Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De kerk in de moslimwereld: houthakkers en waterdragers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De kerk in de moslimwereld: houthakkers en waterdragers

13 minuten leestijd

In de publicaties van Open Doors geven wij veel aandacht aan vervolging en discriminatie van christenen in de moslimwereld. Hierdoor wekken wij soms de indruk dat alle moslims ormiensen zijn, die een hekel hebben aan christenen. In werkelijkheid zijn moslims over het algemeen vriendelijke en verdraagzame mensen, die heel goed met christenen omgaan en met hen vriendschap sluiten. Het is de Islam, die christenen discrimineert. Als moslims daaraan meedoen, doe ze slechts hun religieuze plicht. Het zit ingebakken in de ideologie van de Islam. In dit artikel willen we ingaan op de achtergrond van de christenvervolging in de moslimwereld. Hiervoor doen we een duik in de geschiedenis van de Islam.

Zwaard van de Islam
In tien jaar tijd, van 622 tot 632, heeft Mohammed vrijwel het gehele Arabische schiereiland met het zwaard aan zich onderworpen. De verslagen heidense stammen kregen de keus moslim te worden of gedood te worden. De meesten werden dus moslim.

De verslagen Joden en christenen hoefden zich niet te bekeren, maar zij moesten een capitulatieverdrag tekenen, de dhimma. Hierin waren de voorwaarden vastgelegd waaronder de overwonnen stammen mochten blijven leven. Het was een zeer vernederend verdrag, dat de verslagenen degradeerde tot tweederangsburgers in hun eigen land. Maar zij genoten wel de bescherming van Mohammed. Mohammed behield zich evenwel het recht voor om het verdrag te allen tijde nietig te verklaren. Na de dood van Mohammed zetten zijn opvolgers, de kaliefs, de strijd voort. Binnen honderd jaar werden grote delen van het Midden-Oosten veroverd, waaronder een groot aantal christelijke landen, zoals Egypte en Syrië. Zij moesten zo'n capitulatieverdrag tekenen.

In feite kwam de dhimma neer op een soort apartheidswetgeving. Essentieel was dat de dhimmi (onderworpen Jood of christen) werd vernederd en zich schikte in een minderwaardige positie in de moslimmaatschappij.

Die vernedering werd door iedere bepaling benadrukt. Het begon met de hoofdelijke belasting, de djizia. Een soort beschermgeld, waarmee de dhimmi's als het ware hun recht kochten om in leven te blijven. Moslims hoefden die belasting niet te betalen. De manier waarop de djizia jaarlijks betaald werd, was vaak stuitend vernederend. Zij was gebaseerd op een tekst uit de Koran, waar Mohammed zei: 'Bestrijdt hen die niet geloven in Allah, onder de Joden en de christenen, totdat zij uit de hand de schatting (djizia) opbrengen, in onderdanigheid.' (soera 9:29)

Vernedering
De Joodse schrijfster Bat Ye'or citeert een groot aantal documenten waarin wordt voorgeschreven hoe deze regel in verschillende tijden en plaatsen moest worden toegepast. In grote trekken komt het neer op het volgende. De belastingbetaler moest met z'n geld persoonlijk naar de markt, waar de belastingontvanger (vaak een sjeik of emir) op een soort troon was gezeten. De dhimmi's moesten lange tijd wachten op de smerigste plaats, totdat ze één voor één voor de sjeik werden gesleept. Dan moest de dhimmi het verschuldigde bedrag in de hand van de moslim leggen, maar zo dat zijn hand niet boven die van de moslim uitkwam. De dhimmi moest blijven staan, terwijl de moslim op z'n troon gezeten was. Na het overhandigen van het geld moest de dhimmi voorover buigen, zodat de moslim hem een klap tegen z'n wang of een stomp in z'n nek kon geven, met de woorden: 'Betaal de schatting aan Allah, o vijand van Allah, o ongelovige.' Hierna werd de belastingbetaler bruut weggetrokken 'om hem het gevoel te geven dat hij aan het zwaard ontsnapt was'.

Alle moslims werden uitgenodigd om van dit schouwspel te genieten. Zo werden alle christenen, van hoog tot laag, in het openbaar vernederd. Rijke christenen stuurden vaak een afgezant om de belasting te betalen, maar regelmatig werd dit verboden. Men moest in eigen persoon vernederd worden. Geen wonder dat in de loop der eeuwen veel christenen overgingen tot de Islam. Geleidelijk werden de christenen een minderheid in hun eigen land. Door de vernederende aard van de dhimmi-status lag het voor de hand dat er op christenen werd neergekeken en dat zij zelfs als onrein beschouwd werden.

Overigens werden de bepalingen niet altijd even streng opgevolgd. Het feit alleen al dat er nog steeds eeuwenoude kerken zijn in het Midden-Oosten is hiervan het bewijs. Als de dhimma strikt was toegepast, zouden er na de zevende eeuw geen kerken meer gebouwd zijn en zouden de bestaande kerken tot ruïnes vervallen zijn.

Het gebruik heeft standgehouden tot omstreeks het midden van de negentiende eeuw. Het grootste deel van de moslimwereld viel toen binnen het Turkse (Ottomaanse) rijk. Onder druk van vooral Engeland en Frankrijk werd de dhimma in 1856 in het hele Turkse rijk afgeschaft. In Perzië (Iran), Jemen en Marokko bleef de dhimma tot in de twintigste eeuw van kracht. De afschaffing van de dhimma heeft overigens de woede opgewekt van fanatieke moslims, wat resulteerde in pogroms tegen dhimmi's, waarbij honderdduizenden christenen en Joden werden afgeslacht.

De bepalingen van het dhimmiverdrag waren niet altijd hetzelfde, maar in grote trekken kwamen ze neer op het volgende.

Belastingen
Dhimmi's moesten drie speciale belastingen betalen, waarvan de djizia of hoofdelijke belasting het meest gehaat was. Een dhimmi moest het betalingsbewijs altijd bij zich hebben, anders kon hij gearresteerd worden.

Ondergeschikt
Een dhimmi mocht geen gezag uitoefenen over een moslim. Dus waren hogere overheidsfuncties verboden voor christenen. Om dezelfde reden kon een christenman nooit trouwen met een islamitische vrouw. Maar een christenvrouw wel met een islamitische man. Hij mocht ook niet op een paard of een kameel rijden. Als hij op z'n ezel gezeten een moslim tegenkwam, moest hij van z'n ezel springen en nederig wachten totdat de moslim voorbij was.

Ongelijkheid voor de wet
De eed van een dhimmi had geen waarde, dus kon een dhimmi nooit getuigen tegen een moslim. Het principe van oog-om-oog gold alleen voor moslims. Dus doodstraf op moord bij moslims onderling, maar niet als een moslim een dhimmi had vermoord.

Kerken
De christenen mochten hun kerken behouden, maar ze mochten geen nieuwe kerken bouwen en ook hun oude kerken niet uitbreiden. Voor reparaties was vergunning vereist. Kerken en synagogen waren niet beschermwaardig. Het gevolg was: plundering en brandstichting van kerken en synagogen.

Geloofsuitdracht
ledere vorm van evangelisatie onder moslims was verboden. Openbare godsdienstige manifestaties waren ook verboden. Kerkklokken mochten niet geluid worden, want dat werd gezien als evangelisatie. Alle godsdienstoefeningen moesten binnen de muren van de kerk plaatsvinden, dus geen processies en openbare begrafenissen. Het zingen mocht niet voor moslims hoorbaar zijn. Kritiek op de Islam of op Mohammed werd niet geduld.

Apartheid
Dit soort bepalingen hebben gettovorming in de hand gewerkt. In hun eigen wijk konden christenen soms toch de kerkklokken luiden en een processie houden en hun doden begraven. Het voorschrift dat het huis van een christen niet hoger mocht zijn dan dat van een moslim in dezelfde straat, woog minder zwaar in een getto. Dhimmi's moesten zich ook onderscheiden door het dragen van aparte kleding en het altijd bij zich hebben van het djizia-betalingsbewijs, dat zij soms om de hals moesten dragen. Ze mochten geen Arabische titels voeren en het gebruik van het Arabische schrift was voor hen verboden. Ook mochten zij geen wapens dragen.

Voordelen
Er bestond ook zoiets als positieve discriminatie onder het dhimmiverdrag. De christenen hadden recht op bescherming door de islamitische overheid (het woord 'dhimmi' betekent 'beschermeling'). Bekend is dat kalief Omar de dhimmischatting een keer liet teruggeven aan een groep christenen, omdat hij niet in staat was gebleken hen te beschermen. Christenen mochten ook wijn drinken en verkopen, evenals varkensvlees eten, iets wat voor de moslims verboden was. Christenen hoefden ook niet in militaire dienst, want zij mochten geen wapens dragen. (Zij konden dus ook geen beroepssoldaat worden.) Ook hadden de dhimmi's een zekere mate van zelfbestuur (soevereiniteit in eigen kring)

De situatie nu
Nu kan men een wet wel afschaffen, maar een gebruik van eeuwen schaf je niet zomaar af. Daar komt bij dat de fundamentalisten luid roepen om herinvoering van de dhimma: 'De christenen moeten weer op hun plaats gezet worden en zich neerleggen bij hun historische tweederangs status. Anders moeten ze maar naar het Westen emigreren.' Door al deze propaganda kijken veel moslims nog steeds neer op de christenen in hun midden. En veel christenen emigreren inderdaad naar het Westen. Er is een ware exodus gaande.

Christengevangenen in Pakistan moeten wachten met eten en drinken tot de moslims klaar zijn. Anders zouden zij het eetgerei verontreinigen. Het gevolg is dat soms alle eten en drinken op is voordat zij aan de beurt zijn. Sommige fanatieke moslims gooien in openbare gelegenheden het serviesgoed stuk als een christen ervan gegeten of gedronken heeft. Dit doen ze om te voorkomen dat ze later van dit 'verontreinigde' servies zullen eten. Om dezelfde reden hebben christenen in landen als Iran en Pakistan hun eigen restaurants (waar ze dan wel varkensvlees en wijn mogen serveren).

In vrijwel geen enkel moslimland is het toegestaan dat een moslim christen wordt. Het omgekeerde wordt juist aangemoedigd. Als een moslim christen wordt, moet hij dat meestal geheim houden. In 2004 hebben zes Afghaanse moslims zich laten dopen. Eenjaar later waren er vijf van vermoord. In Iran is de bekeerde moslim Issa Motamadi gearresteerd. Men kwam achter zijn bekering doordat hij zijn pasgeboren zoontje de christelijke naam Micha gegeven had. Hij kan de doodstraf krijgen, want hij is aangeklaagd voor drugshandel. Zo zijn er talloze voorbeelden te geven uit allerlei landen. In Egypte heerst grote werkloosheid onder afgestudeerde christenen, vooral onder artsen. Het is al heel moeilijk voor een christen om te studeren, maar als hij dan toch is afgestudeerd, vindt hij zelden werk.

In de meeste moslimlanden zijn hoge leidinggevende posities nog steeds niet voor christenen weggelegd. Veel moslims weigeren een christen als baas te hebben. Zelden zal een christen een hoge rang in het leger bekleden.

In Pakistan ijveren de fundamentalisten voor herinvoering van de dhimmi-belasting, te betalen door niet-moslims. In Egypte en andere moslimlanden komt het regelmatig voor dat de moslimbroederschap of een andere fundamentalistische groepering de dhimmi-belasting afperst van rijke christenen. Het geld vloeit naar de kas van de eigen organisatie ter verbreiding van het fundamentalisme. In de ogen van de Egyptische regering is het een maffiapraktijk, maar de fundamentalisten beweren dat zij alleen maar de regels van de Islam toepassen.

Nog steeds kunnen christenen niet met moslimvrouwen trouwen. En het is in die landen normaal dat een moslim die zich tot een ander geloof bekeert, gedwongen wordt te scheiden. In de meeste moslimlanden mogen christenen een islamitische begraafplaats niet 'verontreinigen' met hun doden. Dikwijls krijgen zij ook geen plaats aangewezen waar zij hun doden dan wel mogen begraven.

In de meeste moslimlanden zijn de politie en de rechters partijdig, zodat een moslim dikwijls ongestraft een christen iets kan aandoen. In Pakistan is het zelfs bij de wet geregeld dat het getuigenis van een moslim voor de rechter opweegt tegen dat van twee christenmannen of vier christenvrouwen. Als een christenvrouw dus beweert dat ze door een moslim verkracht is, heeft ze ten minste twee christenmannen nodig die voor haar getuigen of vier christenvrouwen. In de praktijk vindt ze zoveel getuigen nooit en gaat de dader vrijuit. Verkrachting van christenvrouwen door moslims komt in Pakistan dan ook veel voor.

De ideologie van de Islam
Het dhimmistelsel past goed in de ideologie van de Islam, die de wereld verdeelt in twee kampen: een 'huis van de Islam' en een 'huis van de oorlog (Dar al islam en Dar al harb). De Dar al islam is de moslimwereld, waar de moslims niet per se in de meerderheid zijn, maar waar ze wel de macht hebben. Hier behoort de islamitische wetgeving (de sjarid) van kracht te zijn. De rest van de wereld is de Dar al harb en moet nog voor de Islam veroverd worden, vandaar de naam 'huis van de oorlog'. In de Dar al islam is de wetgeving er dus op gericht de hele bevolking te islamiseren. Door de niet-moslims te vernederen en de moslims allerlei voordelen te geven wordt de Islam steeds sterker Het systeem heeft zijn doeltreffendheid duidelijk bewezen.

Overigens hebben de moslims niet alles zelfbedacht. Het systeem grijpt terug op oeroude Arabische stamgebruiken. De Islam heeft bovendien veel van zijn gedachtegoed ontleend aan de Joden en de christenen. Of de eerste moslims op de hoogte waren met het 'dhimmiverdrag' dat Jozua tweeduizend jaar eerder met de Gibeonieten sloot, is twijfelachtig, maar vast staat dat de vele Syrische gezagsdragers die overgingen tot de Islam alleen maar de bestaande Byzantijnse (Oost-Romeinse) wetgeving ten aanzien van de Joden hoefden aan te passen. In het Oost-Romeinse rijk was de Grieks-Orthodoxe Kerk de staatskerk, die alle andere godsdiensten bestreed.

De Joden hadden altijd al een bijzondere status in het Romeinse rijk, met aparte rechten en plichten. Onder invloed van de Byzantijnse staatskerk kregen de Joden steeds minder rechten. In 534 werden de rechten en plichten van de Joden vastgelegd in de Wetten van Justinianus. Dit stelsel werd overgenomen en verder uitgewerkt door de moslims, die het toepasten op alle niet-moslims. Zo kreeg de Orthodoxe Kerk een koekje van eigen deeg. De Koptische en Nestoriaanse christenen, die door de Orthodoxe Kerk vervolgd waren, gingen er aanvankelijk onder de moslims op vooruit. Het effect van de dhimma liet zich pas eeuwen later gelden.

Mentaliteit
Twaalf eeuwen dhimmischap hebben diepe sporen getrokken in de mentaliteit van de kerk in de moslimwereld. 'Overleven' heeft de zendingsopdracht naar de achtergrond verdrongen, terwijl met name de Nestoriaanse kerk in het verleden gemeenten gesticht heeft tot in het verre China. Telkens wanneer de kerk zich weer op evangelisatie toelegde, werd dat bloedig afgestraft. Veel christenen beschouwen het dhimmischap als hun natuurlijk lot. Zij verzetten zich er dan ook niet tegen. De Bijbel zegt immers: In de wereld zult gij verdrukking hebben (Joh. 16:33) en Die godzalig willen leven, (...) die zullen vervolgd worden (2 Tim. 3:12). Zozeer als deze bijbelteksten door de westerse kerk worden verwaarloosd, zozeer worden ze door de Koptische kerk gekoesterd.

De Bijbel leert ons nergens dat we moeten vechten voor onze rechten, maar wel dat we voor onze broeders moeten opkomen. Dat is dan ook precies het bestaansrecht van Open Doors: Zijt wakende en versterk het overige, dat sterven zou (Openb. 3:2). De christenen in de moslimwereld hebben recht op onze hulp in de vorm van voorbede, voorspraak (pleitbezorging) en praktische hulpverlening. Open Doors zet zich hiervoor op alle fronten in. Het is het beleid van Open Doors om de kerk te versterken op de plaats waar ze door God gesteld is. Open Doors doet geen moeite om vervolgde christenen naar Nederland of het veilige Westen te halen (op enkele uitzonderingen na). Open Doors wil juist de situatie in de moslimlanden zelf verbeteren, zodat er een einde komt aan de uittocht van christenen en de kandelaar blijft branden waar God die geplaatst heeft.

Gebedspunten
• Bid dat de christenen hun gevoel van eigenwaarde niet verliezen door de voortdurende vernederingen die ze moeten ondergaan.
• Bid dat de christenen hun lot in liefde dragen, en niet in lijdelijkheid.
• Dank God dat de dhimmi-wetgeving al lang is afgeschaft. Bid dat de mentaliteit van de moslims zich hierbij aanpast.
• Bid voor een geest van verdraagzaamheid en wederzijds respect in de moslimwereld.
• Bid dat de oosterse kerken weer worden aangesproken door de zendingsopdracht.
• Bid dat de westerse zendingswerkers met wijsheid en tact te werk gaan en de inheemse christenen niet in gevaar brengen.

Het historische gedeelte is grotendeels gebaseerd op het standaardwerk over dit onderwerp door Bat Ye'or: Le Dhimmi. Het boek is ook in het Engels vertaald en uitgegeven als The Dhimmi, ISBN 0-8386-3262-9. Zie haar website: Dhimmis and Dhimmitude

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 september 2006

Driestar bundels | 115 Pagina's

De kerk in de moslimwereld: houthakkers en waterdragers

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 september 2006

Driestar bundels | 115 Pagina's

PDF Bekijken