Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De vroegere eenheid der kerk.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De vroegere eenheid der kerk.

5 minuten leestijd

Van katholiciteit der kerk kan er in eigenlijken zin dan eerst sprake zijn, zoodra niet meer één enkele politieke macht de gansche wereld overheerscht en één groot wereldrijk de menschheid omvat. In den aanvang viel de verspreiding der kerk over de geheele aarde saam met de verspreiding over het Romeinsche rijk. Het rijk als politieke macht en de bekende wereld vielen saam. En het lag voor de hand, dat de Gemeenten van Christus, hoe ver zij ook geographisch van elkander verwijderd waren, gemeenschap met elkander onderhielden. Zij waren voor het meerendeel door den zendingsarbeid van enkelen gesticht, kenden elkanders nooden en leefden daarin zelfs met elkander mede, terwijl de toenmalige verkeerstaal vrijwel eene en dezelfde Grieksche ontaarding v/as, die als een soort dialect overal gesproken werd in den omgang, die door handel en verkeer vereischt werd.
Anders werd echter de toestand, zoodra dit groote rijk was opgespleten. Met name de politiek van den om zijne vervolging der Christenen bekenden keizer Diocletianus berustte op de verdeeling der macht onder twee Augusti en twee Caesaren. En deze machtsverdeeling voerde noodzakelijk tot een verdeelingsproces, daar het onderscheid tusschen de Augusti en Caesaren weldra verdween en deze heerschers zich gelijk in recht en macht waardeerden. In het jaar 311 was de verdeeling van het Rijk al weer verder doorgevoerd, zoodat er zes keizers tegelijk waren, die soms eendrachtig, maar somtijds ook in oorlogen gewikkeld waren. Uit dit proces van verdeeling des rijks trad nu Constantijn de Groote, de geniale krijgsman niet alleen, maar de bewonderenswaardige politicus tevens, op den voorgrond. Hij deelde bijzonder in de gunst van Diocletianus en ten slotte was ook het oog des volks op hem geslagen. Hij was het dan ook, die nadat hij zijne mededingers op zijde had gedrongen of verslagen, weder een eenheid schiep. Hij deed in menig opzicht denken aan de methoden van Napoleon, daar hij de administratie en de verdediging beide, tot een hoogen graad van volmaking opvoerde. Hij verfraaide steden, bouwde nieuwe steden, verdedigde de grenzen.
Toch heeft ook Constantijn's politiek de oude rijkseenheid niet kunnen herstellen. Zij leidde tot de groote scheiding tusschen Oosten en Westen, die zich ook in de kerk heeft doorgezet en die tot den huidigen dag zich nog handhaaft. En niet daarbij alleen bleef het, want naarmate de historie voortschreed, heeft ook in het Westen eene geweldige historische ontwikkeling zich voltrokken, die ons ten slotte gebracht heeft naar het Europeesche continent met zijne vele natiën en volken, met zijn groote en kleine heerschappijen, met zijne geweldige worstelingen en oorlogen, waarbij de kaart van Europa het beeld vertoont van een legkaart met groote en kleine stukjes, waaruit het geheel is samengesteld. Doch ook in deze historische ontwikkeling was de kerk betrokken met haar katholiciteit.
Het is een van de merkwaardigste historische verschijnselen, dat het katholieke beginsel, zooals het in de apostolische geloofsbelijdenis geformuleerd werd in deze woorden: ,,Ik geloof eene heilige algemeene Christelijke kerk", een grooten, albeheerschenden rol heeft gespeeld in de wereldgeschiedenis. Want in dat groote ontbindingsproces, waarin en waardoor het Romeinsche rijk werd opgelost in eene veelheid van volken en staten, heeft de Roomsche kerk eeuwen lang de taak van het oude, groote rijk vervuld. De Katholieke kerk, zooals zij in de pauselijke hierarchie klom tot het hoogtepunt van hare macht, was de samenbindende vezelstof, die de zich tot nieuwe levensvormen ontwikkelende bevolking van Europa, zooals zij in nieuwe staten uiteenging, nog bleef vereenigen. De katholiciteit der kerk verkreeg daarbij uit den aard der zaak een ander karakter. Het katholiek beginsel, dat de kerk draagt, moest zich aanpassen aan den nieuwen toestand. In het ééne wereldrijk van het oude Rome viel het katholiek beginsel saam met de grenzen van het wereldrijk, dat de gansche toenmaals bekende aarde, omvatte. En in dezen nieuwen politieken vorm der wereld breidde de kerk en daarmede haar hiërarchische macht zich uit over de grenzen van alle staten heen. Er heerschte alzoo eene ultramontaansche macht vanuit Rome, die voor geen enkele grens bleef staan. Onder alle volken was er dus behalve de nationale regeering nog bovendien de geestelijke heerschappij der Roomsche kerk. En deze geestelijke heerschappij bereikte haar hoogtepunt onder paus Bonifacius VIII, die in 1294 tot paus werd verkozen. Zijn ideaal is geweest de pauselijke •macht te verheffen tot de hoogste op de gansche aarde en alle keizers en koningen, alle vorsten en dragers der burgerlijke macht te onderwerpen aan de heerschappij van den stedehouder van Christus op aarde, die te Rome zetelde. Hij eischte voor den pauselijken stoel het beschikkingsrecht op over de kronen van Hongarije, Polen en andere landen, legde den koningen van Frankrijk en Engeland den vrede op, en wilde de keuze van den Duitschen koning van den paus afhankelijk maken. Bekendheid verwierf deze machtige paus vooral door de bul „Unam Sanctam", die gegeven op den 18en November 1302, den paus proclameerde tot oppersten machthebber op geestelijk en wereldsch gebied. Elk mensch moest om den wille van zijn eeuwig heil den paus van Rome onderworpen zijn.
Onder dezen toestand van Europa heerschte er dus wederom eene katholiciteit der kerk, waaraan de zich natuurlijker wijze ontwikkelende volken en regeeringen van Europa ondergeschikt waren. Er was eene eenheid der kerk, die in de hiërarchische kerkregeering haar steunpunt vond, die dus als het ware van buitenaf drukte op de volkeren. Eene eenheid in geestelijken zin domineerde niet als uit het leven der volken zeiven opgekomen, maar van „ultra montes", van Rome uit aan de volken opgelegd. Het was de kerk van Rome, die den zetel had ingenomen, waarop eertijds de Roomsche Caesaren hadden getroond. Toen was er alzoo eene eenheid der kerk aan de volken opgelegd, niet geboren uit Christus maar uit de hierarchie, die beweerde Hem te vervangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 april 1932

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

De vroegere eenheid der kerk.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 april 1932

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken