Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pinksterfeest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pinksterfeest

17 minuten leestijd

Handel. 2 vs. 1—4a. En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En daar geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van eenen geweldigen gedreven wind en vervulde het geheele huis waar zij zaten; en van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen: en zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.

In den morgenstond der schepping, toen de Drieeenige God deze aarde en den hemel opriep door een daad van Zijn alvermogenden wil, zweefde de Geest Gods over de wateren. De Geest was broedende als een levensadem in de schepping, zoodat het leven werd geformeerd in de werken van Gods handen. De Geest leeft in de schepping anders toch zou zij versterven. De dichter van den honderd vierden Psalm zingt het ons voor: ,,Zendt Gij Uwen Geest uit zoo worden zij geschapen; Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks." En elders zingt hij: „Waar zou ik heengaan voor Uwen Geest, waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?"
Die Geest werkte ook onmiddellijk na den val in het hart van Adam en riep hem op uit den dood der zonde, opdat hij niet weg zou zinken in den eeuwigen dood. De Geest ontdekte hem aan zijne schuld maar deed hem ook de toezegging van Gods ontfermen in de moederbelofte omhelzen, zoodat hij temidden van de dreiging des doods gewaagde van zijne hope des levens, toen hij zijne vrouw den naam gaf van Eva; levenswortel!
Die Geest deed David, den man naar Gods harte, worstelend zuchten: „Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht, neem Uwen Heiligen Geest niet van mij."
Die Geest dreef de profeten tot getuigen en deed hun inblikken achter het gordijn der eeuwigheid in het voornemen van Gods ontfermen in den Middelaar. Toch was aan Gods Kerk van den ouden dag eene rijkere openbaring des Geestes toegezegd. Mozes sprak eenmaal de bede uit, toen hij vervuld was met heimwee naar dien toegezegden zegen: „Och of al het volk des Heeren profeten ware, dat Hij Zijnen Heiligen Geest over hen gave."
De profetie gewaagde van de uitstorting des Geestes: ,,Ik zal Mijnen Geest uitstorten op alle vleesch." En de profeet Ezechiël teekent ons den tempelstroom komende van onder den dorpel des Heiligdoms als diepe wateren waar men niet door gaan kan, maar waar men in zwemmen moet.
De bediening en openbaring des Geestes zou verdiept en verbreed worden. Daarom zegt Jezus vóór Zijn hemelvaart, dat Hij den Vader zou bidden en deze zou eenen anderen Trooster zenden die niet alleen bij hen zou blijven gelijk Hij reeds bij hen was, maar in hen zou zijn en hen zou vervullen tot al de volheid Gods. Als Jezus op den laatsten dag van het Loofhuttenfeest de feestelijk aankomende schare ziet naderen met de zilveren schalen, gevuld met het water van den Siloam, roept Hij: „Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stroomen des levenden waters zullen uit zijn binnenste vloeien."
En zoo voegt de apostel Johannes verklarend toe: „Dit zeide Hij van den Geest, denwelke ontvangen zouden die in Hem gelooven; want de Heilige Geest was nog niet overmits Jezus nog niet verheerlijkt was."
Dit woord wijst op den Pinksterdag, toen de Heilige Geest is uitgestort.
Laten wij ons textwoord, dat ons spreekt van het Pinksterfeest, dan nader onderzoeken. Het kan worden samengevat in een viertal gedachten. De voorbeschikte Pinkstertijd. De gewenschte Pinksterstemming. De Pinksterteekenen en de overvloedige Pinkstergenade.
En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd.,.
Daar wordt ons gesproken van den voorbeschikten Pinkstertijd. Ja, er is een bestemde tijd om Sion te begunstigen. David zong ervan in den 102en Psalm: De bestemde tijd om haar genadig te zijn is nu gékomen. Ik zal opstaan over Sion. Gelijk in het -rijk der natuur elke regendruppel op den gezetten tijd nederdaalt en het bepaalde grassprietjeibevochtigt of neervalt op de kale rots waar geen gras uitspruit en geen menschenkind is, zoo was het ook op dezen Pinksterdag. Alles heeft zijn bestemden tijd. Geen van Gods gedachten zal afgesneden worden. Zijn Raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen.
Het was Pinksteren voor Israël. Het was de dag der eerstelingen. Van heinde en ver waren Joden en Jodengenooten samengestroomd naar Jeruzalem, de stad des grooten Konings. Het was vijftig dagen na Paschen. Herdacht het volk van Israël dan den uittocht uit Egypte, toen de Heere Zijn volk uitleidde met een machtigen arm en een uitgestrekte hand, thans werd gedachtenis gevierd van de wetgeving op den Sinaï. In den Paaschnacht was de engel des verderfs voorbijgegaan aan de woningen der Israëlieten, waar bloed was gestreken van het paaschlam aan de posten. Met Pinksteren ging aan den geest voorbij het gebeurde bij den Sinaï, waar God Zijn wet had gegeven aan Mozes Zijn knecht, opdat hij haar zou leggen in de verbondsark, onder het gouden verzoendeksel.
Met Paschen werden tevens de eerstelingen van den gerstenoogst den Heere gewijd. Thans met Pinksteren was de oogst geheel binnen en als gave der dankbaarheid bracht Israël de fijne meelbloem der tarwe. Pinksteren is het feest van den voltooiden oogst. Doch vleeschelijk Israël verstond eigen feesten niet.
Dit Pinksterfeest zou gansch eenig worden! Het feest van de gerijpte zegeningen Gods. De Vader heeft de tijden en gelegenheden verordend. Ook elke druppel van den heiligen dauw die de ziel van Sions kinderen verkwikt is in vrijmacht bepaald. Jezus was ten hemel gevaren. Hij had de gevangenis gevankelijk gevoerd en gaven genomen om uit te deelen onder de menschen. De bestemde tijd om den toegezegden Trooster te zenden was gekomen.
Het werk van Jezus, den Gegevene des Vaders is een allesomvattend werk. Het is schoon in zijne deelen en aangrijpend in zijn samenvatting en eenheid. Hij zal niet rusten voor Hij het Koninkrijk den Vader zal overgegeven en God alles en in allen zal zijn. In den staat der vernedering heeft Hij den losprijs betaald en eene volmaakte gerechtigheid verworven. In zijn opstanding heeft Hij het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. In Zijn hemelvaart ging Hij in met Zijn eigen bloed in het hemelsche heiligdom, eene eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende. Hij is verhoogd tot een Vorst en Gebieder opdat Hij de verworvene verlossing toepasse, om te geven bekeering en vergeving der zonden.
Deze toepassing voltrekt Hij door den Heiligen Geest, die de Geest des Vaders is maar ook de Geest van Christus. Door dien Geest is Hij ontvangen in de maagd Maria; met dien Geest is Hij gezalfd en overgoten bij Zijn Doop, toen de Geest Gods op Hem nederdaalde en op Hem bleef. Door dien eeuwigen Geest heeft Hij zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd en werd in de opstanding krachtiglijk bewezen de Zone Gods te zijn. Zoo dankt Gods Kerk den Pinksterdag aan de verdiensten van Christus door het welbehagen des Vadsrs. Zijn aangebrachte werk geeft redding en zaligheid aan Zijne gunstgenooten, Hem van den Vader gegeven. Zijn hemelvaart was het gewisse onderpand, dat Hij den Trooster zou zenden van den Vader, gelijk zij ook den Zijnen waarborgt dat Hij ze allen tot zich nemen zal in het Huis Zijns Vaders, als Hij hen plaatse zal hebben bereid.
Hij bezit thans met Zijne hemelvaart de zeven Geesten die voor den troon zijn en die uitgezonden zijn in alle landen.
Pinksteren is de dag des oogstes, terwijl Hij nu is gezeten in den troon Zijner heerlijkheid. Hij is gezeten met Zijnen Vader in diens troon en heeft beloofd: ,,Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijnen troon gelijk als Ik overwonnen heb en ben gezeten met Mijnen Vader in Zijnen troon. Die ooren heeft hoore wat de Geest tot de gemeenten zegt."
De Geest zal de gereedliggende gerechtigheid en leven toepassen. Hij zal Gods gemeente leiden in al de waarheid en het uit Christus nemen, gelijk Hij de wereld zal overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.
Kennen wij dien Geest in Zijne levenwekkende werking? Hebben wij ervaren de macht van dien Geest in ons leven?
Nu is het de welaangename tijd, nu is het de dag der zaligheid. De mensch verstaat niet van nature de dingen die des Geeestes Gods zijn. Ook de Pinksterdagen leggen daarvan overvloedig getuigenis af. De geest der wereld en de geest van den vorst der duisternis werken met macht in de kinderen der ongehoorzaamheid. En daarom, zoo wie den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. Die behoort niet aan Christus, die is geen Christen.
En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
Zij waren allen eendrachtelijk bijeen. Ziedaar de gewenschte Pinksterstemming. De discipelen van den Heere Jezus hadden hun Koning zien opvaren naar de hoogte en engelen hadden bij hen gestaan zeggende: „Gij Galileesche mannen wat staat gij en ziet op naar den hemel, dezen Jezus dien gij hebt zien henenvaren zal alzoo wederkomen gelijk gij Hem naar den hemel hebt zien henenvaren." Toen aanbaden zij en keerden weder naar Jeruzalem lovende en prijzende God en waren ten allen dage in den Tempel. Immers Jezus had hun voor Zijn heengaan geboden dat zij te Jeruzalem blijven zouden totdat zij met kracht waren aangedaan uit de hoogte
Zoo zorgde de verheerlijkte Koning voor alles. Er was veel volk in de stad van alle volken dergenen die onder den ganschen hemel zijn. Dat wilde de Heere opdat Hij op deze eerstelingen een rijken oogst van voorspoed zou geven en opdat het spreken in vreemde talen de gewenschte beteekenis zou hebben.
Heft uwe oogen op, en aanschouwt de landen, want ze zijn aireede wit om te oogsten. — Ze waren allen eendrachtelijk bijeen.
Hun namen kennen we niet allen. Maar zeker hebben we allereerst aan de apostelen te denken als de kern van de Kerk des Nieuwen Verbonds. Doch ook andere discipelen zullen in die dagen bij hen zijn geweest. De bekende vrouwen en anderen, die Jezus in onverderfelijkheid hadden liefgekregen. Wij kennen hunne namen niet. Maar het waren menschen in Adam gevallen, doch in Christus levend gemaakt. Allen heilbegeerig naar den toegezegden Geest! Ze waren eendrachtig bijeen. Eigenlijk staat er „eenhartig". Ja, die discipelen passen bij elkaar. Ze hadden niets in zich zeiven, maar verwachtten het al van Immanuël. Door de werking van den Geest waren ze „eenhartig" in hunne verwachting. O, als er geen koude en verdeelde harten waren in Gods Kerk, die zoo jammerlijk verdeeld en verscheurd is, dan wierd de verdeeldheid opgeheven. God is een God van vrede en niet van verwarring. Indien gij dan elkander verbijt en vereet zie toe dat gij van elkander niet verteerd wordt. O, ze waren eenhartig in Christus. Daarom kreeg de duivel geen kans, om hen op allerlei knoopen te laten bijten en de zielen te verwarren.
O, mag de verzuchting van den profeet niet worden geslaakt: „Waar is Hij die Zijnen Heiligen Geest in het midden van hen stelde?" Pinksterfeest bracht de uitstorting des Geestes en Hij woont nu in het midden der Kerk, maar hoe weinig Pinkstervuur; hoe weinig Pinksterleven; hoe weinig Pinksterweelde.
Eenhartig, dan krijgt de duivel ook geen gelegenheid om zijn speelgoed in hun handen te stoppen en zoo bezig te houden met allerlei nietige „ik-stukken." Eenhartig, dan vloeien de begeerten saam ineen voor den troon en de Heere gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in eeuwigheid. Zalige eenheid, van het ware volk des Heeren. Immers, het naamchristendom roept om eenheid en met voorliefde wordt ook in onze dagen, in de zoogenaamde eenheidsbeweging, het Woord van den Heere Jezus aangehaald: „Vader, Ik wil dat zij een zijn." Maar ze kunnen met het volk nog geen kwartier verkeeren of de bitterste vijandschap wordt openbaar, juist tegen het leven dat zijn eenheid vindt in Jezus door den Geest.
Om eendrachtig te kunnen zijn, moet de eenhartigheid vrucht zijn van de bediening van den Geest. Van nature hebben we één hart, zijn we eenhartig in het zondigen, dan worden, als het gaat tegen Jezus en Zijn volk, Herodes en Pilatus vrienden. Zie daarom hoe er alleen eenheid kan zijn in Jezus. Vervuld met Hem is er geen plaats voor onszelf of eigen belang of lust.
Waartoe waren ze bijeen? Wel, mijn lezer, ze waren bijeen, volhardende in het bidden en smeeken. Dat bidden sloot dankzegging in. En het smeeken was een uitstorting van hun hart om den toegezegden Geest te ontvangen. O, was er meer worstelen met den Engel des Verbonds: Wij laten U niet los tenzij Gij ons zegent.
Ze waren afgescheiden van de wereld. Verbazingwekkend wonder! Daarboven aan de Rechterhand des Vaders was de biddende en dankende Hoogepriester en op aarde een geknielde schare, lovende en dankende God, en volhardende in het smeeken. Zie de discipelen aldus vergaderd.
Maar moet het ons dan niet verwonderen, dat zij zóó met elkander verkeerden en tot heilige jaloerschheid verwekken? Hoeveel twist en wrok onder zonen van hetzelfde Huis! Hoeveel geesteloosheid en wereldgelijkvormigheid. Dat Gods kinderen precies handelen en spreken zooals de wereld handelt en denkt en spreekt!
Kom, zie dan die discipelen in Jeruzalem bijeen, volhardende in het bidden en smeeken. Dat was de gewenschte Pinksterstemming.
Het valt ons op, dat deze jongeren des Heeren zulk een rijke mate van den Geest hadden! Terwijl ze baden om den Geest, werden ze gedreven door den Geest.
Ja, M.L., om Pinksteren te kunnen verkrijgen is reeds een rijke genadebedeeling ons deel, want het is het Feest van den voltooiden oogst. Pinksteren ligt niet alleen achter het Kruis en Jozefs hof, maar ook achter Hemelvaart. Dat zal ook bedacht moeten worden als het gaat over de persoonlijke beleving van de Pinksterweelde der ziel. De Pinkstergeest daalde neder, nadat Jezus verheerlijkt was. Zoo bad dan de discipelkring door den Geest om den Geest. Vervuld werd Jezus' belofte ook hier: „Indien dan gij die boos zijt weet uwen kinderen goede gaven te geven hoeveel temeer zal de Vader den Heiligen Geest geven die Hem daarom bidden." De biddende Hoogepriester aan des Vaders Rechterhand stemt samen met den biddenden Geest in de jongeren en de Vader vervult Zijne belofte.
En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, als van een geweldigen gedreven wind en vervulde het geheele huis waar zij zaten.
Hier wordt ons dus gesproken van de zinnebeeldige Pinksterteekenen.
De uitstorting des Geestes is een machtig wonder, ondoorgrondelijk voor ons verstand, alleen voorwerp des geloofs. Het is een wonder, niet minder groot dan de vleeschwording des Woords waarvan de apostel getuigt: „De verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vleesch."
De uitstorting des Geestes is bovendien te zwaarder om te verstaan, omdat de Geest geheel onzichtbaar en louter geest is. Het vleesch geworden Woord, is God en mensch in één persoon; daar is een zichtbare gestalte.
Doch, daarom juist doet de Heere de uitstorting des Geestes gepaard gaan met zichtbare teekenen, die ook weer wonderen zijn van Gods alvermogen.
Dus wij moeten wel verstaan, dat die teekenen de uitstorting des Geestes zelf niet zijn. Die teekenen nemen straks een einde en verdwijnen, doch de uitgestorte Geest blijft wonen in Gods Kerk en zal nimmermeer van haar wijken, haar in al de waarheid leiden en de verborgene dingen bekend maken.
Door de wonderteekanen wil de Heere de beteekenis van het hoofdwonder, de uitstorting des Geestes toelichten; in zijn beteekenis bloot leggen, opdat Zijne Gemeente iets van dit machtige wonder zou verstaan door het geloof.
Zcoals wij den text toelichten door illustraties, zichtbaar voor het oog, zoo wil de Heere het heilsfeit van Pinksteren uitbeelden door teekenen.
Daarom is het van groot belang voor het recht verstand van Pinksteren met aandacht de teekenen te overdenken in het licht van Gods geopenbaarde waarheid. Dan zijn die teekenen niet iets waar we eigenlijk geen weg mee weten en waar we den zin niet van verstaan, maar juist toelichtende verklaring van de beteekenis van het heilsfeit, dat we op Pinksteren gedenken.
De Heere toch weet, wat maaksel zijn volk is; hoe onkundig in de dingen des hemels; hoe verduisterd van verstand. Daarom past Gods gemeente ook voor dit bewijs van Zijn Vaderlijk ontfermen erkentenis van Zijne daden. Hij beijvert zich hen de verborgenheden van Zijn Koninkrijk te doen verstaan.
Er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid,.
Wel werd de zending van den toegezegden Trooster verwacht, maar toch kwam Hij nog onverwacht. Wanneer de Heere iets groots wil tot stand brengen geschiedt dit vaak als in een oogenblik. De keerpunten in de historie der wereld zijn gewrochten van plotselinge, machtige daden des Heeren. Maar zoo is het ook in de openbaring van Gods Koninkrijk. Saulus valt plotseling ter aarde als hem van den hemel een licht omscheen en hij bij zijn naam werd geroepen. Ook de verlossende en reddende daden des Heeren geschieden als in een oogenblik.
Haastelijk. . . onverwacht en vol majesteit. Hij blijft een verrassend God! Plotseling zal ook de Zoon des menschen wederkomen op de wolken des hemels.
Jezus stelde de vraag: ,,Zou God geen recht doen zijnen uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen? Ik zeg u, Hij zal hen haastelijk recht doen."
Er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid. Zoo hooren de vergaderde discipelen plotseling een wonder geluid. Het kwam van boven. Hoewel de Geest in stilte werkt, wordt toch Zijne bediening openbaar. Dit teeken zou den discipelen leeren, dat thans de stemme Gods over de geheele wereld zou worden gehoord. De Vader zou den Geest zenden om tot aan de einden der aarde het getuigenis van Jezus te doen uitgaan. Zoo zouden de verkorenen ten leven aan Zijne voeten worden gebracht.
Het geluid kwam van den hemel. Zoo werden de harten der jongeren opgeleid naar boven. Dit geschiedde des te gereédar omdat zij door krachtige werking des Geestes vol waren van de hemelsche dingen. Hun ziel was teêr gestemd. Ze waren daarom zeer gevoelig voor de stem des Heeren ook in die teekenen.
Dat ze den zin der teekenen hebben verstaan, blijkt weldra in hun vurige prediking. De bazuin gaf helderen klank. Een geluid van den hemel. . .
Wat beluisteren wij al stemmen van beneden en hoe is ons oor van nature geopend voor het sirenengezang der wereld. Ook de lucht wordt dienstbaar gemaakt om de stemmen van beneden, ja vaak uit den afgrond, voort te planten tot aan de einden der aarde. De wereldaether wordt doorgolfd van geluiden van de aarde.
Er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid.
De hemel is weer bevriend geworden met de aarde. De Zwerver is ontvangen met gejuich en in Zijn Vaderland teruggekeerd. Nu zendt Hij dit teeken van Zijn alvermogen om de discipelen voor te bereiden op de uitstorting des Geestes en hun den zin te doen verstaan van Pinksteren.
Een geluid uitden hemel weerklonk onmiddellijk na den val. Adam waar zijt gij? Ik verbergde mij omdat ik naakt was, moest zijn antwoord luiden.
Uit dien hemel is eenmaal uitgelaten de Zoon des menschen, om vleesch te worden en als een mensch onder de kinderen Adams te verkeeren.
Ware dit niet geschied zoo zou er uit den hemel nooit een geluid dat spreekt van milde zegeningen, zijn geschied. M.L. kent gij de sprake des hemels?
De dichter zong:
Welzalig dien Gij hebt verkoren,
Dien G' uit al 't aardsch gedruisch
Doet naadren, en Uw heilstem hooren, -
Ja wonen in Uw Huis. K.
(Slot volgt.)

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 mei 1932

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Pinksterfeest

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 mei 1932

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken