Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bidden in Babel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bidden in Babel

Daniël, een biddende minister

8 minuten leestijd

Daniël is jou niet onbekend. Mooie geschiedenissen uit de Bijbel als Daniël in de leeuwenkuil en Het teken aan de wand hoorde je altijd graag. Maar eigenlijk zijn een paar andere dingen opvallender. Zoals het gebedsleven van Daniël. Daarin was hij heel volhardend en gericht op de Heere. Ook zijn positie is opvallend. Hij is oorlogsgevangene, maar wordt benoemd tot minister. Opvallend? Of wonderlijk?

In 539 voor Christus maken we kennis met koning Bélsazar. Bélsazar was eigenlijk onderkoning, maar regeert het land tien jaar tijdens de afwezigheid van zijn vader, koning Nabonidus. Bélsazar geeft een groot feest. Als er onbekende tekens op de wand verschijnen die niemand kan uitleggen, adviseert de moeder van Bélsazar, Koningin Nitokris om Daniëls raad te vragen. Ze herinnert zich nog dat hij ooit de dromen van haar vader, koning Nebukadnézar II heeft uitgelegd. Uit het feit dat Bélsazar dit niet wist mogen we aannemen dat Daniël, ondanks de uitgekomen uitleggingen van de dromen- en lofprijzingen van Nebukadnézar II, in die tijd in de onbekendheid is geraakt. Daniël legt het teken aan de wand uit, waarna Daniël bekleed wordt met purper, gouden kettingen en eer. Echter in dezelfde nacht komt de profetie van Daniël uit en sterft koning Bélsazar.

Daríus
Na het sterven van koning Bélsazar komt koning Kores aan de macht. Hij draagt een deel van de macht over aan zijn schoonvader, onderkoning Daríus. Het leek Daríus goed om het land te verdelen in 120 delen met stadhouders daarover gesteld. Deze stadhouders stonden onder leiding van drie vorsten (ministers zouden we nu misschien zeggen) waaronder Daniël. Hij overtreft de andere vorsten en stadhouders, waardoor Daríus hem meer verantwoordelijkheid geeft. Natuurlijk onder de zegen van de Heere. Maar Daniël beantwoordt ook aan een opdracht. Hoe denken onze docenten en leidinggevenden over ons? Zijn ze tevreden over ons? Zetten wij ons volledig in? Gebruiken wij onze talenten op een goede manier?

Leeuwenkuil
De stadhouders en andere vorsten worden jaloers en zoeken iets waarvoor ze Daniël kunnen aanklagen. Ze kunnen hem niet betrappen op een fout of een kwaad woord over de koning. De vorsten zoeken verder, ja zo ver zelfs dat ze het ego van koning Daríus misbruiken om Daniël op zijn geloof te kunnen afrekenen. Ze stellen Daríus een wet voor die afdwingt dat niemand een verzoek mag doen aan enig god of mens (Dan. 6:8) dan aan de koning. Wie dit gebod overtreedt, zal in de leeuwenkuil worden gegooid. Daríus tekent in zijn dwaze hoogmoed deze wet.
Al deze vorsten kenden dus het geloofsleven van Daniël. Ze wisten dat hij regelmatig bad. Weet jouw collega, buurmeisje, vriend dat ook? Ondanks de nieuwe wet bidt Daniël voor het geopende raam. Wij vinden het vaak al eng om in aanwezigheid van anderen te bidden omdat je er vragen over kan krijgen. Maar wat als je ervoor gedood kan worden? Zelfs op straffe van de dood verloochent Daniël zijn God niet. En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij den Vader niet gekend hebben (Joh.16:3).

Belijdenis
Het is wonderlijk om te zien hoe Daríus omgaat met de situatie. Hij heeft spijt van zijn wet en vindt het verschrikkelijk dat Daniël in de leeuwenkuil is gegooid. Hoewel hij zijn wet niet kan intrekken heeft hij hoop. Hij richt zich tot Daniël en zegt: “De God die je steeds vereert, Dié zal je verlossen”. En als hij de volgende ochtend ziet dat Daniël nog leeft schrijft hij aan al de volken een belijdenis: “De God van Daniël is de levende God die verlost en redt” (Dan.6:27-28). De koning heeft de kracht van het gebed van Daniël gezien. Hij zag dat het geen ritueel is, maar dat Daniël een levend geloof heeft dat hem verbindt aan een levende God. In Daniël 6:24 staat dat hem niks is overkomen omdát hij geloofde: Toen Daniël uit den kuil opgetrokken was, zo werd er geen schade aan hem gevonden, dewijl [omdat] hij in zijn God geloofd had.

Gericht gebed
In Daniël 9 krijgen we een inkijkje in het gebedsleven van Daniël. Hij leest de profetie van Jeremia waarin gesproken wordt over zeventig jaar die zou verstrijken na de verwoesting van de tempel. Die tijd was bijna voorbij. Dat realiseert Daniël zich en het brengt hem in gebed. Niet zomaar een schietgebedje. Hij richt zich tot de Heere om Hem te zoeken met gebed, smekingen, vasten, in zak en as. Dat is wat anders dan een standaardgebed voor het eten of als je opstaat. Daniël heeft één gebedspunt en daarop richt hij zich.
Daniël beseft dat wat hij aan de Heere gaat vragen pure genade is. Het volk heeft de verlossing niet verdiend. Maar er is ook die belofte in de profetie van Jeremia. Daarom durft Daniël toch op zijn knieën te gaan. Hij neemt veel tijd om de zonden van het volk te belijden. Daniël weet dat als de Heere kijkt naar het volk en wat zij doen, het hopeloos is. Het volk luistert niet, doet onrecht, houdt de geboden niet, komt in opstand. Maar dat is niet waarom Daniël durft te bidden. In vers 18 lees je waarom hij bij de Heere komt. Hij zegt daar eigenlijk: “We bidden dit niet op grond van onze gehoorzaamheid, maar op grond van uw barmhartigheid”. Uit genade.

Verhoring
God verhoort niet ieder gebed. Alleen Híj weet wat goed voor ons is. Soms moeten we korte of langere tijd op verhoring wachten. En we moeten goed opletten om gebedsverhoring te zien. Veel dingen die we vaak vragen, vragen we uit gewoonte. Eten en drinken, een veilig thuis. De meesten van ons krijgen dit dagelijks. Let op: dat is gebedsverhoring! Maar als we in ons avondgebed vragen om een nieuw hart, zijn we dan ook verdrietig als de Heere ons niet direct verhoord? Blijven bidden! God wil dat we erom vragen en blijven vragen.
In Daniël 9 lezen we dat God direct met een antwoord komt. Daniël schrijft: Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriël (…). En hij onderrichtte mij en sprak met mij. Gabriël vertelt Daniël wat er gaat gebeuren. Een groot wonder. Maar ook wij kunnen direct antwoord krijgen op het gebed. Blijf daarom zoeken naar antwoorden.

Kracht
Door het biddende leven van Daniël wordt God verheerlijkt. De ijdele koning Daríus erkent dat de Heere verlost en redt en verspreidt dit bericht onder de volken. Door het geloof tastten de leeuwen en het vuur Daniël niet aan. Ondanks de gevolgen volhardt Daniël in zijn stille tijd voor het geopende raam. Van dit biddende leven gaat veel kracht uit. De Heere is dicht bij Daniël en zorgt voor hem. De mensen zien en merken dat. De God van Daniël leeft nog. Hij kan en wil datzelfde geloof nog steeds werken door Zijn Woord en Geest in harten van jongeren! Door wedergeboorte en geloof krijg je een biddend leven. Dan is het gebed als de adem. Je kunt niet zonder. Ken jij dat leven uit ontvangen genade? Daarin wordt God verheerlijkt. Leef jij zo onder mensen als een zoutend zout en een lichtend licht? Zoals de Heere aan Daniël deed, zo doe hij ook aan ons.


Genade: Iets krijgen wat je niet hebt verdiend
Barmhartigheid: diepe bewogenheid om goedheid aan iemand te bewijzen Opmerkzaam: Heel toegewijd en gericht luisteren
Ellendigheid: Onze situatie buiten God, door de zonde
Verootmoedigen: Je klein maken voor de Heere
Niettegenstaande: Ondanks dat


Opbouw gebed van Daniël in hoofdstuk 9
1. Hij roept de Heere aan en beschrijft de grootheid van God (vs 4).
2. Hij belijdt de zonden van het volk (vs 5-11), die lijnrecht staan tegenover de barmhartigheid van de Heere (vs 9).
3. Vanuit de trouw van de Heere (vs 15) bidt en smeekt Daniël om barmhartigheid en vergeving (vs 16-19).
4. Daniël vraagt of de Heere het om Zichzelf wil doen, om Zijn Naam.

Een vergelijkbare opbouw zie je in het Onze Vader. Daarin leert de Heere Jezus ons eerst de Heere in Zijn grootheid aan te roepen, daarna ons gebed op te zenden en af te sluiten met de eer van God.


Heidelbergse Catechismus zondag 45, vraag en antwoord 117
Vraag:
Wat behoort tot zulk een gebed, dat Gode aangenaam is en van Hem verhoord wordt?
Antwoord: Eerstelijk, dat wij alleen den enigen waren God, die Zich in Zijn Woord ons geopenbaard heeft, om al hetgeen dat Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen.
Ten andere, dat wij onzen nood en ellendigheid recht en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht van Zijn Majesteit verootmoedigen. Ten derde, dat wij dezen vasten grond hebben, dat Hij ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus’ wil zekerlijk wil verhoren, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 2016

Daniel | 32 Pagina's

Bidden in Babel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 2016

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken