Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De emancipatiegeest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De emancipatiegeest

23 minuten leestijd

Bij wijze van inleiding

Bij wijze van inleiding op het thema wil ik proberen om de begrippen wat helder te krijgen en de ideeënwereld achter die begrippen aan te duiden. Op z'n minst moeten we weten waarover het gaat. We zullen ontdekken dat er zich nogal wat wijzigingen hebben voorgedaan, zowel in de betekenis van de woorden als in de gedachtewereld die zich in de loop der tijden daaromheen gevormd heeft. We proberen daar eerst iets van te zeggen.

Vervolgens kijken we een moment naar de geschiedenis, om te zien in welke tijd zich de emancipatiegeest openbaarde en welke manieren van denken eraan ten grondslag liggen. We proberen het principe dat erachter ligt op het spoor te komen en de factoren die ertoe bijgedragen hebben dat de emancipatiegeest zich sterk kon verbreiden. Dan zal het ook tot een beoordeling moeten komen. We komen dan voor de vraag te staan of een kritische benadering vanuit het wezen van het reformatorisch erfgoed mogelijk is. Ten slotte wil ik proberen aan te geven op welke manier een bijbelse approach mogelijk is. Ziedaar de lijn der gedachten van deze inleidende bijdrage.

Begrip

Om te beginnen nu eerst iets over woord en begrip van de zaak die ons bezighoudt. Wat bedoelen we, wanneer we het hebben over de geest van de emancipatie, de emancipatiegeest? We schrijven het woord 'geest' met een kleine letter. Het gaat prmair niet om de Geest met een hoofdletter, niet dus over de Heilige Geest, de Geest van de Vader en de Zoon, die de Geest van Christus is. We zullen daar straks wel over moeten spreken, ook in verband met ons onderwerp. Maar nu willen we het eerst op de kleine letter houden. We hebben het over een geest van een tijd, wanneer we denken aan de ideeën of gedachten die in een bepaalde tijd van betekenis zijn. We hebben het ook over de geest der eeuw, denk bijvoorbeeld aan het geschrift van Da Costa: Bezwaren tegen de geest der eeuw. We kunnen het hebben over heersende denkbeelden, gevoelens of meningen, opvattingen die men met één woord samenvattend wil aangeven. Soms komen we in verlegenheid, als we het hebben over de emancipatiegeest: die schijnt te waaien waarheen hij wil en we kennen het geluid, maar we weten niet precies waar het vandaan komt of waar het allemaal op uitloopt. Emancipatiegeest! Het gebruik van dit woord zou een beetje versluierend kunnen werken. De een hoort dit en de ander hoort wat anders. Toch laten we het woord niet vallen. Temeer niet omdat het bij het begrip 'emancipatie' op zichzelf genomen niet anders is. Het woord heeft nogal een wisselende betekenis gehad. En nog steeds is die betekenis aan ontwikkeling onderhevig.

Oorspronkelijk is het woord emancipatie een Latijns woord, afkomstig uit de geschiedenis van het familierecht. Later een begrip uit het kerkelijke of kanonieke recht. En nog weer later, na een omkering vanuit de ideeënwereld, een woord uit de cultuurgeschiedenis, die doorgaat tot op heden. Wat er in het familierecht mee bedoeld werd, is wel interessant. De paterfamilias, het hoofd van het gezin dus, had in de tijd waarin het Romeinse recht gold, de bevoegdheid om een zoon officieel uit de vaderlijke macht te ontslaan. Hij werd dan als volwassen man aangemerkt. De kwestie hield vaak verband met economische, erfrechtelijke factoren. Deze emancipatio ging gepaard met enig religieus ritueel. De zoon werd volledig rechtsbevoegd verklaard en kon zijn plaats in het leven innemen. In het kerkelijke recht kon een jonge geestelijke tot een hogere post worden geroepen. Dan verviel de gehoorzaamheid aan de vroegere superieur. Emancipatie hield in beide gevallen in dat er een vorm van gezag werd overgedragen. Men werd geëmancipeerd. De eerste grote omslag in de betekenis van het begrip kwam pas in de zestiende eeuw, toen het begrip werd toegepast op de religie en er een zekere ongebondenheid mee werd aangeduid, een onmatig gebruik maken van eigen vrijheid. Een tweede omslag in de betekenis van het begrip 'emancipatie' kwam tot stand tijdens de Verlichting. Grote wijsgeren brachten een verandering aan die samenhing met wat wel is genoemd de crisis van het Europese denken. Men kan spreken van een soort 'Gemeingeist' in Europa, waarin sterker nog dan in de vroegere Renaissance plaats kwam voor het individu en zijn ervaringen. Het is dezelfde tijd als waarin puritanisme, piëtisme en Nadere Reformatie een gemeenschappelijk klimaat aantroffen, waarin ook hun beroep op individuele ervaringen vanuit de cultuur werd ondersteund. De opkomst van het rationalisme daarna brak het autoriteitsgeloof. Nu werd men niet langer geëmancipeerd, maar men emancipeerde zichzélf. Nog altijd had deze emancipatiegeest betrekking op personen en individuen. Dat veranderde in de negentiende eeuw, waarin instituten en structuren door revoluties werden weggevaagd in een worsteling waarin volken, partijen en klassen zich emancipeerden. De laatste fase is wellicht te beschouwen als die van onze eigen tijd, waarin emancipatie een politiek programma is geworden, ingevoegd in het staakundig bestel, waarin minderheden van allerlei soort om invloed en gelijkwaardigheid roepen. We zien dat het begrip een lange geschiedenis heeft gehad, waarin de betekenis is verschoven. Vandaag is emancipatie een wezenlijk onderdeel van regeringsbeleid.

Wat levert de geschiedenis op aan principes?

De vraag is nu wat ons korte overzicht van de geschiedenis oplevert aan inzichten omtrent de principes die in het geding waren. Opvallend is aan het begin vooral dat het gaat om een semi-religieuze, geritualiseerde rechtshandeling uit de sfeer van het gezin, waarin de huisvader een grote macht heeft. Aan het einde treft ons de massaliteit waarin het begrip een rol speelt. Men kan in 0,13 seconden via internet een overzicht krijgen van meer dan 24.500 documenten en vindplaatsen, waar men het begrip op talloze manieren aantreft. Het moderne leven is erdoor getekend. Er is geen sector van het bestaan of deze moet en zal geëmancipeerd worden.

Het is een lange weg vanuit het klassieke Romeinse privaatrecht naar een mondiaal aangeprezen beginsel, dat geen aspect van het leven onberoerd laat. Ik verwees naar de tijd van de Reformatie. Zijdelings speelt het daar een rol, maar in negatieve zin. We zoeken de grote omslag in het denken, zoals we zeiden, in de tijd van de Verlichting, waarin de strijd werd aangebonden tegen het autoritaire denken in categorieën van gezag, in welke vorm dan ook. De principes die in de Aufklarung tot gelding en heerschappij kwamen, hebben een uitwerking gekregen die zich tot vandaag laat registreren. De invloed van de achttiende eeuw is nog steeds merkbaar. Ik noem een paar namen, die ons allen wel bekend zijn.

Rousseau, met zijn opvatting van de principiële goedheid van de mens: 'Stellen we als een onloochenbaar beginsel vast, dat de eerste natuurlijke aandriften van de mens altijd goed zijn.' Met zijn opvatting van het maatschappelijk verdrag, dat uitgangspunt is voor politiek en revolutie. Met zijn geloofsbelijdenis, waarbij alle leeropvattingen vanuit de natuurlijke religie worden opgebouwd. Dogmata die niet op praktijk of moraal gericht zijn, zijn indifferent. 'Ik beschouw alle verschillende religies, als even zo vele heilzame inrichtingen, die in ieder land een volstrekt onbelangrijke manier om God te dienen voorschrijven, afhankelijk van klimaat, regering en volkskarakter... Ze zijn allemaal even goed, wanneer men God daarmee op een goede manier weet te dienen. De echte godsdienst is die van het hart.' Zo leverde Rousseau de gedachten die in 1789 geleid hebben tot de Franse emancipatie, die men buiten Frankrijk 'revolutie' noemde. Groen van Prinsterer tekende dit revolutionaire principe in zijn bekende boek over ongeloof en revolutie.

Emancipatie en revolutie hoorden naar het oordeel van Groen samen. Maar dit oordeel berustte op een waarneming vanuit de verte. Wat voor Groen revolutie was, betekende voor de Franse gereformeerden vrijheid en gelijkheid en een vorm van politieke broederschap. Emancipatie was voor hen het eind van het leven als een verdrukte minderheid. Men zou kunnen zeggen dat het begrip emancipatie in Frankrijk iets anders betekende dan in Nederland. Als Rousseau zegt dat alle godsdiensten gelijk zijn, wanneer ze tenminste een bron hebben in de natuur en vrucht afwerpen voor de moraal, is het natuurlijk wel de vraag welke bron en welke moraal hij bedoelt. Men zou vandaag zeggen: Welke normen en waarden kunnen wij aanwijzen, die voor minderheden en voor majoriteiten gelden?

Die vraag is vooral in de Verlichting aan de orde geweest. Ik noem hier drie namen, die aan het begrip van de emancipatie een andere inhoud hebben gegeven, méér dan voor hun tijd het geval was. Lessing is voor ons de man die de waarheidsvraag stelde en die daarbij het gezag van de bijbel aan de orde stelde. Met een beroep op het onderscheid tussen toevallige historische waarheden en noodzakelijke verstandswaarheden schoof hij het gezag van de bijbel terzijde. Hoogstens kan men zeggen dat er ooit mensen zijn geweest die geloofd hebben in de opstanding van Christus. Maar daarmee is de werkelijkheid van die opstanding nog geen waarheid voor ons. Er is een gapende kloof tussen historische waarheden en hetgeen wij vandaag zullen geloven. En daarmee is de basis weggevallen voor het gezag van de Schrift als Woord van God voor ons vandaag. Voor Lessing was dit een vreemdsoortig gezag, dat hij niet verkoos te aanvaarden. Bekend is zijn uitspraak: 'Wanneer God in zijn rechterhand alle waarheid heeft en in zijn linkerhand de unieke en altijd weer dringende drift naar het zoeken van de waarheid, ook al was het met de toevoeging dat ik me altijd en eeuwig zou vergissen, en Hij zou tegen mij zeggen: "Kies!", dan zou ik in alle ootmoed zeggen: "Geef mij. Vader, de linker! Want de zuivere waarheid is voor u alleen!".' De vraag over het gezag van de Schrift is daarmee voorgoed van tafel.

In dezelfde situatie sprak Semmler met zijn traktaat over de vrijheid van onderzoek van de canon, waarbij de majesteit van de Schrift wordt onderworpen aan het kritische oordeel van de mens en waarbij uiteindelijk de godsdienst een privé-aangelegenheid wordt, weggebarmen uit het openbare leven. Deze vorm van privatisering zou de grondslag vormen voor een wijd om zich heen grijpende emancipatie van de West-Europese mens. In een mengvorm van piëtisme en autonomie kon zich de emancipatiegeest omvormen vanuit de oorspronkelijke privé-sfeer van het gezin naar het religieus individualisme dat in de Aufklaring uitdrukking vond. Bij Immanuël Kant tekent zich duidelijk af wat de omslag in het denken ten diepste inhoudt. Zijn omschrijving van de Aufklarung is bekend. Hij definieert haar als het definitieve achter zich laten van elke vorm van onmondigheid, die de mens aan zichzelf te wijten heeft. Onmondigheid bestaat uit het onvermogen om zich zonder leiding van een ander van zijn eigen verstand te bedienen. Die onmondigheid is niet toe te schrijven aan een gebrek aan verstand. Zij berust op een gebrek aan moed om zich van zijn eigen verstand te bedienen. Durf te denken! De spreuk van de Aufklaring is dus: Heb de moed om je van je eigen verstand te bedienen. Men moet zich op alle fronten vrij weten. Emancipatie krijgt bij Kant een bijzonder sterke rationalistische inslag. Het vreemde gezag, dat van buiten af tot ons komt, moet plaats maken voor innerlijke vrijheid, die op elk terrein in praktijk gebracht moet worden. Vrijheid om te denken, niet alleen met het verstand als rationeel instrument, maar ook als mhoudelijke aangelegenheid.

We zien dat de grote omslag in de geschiedenis ten aanzien van de emancipatie plaatsvindt in de tijd waarin natuurlijke godsdienst - hoe dan ook - de argumenten verschaft die een mens in vrijheid doen beslissen. Het gezag van de Bijbel, dat is het gezag van de God die zich in de Schriften openbaart, wordt terzijde geschoven. In de plaats daarvan komt de vrijheid om te denken, datgene te doen wat men zelf uitmaakt en waarvoor men zelf de verantwoordelijkheid neemt. In de achttiende eeuw gaat er inderdaad in de Europese christenheid een wissel om, waarvan in de negentiende eeuw de resultaten eerst goed blijken. Wat hier gebeurd is, heeft de geschiedenis op een onherhaalbare manier beïnvloed.

Geen louter wijsgerige conceptie

Wat we tot nu toe gezien hebben, betrof grotendeels de invloed van het denken van de achttiende eeuw. Het was van beslissende betekenis, zoals blijkt uit de radicale intensivering die de emancipatiegeest tot stand wist te brengen in de volgende eeuw. Ik noem hier het Marxisme, met zijn ideaal van bevrijding van de arbeidersklasse. Het emancipatie-ideaal neemt vaste vorm aan in de programma's die dienen om vrijheid voor de arbeiders te bevechten, die door de vroege socialisten beschouwd werden als lijfeigenen en slaven. Emancipatie betekent in dit verband hetzelfde als revolutie. Marx en Engels prediken de Europese bevrijding van de arbeidersklasse. De gehele politieke en economische orde moet omgekeerd worden. Achter deze manier van actie voeren staat de opvatting dat de tegenstellingen in de maatschappij tot het uiterste opgevoerd moeten worden voordat het tot ware bevrijding kan komen.

In een wat vriendelijker klimaat was het in grote delen van Europa gekomen tot een emancipatie als een ontbinden van de banden tussen staat en kerk. Daardoor kon er ruimte komen voor de ontwikkeling van vrije kerken, die grotendeels gerekruteerd werden uit minderheden. Wij kennen in Nederland de emancipatie van de gereformeerden, een specifiek historisch verschijnsel waarin kerkelijke denominaties konden ontstaan, die binnen grondwettelijke vrijheden een eigen kerkelijk leven konden ontwikkelen.

Het lijkt wat vreemd, wanneer we in ditzelfde verband herinneren aan de emancipatie van de Joden, die in het Europa van voor de oorlog eerst laat tot vrijheid konden komen, aan welke vrijheid op een wrede manier een einde kwam in de Tweede Wereldoorlog. Men zou kunnen zeggen dat de concentratiekampen de hoge tol waren die zij voor hun emancipatie hebben moeten betalen.

De ideeënwereld uit de achttiende eeuw lag ook ten grondslag aan de grootse vrouwenbeweging, op dit moment een van de belangrijkste componenten van de emancipatie: de bevrijding van de vrouw. Wie emancipatie zegt, denkt voornamelijk aan het feminisme, dat als een krachtige beweging vandaag actief is binnen de hele samenleving. We voegen er de emancipatie van de homofiele beweging aan toe, die als een uitvloeisel is te beschouwen van wat we kunnen aanduiden als emancipatie als seksuele bevrijding. De lijst is uit te breiden. Er is vrijwel geen enkel terrein van het maatschappelijke, politieke, kerkelijke leven en culturele leven te noemen of we komen in aanraking met de doorwerking van de emancipatiegeest, die waart door onze eigen wereld en onze eigen tijd. De vraag is niet te ontwijken hoe wij ons een eigen oordeel hebben te vormen als christenen, die in deze tijd onze eigen verantwoordelijkheid op ons hebben te nemen. Wanneer Kant zegt dat we ons van ons eigen verstand hebben te bedienen, geldt dit zeker ook voor christenen, die immers met een geheiligd verstand de geesten hebben te beproeven, om te zien of zij uit God zijn.

Benadering vanuit het reformatorisch erfgoed mogelijk?

De vraag die wij nu eerst hebben te stellen, raakt de waarde en de betekenis van wat ik zou willen noemen het reformatorisch erfgoed, dat we niet willen loslaten. Ik bedoel: kun je een grootse Europese beweging als de Reformatie, die zelf in zekere zin als een emancipatiebeweging kan worden beschouwd, hanteren als een soort norm of maatstaf bij de beoordeling van de emancipatiegeest die sinds de Aufklarung door de wereld waait?

Dat de Reformatie emancipatie betekende, bevrijding van het gezag van een hiërarchisch kerkelijk instituut, en tegelijk van een autonome scholastieke theologie, behoeft geen betoog.

Misschien moet ik het toelichten. Het instituut van de kerk van Rome beschikte over gezag, een zo intensief en volledig gezag, dat de relatie van een mens tot de eeuwigheid afhankelijk was van de relatie die die mens had ten opzichte van de kerk. Ik zou niet zalig kunnen worden, wanneer ik mij aan dit gezag niet onderwierp. Daarbij kwam een ondraaglijk gewicht van autoriteit, toegekend aan het scholastieke denken. Inderdaad: ratio en openbaring zó aan elkaar verbonden, dat de eerste beslissend was voor de betekenis van de tweede. Van die scholastieke theologie heeft Luther zich als eerste losgemaakt, daarin later gevolgd door Zwingli en Calvijn. Daarom kan men in zekere zin spreken over de Reformatie als een beweging van emancipatie. Los van Rome. Los van de scholastiek. Los van de menselijke ratio, 'die Hurenvernunft' zou Luther zeggen. Een bevrijding die totaal was.

De vraag is of men met de Reformatie als maatstaf de emancipatiegeest kan beoordelen? Is het terecht dat de éne beweging de andere tot een maatstaf stelt, terwijl zij beide emancipatorisch genoemd moeten worden? Het antwoord op die vraag is niet moeilijk. Het komt neer op de vraag hoe de Reformatie oordeelde over de kwestie van gezag en vrijheid. De Reformatie was geen revolutie, zij stamde niet uit een revolutie en zij leidde er evenmin toe. Als de vraag van het gezag beslissend is - en dat is zij - dan zou men kunnen zeggen dat op het tijdstip dat de wissel omging - ik bedoel in de tijd van de Aufklarung - aan het licht trad dat er in de geschiedenis van het Europese denken sprake is van twee lijnen. Die lijnen zijn waar te nemen sinds twee steden als centra van denken kunnen worden aangeduid. Tertullianus heeft eens gezegd: Wat heeft Athene of Rome met Jeruzalem te maken? Er loopt inderdaad een lijn door de geschiedenis sinds Athene en Rome, via de Renaissance en het ontluikend Humanisme naar de Auklarung. Het is een kwalitatief andere lijn dan die welke vanuit Jeruzalem via Paulus en Augustinus voert naar de Reformatie. Het is niet slechts de lijn van het Hebreeuwse denken, dat verschilt van het Griekse denken. Het is het verschil in beoordeling van het gezag, van de waarde en de betekenis ervan, niet methodisch of formeel, maar inhoudelijk en zakelijk.

Men zegt vandaag graag dat wij niet achter de Aufklarung terug kunnen. Zij heeft ons geleerd wat emancipatie is. Wij zeggen nu al: We kunnen niet achter de Reformatie terug. En we zeggen het, niet omdat we van oordeel zijn dat de Reformatie het nieuwste Nieuwe Testament is, maar omdat het gaat om de aard, om de invulling, de centrale inhoud van het gezag, waarbij niet de ratio, maar de Geest beslist, die aan het Woord van God inhoud en gezag geeft. Het gaat inderdaad om de vraag of we moeten spreken over emancipatiegeest mét of zónder hoofdletter. Het is de Geest van God, de Geest van Christus, die uiteindelijk beslist over het gezag van de Schrift, zoals dat effectief wordt in het leven van mensen. Emancipatiegeest ... of Geest van Christus, die ons werkelijk in vrijheid stelt.

Wij vergeten daarbij niet dat de wereld van de Reformatie nogal verschilt van die waarin wij vandaag leven. De Reformatie vond plaats terwijl het Constantijnse tijdperk zeker nog niet verstreken was. Er vertoonden zich reeds tekenen van het uiteenvallen van wat men pleegt aan te duiden als het corpus christianum, het christelijke gemenebest. Maar de christelijke samenleving als zodanig was nog vrij hecht. En het maakt verschil of men spreekt over het vóór-Constantijnse tijdperk of over het na-Constantijnse tijdperk. Er is een diepe samenhang tussen de volstrekt geseculariseerde wereld en de emancipatiegeest die daarin heerst. Een wereld die het christendom achter zich heeft gelaten, vertoont een geheel ander beeld dan die van de tijd van de Reformatie. We voelen ons soms meer verwant aan de vroeg-christelijke kerk, die zo veel vervolgingen heeft doorgemaakt, dan aan de kerk van de tijd der Reformatie. Het christelijke gemenebest is voorgoed voorbij, het corpus christianum behoort tot het verleden. Maar het corpus Christi, het Lichaam van Christus, is niet wezenlijk veranderd. Christus is het Hoofd van zijn gemeente en Hij zal haar bewaren tot het einde toe.

Bijbelse benadering

Dit alles betekent niet dat wij met de fundamentele noties van de Reformatie niet meer uit de voeten kunnen. We willen graag hernieuwde aandacht vragen voor een traktaat van Luther waarin de wezenlijke zaken van de ware emancipatie aan de orde komen. Ik bedoel zijn geschrift De vrijheid van een christenmens. Luther gaat uit van twee stellingen, die hij breedvoerig toelicht, maar die op zichzelf genomen duidelijk genoeg zijn:

Ten eerste: Een christenmens is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan.

Ten tweede: Een christenmens is een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan.

Luther wist wat hij poneerde. De vrijheid waarover hij sprak, was de vrijheid van de door het geloof gerechtvaardigde zondaar. Het was niet de vrijheid van de autonome mens, die door zijn vader in de hemel in vrijheid is gesteld, en daarmee aan het gezag van die vader is onttrokken, zoals in het Romeinse privaatrecht het geval was. Een hand op de schouder, een religieus ritueel eromheen en daar is de geëmancipeerde mens, die, afgaande op eigen verantwoordelijkheid en op de redelijkheid van eigen inzicht, de dingen doet. Hij is niet de geëmancipeerde mens, die als individu al individualiserend door de wereld gaat. Hij is - en dat is het geheim van Luthers opvatting - één plant met Christus geworden, samengegroeid in een hechte, zelfs mystieke gemeenschap met Christus. En in deze vrijheid gesteld, krachtens genade alleen, leeft hij niet voor zichzelf, maar is hij ieders onderdaan, door de liefde van Christus. Luther heeft deze vrijheid van een christen zelf op een unieke manier beleefd: door het geloof alleen, door de genade alleen en door de Schrift, door het Woord alleen. Op die manier is hij een geëmancipeerde christen geworden en heeft hij ook geleerd om in deze wereld te staan. Die wereld is nogal veranderd. Maar is in dit werkelijke hart van de zaak een christenmens ook veranderd? Is de opdracht van de kerk in deze wereld veranderd? Of is er een wijziging gekomen in de positie van wat wij nog steeds de gereformeerde gezindte willen noemen?

Ik zou het wezen van deze vrijheid van een christen op een trinitarische manier willen toelichten. De vader uit het Romeinse privaatrecht gaf aan zijn zoon de zelfstandigheid die hem een eigen positie mogelijk maakte. In de gelijkenis van de verloren zoon staat die merkwaardige zin: 'en hij - dat is de vader - deelde hun het goed'. De hemelse Vader doet niet anders. Hij geeft aan zijn kinderen verantwoordelijkheid, vrijheid zou men kunnen zeggen, niet om zijn gaven te verkwisten, maar om daarmee werkzaam te zijn.

Dat werpt ook licht op de aard van het kindschap. Het kindschap der gelovigen is niet één moment los te denken van het kindschap van de Zoon van God. God heeft zijn Zoon gezonden in de volheid des tijds, opdat wij het recht van kinderen zouden ontvangen. En in dezelfde brief aan de Galaten schrijft de apostel: 'En omdat gij kinderen zijt, zo heeft God de Geest van zijn Zoon uitgezonden in uw harten, die roept, Abba, Vader.' Kind van God, in vrijheid gesteld door de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat is de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Wie zou hier en nu van autonomie willen spreken, van een mondigheid die ons vrij zou maken van God en niet voor God? Déze vrijheid betekent een volstrekte gebondenheid aan het Woord, aan Christus door de Heilige Geest. En wanneer in onze wereld de emancipatiegeest zich uitbreidt en alle factoren aanwezig lijken te zijn waardoor die uitbreiding zich ongeremd kan doorzetten, dan zal de eigensoortige vrijheid van een christen des temeer geaccentueerd moeten worden. Ik noem tenslotte vier factoren die daarvoor beslissend zijn.

Als eerste wijs ik op de blijvende betekenis van het Woord van God. Omtrent de Bijbel zijn in alle eeuwen theorieën gevormd, die moesten dienen om op de een of andere manier het geheim van het Woord te ontsluieren. Men heeft daarbij en daarbovenuit ook allerlei hermeneutische sleutels toegepast, om op de juiste manier het Woord van God te verklaren. Het is een hoogst belangrijke geschiedenis die daarover verteld kan worden. Maar het is zonder meer duidelijk dat het Woord zelf al die beschouwingen en theorieën heeft overleefd. Het heeft zijn eigen uitwerking. Het is effectief in hetgeen waartoe de HEERE zijn Woord zendt. En het keert nimmer leeg tot Hem terug. Het doet al wat Hem behaagt. Er is een wonderlijke band tussen het Woord en het welbehagen van God, een onverbrekelijke relatie, die niemand tot op de bodem kan doorzien. Of men zou het welbehagen van God moeten kunnen doorzien. Maar dat is aan niemand gegeven. Luther zegt: 'Het vervloekte ongeloof en het ellendige vlees doet ons niet zien dat God met ons spreekt in de Schrift, of dat het Gods Woord is, maar laat ons denken dat het Jesaja is, of Paulus of de een of andere slechte mens, die de aarde of de hemel niet heeft geschapen. Daarom is het voor ons ook niet Gods Woord en werkt het zijn vrucht ook niet, totdat het in ons als Gods Woord wordt erkend'. Er is geen vrijheid dan in binding aan Gods Woord.

In de tweede plaats dient er alle aandacht te zijn voor het werk van de Heilige Geest. Waar de Geest des Heeren is, daar is vrijheid. Maar Woord en Geest zijn op een onlosmakelijke manier wederzijds aan elkaar verbonden. Wanneer we de wereldse emancipatiegeest zullen herkennen en kunnen weerstaan, zal dit geschieden op deze wijze: door Woord en Geest. De Geest leert ons het Woord te verstaan en in een totaal nieuwe situatie in dit post-christelijke tijdperk toe te passen. Daarvoor geldt immers de belofte: 'Wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid. Die zal u in alle waarheid leiden.' In het grote geding dat in de wereld gaande is, zal de Heilige Geest als Geest van Christus de weg wijzen naar de volle waarheid. Niet het Woord alleen, niet de Geest alleen. Maar Woord en Geest samen, in iedere nieuwe situatie.

Het derde punt dat we nooit kunnen of mogen vergeten, kunnen we niet noemen zonder ons te verootmoedigen. Ik bedoel de onverbrekelijke samenhang tussen Woord en Geest en de gemeente van Christus. De emancipatiegeest die in onze wereld zich sterk maakt en zich in allerlei vormen aandient, kunnen we niet anders tegentreden dan in de gemeenschap van het lichaam van Christus. Het ethisch handelen van de gelovige geldt altijd een individuele beslissing. Ieder staat of valt zijn eigen heer. Maar wat wij nodig hebben, is een vorm van gemeente-ethiek, waarin broeders en zusters in geestelijke vrijheid elkaar tot een hand en een voet zijn. De toenemende individualisering werkt ook binnen de gemeenten van de gereformeerde gezindte vervreemding in de hand. De kerkelijke eenheid van het lichaam van Christus is dwingend noodzakelijk.

Het laatste wat ik hier zou willen noemen, behoort aan al het andere in principe vooraf te gaan. Het is de binding aan de toekomst, die niet van ons is, maar van de Heere Jezus Christus. Over emancipatiegeest is veel meer te zeggen dan in dit bestek kon gebeuren. Er zijn tal van onderwerpen die in een afzonderlijke bespreking in deze bundel aan de orde komen. Zij raken ten dele de geschiedenis. Ze hebben veel meer te maken met het beproeven van de geesten van vandaag, of die uit God zijn. Maar al die detailonderwerpen komen samen in de ene grote verwachting, die wij hebben van de wederkomst van onze Heere Jezus Christus. Zij behelst een belofte voor allen die in vrijheid zijn gesteld, naar de vrijheid der heerlijkheid der kinderen van God. Woord, Geest, gemeente en toekomst: zij horen bij elkaar. En in die samenhang verwachten wij die grote dag met een groot verlangen om ten volle te genieten de beloften van God in Jezus Christus onze Heere. Zo zullen wij staan in de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 2003

Driestar bundels | 164 Pagina's

De emancipatiegeest

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 2003

Driestar bundels | 164 Pagina's

PDF Bekijken