseisen, Deze eisen zijn best hoog. Daaraan zal de opziener moeten voldoen, zal hij vruchtbaar zijn in de gemeente van Christus. Het hoeven geen 'supermensen' te zijn, maar het gaat om mannen met enige gaven van hoofd en hart.

Allereerst moet er gekeken worden naar de situatie thuis! Vers 6 spreekt van onberispelijk zijn, de man van één vrouw, gelovige kinderen, die niette beschuldigen zijn van onbehoorlijk gedrag. Deze dingen gelden voor ieder christen, maar bijzonder voor de ambtdragers. Het huisgezin is de test voor de ambtsdrager. Als hij thuis de situatie niet in de hand heeft, hoe zal hij dan voorde gemeente kunnen zorg dragen? Daarvoor is de taak in de gemeente te heilig. Trouwens in de praktijk zal iemand, die zijn gezin niet kan regeren, vast lopen. Op het moment dat hij anderen waarschuwt kan hij de tegenwerping verwachten: 'Kijk naar je eigen gezin!'.

Natuurlijk zijn er moeilijke situaties, waarin een ouderling terecht kan komen.

De ouderling krijgt in vers 7 nog een derde naam: huisverzorger Gods. In het Grieks staat er: oikonomos! Ons woord 'econoom' is ervan afgeleid. De taak van een ouderling moet zijn als een vader voor zijn huisgezin. Niet op eigenzinnige wijze.

Hij moet zichzelf kunnen beheersen en niet in toorn uitbarsten. Hij mag niet aan de drank verslaafd zijn. Geen smijter, geen vechtersbaas. Het mag hem niet gaan om het geld - vuilgewinzoeker. In vers 8 worden nog een aantal korte zaken genoemd: zijn huis moet open staan voorgasten, die de goeden liefheeft, matig, rechtvaardig, heilig en kuis.

Tenslotte noemt Paulus in vers 9 nog een belangrijke eigenschap, die de ambtsdrager in de gemeente moet sieren. Hij moet vasthouden aan de gezonde en goede leer. Hij moet in de leer geworteld zijn. Die leer moet hij in de gemeente uitdragen. Een verkeerde leer verwoest de gemeente. Hij moet vermanen. Hij moet de tegensprekers weerleggen. Wat een ontzaglijke opdracht! Wie zal daartoe in zichzelf bekwaam zijn? Paulus sprak, ziende op het ambt: wie is tot deze dingen bekwaam? Maar verderop mag hij er aan toevoegen: onze bekwaamheid is uit God!

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2003

Daniel | 32 Pagina's

Ambtsdrager op Kreta

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2003

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken