Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jongeren en het Avondmaal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jongeren en het Avondmaal

"Een kerkelijk recht om de sacramenten te gebruiken, is niet genoeg"

8 minuten leestijd

De vraag: "Hoe weet ik of ik aan het Avondmaal mag gaan? " is een heel belangrijke vraag. Jonge mensen die belijdenis hebben gedaan of die het voornemen hebben belijdenis des geloofs af te leggen, kunnen met deze vraag worstelen. "Alles aan de tafel getuigt van de rijkdom van de genade en de liefde van Christus voor een arme, schuldige zondaar. Als we daar vreemdeling van zijn, vinden we aan het Avondmaal niets."

"Een kerkelijk recht om de sacramenten te gebruiken, is niet genoeg"

Op de vraag: "Wanneer staat de toegang tot het Avondmaal des Heeren voor mij open? " zijn verschillende antwoorden te geven. Het kerkelijke antwoord op die vraag is niet moeilijk. Als we tot de 'jaren des onderscheids' zijn gekomen en we hebben belijdenis afgelegd, dan hebben we daarmee een kerkelijk recht om aan de Tafel des Heeren aan te gaan, tenzij er betreffende belijdenis of leven zodanige bezwaren zijn dat de kerkenraad redenen heeft zo iemand door de kerkelijke tucht van het Avondmaal des Heeren uit te sluiten. Een pastoraal antwoord is moeilijker. Een kerkelijk recht om de sacramenten te gebruiken, is niet genoeg.

Want wat is het doel van het Avondmaal? Daarop heeft de Heere Jezus Zelf een antwoord gegeven bij de instelling ervan. Hij heeft gezegd: Doet dit tot Mijn gedachtenis. Het is dus een gedachtenismaaltijd: gedachtenis aan het werk van Christus, waardoor het geloof wordt versterkt en de gelovigen de troost genieten. Want de tekenen van brood en wijn in het Avondmaal wijzen op Christus, op Zijn verbroken lichaam en Zijn vergoten bloed. Daarop wordt in de avondmaal ook gewezen als de dienaar het brood breekt en uit deelt: "Het brood, dat wij breken, is de gemeenschap des lichaams van Christus. Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden." En ook bij het geven van de drinkbeker: "De drinkbeker der dankzeg ging, die wij dankzeggende zegenen, is de gemeenschap des bloeds van Christus. Neemt, drinkt allen daaruit en gedenkt en gelooft dat het dierbaar bloed van onze Heeren Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening vanaf onze zonden."

Het gaat om Christus

Het gaat in het Avondmaal dus om Christus. Alles aan de tafel getuigt van de rijkdom van de genade en de liefde van Christus voor een arme schuldige zondaar. Als we van dit zondaarsleven vreemdeling zijn, vinden we aan het Avondmaal niets. Dan kunnen we gedoopt zijn en belijdenis gedaan hebben en ook nog wel serieus met de dingen van de eeuwigheid bezig zijn, maar dan eten en drinken we onszelf een oordeel.

Het formulier om het Heilig Avondmaal te houden, spreekt daarom van het gevoelen van een getuigenis in het hart om aan de Dis des Verbonds deel te hebben.

Dat getuigenis komt dus niet in het hart dóór het deelnemen aan het Avondmaal; het wordt er wel door versterkt. Want het Avondmaal werkt het geloof niet, zoals wel eens wordt gedacht. Nee, het Avondmaal versterkt het geloof, zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis in de aanhef van artikel 35 zegt: "Wij geloven en belijden, dat onze Zaligmaker Jezus Christus het Sacrament des Heiligen Avondmaals verordend en ingesteld heeft, om te voeden en te onderhouden degenen, die Hij airede (reeds) wederge boren, en in zijn huisgezin, het welk is Zijn Kerk, ingelijfd heeft."

Zelfbeproeving

Maar wat is dat getuigenis dan en wie werkt dat? Dat getuigenis wordt gewerkt door Woord en Geest. Over de inhoud van dat getuigenis wordt in formulier een prachtig, schriftuurlijk antwoord gegeven in de drie stuk-

ken van de zelfbeproeving. Ze sluiten daarbij aan bij de drie stukken van de Heidelbergse Catechismus: ellende, verlossing en dankbaarheid. Zo verwoordt de Catechismus het ook. Het Avondmaal des Heeren is ingesteld voor "degenen, die zichzelf vanwege hun zonden mishagen en nochtans vertrouwen, dat deze hun om Christus' wil vergeven zijn en dat ook de overblijvende zwakheid met Zijn lijden en sterven bedenkt is; die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren."

Als eerste stuk van de waarachtige zelfbeproeving wordt genoemd: "Ten eerste, bedenke een iegelijk bij zichzelf zijn zonden en vervloeking, opdat hij zichzelf mishage en zich voor God verootmoedige; aangezien de toorn van God tegen de zonden zó groot is, dat Hij die (eer Hij ze ongestraft liet blijven) aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus met de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft."

Zelfmishagen over zijn zonde en vervloeking, en verootmoediging voor God worden als eerste genoemd.

Wie heeft er nu van nature een mishagen aan zichzelf? Niemand. Om nu jezelf te leren mishagen, is de overtuigende werking van de Heilige Geest nodig. Als je jezelf mishaagt, ga je vermoeid van jezelf, belast, met een gebroken hart en een verslagen geest over de wereld. Een groot verdriet bezet het hart dat je tegen God gezondigd hebt. Dan leer je voor God buigen in het stof en ken je jezelf als een zondaar, die de vloek en de dood heeft verdiend. De Heilige Geest houdt je de wet als een spiegel voor en geeft je een smartelijke kennis dat je tegen al de geboden van God hebt gezondigd en dat ondanks dat de Heere je met Zijn goedheid heeft overladen. De liefde Gods verbreekt het hart. Rechtvaardig kan God toornen over de zonde, je gaat iets zien van het Godonterende van de zonde. Dat geeft verootmoediging, want de bitterheid van de zonde te gevoelen in het hart, dat maakt klein. Maar dat doet ook roepen als een tollenaar: O God, wees mij zondaar genadig!

Belofte uan God

Het tweede stuk van de zelfbeproeving gaat over het geloof in de belofte Gods. "Ten andere onderzoeke een iegelijk zijn hart of hij ook deze gewisse belofte van God gelooft, dat hem al zijn zonden, alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus, vergeven zijn, en de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigene toegerekend en geschonken is, ja zo volkomen, alsof hijzelf in eigen persoon voor al zijn zonden betaald, en alle gerechtigheid volbracht had."

Het formulier geeft meteen daarna aan hoe we het tweede stuk van de zelfbeproeving moeten verstaan. "Want wij komen niet tot dit Avondmaal om daarmee te betuigen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn."

Als er in het formulier wordt gesproken van "gewis" dan heeft dat betrekking op de belofte van God en niet op het geloof. De belofte is gegeven door God, Die niet liegen kan! Het geloof in die belofte is niet altijd verzekerd, maar de Heere wil het juist door het gebruiken van het Avondmaal versterken, verzekeren. Het woord 'volkomen' heeft betrekking op de gerechtigheid van Christus, die de gelovige volkomen wordt toegerekend. Tot dat volkomen werk van Christus neemt het geloof, ook al is het nog een onvolkomen geloof, de toevlucht, om daar alleen op te rusten. Zo zal nu iemand die door Geest en Woord aan zichzelf is ontdekt en zich zelf mishaagt en voor God verootmoedigt de toevlucht nemen tot de gewisse belof-

ten Gods en tot de gerechtigheid van Christus. Want die weet, dat hij of zij zichzelf niet verlossen kan van het grootste kwaad en dat alleen de gerechtigheid van Christus redt van de dood. Daarheen strekt zich de begeerte van de ziel uit.

Het gaat dus niet om een verzekerd geloof, maar om een écht geloof, al worden de kleingelovigen en twijfelmoedigen wel opgeroepen om te staan naar vastheid en zekerheid.

Enige kennis van Christus zal nodig zijn om met vrucht aan het Avondmaal deel te nemen. Om dat te doen tot Zijn gedachtenis. Wacht je er voor om door te breken en voortijdig deel te nemen. Want al is er een zekere zondekennis en verootmoediging voor God, gepaard gaande aan de wetenschap dat ervoor verloren zondaren redding is bij God vandaan, dan zal die Middelaar toch door de Heilige Geest aan het hart moeten worden geopenbaard willen we iets van het geheim van zalig worden in een Ander tot leren kennen.

Dankbaarheid

Tenslotte het derde stuk van het zelfonderzoek. "Ten derde onderzoeke een ieder zijn consciëntie of hij ook gezind is, voortaan met zijn ganse leven waarachtige dankbaarheid jegens God de Heere te bewijzen."

Dit stuk, dat spreekt van de dankbaarheid, wijst op de noodzaak van een nieuwe gezindheid van het hart. De gezindheid om oprecht voor Gods aangezicht te wandelen en ook in waarachtige liefde en enigheid met zijn naaste te leven. Is er begeerte naar heiligheid? Die begeerte is er in het leven van iedere wedergeborene, niet alleen bij een bevestigd geloof. Die begeerte brengt ook strijd mee in het leven. Een strijd tussen het willen, de begeerte van de nieuwe mens geschapen in Christus tot goede werken, en het volbrengen, de werkelijkheid van alle dag, die doet belijden: Het goede dat ik wil, doe ik niet, en het kwade, dat ik niet wil, doe ik. De ware gelovige kent die strijd en begeert in die strijd de hulp en de leiding van de Heilige Geest.

Tenslotte

Als het avondmaalsformulier deze drie stukken heeft genoemd, wordt de balans opgemaakt. Vraag maar of de Heere waarheid in je binnenste wil scheppen en je voor het aangezicht des Heeren mag komen tot beantwoording van de vraag: hoe weet ik of ik ten Avondmaal mag gaan? Het formulier doet het zo: "Allen dan die alzo gezind zijn, die wil God gewisselijk in genade aannemen, en voor waardige medegenoten van de tafel Zijns Zoons Jezus Christus houden."

Kom je eerlijk tot de conclusie dat je onbekeerd bent, Christus niet kent en dus geen goddelijk recht hebt om ten Avondmaal te gaan, vraag dan maar aan de Heere of Hij je de genoemde zaken in je leven wil leren tot verheerlijking van Zijn Naam en tot zaligheid van je onsterfelijke ziel. Wat dat is voor ons allemaal onmisbaar!

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2006

Daniel | 32 Pagina's

Jongeren en het Avondmaal

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2006

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken