Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pleidooi voor een wegloper

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pleidooi voor een wegloper

Brief aan Filemon

4 minuten leestijd

“Het is een nietsnut!” wordt wel eens gezegd van een jongere die de kantjes eraf loopt. Als dat terecht van je gezegd wordt , is het niet best. Toch in het Evangelie is er een weg terug. In de brief van de apostel Paulus aan Filemon vind je een pleidooi voor een ‘nietsnut’ die “zeer nuttig” werd in het Koninkrijk van God…

De brief aan Filemon neemt onder de brieven van Paulus een bijzondere plaats in. Het is een zakelijke brief over een weggelopen slaaf. Wanneer Paulus deze brief schrijft, zit hij zelf gevangen in Rome. Daar is Onesimus op zijn weg gekomen. Deze Onesimus is als slaaf weggelopen uit het huis van zijn heer in Kolosse. Hij heeft daardoor alleen al, maar wellicht ook door diefstal, zijn heer zeer benadeeld. Hij is gevlucht naar Rome, om onder te duiken of als ‘nietsnut’ voor zichzelf te leven. Wie zal hem daar kunnen vinden? Maar de Heere heeft hem gevonden. Door Gods leiding is hij op de weg van Paulus gekomen. De Heere heeft de dienst van de apostel Paulus gebruikt om hem te bekeren. Eerst een “onnut”, is hij daarna “zeer nuttig” geweest voor Paulus. De woorden “onnut” en “zeer nuttig” zijn in het Grieks een woordspeling met de naam van Christus. Buiten Christus was Onesimus “onnut” (achrèstos), in Christus is hij nu “zeer nuttig” (euchrèstos). Genade heeft van een “nietsnut”een “zeer nuttig” mens gemaakt in het Koninkrijk van God. Vanzelfsprekend kan de apostel Paulus hem niet bij zich houden. Hij zou zich medeplichtig maken aan het weglopen van een slaaf. Ook voor Onesimus is het niet goed. Nu er voor hem als gevallen mens een terugkeer was tot God, moet hij ook terug naar zijn heer. Nu stond er in de Romeinse wereld niet veel goeds te wachten, als een slaaf op zijn vlucht werd opgepakt en teruggebracht. Paulus geeft hem wel een brief mee. Als dienaar van het Evangelie voert Paulus hier een pleidooi voor de weggelopen slaaf. Hij praat niet goed wat Onesimus verkeerd heeft gedaan, maar wijst Filemon wel op de genade die God deze weggelopen slaaf heeft bewezen. Hij noemt Onesimus zijn “zoon”. Want onder de bediening van de apostel is deze man tot bekering gekomen. Hij wijst Filemon op het grote nut dat hij van Onesimus heeft gehad. Als een slaaf heeft deze man het huis van Filemon verlaten, als een broeder keert hij terug. Want ook Filemon zelf was christen en onder de bediening van de apostel bekeerd. Heel royaal doet Paulus deze Filemon nu het aanbod alle schade die hem toegebracht is te vergoeden, maar tegelijk heel fijntjes wijst hij hem op hetgeen hij aan zijn knecht Paulus en daarin aan de Heere verschuldigd is. Zo hoor je achter de zakelijke woorden van deze brief de klanken van vrije genade die God aan zondaren bewijst. “Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende wat goed is met de handen, opdat hij mede hebben te delen die nood heeft” (Formulier bevestiging ambtsdragers).

Informatie
Schrijver: Paulus noemt zich nadrukkelijk een gevangene van Jezus Christus. Timotheüs is bij hem, vers 1.
Tijd: Tijdens Paulus’ eerste gevangenschap in Rome (60-62). Tychicus brengt de brief aan de gemeente van Kolosse over. Onesimus reist met hem mee terug naar deze plaats, waar zijn heer woont, Kolossenzen 4: 9.
Adres: Filemon is de eigenlijke geadresseerde. Wellicht is Appia zijn vrouw en Archippus zijn zoon. Of anders zijn het leden van de gemeente die in zijn huis bijeenkomt, vers 2.
Thema: Pleidooi voor een weggelopen slaaf.

Inhoud Filemon
1-3 Groet
4-7 Aanbeveling van Filemon
8-20 Pleidooi voor Onesimus
21-25 Slot

Kerntekst Filemon 10,11
Ik bid u dan voor mijn zoon, dewelke ik in mijn banden heb geteeld, namelijk Onesimus, die eertijds u onnut was, maar nu u en mij zeer nuttig; dewelke ik wedergezonden heb.

Leeswijzer
Leven van eerste christenen 2, 4-7, 22-24
Slavernij in het Nieuwe Testament 1 Korinthe 7: 20-24
Kolossenzen 3: 22-25  
Efeze 6: 5-9

Verwijzing naar het Oude Testament
Evenals in het Oude Testament is slavernij in het Nieuwe Testament een gegeven. De slaven worden in het Oude Testament wel beschermd tegen misstanden. In het Nieuwe Testament ontstaan er in het christelijke huisgezin, waartoe ook de slaven behoren, nieuwe verhoudingen ‘in de Heere’ zonder dat slavernij daarmee wordt opgeheven.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 2008

Daniel | 32 Pagina's

Pleidooi voor een wegloper

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 2008

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken