Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het voorbeeld van de pottenbakker

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het voorbeeld van de pottenbakker

4 minuten leestijd

Maak u op en ga af in het huis des pottenbakkers en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen. Zo ging ik af in des pottenbakkers huis, en zie, hij maakte een werk op de schijven. J EREMIA 18:2 EN 3

Nu maakt de Heere in Zijn werkplaats grote en kleine vaten. Ook het kleine vat heeft waarde voor Hem

De Heere geeft in Zijn Woord veel onderwijs door praktische voorbeelden, zoals ook blijkt uit de woorden van deze overdenking. Jeremia moest, nadat de Heere hem een goddelijke opdracht had gegeven, naar het huis van de pottenbakker gaan om daar eens goed te kijken naar het werk van deze kunstenaar. Op het moment dat de profeet de woning binnengaat, begint de pottenbakker juist met zijn arbeid. Veel gereedschap heeft hij niet. Het zijn slechts twee schijven, die met de voet worden rondgedraaid. Van leem maakt hij nu een sierlijk vat. De duim wordt op de massieve massa gezet en zo wordt het vat hol tot op de bodem toe. Terwijl het vat

op de schijven draait, worden met de nagel de groeven erin aangebracht. Met een zachte vingerdruk vormt de pottenbakker het leem zo, dat er straks een sierlijk kunstwerk gereed is. Jeremia ziet dit alles aan en voor hem en voor Israël ligt daarin een treffende prediking. Het woord des Heeren klinkt dan ook: Zal Ik ulieden niet kunnen doen gelijk deze pottenbakker, o huis Israëls? spreekt de Heere. Zie, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijne Hand, o huis Israëls! Jeremia moet het weten, Israël moet het verstaan: wij zijn in onszelf niet anders dan verachtelijk leem.

Wat is het nodig dat dit door ontdekkende genade in ons persoonlijke leven geleerd wordt. Dan alleen kan er verwachting zijn. Immers de grote Pottenbakker des Hemels neemt leem en geeft het een plaats op Zijn Goddelijke schijven. Wanneer nu een pottenbakker een vat wil maken, zoekt hij leem op. Zal het gevonden leem geschikt zijn voor de schijven, dan moet het nog getreden en gekneed, bewerkt, worden. Dit moet gebeuren om het te zuiveren van allerlei vreemde en schadelijke bestanddelen. De pottenbakker zet zijn voet op het leem en het knedende werk begint. Zo zien we ook de krachtige en onwederstandelijke werking Gods in het leven van Zijn kinderen. Ze moeten gezuiverd worden, ja van alles verlost worden wat geen waarde heeft voor de eeuwigheid. Ze worden door het knedende werk van de Heilige Geest bevrijd van alles, wat de genade Gods in Christus in de weg staat. Zo worden zij klaar gemaakt voor het heil Gods in Christus. Na de zuivering krijgt het leem een plaats op de schijven. Liggend op de schijven begint de pottenbakker het draaiende leem met de hand en de vingers te drukken en daardoor te vormen. Wie nu op Gods schijven een plaats ontvangt, beleeft de aanraking van Gods hand. De vingerdrukken Gods zijn in het leven met als doel: een vat. Een vat, waarin de Heere Zich verlustigt; een vat, dat een blijvende plaats ontvangt in Zijn woning. De Heere spaart Zijn volk niet. Wegen van ontdekking, van druk en strijd zijn vaak nodig. Echter Hij schenkt ook Zijn vertroosting. Door dit alles wordt men gevormd om eenmaal te schitteren in Gods woning.

Nu maakt de Heere in Zijn werkplaats grote en kleine vaten. Het is niet erg als we een klein vaatje zijn. Het komt er maar op aan dat we een vat zijn. Ook het kleine vat heeft waarde voor Hem. Als dit niet het geval was, zou Hij het niet gemaakt hebben. De nederigen geeft Hij genade. Dit hebben allevaten, hetzij grote, hetzij kleine vaten, gemeen, ze worden alle gevuld. De Heere vult ze met de olie van de Heilige Geest. Hij gaat het lege vat niet voorbij. De vervulling des Heeren verheugt het hart. Zij neemt het levensgemis, de zielsdroefheid weg en geeft blijdschap in de Heere. Jongen, meisje, ben jij niet anders dan een verachte klomp leem? De Heere is de grote Pottenbakker. Aan leem heeft de wereld niets. Het leem kan zichzelf ook niet maken tot een sierlijk vat. Echter de werkplaats des Heeren is er nog. Vraag of de Heere je van leem een vat wilt maken. Zoek de Heere en leef. Het is nog het heden der genade, de tijd van zalig worden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 2004

Daniel | 36 Pagina's

Het voorbeeld van de pottenbakker

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 2004

Daniel | 36 Pagina's

PDF Bekijken